donderdag 28 mei 2009

Vaders

'Is zij nieuw?' vraagt een vader.
'Ja.'
'Hee, kerel. Heb je weer iemand om verliefd op te worden,' zegt hij tegen het fragiele jongetje dat naast Jeetje zit.
'De jouwe valt ook op blondjes, hè!' lacht een andere vader. 'De mijne probeert ze ook allemaal uit. Nu mag het nog.'
Ik kijk naar de vaders.
'Ja, dat had je niet gedacht, hè,' zegt de ene. 'Op de basisschool gaat het anders.'
'Ze gaan nog niet zover hoor,' knipoogt de andere.

woensdag 27 mei 2009

Wennen!

Ik wacht op de terugkomst van man. Vandaag zal hij juf A. voor het eerst ontmoeten. Ik durf geen juf meer voor het eerst te ontmoeten, ik lijd nu al aan juffenvrees, erger dan aan de hevigste koudwatervrees.
Vandaag is het erop of eraf. AIs juf A. en juf P. dezelfde werkwijze hanteren, of beter gezegd hetzelfde harnas dragen, gaan we op zoek naar een andere school voor Jeetje. Dat is gedoe. Dat is niet te prefereren. Maar vijf dagen een type als juf P. nog minder.
De voordeur gaat open. Voetstappen op de trap. Komen er kleine voetstapjes erachteraan?

'En?' vraag ik.
'Juf A. was een échte juf!' zegt man bij de deur al. 'Gewoon een juf.'
'O, gelukkig .'
'Ja! Ze pakte Jeetje bij hand. Ze was warm en lief en vriendelijk. Er stond al een kring met stoeltjes klaar.'

Twee dagen juf P., drie dagen juf A.
Dan kan nu, ook voor ons, het wennen beginnen.

dinsdag 26 mei 2009

Mijn berispelijke gedrag

Man neemt poolshoogte op school vandaag. Mensen kunnen het over het algemeen goed met hem vinden. Juf P. vast ook. Waar man sympathiek, geduldig en gemakkelijk is, ben ik onsympathiek, ongeduldig en ongemakkelijk. En als iets mij niet bevalt, schijn je het regelrecht van mijn gezicht af te kunnen lezen. Het kan zijn dat juf P. 'dingen' van mij afgelezen heeft, die ik haar nooit regelrecht zou hebben gezegd.

Waar man redelijk is, ben ik eerder onredelijk en heb ik nogal snel mijn oordeel klaar. Het kan in een seconde gepiept zijn. Je hoeft maar 'dit' te doen en ik heb er geen vertrouwen in. Ik hoef maar 'dat' te zien of ik heb genoeg gezien. Ik ben heel erg voorbarig en ik denk toch gelijk te hebben. Tot zover: mijn eigen berispelijke gedrag.

We hebben wel een reputatie. Man en ik. Jeetje heeft drie crèches doorlopen voordat we op een goede belandden.
Bij de eerste crèche namen we haar na de eerste dag wennen alweer mee naar huis, de tweede crèche duurde twee weken en op de derde crèche is ze gewoon nooit meer teruggekomen. Pas op crèche vier was het goed.

maandag 25 mei 2009

Wennen?

'Vandaag ga je even wennen, hè?'
'Ik wil niet naar school,' zegt Jeetje zacht. Dikke tranen rollen over haar wangen. Uiteindelijk spreken we af dat ze tenminste even binnen gaat kijken en als ze meteen weer mee naar huis wil, mag dat.
'Dan ga je morgen iets langer wennen.' Jeetje springt van tafel, pakt meteen haar nieuwe, glimmende tasje. We stoppen er aardbeitjes in, en een beker sap. Misschien blijft ze.

De schoolwerkelijkheid is anders. Ze wil haar jas niet ophangen bij de andere jassen, en haar nieuwe tasje niet in de plastic box doen bij de andere tasjes. Ik laat haar het schoolgebouw zien.
'En dat is jouw klas,' zeg ik tenslotte. Jeetje wil niet. Ze huilt. Ik herinner haar aan onze afspraak en wijs naar de mevrouw in de witte kuitbroek.
'Kijk, dat is jouw juf!' zeg ik. 'Juf P.'
Juf P. loopt rond, ziet Jeetje niet, of heeft nu geen tijd voor Jeetje, en zal zich later ook niet aan haar voorstellen.
Ik laat Jeetje haar klas zien. We kijken wat de kindjes doen. We vragen de namen van een paar kindjes. Ik zeg dat Jeetje, Jeetje heet en dat ze komt wennen. Jeetje leunt tegen mij aan en kijkt. We kijken allebei hoe iedereen werkjes uit de kast aan het pakken is en teruglegt. Geen idee of er een systeem in zit.
Na een tijdje besluit Jeetje dat ze met mij mee terug wil. Hand in hand wandelen we in de richting van de onderwijzeres. Ze zal morgen langer komen wennen.

'Morgen komt er een stagiaire,' zegt juf P. 'Dat moeten we niet hebben.'
'Hoezo?'
'Het is voor de stagiaire geen goed begin als ze meteen zo'n moeilijk kind heeft,' zegt juf P.
'Het gaat nu toch om Jeetje?' zeg ik. ' Jeetje komt wennen.'
'Luister, Jeetje bepaalt hier niet zelf wat ze wil,' lacht juf P. 'Dat zou wat zijn.'
'Als het jou morgen niet uitkomt, komt Jeetje de dag erna toch pas weer. Of de volgende week,' stel ik voor.
'Je geeft mij geen kans,' zegt juf P. 'Zo kan ze nooit wennen. En blijft Jeetje bepalen hoe het hier gaat.'
'Het gaat niet over bepalen,' zeg ik. 'Ik heb het vanochtend met haar afgesproken.'
'Je laat haar hier,' besluit juf P. 'En dan kom je over een uur maar terug. Ik heb meer van zulke kinderen gehad.'
Ze pakt Jeetje uit mijn armen.
'Hoe deden jullie dat op de crèche?' Juf P. moet roepen om over het gehuil van Jeetje heen te komen.
'Daar was ze gewend,' roep ik. 'Dat is heel anders.'
Juf P. en ik kijken elkaar aan. Een bevroren ogenblik. Temidden van de herrie. En ik weet dat het niet goed zit. Ze stuurt mij weg. Ik laat me wegsturen door de juf.
'Mamaaaaa, niet weggaan,' snikt Jeetje.
Krijsend laat ik haar achter. Spartelend. Hulpeloos in de armen van de onbekende juf P.

zaterdag 23 mei 2009

Als warme broodjes over de toonbank, ja

In de boekwinkel in de Utrechtse straat. Een Duitse dame, die alweer jaren in Nederland woonde, vroeg al een hele tijd omstandig om advies bij de boekverkoper. Welk boek moest zij toch aanschaffen als presentje?
'Wat voor een type is het?' vroeg de boekverkoper.
Nou, het was een ingetogen mevrouw. Misschien wat in zichzelf gekeerd. Eigenlijk kende ze haar niet goed. En haar vrienden en andere naaste collega's kenden haar ook niet goed. Navraag had de Duitse dame geleerd dat niemand uit haar directe omgeving wist waar ze van hield. Of wat haar hobby's waren. Hierop raadde de boekhandelaar haar meteen het boek van de vrouw van Paul Auster aan. Dat zei hij ook. 'Dit is het boek van de vrouw van Paul Auster. Ik vond het goed en het verkoopt heel goed.' Zo te horen zou het nog maar een kwestie van tijd zijn of Paul Auster zou worden gereduceerd tot de man van Siri Hustvedt. (Zojuist typte ik vrouw van Paul Auster in bij google om de spelling van haar naam te verifiëren.) Maar nee, de Duitse dame had al een Engels boek voor de mysterieuze vrouw en wilde niet nóg een Engels boek voor haar kopen. Ze wist niet hoe het met haar kennis van de Engelse taal gesteld was.
'De vertaling misschien?' opperde de boekhandelaar. Ze wilde ook geen vertaling. 'Sorry, dat ik zo kritisch ben,' zei ze. Maar dat kon de boekverkoper zich best voorstellen. Hij was zelf ook heel kritisch. Toen toverde hij Jhumpa Lahiri tevoorschijn. Vreemd Land had ontzettend goede kritieken gehad. Het boek liep als een trein. En een introverte mevrouw die zich niet makkelijk liet kennen, zou daar vast en zeker raad mee weten.
'Eigenlijk wil ik het liefst Nederlandse literatuur geven', bekende de Duitse dame. Maar daar wist ze zo weinig van. Misschien kon hij haar helpen een boek van een Nederlands schrijver te vinden. Literatúúr.
Al die tijd stond ik vlak naast haar. En mijn boek lag binnen haar handbereik. Ze hoefde maar te bukken. Zo lagen en stonden er wel meer boeken van Nederlandse schrijvers die ik haar kon aanraden. Maar de profielschets van de ontvanger vertelde duidelijk dat zij Het besluit van Dola Korstjens moest hebben. Hij zou het haar zo meteen vast aan gaan raden. Terwijl de boekverkoper naast mij zijn hoofd aan het breken was op een Nederlands schrijver - alsof hij er geen één in zijn assortiment had - wachtte ik. Stond ik op het punt om in te grijpen. Ik zag voor me hoe ik de Duitse dame Dola in haar handen zou drukken. Hoe ik haar zou zeggen dat ze er gratis een officiële handtekening bij kon krijgen, plus een boodschap aan de ongekende mevrouw.
'Ja!' riep de boekverkoper tenslotte. Hij was eruit. De Duitse dame en ik keken hem verwachtingsvol aan.
'Tommy Wieringa,' zei hij. 'Hij heeft fantastische recensies gehad. Is een groot Nederlands schrijver. Zijn boek gaat als warme broodjes over de toonbank.'
De Duitse dame huppelde blij naar de kassa met Caesarion in haar hand. Ik kwam achter haar aan met Roem van Daniel Kehlmann.
Hoe zou mijn Dola hier nog ooit wegkomen?

vrijdag 22 mei 2009

Herstel

Daar zit man. Voor ons huis. Op het bankje op het trottoir. In de zon. Met een muts op. Hij heeft het zelf niet meegemaakt, de heisa die er om hem was. Het begint hem nu langzaam te dagen. Want hij wordt gekust door alle buurvrouwen die hem weer zien. De buurmannen schudden hem ferm de hand.
'Ik ga toch ook wel eens een weekje op vakantie?' zegt man, 'en dan kussen ze me nooit als ik terugkom.'
En: 'Mensen vertellen me plotseling heel andere dingen. Erge dingen.'

Hij herstelt en ik doe vrolijk mee. Als hij 's middags slaapt, val ik ook in slaap. 's Avonds om half tien is het de hoogste tijd om naar bed te gaan. Ook voor mij. We hebben allebei iets meegemaakt. En ik kan hem niet goed uitleggen waar ik nu van herstellen moet. Ik weet het zelf eigenlijk ook niet precies.

donderdag 21 mei 2009

Een huis met een tuin

Ik breng Jeetje met de trein naar Nijmegen waar opa en oma staan te wachten. Zij zullen haar met de auto verder vervoeren. Dieper en dieper het platteland in. En ik neem dezelfde trein weer terug.
Thuis gaat de telefoon.
'Met Elke.'
'Met Jeetje,' zegt Jeetje.
'O, hoi Jeetje.'
'Mama?'
'Ja?'
'Ik wil geen balkon. Ik wil een huis met een tuin.'
'O, ja?'
'Ik wil verhuizen,' zegt Jeetje.
'Naar hetzelfde dorp als opa en oma?' zeg ik zacht. 'Bedoel je dat?'
Een moment blijft het stil aan de andere kant van de lijn. Hier komen we op een kritiek punt. Stel dat ze daar persé naartoe wil verhuizen? Dan zal dat vanaf nu een wig tussen mij en mijn dochter drijven. Eén van ons zal ongelukkig worden.
'Nee,' zegt Jeetje. 'Ik wil een huis met een tuin in Amsterdam.'
'OK,' zeg ik, 'zal ik dat voor je kopen.'
'Ja,' zegt Jeetje.
'Anders nog iets?'
'Nee, dan geef ik nu oma even, goed?'
En weg is Jeetje. De tuin in natuurlijk.