'Ik ken een jongetje dat vet stout is,' zegt Jeetje aan tafel. 'Jij bent echt een kutwijf, mama.'
Jeetje houdt veel van nieuwe woorden.
zaterdag 20 juni 2009
vrijdag 19 juni 2009
Tussen kleuters
Samen met zijn moeder staat hij al voor het hek van haar school te wachten. Daarachter zijn de kleuters nog buiten aan het spelen. Jeetje zit alleen in de zandbak te rommelen. Hij steekt zijn voet door het hek.
'Mijn voet is al vier,' zegt hij.
Ze kennen elkaar van de crèche. Hij is erg groot en sterk maar toch nog net geen vier. Al een hele week heeft hij een cadeautje voor haar klaarliggen. Een doosje met zelf verzamelende glinster hartjes, sterretjes, een armbandje en een zakdoekje waarop een pasgetrouwd stel bovenop een taart staat afgebeeld. Zodra Jeetje in de gaten krijgt dat hij er is, rent ze naar het hek. Ze wil naar het deurtje lopen maar de juf houdt haar tegen.
'Ik mocht er niet uit. Ik zag hem. Ik wilde hem een kusje geven,' zegt ze later.
Binnen, voor de deur van haar klaslokaal, wachten we tot de kleuters er uit komen. Als Jeetje in de deuropening verschijnt, rent hij naar voren en omhelst haar. Ze staan in een lange omhelzing en veroorzaken zo een verkeersopstopping. Dan tilt hij haar op en sjouwt haar zo de gang door, de school uit. Naar buiten. Jeetje laat zich dragen.
Hordes ouders kijken de twee kleuters na.
'Mijn voet is al vier,' zegt hij.
Ze kennen elkaar van de crèche. Hij is erg groot en sterk maar toch nog net geen vier. Al een hele week heeft hij een cadeautje voor haar klaarliggen. Een doosje met zelf verzamelende glinster hartjes, sterretjes, een armbandje en een zakdoekje waarop een pasgetrouwd stel bovenop een taart staat afgebeeld. Zodra Jeetje in de gaten krijgt dat hij er is, rent ze naar het hek. Ze wil naar het deurtje lopen maar de juf houdt haar tegen.
'Ik mocht er niet uit. Ik zag hem. Ik wilde hem een kusje geven,' zegt ze later.
Binnen, voor de deur van haar klaslokaal, wachten we tot de kleuters er uit komen. Als Jeetje in de deuropening verschijnt, rent hij naar voren en omhelst haar. Ze staan in een lange omhelzing en veroorzaken zo een verkeersopstopping. Dan tilt hij haar op en sjouwt haar zo de gang door, de school uit. Naar buiten. Jeetje laat zich dragen.
Hordes ouders kijken de twee kleuters na.
donderdag 18 juni 2009
Juf A.
'Het is vandaag donderdag, hè?' zegt Jeetje als ze wakker wordt. 'Ik ga niet naar school.'
Juf P. , een paar stukjes hiervoor wilde ik de vloer met haar aanvegen, blijkt de lievelingsjuf van Jeetje. Ik snap er niets van. Mijn mensenkennis staat op de helling. Kom bij mij niet aan met het idee dat ze wel lief voor kinderen zou zijn, maar niets met grote mensen kan.
'Waarom vind je juf A. dan niet zo aardig?'
'Ze kijkt altijd boos.'
Misschien heeft juf A. van naturen een wat gedrongen gezicht, juf P. heeft helemaal geen gezicht. Die bestaat niet. Die zweeft voorbij. Juf A. wel. Die komt regelrecht uit de klei. Daar kom je niet onderuit.
'Juf P. ken ik al heel lang,' zegt Jeetje. 'Juf A. ken ik niet, daarom ben ik een beetje bang van haar.'
'Je kent ze allebei net zo lang,' zeg ik.
'Niet waar,' zegt Jeetje.
Op school pakt Jeetje een kleedje en haalt routineus een werkje uit de kast. Nog een werkje, en nog een. Samen zitten we op de vloer.
'Dag Jeetje! Ik had jou nog helemaal niet gezien!'
We kijken op. Juf A. staat bij ons tapijtje.
'Wij geven toch altijd een handje als wij de klas binnenkomen?' zegt ze, 'anders kan ik niet weten dat jullie er zijn.'
We steken onze handen uit.
'Dag juf A.' zeggen we.
Juf P. , een paar stukjes hiervoor wilde ik de vloer met haar aanvegen, blijkt de lievelingsjuf van Jeetje. Ik snap er niets van. Mijn mensenkennis staat op de helling. Kom bij mij niet aan met het idee dat ze wel lief voor kinderen zou zijn, maar niets met grote mensen kan.
'Waarom vind je juf A. dan niet zo aardig?'
'Ze kijkt altijd boos.'
Misschien heeft juf A. van naturen een wat gedrongen gezicht, juf P. heeft helemaal geen gezicht. Die bestaat niet. Die zweeft voorbij. Juf A. wel. Die komt regelrecht uit de klei. Daar kom je niet onderuit.
'Juf P. ken ik al heel lang,' zegt Jeetje. 'Juf A. ken ik niet, daarom ben ik een beetje bang van haar.'
'Je kent ze allebei net zo lang,' zeg ik.
'Niet waar,' zegt Jeetje.
Op school pakt Jeetje een kleedje en haalt routineus een werkje uit de kast. Nog een werkje, en nog een. Samen zitten we op de vloer.
'Dag Jeetje! Ik had jou nog helemaal niet gezien!'
We kijken op. Juf A. staat bij ons tapijtje.
'Wij geven toch altijd een handje als wij de klas binnenkomen?' zegt ze, 'anders kan ik niet weten dat jullie er zijn.'
We steken onze handen uit.
'Dag juf A.' zeggen we.
woensdag 17 juni 2009
Als een dolle
1. Aan het verhaal gewerkt dat ik vanmiddag, voor ik Jeetje uit school haalde, naar m'n redacteur zou sturen.
2. Toen ik Jeetje uit school gehaald had, was ik toch nog niet helemaal klaar. Dus terwijl zij een hoorspel luisterde, schreef ik er nog een stukje bij en mailde het, zonder na te lezen, weg.
3. Als een dolle naar het Vondelpark gefietst waar we bij het klimrek wat schrijvers zouden treffen met hun kroost. Die troffen we.
4. Als een dolle teruggefietst om te koken. Dat koken is niet gelukt. Zo kreeg Jeetje niets fatsoenlijks te eten vandaag.
2. Toen ik Jeetje uit school gehaald had, was ik toch nog niet helemaal klaar. Dus terwijl zij een hoorspel luisterde, schreef ik er nog een stukje bij en mailde het, zonder na te lezen, weg.
3. Als een dolle naar het Vondelpark gefietst waar we bij het klimrek wat schrijvers zouden treffen met hun kroost. Die troffen we.
4. Als een dolle teruggefietst om te koken. Dat koken is niet gelukt. Zo kreeg Jeetje niets fatsoenlijks te eten vandaag.
5. En dadelijk weer als een dolle op de fiets voor de yogales.
6. Leven is een race tegen de klok. Die je altijd verliest. Daar helpt geen yoga-lief aan.
6. Leven is een race tegen de klok. Die je altijd verliest. Daar helpt geen yoga-lief aan.
dinsdag 16 juni 2009
Dode meisjes eten
'Ik eet een dood meisje,' zegt Jeetje aan het ontbijt.
'Och, jee.'
'Het meisje heeft geen ouders meer,' zegt Jeetje snel, 'dus die merken er niks van.'
'Heeft ze helemaal niemand?'
'Nee, geen ouders, geen opa en oma. Niemand.'
'Oké. En jij eet haar nu op.'
Ze knikt en stopt een stukje in haar mond.
'Dan is ze er dadelijk zelf ook niet meer,' zeg ik.
'Het is een heel slim meisje,' zegt Jeetje. 'Ze kan er zo uit klauteren als ze wil. Ze heeft altijd een laddertje bij zich.'
En hier ontspoort haar verhaal zoals het mijne zou kunnen ontsporen.
'Och, jee.'
'Het meisje heeft geen ouders meer,' zegt Jeetje snel, 'dus die merken er niks van.'
'Heeft ze helemaal niemand?'
'Nee, geen ouders, geen opa en oma. Niemand.'
'Oké. En jij eet haar nu op.'
Ze knikt en stopt een stukje in haar mond.
'Dan is ze er dadelijk zelf ook niet meer,' zeg ik.
'Het is een heel slim meisje,' zegt Jeetje. 'Ze kan er zo uit klauteren als ze wil. Ze heeft altijd een laddertje bij zich.'
En hier ontspoort haar verhaal zoals het mijne zou kunnen ontsporen.
maandag 15 juni 2009
Jaloezie
In de pauze van mijn schrijfwerkzaamheden zou ik effe snel het nieuwe huis van mijn vriendin gaan bekijken. Het huis was nog leeg, zij wachtte er op de mannen die de gordijnen kwamen opmeten en ik zou dan dus langs wippen om een kort kijkje te nemen in haar nieuwe optrekje, en meteen een klein kopje thee te doen. En dan weer - hup - aan de slag!
Ik schrijf 'langs wippen' 'een kort kijkje nemen' omdat ik het eigenlijk nog niet goed aan kon, of wilde, vandaag om de hoge ruimtes lang en goed te bestuderen, de badkamers diep tot mij door te laten dringen, en meteen al serieus in haar achtertuin te verdwalen. Dus: om het echt te 'voelen.' Hun nieuwe huis.
Uiteindelijk kwam ik er haast niet meer weg. Uit die idylle. Middenin de stad.
Ik schrijf 'langs wippen' 'een kort kijkje nemen' omdat ik het eigenlijk nog niet goed aan kon, of wilde, vandaag om de hoge ruimtes lang en goed te bestuderen, de badkamers diep tot mij door te laten dringen, en meteen al serieus in haar achtertuin te verdwalen. Dus: om het echt te 'voelen.' Hun nieuwe huis.
Uiteindelijk kwam ik er haast niet meer weg. Uit die idylle. Middenin de stad.
zondag 14 juni 2009
Tafereel
We - vader, man, het hondje en ik - wandelen door het dorp. Er klinkt tromgeroffel en even later trage trompetten. De fanfare komt eraan. De avondzon kleurt alles okergeel. Het is warm. Windstil. De rolluiken van de huizen zijn naar beneden. De tuinen aangeharkt. Er is geen enkele dorpeling buiten. De optocht trekt door de straten. Een lange, statige stoet. De fanfare trommelt en toetert. Het gilde bestaat uit middeleeuwse mannen met middeleeuwse hoeden en witte veren. In middeleeuwse pakken. Ze houden grote vlaggen in hun hand. Ze marcheren precies in de maat en vertrekken geen spier.
Aan de andere kant van de rijksweg hangen drie jonge asielzoekers tegen het muurtje van de begraafplaats. Waar zijn ze terechtgekomen?
Aan de andere kant van de rijksweg hangen drie jonge asielzoekers tegen het muurtje van de begraafplaats. Waar zijn ze terechtgekomen?
Abonneren op:
Posts (Atom)