vrijdag 12 juni 2009

Laat de la dicht

Werk aan de winkel, verschrikkelijk veel werk. Er staan, buiten het verhaal dat sinds gisteren in de la ligt, wat andere verhalen op stapel. In opdracht. Voor mijn boek. Langere verhalen dan ik gewend ben. Maar als ik over al die verhalen zó lang doe als over dit verhaal?
Dat doe ik niet. Dat zijn andere verhalen.
Het verhaal in mijn la omvat nu zesenzeventig uitgeprinte pagina's. Het kunnen er nog vijftig worden, of juist honderd. Ik heb de pagina's dus netjes in mijn la opgeborgen. Ik zie ze niet. En daar moeten ze tot maandag, rustig, blijven liggen. Ik kan alleen haast niet tot maandag wachten. Omdat ik weet dat het stapeltje papier daar zo verschrikkelijk imperfect ligt te liggen. Maar ik weet ook dat ik nu juist profijt van het wachten zou hebben, ten gunste van het verhaal, als ik er niet intussen de hele tijd aan ga denken. Hoe en dàt het anders moet. Ik zou vandaag het beste een bladzijde van een nieuw verhaal kunnen gaan schrijven. Losjes. Op mijn gemak.
En dat daar, in die la, maar vergeten. En er het beste van hopen. Nee, niets van hopen.

donderdag 11 juni 2009

36

Een paar dagen geleden sprak mijn vierenveertigjarige man de legendarische woorden: 'Als wij mannen gaan werken met een onbekende vrouw van 36 zijn we niet nieuwsgierig naar hoe ze eruit ziet. Maar een vrouw van 28, ja die googelen we meestal wel even van tevoren.'

Vandaag is het zover. Ik ben 36. Definitief verlost van googelende mannen.

woensdag 10 juni 2009

Vlak boven mijn hoofd

Ik loop tegen het einde van een verhaal en meestal droom ik dan wel hoe het afloopt, dus op dat punt bevond ik me vannacht. Als ik plotseling wakker schrik. Door de voetstappen. Vlak boven mijn hoofd. Met grote passen loopt er iemand over het grind.
'Ach, dat moet een poesje zijn geweest,' mompelt man.
'Dat was zeker geen poesje.'
'Een vogel dan.'
'Het was een mènz,' zeg ik. 'Een menz.'
Daar heb je de voetstappen weer. Het zijn onmiskenbaar mensen die boven ons hoofd heen en weer lopen. Of het moeten poezen van tachtig kilo zijn. Man gaat op z'n knieën zitten, tilt het rolgordijn een stukje op. Er staan steigers tegen ons huizenblok. Waar overdag de Spanjaarden aan het werk zijn.
'Ach ja, dat zijn de Spanjaarden natuurlijk,' zegt hij en laat zich - plop - achterover vallen. Om verder te slapen.
'De Spanjaarden werken vaak. Maar de Spanjaarden werken niet om drie uur nachts,' zeg ik. 'Weet je?' fluister ik. 'Ik ben zo bang dat de menzen zich dadelijk door ons dakraam naar binnen laten zakken.'
'Ik moet de politie bellen,' zegt man. Als hij naar beneden loopt om de telefoon te pakken, maak ik het raam open. Er klauteren twee kerels langs de steiger naar beneden. Ik kan de ene net niet aan zijn blonde haren naar boven trekken.
'Hee, idioten!' roep ik. 'Wat zijn jullie op ons dak aan het doen?'
'Gewoon even kijken,' zegt de blonde. 'Hoe het er daar uit ziet.'
'Vind je dat normaal? Ik word wakker van het gestamp boven mijn hoofd.'
'Nou, ik heb heel zachtjes gelopen,' zegt de blonde verontwaardigd.
'Dat is niet waar! Jullie stampten als olifanten. Het plafond zakte haast naar beneden.'
Of de vent die 's nachts over ons dak loopt nou gestampt heeft of niet, het zou er niet toe moeten doen. Ik hang ver uit het raam in mijn hemdje. Ik schreeuw als een viswijf. De blonde is heelhuids op de stoep beland. Ik zou hem kunnen bespugen.
Of een boek op zijn hoofd gooien. Het lijkt ook de balkonscène van Romeo en Julia wel. En zijn maat staat daar maar aan zijn mouw te trekken, die wil weg. Maar de blonde is met mij in conclaaf over of hij nou gestampt heeft of niet. Tot vervelends toe.

dinsdag 9 juni 2009

Moet dat nou echt zo?

Jeetje komt elke dag een beetje gehavend thuis uit school. Met verwarde haren en een zwarte viltstift tekening op haar gezicht, 'ja, een jongen met sportschoenen duwt mij steeds en hij heeft op mijn gezicht getekend,' 'wat zeg jij daarvan?' 'niks' 'en wat zegt de juf?' 'die had het niet gezien'.
Haar schoenen in geitenpootjes aan haar voeten 'hebben jullie gym gehad, Jeetje?' 'hoe weet jij dat?'
Een hele volle drinkbeker in haar tas, 'die kreeg ik niet open' 'dat kun je dan aan de juf vragen' 'ja maar toen ik het vroeg, liep ze net weg.'
Ze zit voor me aan tafel. Met haar camouflage gezicht. Verder heelhuids geretourneerd van het oorlogsgebied. Ze speelt met een denkbeeldig vliegtuigje en drinkt voorzichtig van haar warme chocolademelk.
Het echte leven is begonnen voor Jeetje. Ze redt het wel.

maandag 8 juni 2009

Klasje

Drie jaar geleden gaf de literair agent zijn allereerste klasje Literair Debuteren. Hij stond aan het hoofd van de tafels die in carré vorm opgesteld waren. Als laatste kwam ik binnen. Met heel frisse tegenzin. Zoals ik overal waar ik voor het eerst kom met heel frisse tegenzin binnentreed. Daar zat me een stelletje wel. Ze wilden allemaal schrijver worden of dan in elk geval 'literair debuteren'. En ik dus ook. Anders was ik daar niet geweest.

Ik weet nog dat één cursist forse kritiek te verdragen kreeg. Feitelijk werd zijn werk tot de grond toe afgefakkeld.
'Het zou pas erg zijn als ik alleen maar complimenten kreeg,' lachte hij. 'Daar heb ik niet voor betaald! Ik kom hier om iets te leren.'
'Ik kom hier om complimenten te krijgen,' zei ik. Het floepte eruit. Maar misschien was het zo.

Dit is - tot op heden - het resultaat van het klasje (twee schrijvers werden door het agentschap bemiddeld):

Mea (2009) Scherpe roman over de henna rode Mea van Os die het zwaar heeft met haar midlife crisis, de drank, de mannen, het streven naar het professorschap en haar oerdegelijke dochter. Mea die een strijd voert tegen haar diepgewortelde eenzaamheid.
Scherzo (2009) Verhalenbundel. Betoverende verhalen die uitblinken in stijl en compositie. Het taalgebruik is rijk. In elk verhaal wordt wel gesproken over de dood die ons op elk moment kan overvallen. Het lot waar we geen greep op hebben. De schepper die een rammelend scenario afleverde.
Het tulpenvirus (2008)/ De watermeesters (2009) Twee soepel geschreven en spannende thrillers waarin fictie verweven wordt met de Nederlandse geschiedenis. De tulpen, de dijken.
Het besluit van Dola Korstjens (2008) Ja, eh, dat is mijn bundel.

zaterdag 6 juni 2009

Beluister

En hier kun je de uitzending van afgelopen donderdag beluisteren! In het tweede uur begint de uitzending. En de eerste gast ben ik.

vrijdag 5 juni 2009

Kruispunt

Over een kwartier zou ik live in de radiouitzending te horen zijn en nu stond ik nog hier op een druk kruispunt te wachten. Ik zou gewoon de andere kant op kunnen fietsen. 'Elke Geurts is niet op komen dagen, die is als een heus artiest de weg volkomen kwijt geraakt, we laten nog maar een extra liedje horen.'
Ik haalde de hand door mijn haar. Het motregende. Alle lucht ging uit m'n kapsel. Wat had ik me toch weer op de hals gehaald? Welk normaal mens wilde op de radio? De - mij inmiddels redelijk bekende - vragen voor een optreden.
'Je haar zit goed!' riep de man op de scooter die naast me stond te wachten.
'O, ja? Fijn.'
'Helemaal niks meer aan doen!' De man droeg zijn grijze haar in een knotje. 'Heb jij al gestemd?' riep hij toen.
'Ja. Groen Links.'
'Ik ga nu stemmen,' riep hij blij. 'Maar eh... jij hebt dus Groen Links ingevuld?'
'Ja, die zijn voor het milieu en zo.'
'Doet de partij voor de dieren ook mee?'
'Dan kun je beter Groen Links doen,' riep ik. Het stoplicht sprong op groen. De man bedankte me voor de tip, gaf gas en sjeesde weg.

Ik was van plan een stukje te schrijven over de intieme sfeer die er hing in De Nieuwe Anita. Het café waar de uitzending plaatsvond. Hoe ik me daar juist heel erg thuis voelde. Tussen al die schrijvers, muzikanten, en andere mensen uit het boekenwereldje. Dat ik ze zo langzamerhand begin te kennen. En dat ik ze vanaf een leren bank heb zitten bekijken. Als ze plaatsnamen achter de microfoon. Of als ze een drankje dronken aan de bar. En ik vond ze allemaal zo schattig. Zo bezig met hetzelfde. Maar dan in hun eigen biotoop.
Het - mij inmiddels ook redelijk bekende - gevoel na een optreden.