Dit is al de tweede nacht dat ik met het lijk zit opgescheept. Ik weet niet wie het lijk is. Maar ik weet wel dat ik de overledene gisternacht in stukjes gehakt heb en toen in het blauwe kastje gelegd. Met glazen deurtjes.
Niet nadat ik de stukken van hem of haar met krantenpapier omwikkelde. Volgens mij gaat dat stinken, dacht ik daarna. En als ik hier zit te werken, is dat niet prettig. Dus heb ik er ook vuilniszakken omheen gedaan en tape. Dat was een heel karwei. Ik zag nog bloedspatten op de muur. Die gingen er niet goed af.
Deze nacht lag alleen het hoofd nog in het blauwe kastje. Gewikkeld in krantenpapier en plastic. En ik dacht weer: dat moet ik toch eens weggooien. Dat stoort als ik zit te schrijven.
Het dode hoofd kijkt namelijk door krant en plastic heen en volgt mij vanachter glas.
donderdag 25 juni 2009
woensdag 24 juni 2009
Briefje aan jullie
Ha lieverds die dit lezen,
mijn fiets is vannacht gestolen of beter gezegd: gewoon meegenomen. De fiets met het kinderzitje. Man heeft 'm gisteren niet op slot gezet. Maar daar kan hij niets aan doen. Anderhalve maand geleden lag hij nog op sterven. Het punt is dat Jeetje sportdag heeft vandaag. Hoe moest hij haar nu naar de sportvelden brengen in de Watergraafsmeer?
De laatste tijd ervaar ik het steeds weer: zonder buren is een mens nergens.
En Jeetje sommeerde mij gisteravond 'kutwijf 'tegen haar te zeggen door de babyfoon. Sinds haar tweede jaar is het onze traditie dat zij voor het slapengaan mag verzinnen wat ik beneden nog tegen haar zeg. Tot nu toe was dat iets als: 'hier is mama, je bent lief, je bent niet alleen en je kunt goed fietsen.'
'Kutwijf,' zei ze. 'Je moet kutwijf tegen mij zeggen.'
'Dat doe ik niet.'
'Waarom zeg jij geen kutwijf tegen mij?'
'Dat vind ik niet leuk om te zeggen.'
'Ik wil zo graag dat jij kutwijf zegt.'
'Nee.'
'Maar ik mag toch kiezen?'
'Ja, maar...'
'Waarom precies wil je dan geen kutwijf zeggen, mama?'
Het werd nog een hele toer. Ik heb er maar van gemaakt dat ik van het woord 'kutwijf' zou moeten huilen. En dat zij dat toch ook niet zou willen. Uiteindelijk kwam ik er met 'je bent lief, poep, scheet' vanaf. Misschien de traditie maar eens afschaffen.
Groetjes, Elke.
mijn fiets is vannacht gestolen of beter gezegd: gewoon meegenomen. De fiets met het kinderzitje. Man heeft 'm gisteren niet op slot gezet. Maar daar kan hij niets aan doen. Anderhalve maand geleden lag hij nog op sterven. Het punt is dat Jeetje sportdag heeft vandaag. Hoe moest hij haar nu naar de sportvelden brengen in de Watergraafsmeer?
De laatste tijd ervaar ik het steeds weer: zonder buren is een mens nergens.
En Jeetje sommeerde mij gisteravond 'kutwijf 'tegen haar te zeggen door de babyfoon. Sinds haar tweede jaar is het onze traditie dat zij voor het slapengaan mag verzinnen wat ik beneden nog tegen haar zeg. Tot nu toe was dat iets als: 'hier is mama, je bent lief, je bent niet alleen en je kunt goed fietsen.'
'Kutwijf,' zei ze. 'Je moet kutwijf tegen mij zeggen.'
'Dat doe ik niet.'
'Waarom zeg jij geen kutwijf tegen mij?'
'Dat vind ik niet leuk om te zeggen.'
'Ik wil zo graag dat jij kutwijf zegt.'
'Nee.'
'Maar ik mag toch kiezen?'
'Ja, maar...'
'Waarom precies wil je dan geen kutwijf zeggen, mama?'
Het werd nog een hele toer. Ik heb er maar van gemaakt dat ik van het woord 'kutwijf' zou moeten huilen. En dat zij dat toch ook niet zou willen. Uiteindelijk kwam ik er met 'je bent lief, poep, scheet' vanaf. Misschien de traditie maar eens afschaffen.
Groetjes, Elke.
dinsdag 23 juni 2009
Proefdood
O ja, ik was gisteravond proefdood. Van half acht tot half tien. Het kostte zeventig Euro. Daarna werd ik weer tot leven gewekt. Om een klein stukje naar huis te lopen. En toen kon ik de nacht in, als proefdode. Dat is gelukt. Morsdood geweest. Tot om zeven uur de wekker ging. Maar nu schrijf ik vanuit een plek ergens ver weg. En vraag me af of ik vandaag het rijk der levenden nog bereik. Het is nog best ver lopen volgens mij. En er zijn geen taxi's hier. Ik had me dat anders voorgesteld.
De langste dag
De langste dag is alweer voorbij, we stevenen regelrecht op de herfst af.
Ik leef een monnikenleven. In bed lig ik en niet veel later zit ik in dezelfde kamer achter mijn computer. Daar komt per 1 juli aanstaande verandering in. Dan verhuis ik naar de pijp. En werk ik in een kamer voor mezelf & voor de boeken. Het is een opslagplaats voor boeken. Alsof ik midden in een boekhandel zit. Misschien werkt het stimulerend, misschien juist ontmoedigend. Voor de rest zie ik momenteel opvallend veel gekken buiten.
Ik leef een monnikenleven. In bed lig ik en niet veel later zit ik in dezelfde kamer achter mijn computer. Daar komt per 1 juli aanstaande verandering in. Dan verhuis ik naar de pijp. En werk ik in een kamer voor mezelf & voor de boeken. Het is een opslagplaats voor boeken. Alsof ik midden in een boekhandel zit. Misschien werkt het stimulerend, misschien juist ontmoedigend. Voor de rest zie ik momenteel opvallend veel gekken buiten.
maandag 22 juni 2009
Een seance in de keuken
Onverwacht werd het een sociale zondag, waarin we in de ochtend met erg veel kinderen, ouders, mijn moeder en haar vriendin op het trottoir aan het 'chillen' waren en er na de lunch een seance plaatsvond in onze keuken.
We waren er met z'n vieren. Mijn vriendin, die met relatieproblemen kampt, was er. Zij had om raad gevraagd. Mijn moeder en haar vriendin waren de begeleiders. Maar ze leken helemaal niet meer op mijn moeder en haar vriendin. Het waren vreemde vrouwen geworden. Van wie ik een standje kreeg als ik, alleen door iets te zeggen, de sfeer verbrak. Vanuit het uiterste hoekje van de keuken zat ik toe te kijken. Mijn hart ging te keer en het ademhalen werd bemoeilijkt. We hebben helemaal geen grote keuken. De spanning die er zich ophoopt als je daar gewoon met z'n vieren zit te eten, is voor mij al bijna niet te houden.
Moet je nagaan hoe dat is als je er een seance houdt en je er nog een hele club denkbeeldige figuren aan toevoegt. Die elkaars bloed allemaal wel kunnen drinken.
Meteen na het gebeuren in onze keuken reden we naar een andere stad voor een familiereünie van man. En toen we daarvan thuiskwamen, werden we door de buren bezocht met cadeaus en een fles wijn.
We waren er met z'n vieren. Mijn vriendin, die met relatieproblemen kampt, was er. Zij had om raad gevraagd. Mijn moeder en haar vriendin waren de begeleiders. Maar ze leken helemaal niet meer op mijn moeder en haar vriendin. Het waren vreemde vrouwen geworden. Van wie ik een standje kreeg als ik, alleen door iets te zeggen, de sfeer verbrak. Vanuit het uiterste hoekje van de keuken zat ik toe te kijken. Mijn hart ging te keer en het ademhalen werd bemoeilijkt. We hebben helemaal geen grote keuken. De spanning die er zich ophoopt als je daar gewoon met z'n vieren zit te eten, is voor mij al bijna niet te houden.
Moet je nagaan hoe dat is als je er een seance houdt en je er nog een hele club denkbeeldige figuren aan toevoegt. Die elkaars bloed allemaal wel kunnen drinken.
Meteen na het gebeuren in onze keuken reden we naar een andere stad voor een familiereünie van man. En toen we daarvan thuiskwamen, werden we door de buren bezocht met cadeaus en een fles wijn.
zondag 21 juni 2009
Bas niet
'Bas uit mijn klas zegt 'geen idee' in plaats van 'ik weet het niet.' En 'hou je klep' in plaats van 'hou je mond,' zegt Jeetje op zondagochtend. 'Ik wil later mama worden. Maar wie wordt dan papa? Bas niet hoor. Want Bas is gek. En Bas slaat mij.'
zaterdag 20 juni 2009
Hoe maak je een boekencolumn ernaast?
Ik heb een ordeningsprobleem. En wil op dit weblog ook de boeken bij gaan houden die ik lees. Elk boek. En wat ik daarvan vond. Het ordent zich dan vanzelf. Dat is prettig voor mij. En voor iedereen die wil weten wat ik lees. Ik lees best veel. Ik vergeet ook best vaak wat ik gelezen heb. Zelfs als ik het goed vond.
Maar ik vergeet niets als ik erover geschreven heb. Zelfs mijn herinneringen zijn veelal dagboekherinneringen. Wat ik van vroeger weet, is wat ik opgeschreven heb. Daarom kon ik al heel snel schrijven. Uit pure noodzaak. Van voor de tijd dat ik kon schrijven herinner ik me vrijwel niets. (Ja, dat ik 1 keer van de brommer afviel, ik zat bij mijn moeder achterop, en ik viel 1 keer van de schommel.) Gelukkig heb ik veel opgeschreven. Maar ik loog ook heel veel in mijn dagboeken. Als ik ze nu lees, weet ik nog steeds de passages die ik 'gelogen' heb, een beetje verdraaid, en daarna herinner ik me nog wel hoe het echt zat. Dat laatste wordt minder. Dat is de pest. Wat ik schreef, wordt steeds meer de waarheid. In die dagboeken richtte ik me eerst op een anonieme lezer, toen aan mijn overleden grootvader en de langste tijd schreef ik berichten aan onze dode hond. In mijn vakantiedagboeken was het altijd prachtig weer, hadden we weer heerlijk gegeten en fijn gewandeld. Al was ik die dag bijna door mijn ouders van de berg af geknald omdat ik niet vooruit te branden was. In de stromende regen.
Laatste boeken die ik las:
Verdwenen tijd, Thomas Verbogt
Herboren, dagboeken van Susan Sontag
Bezig met: Marte Jacobs, Tim Krabbé
De kunst van het schrijven, John Gardner
Maar ik vergeet niets als ik erover geschreven heb. Zelfs mijn herinneringen zijn veelal dagboekherinneringen. Wat ik van vroeger weet, is wat ik opgeschreven heb. Daarom kon ik al heel snel schrijven. Uit pure noodzaak. Van voor de tijd dat ik kon schrijven herinner ik me vrijwel niets. (Ja, dat ik 1 keer van de brommer afviel, ik zat bij mijn moeder achterop, en ik viel 1 keer van de schommel.) Gelukkig heb ik veel opgeschreven. Maar ik loog ook heel veel in mijn dagboeken. Als ik ze nu lees, weet ik nog steeds de passages die ik 'gelogen' heb, een beetje verdraaid, en daarna herinner ik me nog wel hoe het echt zat. Dat laatste wordt minder. Dat is de pest. Wat ik schreef, wordt steeds meer de waarheid. In die dagboeken richtte ik me eerst op een anonieme lezer, toen aan mijn overleden grootvader en de langste tijd schreef ik berichten aan onze dode hond. In mijn vakantiedagboeken was het altijd prachtig weer, hadden we weer heerlijk gegeten en fijn gewandeld. Al was ik die dag bijna door mijn ouders van de berg af geknald omdat ik niet vooruit te branden was. In de stromende regen.
Laatste boeken die ik las:
Verdwenen tijd, Thomas Verbogt
Herboren, dagboeken van Susan Sontag
Bezig met: Marte Jacobs, Tim Krabbé
De kunst van het schrijven, John Gardner
Abonneren op:
Posts (Atom)