De hele zaterdag doelloos door de stad zwerven. Boekwinkels in en uit. Heel lang alle kranten lezen in café's. Zo spectaculair is het vrije bestaan. Jeetje is op herfstvakantie bij opa en oma. Maar als ze woensdag thuiskomt zal hier alles anders zijn.
Er staat al een bordje voor onze deur met: niet parkeren a.s. dinsdag wegens verhuizing. De onttakeling van onze gezinssamenstelling. We hebben toch al die jaren in een huis gewoond op de eerste en de derde etage, met deze pregnante oude dame op de tweede etage tussen ons in. Straks is het stil. Straks staat niets ons nog in de weg. Wat moeten we dan beginnen?
zondag 18 oktober 2009
zaterdag 17 oktober 2009
Jeetje klimt
Jeetje na een lange dag in de Efteling vol fata morgana's, oases, driedimensionale films, huizen die ondersteboven vallen, en karretjes die in vliegende vaart door de vreemdste droomwerelden scheuren.
'En wat vond je nu het allerleukste?'
'Het ezeltje.'
Opa, oma, oom, vader en moeder staan geduldig te wachten op kindje Jeetje die - in het landschap van spookhuizen, sprookjespaleizen, slapende reuzen en vliegende tapijten - de enige boom zonder bedoeling tracht te beklimmen. Geconcentreerd zet ze haar ene voet boven de andere. Omringd door geuren van poffertjes, patat en angstzweet. Overspoeld door geluidsgolven van gillende mensen die links en rechts van haar op de kop hangen, in doodsangst verkeren.
'En wat vond je nu het allerleukste?'
'Het ezeltje.'
Opa, oma, oom, vader en moeder staan geduldig te wachten op kindje Jeetje die - in het landschap van spookhuizen, sprookjespaleizen, slapende reuzen en vliegende tapijten - de enige boom zonder bedoeling tracht te beklimmen. Geconcentreerd zet ze haar ene voet boven de andere. Omringd door geuren van poffertjes, patat en angstzweet. Overspoeld door geluidsgolven van gillende mensen die links en rechts van haar op de kop hangen, in doodsangst verkeren.
donderdag 15 oktober 2009
Ons kent ons
Vriendin S. stond gisteren op de stoep. Ze denkt dat ze een kind met het syndroom van Down krijgt. Over anderhalve week doen ze bij haar een test waaruit ze een schatting kunnen maken.
'Welnee joh,' zeg ik haar. 'Dat wordt gewoon een gezond kind. Waarom niet?'
'Waarom wel,' zegt vriendin S. 'Misschien is het één en al nekplooi.'
Vriendin S. begint alle mogelijk afwijkingen op te sommen die ze met deze test op kunnen sporen. En ook de afwijkingen die ze pas in een later stadium kunnen ontdekken.
'Stop daarmee,' zeg ik. 'Het is vast allemaal goed.'
Ik heb makkelijk praten. Heel makkelijk. Ik heb er één die gezond is, mooi, en met vier jaar al begint te lezen.
Maar ik weet nog dat ik toen ik zwanger was naar een theatervoorstelling in Bellevue ging. We wachtten in de hal tot de deuren open zouden gaan. In de menigte zag ik de man met het downsyndroom naar mij kijken. Naar mijn buik. De man lachte en knikte enthousiast. Met zijn schele oogjes. Ik was ervan overtuigd dat 'ze' communiceerden. 'Ze' hadden contact. Ons kent ons natuurlijk. Ook tijdens de voorstelling bleef hij mij maar in de gaten houden. Telkens als ik opkeek, keek ik recht in zijn grote vriendelijke gezicht. Ik hoorde zijn handgeklap boven het applaus uitkomen.
'Welnee joh,' zeg ik haar. 'Dat wordt gewoon een gezond kind. Waarom niet?'
'Waarom wel,' zegt vriendin S. 'Misschien is het één en al nekplooi.'
Vriendin S. begint alle mogelijk afwijkingen op te sommen die ze met deze test op kunnen sporen. En ook de afwijkingen die ze pas in een later stadium kunnen ontdekken.
'Stop daarmee,' zeg ik. 'Het is vast allemaal goed.'
Ik heb makkelijk praten. Heel makkelijk. Ik heb er één die gezond is, mooi, en met vier jaar al begint te lezen.
Maar ik weet nog dat ik toen ik zwanger was naar een theatervoorstelling in Bellevue ging. We wachtten in de hal tot de deuren open zouden gaan. In de menigte zag ik de man met het downsyndroom naar mij kijken. Naar mijn buik. De man lachte en knikte enthousiast. Met zijn schele oogjes. Ik was ervan overtuigd dat 'ze' communiceerden. 'Ze' hadden contact. Ons kent ons natuurlijk. Ook tijdens de voorstelling bleef hij mij maar in de gaten houden. Telkens als ik opkeek, keek ik recht in zijn grote vriendelijke gezicht. Ik hoorde zijn handgeklap boven het applaus uitkomen.
woensdag 14 oktober 2009
Respectabele leeftijd bestaat niet
Terugdenkend aan vroeger, ik als kind, en dat ik toen echt gedacht heb - misschien dacht ik het niet eens, het was een feit - dat volwassenen meer wisten, beter wisten, of in elk geval: dat ze volwassen waren en dat dat heel iets anders was dan de premature fase waar ik mij in bevond. Inmiddels ben ik dus godbetert zesendertig jaar en zie mezelf ontstellend vaak kinderachtig gedrag vertonen. De bouwstenen van mijn wereld, dat zijn in feite kinderlijke overtuigingen. De ene op de andere gestapeld. Neem de angst dat mijn oude buurvrouw al maandenlang nergens anders mee bezig is dan boos op mij zijn. Ik, het middelpunt van haar universum.
Als ik eraan denk dat alle grote mensen die mij vroeger omringden en waar ik tegenop keek, waar ik meestal braaf naar luisterde, dat die hoogstwaarschijnlijk niet veel anders waren - dachten, handelden - dan ik nu, heb ik spijt dat ik dat niet eerder wist.
Als ik eraan denk dat alle grote mensen die mij vroeger omringden en waar ik tegenop keek, waar ik meestal braaf naar luisterde, dat die hoogstwaarschijnlijk niet veel anders waren - dachten, handelden - dan ik nu, heb ik spijt dat ik dat niet eerder wist.
dinsdag 13 oktober 2009
Operatie Bv.
'Kom op, Elke (36)! Het wordt nog iets symptomatisch op deze manier,' zei mijn moeder. 'Je koopt gewoon nóg een bosje bloemen en dan ga je er gewoon even heen en je zegt: Ik schaam me zooo buurvrouw dat ik u al zooo lang niet meer gezien heb. (meer dan 3 maanden) En u bent twee weken geleden nog wel jarig geweest maar ik kon helaas niet komen. Ik moest Optreden, helemaal in Rotterdam, helemaal in de schouwburg, en daarom hebben mijn moeder en mijn Jeetje het bosje bloemen toen gebracht. Ik schaam me zooo, daarom krijgt u nu gewoon nóg een bosje van mij. Dat heeft u verdiend. U bent de beste buurvrouw die we kennen. U heeft laatst weer heerlijke gebakjes voor onze deur gezet. En een kilopak Maltezers. Maar wat heb ik toch allemaal gehoord? Wat heeft u voor plannen? U gaat toch niet naar een bejaardentehuis? Wij kunnen u echt niet missen hoor. Ooo, ik schaam me zooo dat u mij helemaal nooit ziet. Maar buurmeisje heeft het ook zooo druk met werk. Buurmeisje doet echt niets anders dan werken, werken. Werken. Dat is belangrijk, hè? Nu met De Crisis. Buurmeisje heeft wel vaak bij u aangeklopt maar toen was ú er weer niet! Zo lopen we elkaar steeds mis in hetzelfde trappenhuis. Het kan raar lopen in de wereld.'
En toen zei mijn moeder: 'Nou, en dan stap je weer eens op, want je moet koken voor man. Dat begrijpt ze wel. Dan zeg je: Buurvrouw ik moet weer gaan, ik moet nu gaan koken want mijn man komt zo dadelijk thuis van het werk. Die heeft ook heel hard gewerkt.'
Ze zei ook nog: 'Denk erom, Elke! Héél belangrijk: je gaat aan haar linkerkant staan. Zodat jij haar altijd aan haar rechterkant hebt.'
En toen zei mijn moeder: 'Nou, en dan stap je weer eens op, want je moet koken voor man. Dat begrijpt ze wel. Dan zeg je: Buurvrouw ik moet weer gaan, ik moet nu gaan koken want mijn man komt zo dadelijk thuis van het werk. Die heeft ook heel hard gewerkt.'
Ze zei ook nog: 'Denk erom, Elke! Héél belangrijk: je gaat aan haar linkerkant staan. Zodat jij haar altijd aan haar rechterkant hebt.'
maandag 12 oktober 2009
Alle metro's gaan naar centraal
Ik moet mijn hele verhaal omgooien, ik wil dit idee negeren, maar ik weet dat ik vandaag alles, maar dan ook alles, nog zal moeten veranderen wil het ooit goed worden. Ik heb geen keuze. Vandaag is de deadline. In de ochtend zal ik alleen een uurtje weggaan. Met twee vrienden. Daarna kan ik werken.
Met de metro zullen we naar centraal gaan. Het is bijzonder druk op het metrostation. Waar zijn mijn vrienden nu? Als de overvolle metro stopt, zie ik ze nog net in de wagon stappen. Voordat ik bij de deur ben, is de metro alweer doorgereden. Mijn vrienden weten niet dat ik nog op het perron sta. Ik besluit op de volgende metro te wachten. Maar van de volgende metro weet ik niet zeker of hij wel naar centraal gaat. Totdat ik me mans zalvende stem herinner: 'alle metro's gaan naar centraal, Elke.' Ik laat de mensen netjes uitstappen en ik laat andere mensen voor bij het instappen. Eén mevrouw trekt zich aan mij omhoog om binnen te komen. Ik geef haar een steuntje. En als iedereen eruit is en ik in wil stappen, en me daarbij heel eventjes aan de arm van de mevrouw op wil trekken, trekt de mevrouw haar arm weg. De metro begint te rijden. Zo hard als ik kan, ren ik mee en probeer nog in de rijdende metro te springen. Maar het mislukt.
Ik ga maar vast lopen naar de volgende halte. In de hoop dat mijn vrienden op me zullen wachten op centraal. Mijn mobiele telefoon ligt thuis omdat ik maar een uurtje weg zou zijn. Dus ik kan ze niet bereiken. Ik loop en loop. Ik beland uiteindelijk op een landweggetje. Een boerenlandschap. Een web van landweggetjes. In de verste verte geen metrohalte te bekennen. Waar ben ik? De tijd tikt door. Was ik maar nooit gaan lopen. Was ik maar gewoon blijven staan.
Met de metro zullen we naar centraal gaan. Het is bijzonder druk op het metrostation. Waar zijn mijn vrienden nu? Als de overvolle metro stopt, zie ik ze nog net in de wagon stappen. Voordat ik bij de deur ben, is de metro alweer doorgereden. Mijn vrienden weten niet dat ik nog op het perron sta. Ik besluit op de volgende metro te wachten. Maar van de volgende metro weet ik niet zeker of hij wel naar centraal gaat. Totdat ik me mans zalvende stem herinner: 'alle metro's gaan naar centraal, Elke.' Ik laat de mensen netjes uitstappen en ik laat andere mensen voor bij het instappen. Eén mevrouw trekt zich aan mij omhoog om binnen te komen. Ik geef haar een steuntje. En als iedereen eruit is en ik in wil stappen, en me daarbij heel eventjes aan de arm van de mevrouw op wil trekken, trekt de mevrouw haar arm weg. De metro begint te rijden. Zo hard als ik kan, ren ik mee en probeer nog in de rijdende metro te springen. Maar het mislukt.
Ik ga maar vast lopen naar de volgende halte. In de hoop dat mijn vrienden op me zullen wachten op centraal. Mijn mobiele telefoon ligt thuis omdat ik maar een uurtje weg zou zijn. Dus ik kan ze niet bereiken. Ik loop en loop. Ik beland uiteindelijk op een landweggetje. Een boerenlandschap. Een web van landweggetjes. In de verste verte geen metrohalte te bekennen. Waar ben ik? De tijd tikt door. Was ik maar nooit gaan lopen. Was ik maar gewoon blijven staan.
zondag 11 oktober 2009
Die Mia
We drinken een kopje thee bij ons. We praten over haar verjaardagsfeestje gisteravond, of het nog heel laat is geworden, en de gasten. We bespreken Mia van veertig die absoluut niets met kinderen heeft.
'Ik snap wel dat ze geen kinderen wil,' mompelt de hoogzwangere buurvrouw.
'Als je zo kijkt, is er ook niks aan,' zegt man.
'Nee, inderdaad,' zucht ik.
We kijken onze (mooi opgeruimde) woonkamer rond, waar alle kisten met speelgoed in een mum van tijd zijn omgekeerd, de bank tot een hut is omgetoverd, Jeetje met haar tekengerei op de grond ligt te tekenen. De penetrante lucht van uitwerpselen. De kleinste heeft een doordrenkte luier - tot op zijn ruggetje - al de tweede binnen een uur. De oudste is bezig op het toilet te poepen, met de deur wagenwijd open. 'Ik wil nu kleien!' roept Jeetje.
'Nogal logisch wil Mia niet,' gaat man door. 'Mia ziet alleen maar vermoeide gezichten om zich heen. Iedereen moet vroeg naar huis na een etentje, want 's ochtends om 6 uur begint het feest weer. De krant lezen noemt men een verworvenheid. Nee, Mia lijkt het geen verrijking. Mia is niet gek.'
'Ik snap wel dat ze geen kinderen wil,' mompelt de hoogzwangere buurvrouw.
'Als je zo kijkt, is er ook niks aan,' zegt man.
'Nee, inderdaad,' zucht ik.
We kijken onze (mooi opgeruimde) woonkamer rond, waar alle kisten met speelgoed in een mum van tijd zijn omgekeerd, de bank tot een hut is omgetoverd, Jeetje met haar tekengerei op de grond ligt te tekenen. De penetrante lucht van uitwerpselen. De kleinste heeft een doordrenkte luier - tot op zijn ruggetje - al de tweede binnen een uur. De oudste is bezig op het toilet te poepen, met de deur wagenwijd open. 'Ik wil nu kleien!' roept Jeetje.
'Nogal logisch wil Mia niet,' gaat man door. 'Mia ziet alleen maar vermoeide gezichten om zich heen. Iedereen moet vroeg naar huis na een etentje, want 's ochtends om 6 uur begint het feest weer. De krant lezen noemt men een verworvenheid. Nee, Mia lijkt het geen verrijking. Mia is niet gek.'
Abonneren op:
Posts (Atom)