dinsdag 6 oktober 2009

Koorddansen

Vrachtwagens denderden, trams reden, auto's raasden vanmorgen vroeg over de Rijnstraat. En fietsers met kinderen voor- en achterop haastten zich naar de basisscholen. Daartussen laveerde, in z'n eentje, de dronken man in een gebreide trui. Hij probeerde over te steken. Als een koorddanser.

Mijn optreden in de Rotterdamse schouwburg ging goed. Telkens weer als ik op een podium sta, verbaas ik me dat ik er sta maar meer nog dat ik het leuk vind om er te staan. Dat ik het leuk vind om mijn tekst over te brengen op een publiek. Dat ik de tijd wil nemen om het hele verhaal uit de doeken te doen. Het is zoveel leuker het zelf onder controle te hebben.
Hoe vaak heb ik niet machteloos in een zaal zitten kijken naar mijn eigen toneelstukken en maar afwachten wat de acteurs met de tekst deden. Of ze bijvoorbeeld over de muziek heen konden komen die regisseur erbij bedacht had.
Telkens weer als ik op een podium sta, ben ik ook weer zo blij als ik er af ben. Daar niet van.

Maar die dronken man. Zou hij nu nog steeds aan het trachten zijn die overkant te bereiken? Het verkeer ontspringend, zijn evenwicht bewarend.

maandag 5 oktober 2009

s t o m

Dit weekend heeft Jeetje voor het eerst het geheim van de taal ontcijferd. De magie van het lezen ontdekt.
Ze kende een paar letters maar heeft er in een razend tempo een heleboel bijgeleerd. En als je letters achter elkaar zet, blijken ze een woord te vormen. Zie mijn kleine Jeetje zitten met vuurrode wangen, voorovergebogen aan de keukentafel, met haar vingertje onder de letters s t o m. Hardop zegt ze de afzonderlijke letters. Haar vinger schuift mee met de letters en dan begint ze weer opnieuw bij de s.
Totdat haar gezicht openbreekt, haar ogen groot worden en ze uitroept: stom! Daar staat stom. En zo volgden de woorden elkaar op. Wat zijn er veel woorden te maken met een beperkt aantal letters.
Het kwam bij mij weer helemaal boven; het moment dat ik zelf het lezen ontdekte. De opwinding. Dat ik de letters op de pindakaaspot en het pak melk - plotseling - begreep. En dat je die letters kon combineren en zo een nieuw woord maken. Het was toentertijd voor mij een belangrijke sleutel. Waar ik in stilte al heel lang naar op zoek was. Toch een beetje alsof ik het licht zag. ( Ja, ja. Zo groots was het.)

vrijdag 2 oktober 2009

Vierjarigen onderling

Een meisje uit Jeetjes klas komt spelen.

MEISJE
Wij vinden elkaar lief, toch? Jeetje? Wij vinden elkaar leuk, hè? Hè?
We zijn toch vriendinnen nu? Of niet?

Jeetje knikt.

MEISJE
Ja, Jeetje, toen jij net nieuw was, wilden wij jou meteen gaan pesten. Aatje en ik. We wilden jou pesten omdat we jou stom vonden. Maar ik vond jou toen eigenlijk al niet zo stom. Ik vond jou eigenlijk meteen al leuk. Ik wilde best met jou spelen.
Maar Aatje wilde jou toch pesten. En nu wil Aatje ook bij jou komen spelen.

donderdag 1 oktober 2009

Literair vrouwlijk talent

Voor al uw literair vrouwlijk talent, reeds gearriveerd of nog aanstormend, kunt u morgen en overmorgen naar Rotterdam afreizen voor het Geen daden maar woorden festival!
Op vrijdag moet u vooral gaan luisteren naar een verhaal uit het nieuwe boek van Esther Gerritsen.
En op zaterdag zal ik u dan trakteren op een tergend verhaal over een doodvermoeide en lusteloze moeder uit Lastmens.
PS: Er zijn ook heel wat mannen die de moeite waard zijn om eens aan te horen.

woensdag 30 september 2009

De kip

Op tafel een dampende kip van het spit.
'Is die kip gekookt?' vraagt Jeetje.
'Nee, de kip komt uit de oven.'
'Ze was wel dood voor ze de oven inging?'
'Ja, natuurlijk was ze dood.' Ik lach. 'Dacht je dat ze levende kippen in de oven stopten?'
'Arme kip,' zucht Jeetje.
'Ja.'
We staren naar de kip. Gemarineerd. En gebraden. Haar pootjes nog bijeengebonden.
'Nee, ze heeft juist een fijn leven gehad,' zeg ik. 'Ze heeft nog rondgescharreld. Zo moeten we het zien.'
'Hoe lang heeft ze precies geleefd?'
'Lang,' zeg ik. 'Heel lang voor een kip.'
'Hoe lang?' vraagt Jeetje.
'Ik weet niet hoe lang precies.'
'Ik vind het zielig.'
'Nee, een kip is daarvoor bedoeld, Jeetje,' zeg ik. 'Nou ja, bedoeld. Bedoeld. Ze is daar natuurlijk niet voor bedòèld. Eh..'
Jeetje rent huilend naar de kamer.

dinsdag 29 september 2009

Een slecht onderhouden vrouw

Heleen zei: 'Je vertelt iets over jezelf met je kleding. Hoe je het ook wendt of keert, als je een spijkerbroek met een t-shirt aantrekt, vertel je iets anders dan als je in een mooie jurk komt.'
Jurken moet ik kopen. Knalrode, superlaag uitgesneden jurken. Maar ik draag nooit jurken. Een make-up cursus moet ik gaan volgen. Want ik weet niet hoe dat moet: make-uppen. Mij zie je nooit met lippenstift. Of ogenschaduw. Bang als ik ben mezelf weg te schminken. Of het clowneffect. Van mij zullen ze niet zeggen dat ik ijdel ben. Maar ook mijn spijkerbroek moet goed zitten en het zwarte truitje erboven mag niet pillen. Soms sta ik uren voor mijn kast om het juiste zwarte truitje te vinden voor die dag. Dat heeft mij regelmatig tot waanzin gedreven. En razernij.
Als tiener scheurde ik ooit, vlak voor ik in de discobus zou stappen, het zwarte truitje van mijn lijf. Omdat het klote zat. Ik zie mijn ouders nog bleu naar me opkijken. Vanuit hun leunstoelen.
Tot zover mijn ijdelheid.
Nu ga ik over Heleen van Royen nadenken. Haar verkooptactieken. Een vrouw die honderdduizend boeken in twee weken verkoopt, heeft mijn respect. En ze woont ook nog in Portugal.

maandag 28 september 2009

Geloof

De schoonmakers staan een dag eerder dan afgesproken voor de deur. Omdat ze problemen hebben met hun schema.

De vorige week, en meteen de eerste keer dat ze kwamen, was een daverend succes. De hele week hebben we gedacht dat de deuren naar het balkon openstonden. Om telkens opnieuw te constateren dat de ramen gewassen waren. En wat was er plotseling veel licht boven het fornuis. Het lampje bleek gepoetst. Dit zijn professionals. Ik droomde er al van dat ze elke week zouden komen. En hoe ze mijn hele leven zouden reinigen, opnieuw ordenen en doen blinken als nooit tevoren. Hoe ze alles meer glans zouden geven.

Met z'n drieën staan we in het smalle tussengangetje te praten. Na een tijdje blijkt dat ze me aan het vertellen zijn dat ze helemaal geen tijd meer voor ons hebben.
'We kunnen vrienden sturen.'
'Maar zijn die net zo goed als jullie?'
'Ja. Het zijn ook Filippijnen.'
'Oké.'
'En we kennen ze van onze kerk.'
'Jaa, dan móéten ze wel goed schoonmaken.'
'Ja?' zeggen ze.