Vandaag komt Jeetje eindelijk thuis. Man haalt haar op op het treinstation in Nijmegen. Ik weet haast niet meer hoe ze eruit ziet. En haast niet meer hoe ze voelt. En haast niet meer hoe ze praat. Ik weet niet meer precies welke kleur haar haar heeft. En hoe lang haar benen zijn. Ze zullen wel langer zijn geworden. Ze zeggen dat ze nu een goede eter is.
Jeetje was een hele week uit logeren. Man en ik hebben de laatste vrije avond gevierd met een portje en een sigaret die absoluut niet smaakte. En net op de fiets zag ik iemand zo innig roken dat het water me in de mond liep, zo vies. En net op de fiets dacht ik aan een ernstig treinongeluk ter hoogte van Nijmegen. Waar twee treintoestellen tegen elkaar gebotst zijn en veel doden gevallen. En dat we dan eeuwig spijt zouden hebben dat ze niet gisteren teruggekomen was. Ook dacht ik: dat schrijf ik op m'n blog. Dan gebeurt het niet.
donderdag 13 augustus 2009
woensdag 12 augustus 2009
Voorkant

Je mag de voorkant van je boek niet laten zien voordat alles af is, heb ik altijd gedacht. Voordat je zeker weet dat het - naar tevredenheid - afkomt. Anders krijg je gezeik. Dat is het onheil over je afroepen. Het is niet helemaal af. Zeker weten doe ik nog niets. Maar de voorkant staat al een tijdje stilletjes op m'n website. Het boek staat ook al in de aanbiedingsfolder van de uitgeverij. Ik moet niet zeiken. Waarom zou ik een omslag dat er wel is, niet laten zien?
* De zeer goede lezer van dit weblog weet waar de titel oorspronkelijk vandaan komt.
* Het is wederom een schilderij van Paul Dikker.
dinsdag 11 augustus 2009
Nog een dagje
'Mis jij haar wel?' vroeg ik gisteravond aan man.
'Nog niet.'
'Het is soms alsof we nooit een Jeetje hebben gehad,' zei ik. 'Alsof we jaren zijn teruggeworpen in de tijd.'
'Zo snel gaat dat dus,' zei hij.
Met onze neuzen dichtgeknepen stonden we in de woonkamer. Waar alle meubelstukken van ons huis tijdelijk staan opgeslagen. En alle andere troep. Op de bank zonder stoffering liggen zolang dekens. Het blijft de vraag of we de gestoomde stof er ooit weer netjes omkrijgen. In de andere ruimtes - gang, keuken, kamer en suite (ex werkkamer) - zijn de vloeren geschilderd. Lichtgrijs. En rood. Keniarood. Voor het avontuur. We moeten elk avond uit eten vanwege de stank. En omdat we nergens bij kunnen. Jeetje is bij opa en oma en heeft nauwelijks tijd om aan de telefoon te komen en wij hebben nauwelijks tijd om haar te missen.
Dat zeiden we gisteravond tegen elkaar. En toen zuchtten we. Jeetje. Ons Jeetje.
'Ze zal nu wel aan het slapen zijn,' zei man.
'Allang,' zei ik.
We staarden elkaar aan. Allebei zagen we Jeetje liggen. In bed. Op haar rug. Met haar armen en benen wijd en haar mond een klein stukje open. Natte haren in haar nek. Van het zweten. Keniarode wangen.
'Nog niet.'
'Het is soms alsof we nooit een Jeetje hebben gehad,' zei ik. 'Alsof we jaren zijn teruggeworpen in de tijd.'
'Zo snel gaat dat dus,' zei hij.
Met onze neuzen dichtgeknepen stonden we in de woonkamer. Waar alle meubelstukken van ons huis tijdelijk staan opgeslagen. En alle andere troep. Op de bank zonder stoffering liggen zolang dekens. Het blijft de vraag of we de gestoomde stof er ooit weer netjes omkrijgen. In de andere ruimtes - gang, keuken, kamer en suite (ex werkkamer) - zijn de vloeren geschilderd. Lichtgrijs. En rood. Keniarood. Voor het avontuur. We moeten elk avond uit eten vanwege de stank. En omdat we nergens bij kunnen. Jeetje is bij opa en oma en heeft nauwelijks tijd om aan de telefoon te komen en wij hebben nauwelijks tijd om haar te missen.
Dat zeiden we gisteravond tegen elkaar. En toen zuchtten we. Jeetje. Ons Jeetje.
'Ze zal nu wel aan het slapen zijn,' zei man.
'Allang,' zei ik.
We staarden elkaar aan. Allebei zagen we Jeetje liggen. In bed. Op haar rug. Met haar armen en benen wijd en haar mond een klein stukje open. Natte haren in haar nek. Van het zweten. Keniarode wangen.
maandag 10 augustus 2009
Conversatie
Zij en ik hebben op een terrasje afgesproken in de namiddag. We kijken uit op de Amstel en drinken een glas witte wijn.
'Nu is het het metéén heel gezellig,' zegt ze.
'Ja!'
'Vroeger had ik altijd het idee dat het een straf voor je was om af te spreken.'
'O, ja?'
'Het eerste half uur moest ik me echt ergens doorheen worstelen, wilde ik met je in gesprek komen. Ik had het daar ook wel eens met anderen over. Dan zei ik: het is bij haar gewoon vechten om contact te krijgen.'
'Dat wist ik niet hoor.'
'Ik had het gevoel dat ik je iets had aangedaan had, door alleen maar koffie met je te willen drinken.'
'Echt?
'Ja.'
'Ja, ik ben niet zo goed in smalltalk. Misschien is dat het?' zeg ik.
'Ik werd er in het begin zelf onzeker van. Je denkt in eerste instantie toch dat het aan jezelf ligt, dat jij zo stroef doet. Maar daarna wist ik wel: het is Elke. Dat horkerige.'
'Ik vind het altijd wel leuk iemand te zien.'
'Het is ook heel charmant. Weet je dat? Hoe jij doet.'
Ik lach horkerig.
'Ik heb er nu al spijt van,' zegt ze, 'dit had ik natuurlijk nóóit moeten zeggen.'
'Nu is het het metéén heel gezellig,' zegt ze.
'Ja!'
'Vroeger had ik altijd het idee dat het een straf voor je was om af te spreken.'
'O, ja?'
'Het eerste half uur moest ik me echt ergens doorheen worstelen, wilde ik met je in gesprek komen. Ik had het daar ook wel eens met anderen over. Dan zei ik: het is bij haar gewoon vechten om contact te krijgen.'
'Dat wist ik niet hoor.'
'Ik had het gevoel dat ik je iets had aangedaan had, door alleen maar koffie met je te willen drinken.'
'Echt?
'Ja.'
'Ja, ik ben niet zo goed in smalltalk. Misschien is dat het?' zeg ik.
'Ik werd er in het begin zelf onzeker van. Je denkt in eerste instantie toch dat het aan jezelf ligt, dat jij zo stroef doet. Maar daarna wist ik wel: het is Elke. Dat horkerige.'
'Ik vind het altijd wel leuk iemand te zien.'
'Het is ook heel charmant. Weet je dat? Hoe jij doet.'
Ik lach horkerig.
'Ik heb er nu al spijt van,' zegt ze, 'dit had ik natuurlijk nóóit moeten zeggen.'
zondag 9 augustus 2009
GEVANGEN
Ik typ, tik, tik en typ en als ik opkijk is het al 15.00 u. Ik ben de tijd vergeten, lunch overgeslagen, intussen volkomen oververhit geraakt tussen de oude boeken. Dus ik moet er even uit. Het schijnt hier prachtig te zijn, de omgeving van mijn nieuwe werkkamer, het moet hier ontzettend bruisen, leuke winkeltjes en interessante mensen.
Tot nu toe heb ik alleen nog een man te paard voorbij mijn raam zien lopen. Een zwerver. Of een oude rocker. Hij zat bovenop een knol met oogkleppen. Ze kwamen de straat inrijden en even later kwamen ze de straat, vreemd genoeg, nog eens inrijden.
Als ik de deur wil openen, gaat dat niet. Ik vergis me vast, het is de onwennigheid, en pak mijn sleutel erbij. Maar wat ik ook doe, ik kan er met geen mogelijkheid uit. Iemand buiten heeft de deur op slot gedraaid.
Ik begin het zweet van mijn voorhoofd te wissen, staar een tijd uit het raam en luister of ik misschien paardenhoefjes hoor. Is er opzet in het spel? Ik begin met mijn voet tegen de deur stampen. Die blijft op slot. Niemand hoort me, niemand ziet me. Het is stil in het Quartier Latin van Amsterdam. Akelig stil. En het ruikt muf. Heel erg muf.
Lees hier het verhaal van mijn verlosser.
Tot nu toe heb ik alleen nog een man te paard voorbij mijn raam zien lopen. Een zwerver. Of een oude rocker. Hij zat bovenop een knol met oogkleppen. Ze kwamen de straat inrijden en even later kwamen ze de straat, vreemd genoeg, nog eens inrijden.
Als ik de deur wil openen, gaat dat niet. Ik vergis me vast, het is de onwennigheid, en pak mijn sleutel erbij. Maar wat ik ook doe, ik kan er met geen mogelijkheid uit. Iemand buiten heeft de deur op slot gedraaid.
Ik begin het zweet van mijn voorhoofd te wissen, staar een tijd uit het raam en luister of ik misschien paardenhoefjes hoor. Is er opzet in het spel? Ik begin met mijn voet tegen de deur stampen. Die blijft op slot. Niemand hoort me, niemand ziet me. Het is stil in het Quartier Latin van Amsterdam. Akelig stil. En het ruikt muf. Heel erg muf.
Lees hier het verhaal van mijn verlosser.
vrijdag 7 augustus 2009
Hulp
Op oma's verjaardag vertelde mijn tante over de zieke jongen en dat ze vorige week voor hem op bedevaart waren geweest. Ik had nooit bij hem in de klas gezeten maar wel bij zijn neef. Volgende week zou hij gescand worden in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. Vorige week waren ze met vijfendertig dorpelingen - jong en oud - naar een paar dorpen verderop vertrokken. Daar hadden ze, bij de kapel, de hele rozenkrans gebeden. Hardop. Met z'n allen tegelijk. Voor een goede uitslag.
'We hebben vijfenveertig Weesgegroetjes gebeden. Een paar Onzevaders en nog een paar spreuken gezegd,' zei mijn tante. 'Ik heb meegeteld.'
Ik zie ze allemaal staan met een rozenkrans in hun handen. Rondom het kleine kappelletje met het Mariabeeld erin dat in de berm staat. Ik stel ze me voor in de bloedhitte. Of in de stromende regen.
Maar allemaal gestaag door biddend. Kraal voor kraal voor kraal voor kraal voor kraal.
'We hebben vijfenveertig Weesgegroetjes gebeden. Een paar Onzevaders en nog een paar spreuken gezegd,' zei mijn tante. 'Ik heb meegeteld.'
Ik zie ze allemaal staan met een rozenkrans in hun handen. Rondom het kleine kappelletje met het Mariabeeld erin dat in de berm staat. Ik stel ze me voor in de bloedhitte. Of in de stromende regen.
Maar allemaal gestaag door biddend. Kraal voor kraal voor kraal voor kraal voor kraal.
woensdag 5 augustus 2009
Over school
'Moet ik vandaag naar school?' vraagt Jeetje alweer.
'Nee joh, pas over twee weekjes.'
'Ik wil ook niet meer naar school.'
'Dat weet ik.'
'Ik ga niet meer naar school.'
'Zal ik de juffrouw dan opbellen dat je niet meer komt.'
'Doe maar.'
Ik lach.
'Nu meteen,' dringt Jeetje aan. 'Je moet nu meteen bellen, mama.'
'Maar Jeetje,' begin ik, 'dan gaan alle andere kinderen naar school. En wij zijn aan het werk. Wat moet jij dan?'
'O, ik ga wel naar de crèche.'
'Daar ben je echt te groot voor.'
'Op school moet je werkjes doen. Ik wil niet stééds dezelfde werkjes doen.' (Jeetje heeft al precies 1 maand op school doorgebracht)
'En er staat een geweldige klimboom op school!' roep ik uit.
Jeetje knikt.
'Er is ook een gymnastiekzaal met een leuke gymleraar, toch?'
Jeetje knikt weer. 'Maar hij zegt óók altijd wat we gaan doen en dan wil ik net iets heel anders gaan doen,' zegt ze.
'Tja, eh.'
'Ja,' zegt Jeetje. 'Ga je nu bellen?'
'Nee joh, pas over twee weekjes.'
'Ik wil ook niet meer naar school.'
'Dat weet ik.'
'Ik ga niet meer naar school.'
'Zal ik de juffrouw dan opbellen dat je niet meer komt.'
'Doe maar.'
Ik lach.
'Nu meteen,' dringt Jeetje aan. 'Je moet nu meteen bellen, mama.'
'Maar Jeetje,' begin ik, 'dan gaan alle andere kinderen naar school. En wij zijn aan het werk. Wat moet jij dan?'
'O, ik ga wel naar de crèche.'
'Daar ben je echt te groot voor.'
'Op school moet je werkjes doen. Ik wil niet stééds dezelfde werkjes doen.' (Jeetje heeft al precies 1 maand op school doorgebracht)
'En er staat een geweldige klimboom op school!' roep ik uit.
Jeetje knikt.
'Er is ook een gymnastiekzaal met een leuke gymleraar, toch?'
Jeetje knikt weer. 'Maar hij zegt óók altijd wat we gaan doen en dan wil ik net iets heel anders gaan doen,' zegt ze.
'Tja, eh.'
'Ja,' zegt Jeetje. 'Ga je nu bellen?'
Abonneren op:
Posts (Atom)