maandag 22 juni 2009

Een seance in de keuken

Onverwacht werd het een sociale zondag, waarin we in de ochtend met erg veel kinderen, ouders, mijn moeder en haar vriendin op het trottoir aan het 'chillen' waren en er na de lunch een seance plaatsvond in onze keuken.
We waren er met z'n vieren. Mijn vriendin, die met relatieproblemen kampt, was er. Zij had om raad gevraagd. Mijn moeder en haar vriendin waren de begeleiders. Maar ze leken helemaal niet meer op mijn moeder en haar vriendin. Het waren vreemde vrouwen geworden. Van wie ik een standje kreeg als ik, alleen door iets te zeggen, de sfeer verbrak. Vanuit het uiterste hoekje van de keuken zat ik toe te kijken. Mijn hart ging te keer en het ademhalen werd bemoeilijkt. We hebben helemaal geen grote keuken. De spanning die er zich ophoopt als je daar gewoon met z'n vieren zit te eten, is voor mij al bijna niet te houden.
Moet je nagaan hoe dat is als je er een seance houdt en je er nog een hele club denkbeeldige figuren aan toevoegt. Die elkaars bloed allemaal wel kunnen drinken.
Meteen na het gebeuren in onze keuken reden we naar een andere stad voor een familiereünie van man. En toen we daarvan thuiskwamen, werden we door de buren bezocht met cadeaus en een fles wijn.

zondag 21 juni 2009

Bas niet

'Bas uit mijn klas zegt 'geen idee' in plaats van 'ik weet het niet.' En 'hou je klep' in plaats van 'hou je mond,' zegt Jeetje op zondagochtend. 'Ik wil later mama worden. Maar wie wordt dan papa? Bas niet hoor. Want Bas is gek. En Bas slaat mij.'

zaterdag 20 juni 2009

Hoe maak je een boekencolumn ernaast?

Ik heb een ordeningsprobleem. En wil op dit weblog ook de boeken bij gaan houden die ik lees. Elk boek. En wat ik daarvan vond. Het ordent zich dan vanzelf. Dat is prettig voor mij. En voor iedereen die wil weten wat ik lees. Ik lees best veel. Ik vergeet ook best vaak wat ik gelezen heb. Zelfs als ik het goed vond.
Maar ik vergeet niets als ik erover geschreven heb. Zelfs mijn herinneringen zijn veelal dagboekherinneringen. Wat ik van vroeger weet, is wat ik opgeschreven heb. Daarom kon ik al heel snel schrijven. Uit pure noodzaak. Van voor de tijd dat ik kon schrijven herinner ik me vrijwel niets. (Ja, dat ik 1 keer van de brommer afviel, ik zat bij mijn moeder achterop, en ik viel 1 keer van de schommel.) Gelukkig heb ik veel opgeschreven. Maar ik loog ook heel veel in mijn dagboeken. Als ik ze nu lees, weet ik nog steeds de passages die ik 'gelogen' heb, een beetje verdraaid, en daarna herinner ik me nog wel hoe het echt zat. Dat laatste wordt minder. Dat is de pest. Wat ik schreef, wordt steeds meer de waarheid. In die dagboeken richtte ik me eerst op een anonieme lezer, toen aan mijn overleden grootvader en de langste tijd schreef ik berichten aan onze dode hond. In mijn vakantiedagboeken was het altijd prachtig weer, hadden we weer heerlijk gegeten en fijn gewandeld. Al was ik die dag bijna door mijn ouders van de berg af geknald omdat ik niet vooruit te branden was. In de stromende regen.

Laatste boeken die ik las:
Verdwenen tijd, Thomas Verbogt
Herboren, dagboeken van Susan Sontag
Bezig met: Marte Jacobs, Tim Krabbé
De kunst van het schrijven, John Gardner

Taalontwikkeling

'Ik ken een jongetje dat vet stout is,' zegt Jeetje aan tafel. 'Jij bent echt een kutwijf, mama.'
Jeetje houdt veel van nieuwe woorden.

vrijdag 19 juni 2009

Tussen kleuters

Samen met zijn moeder staat hij al voor het hek van haar school te wachten. Daarachter zijn de kleuters nog buiten aan het spelen. Jeetje zit alleen in de zandbak te rommelen. Hij steekt zijn voet door het hek.
'Mijn voet is al vier,' zegt hij.
Ze kennen elkaar van de crèche. Hij is erg groot en sterk maar toch nog net geen vier. Al een hele week heeft hij een cadeautje voor haar klaarliggen. Een doosje met zelf verzamelende glinster hartjes, sterretjes, een armbandje en een zakdoekje waarop een pasgetrouwd stel bovenop een taart staat afgebeeld. Zodra Jeetje in de gaten krijgt dat hij er is, rent ze naar het hek. Ze wil naar het deurtje lopen maar de juf houdt haar tegen.
'Ik mocht er niet uit. Ik zag hem. Ik wilde hem een kusje geven,' zegt ze later.

Binnen, voor de deur van haar klaslokaal, wachten we tot de kleuters er uit komen. Als Jeetje in de deuropening verschijnt, rent hij naar voren en omhelst haar. Ze staan in een lange omhelzing en veroorzaken zo een verkeersopstopping. Dan tilt hij haar op en sjouwt haar zo de gang door, de school uit. Naar buiten. Jeetje laat zich dragen.
Hordes ouders kijken de twee kleuters na.

donderdag 18 juni 2009

Juf A.

'Het is vandaag donderdag, hè?' zegt Jeetje als ze wakker wordt. 'Ik ga niet naar school.'
Juf P. , een paar stukjes hiervoor wilde ik de vloer met haar aanvegen, blijkt de lievelingsjuf van Jeetje. Ik snap er niets van. Mijn mensenkennis staat op de helling. Kom bij mij niet aan met het idee dat ze wel lief voor kinderen zou zijn, maar niets met grote mensen kan.
'Waarom vind je juf A. dan niet zo aardig?'
'Ze kijkt altijd boos.'
Misschien heeft juf A. van naturen een wat gedrongen gezicht, juf P. heeft helemaal geen gezicht. Die bestaat niet. Die zweeft voorbij. Juf A. wel. Die komt regelrecht uit de klei. Daar kom je niet onderuit.
'Juf P. ken ik al heel lang,' zegt Jeetje. 'Juf A. ken ik niet, daarom ben ik een beetje bang van haar.'
'Je kent ze allebei net zo lang,' zeg ik.
'Niet waar,' zegt Jeetje.

Op school pakt Jeetje een kleedje en haalt routineus een werkje uit de kast. Nog een werkje, en nog een. Samen zitten we op de vloer.
'Dag Jeetje! Ik had jou nog helemaal niet gezien!'
We kijken op. Juf A. staat bij ons tapijtje.
'Wij geven toch altijd een handje als wij de klas binnenkomen?' zegt ze, 'anders kan ik niet weten dat jullie er zijn.'
We steken onze handen uit.
'Dag juf A.' zeggen we.

woensdag 17 juni 2009

Als een dolle

1. Aan het verhaal gewerkt dat ik vanmiddag, voor ik Jeetje uit school haalde, naar m'n redacteur zou sturen.
2. Toen ik Jeetje uit school gehaald had, was ik toch nog niet helemaal klaar. Dus terwijl zij een hoorspel luisterde, schreef ik er nog een stukje bij en mailde het, zonder na te lezen, weg.
3. Als een dolle naar het Vondelpark gefietst waar we bij het klimrek wat schrijvers zouden treffen met hun kroost. Die troffen we.
4. Als een dolle teruggefietst om te koken. Dat koken is niet gelukt. Zo kreeg Jeetje niets fatsoenlijks te eten vandaag.
5. En dadelijk weer als een dolle op de fiets voor de yogales.
6. Leven is een race tegen de klok. Die je altijd verliest. Daar helpt geen yoga-lief aan.