Het heeft alle schijn van een onsuccesvolle dag: Het regent hard, gebonk in het trappenhuis, de restanten van de inboedel van de buurvrouw worden uit huis getakeld, het is nu al zo donker dat alle lampen aan moeten en ik begin net met werken. Er staat weer een exact aantal woorden voor vandaag. En dat zal zo nog tot februari doorgaan, elke dag. Maar ik ben succesvol. En deze dag zal weer een succes zijn. Vanavond ontmoet ik 399 andere succesvolle vrouwen die op de Viva 400 lijst voorkomen. En dan eten we samen en praten over het succesvol zijn en hoe we ons succes hanteren. Want makkelijk is het niet persé om een feminien boegbeeld voor succes te zijn. Je moet je er ook naar weten te gedragen.
Wanneer komt de lijst met de 400 misluktste vrouwen van het jaar? En hoe snel hop je van de ene lijst naar de andere?
donderdag 22 oktober 2009
woensdag 21 oktober 2009
De eenzaamheid van de mens
Ik dacht dat ze 's ochtends al in de TCA taxi vertrokken was. Maar de tussenbuurvrouw verliet haar huis voorgoed in een verhuiswagen van Corstjens bv. Tegelijk met haar meubilair.
Vanaf de derde verdieping zag ik haar op het trottoir staan. Haar knot hing los, het handtasje bungelde om haar arm, met een zakdoekje depte ze haar ogen droog. Ik zag dat ze nog even naar ons raam keek, op de eerste verdieping. Of daar iemand zat. Ze zag niemand. Ik wilde nog roepen van boven - dag buurvrouw, hier ben ik, u bent niet alleen - maar ik riep niets.
Toen stapte ze in de verhuiswagen bij de jonge verhuizers. Helemaal alleen. Godsamme, helemaal alleen vertrok ze na al die jaren uit onze straat. En ik keek toe.
Toen reed ze weg. En ik werd verschrikkelijk treurig.
Vanaf de derde verdieping zag ik haar op het trottoir staan. Haar knot hing los, het handtasje bungelde om haar arm, met een zakdoekje depte ze haar ogen droog. Ik zag dat ze nog even naar ons raam keek, op de eerste verdieping. Of daar iemand zat. Ze zag niemand. Ik wilde nog roepen van boven - dag buurvrouw, hier ben ik, u bent niet alleen - maar ik riep niets.
Toen stapte ze in de verhuiswagen bij de jonge verhuizers. Helemaal alleen. Godsamme, helemaal alleen vertrok ze na al die jaren uit onze straat. En ik keek toe.
Toen reed ze weg. En ik werd verschrikkelijk treurig.
dinsdag 20 oktober 2009
Dag
'Zoek maar uit kinderen, wat jullie willen hebben.'
'Wij hoeven niks, buurvrouw. Wij hebben alles al.'
'Ik kan het niet meenemen.'
Onze kleine buurvrouw staat alleen midden in haar propvolle woonkamer. Het is de avond voor haar vertrek. Sinds 1956 woont ze hier en morgenochtend komen de verhuizers. We lopen achter haar aan door haar huis en zij wijst ons de spullen die meegaan en de spullen die niet meegaan. Nog eenmaal vertelt ze het verhaal erachter. Hier en daar trekt ze iets uit de kast. Haar hele leven komt in sneltreinvaart voorbij. Trots houdt ze een zwarte glitterjurk voor zich die ze vroeger op gala's droeg.
'Prachtig!' zeg ik.
'Deze jurk trek ik aan als ik dood ben.'
We lopen verder. Langs de kerstballen, geborduurde schilderijen, een oude schildersezel, het gereedschap van haar man, het gepoetste koper, de grote verzameling klokken, blinkende twaalfdelige serviezen, fonduestellen. Alles netjes opgesteld in kasten, als was het een etalage. Overmorgen zal het naar de kringloop gaan.
'Ik heb in de kampen gezeten. Ik kan overal zo wennen!' zegt ze.
'U heeft hier 53 jaar gewoond.'
'Ik zie het maar als een luxe kamp!'
'Ik vind de vergelijking met het kamp niet zo treffend, buurvrouw.'
'Ze doen er alles voor je. Ze koken en wassen.'
'Het is een bejaardentehuis. U gaat een nieuw avontuur tegemoet.'
De buurvrouw haalt een glanzende soepterrine uit de kast en kijkt ernaar. Ze ziet alle soepen weer die er ooit inzaten, hoe ze ze opschepte, en voor welke gelegenheid.
'Vinden jullie deze mooi, kinderen?'
Ik knik.
Voorzichtig overhandigt ze mij de soepterrine en een bijpassende lepel. 'Voor jullie. Als aandenken aan de buurvrouw. Dan denken jullie nog weleens aan mij.'
Ik sta in de deuropening met een zware soepterrine in mijn hand.
'Jullie waren hele leuke buren,' zegt ze.
'U was er altijd,' zeg ik zacht.
'Ik ben hier heel gelukkig geweest,' zegt ze.
'Gaat u nu maar slapen,' zeg ik, 'morgen wordt het een drukke dag.'
Dan draai ik me om, loop naar beneden en laat het oude Russische vrouwtje daar staan. In het donker. Bovenaan de trap.
'Wij hoeven niks, buurvrouw. Wij hebben alles al.'
'Ik kan het niet meenemen.'
Onze kleine buurvrouw staat alleen midden in haar propvolle woonkamer. Het is de avond voor haar vertrek. Sinds 1956 woont ze hier en morgenochtend komen de verhuizers. We lopen achter haar aan door haar huis en zij wijst ons de spullen die meegaan en de spullen die niet meegaan. Nog eenmaal vertelt ze het verhaal erachter. Hier en daar trekt ze iets uit de kast. Haar hele leven komt in sneltreinvaart voorbij. Trots houdt ze een zwarte glitterjurk voor zich die ze vroeger op gala's droeg.
'Prachtig!' zeg ik.
'Deze jurk trek ik aan als ik dood ben.'
We lopen verder. Langs de kerstballen, geborduurde schilderijen, een oude schildersezel, het gereedschap van haar man, het gepoetste koper, de grote verzameling klokken, blinkende twaalfdelige serviezen, fonduestellen. Alles netjes opgesteld in kasten, als was het een etalage. Overmorgen zal het naar de kringloop gaan.
'Ik heb in de kampen gezeten. Ik kan overal zo wennen!' zegt ze.
'U heeft hier 53 jaar gewoond.'
'Ik zie het maar als een luxe kamp!'
'Ik vind de vergelijking met het kamp niet zo treffend, buurvrouw.'
'Ze doen er alles voor je. Ze koken en wassen.'
'Het is een bejaardentehuis. U gaat een nieuw avontuur tegemoet.'
De buurvrouw haalt een glanzende soepterrine uit de kast en kijkt ernaar. Ze ziet alle soepen weer die er ooit inzaten, hoe ze ze opschepte, en voor welke gelegenheid.
'Vinden jullie deze mooi, kinderen?'
Ik knik.
Voorzichtig overhandigt ze mij de soepterrine en een bijpassende lepel. 'Voor jullie. Als aandenken aan de buurvrouw. Dan denken jullie nog weleens aan mij.'
Ik sta in de deuropening met een zware soepterrine in mijn hand.
'Jullie waren hele leuke buren,' zegt ze.
'U was er altijd,' zeg ik zacht.
'Ik ben hier heel gelukkig geweest,' zegt ze.
'Gaat u nu maar slapen,' zeg ik, 'morgen wordt het een drukke dag.'
Dan draai ik me om, loop naar beneden en laat het oude Russische vrouwtje daar staan. In het donker. Bovenaan de trap.
zondag 18 oktober 2009
Tussen ons in
De hele zaterdag doelloos door de stad zwerven. Boekwinkels in en uit. Heel lang alle kranten lezen in café's. Zo spectaculair is het vrije bestaan. Jeetje is op herfstvakantie bij opa en oma. Maar als ze woensdag thuiskomt zal hier alles anders zijn.
Er staat al een bordje voor onze deur met: niet parkeren a.s. dinsdag wegens verhuizing. De onttakeling van onze gezinssamenstelling. We hebben toch al die jaren in een huis gewoond op de eerste en de derde etage, met deze pregnante oude dame op de tweede etage tussen ons in. Straks is het stil. Straks staat niets ons nog in de weg. Wat moeten we dan beginnen?
Er staat al een bordje voor onze deur met: niet parkeren a.s. dinsdag wegens verhuizing. De onttakeling van onze gezinssamenstelling. We hebben toch al die jaren in een huis gewoond op de eerste en de derde etage, met deze pregnante oude dame op de tweede etage tussen ons in. Straks is het stil. Straks staat niets ons nog in de weg. Wat moeten we dan beginnen?
zaterdag 17 oktober 2009
Jeetje klimt
Jeetje na een lange dag in de Efteling vol fata morgana's, oases, driedimensionale films, huizen die ondersteboven vallen, en karretjes die in vliegende vaart door de vreemdste droomwerelden scheuren.
'En wat vond je nu het allerleukste?'
'Het ezeltje.'
Opa, oma, oom, vader en moeder staan geduldig te wachten op kindje Jeetje die - in het landschap van spookhuizen, sprookjespaleizen, slapende reuzen en vliegende tapijten - de enige boom zonder bedoeling tracht te beklimmen. Geconcentreerd zet ze haar ene voet boven de andere. Omringd door geuren van poffertjes, patat en angstzweet. Overspoeld door geluidsgolven van gillende mensen die links en rechts van haar op de kop hangen, in doodsangst verkeren.
'En wat vond je nu het allerleukste?'
'Het ezeltje.'
Opa, oma, oom, vader en moeder staan geduldig te wachten op kindje Jeetje die - in het landschap van spookhuizen, sprookjespaleizen, slapende reuzen en vliegende tapijten - de enige boom zonder bedoeling tracht te beklimmen. Geconcentreerd zet ze haar ene voet boven de andere. Omringd door geuren van poffertjes, patat en angstzweet. Overspoeld door geluidsgolven van gillende mensen die links en rechts van haar op de kop hangen, in doodsangst verkeren.
donderdag 15 oktober 2009
Ons kent ons
Vriendin S. stond gisteren op de stoep. Ze denkt dat ze een kind met het syndroom van Down krijgt. Over anderhalve week doen ze bij haar een test waaruit ze een schatting kunnen maken.
'Welnee joh,' zeg ik haar. 'Dat wordt gewoon een gezond kind. Waarom niet?'
'Waarom wel,' zegt vriendin S. 'Misschien is het één en al nekplooi.'
Vriendin S. begint alle mogelijk afwijkingen op te sommen die ze met deze test op kunnen sporen. En ook de afwijkingen die ze pas in een later stadium kunnen ontdekken.
'Stop daarmee,' zeg ik. 'Het is vast allemaal goed.'
Ik heb makkelijk praten. Heel makkelijk. Ik heb er één die gezond is, mooi, en met vier jaar al begint te lezen.
Maar ik weet nog dat ik toen ik zwanger was naar een theatervoorstelling in Bellevue ging. We wachtten in de hal tot de deuren open zouden gaan. In de menigte zag ik de man met het downsyndroom naar mij kijken. Naar mijn buik. De man lachte en knikte enthousiast. Met zijn schele oogjes. Ik was ervan overtuigd dat 'ze' communiceerden. 'Ze' hadden contact. Ons kent ons natuurlijk. Ook tijdens de voorstelling bleef hij mij maar in de gaten houden. Telkens als ik opkeek, keek ik recht in zijn grote vriendelijke gezicht. Ik hoorde zijn handgeklap boven het applaus uitkomen.
'Welnee joh,' zeg ik haar. 'Dat wordt gewoon een gezond kind. Waarom niet?'
'Waarom wel,' zegt vriendin S. 'Misschien is het één en al nekplooi.'
Vriendin S. begint alle mogelijk afwijkingen op te sommen die ze met deze test op kunnen sporen. En ook de afwijkingen die ze pas in een later stadium kunnen ontdekken.
'Stop daarmee,' zeg ik. 'Het is vast allemaal goed.'
Ik heb makkelijk praten. Heel makkelijk. Ik heb er één die gezond is, mooi, en met vier jaar al begint te lezen.
Maar ik weet nog dat ik toen ik zwanger was naar een theatervoorstelling in Bellevue ging. We wachtten in de hal tot de deuren open zouden gaan. In de menigte zag ik de man met het downsyndroom naar mij kijken. Naar mijn buik. De man lachte en knikte enthousiast. Met zijn schele oogjes. Ik was ervan overtuigd dat 'ze' communiceerden. 'Ze' hadden contact. Ons kent ons natuurlijk. Ook tijdens de voorstelling bleef hij mij maar in de gaten houden. Telkens als ik opkeek, keek ik recht in zijn grote vriendelijke gezicht. Ik hoorde zijn handgeklap boven het applaus uitkomen.
woensdag 14 oktober 2009
Respectabele leeftijd bestaat niet
Terugdenkend aan vroeger, ik als kind, en dat ik toen echt gedacht heb - misschien dacht ik het niet eens, het was een feit - dat volwassenen meer wisten, beter wisten, of in elk geval: dat ze volwassen waren en dat dat heel iets anders was dan de premature fase waar ik mij in bevond. Inmiddels ben ik dus godbetert zesendertig jaar en zie mezelf ontstellend vaak kinderachtig gedrag vertonen. De bouwstenen van mijn wereld, dat zijn in feite kinderlijke overtuigingen. De ene op de andere gestapeld. Neem de angst dat mijn oude buurvrouw al maandenlang nergens anders mee bezig is dan boos op mij zijn. Ik, het middelpunt van haar universum.
Als ik eraan denk dat alle grote mensen die mij vroeger omringden en waar ik tegenop keek, waar ik meestal braaf naar luisterde, dat die hoogstwaarschijnlijk niet veel anders waren - dachten, handelden - dan ik nu, heb ik spijt dat ik dat niet eerder wist.
Als ik eraan denk dat alle grote mensen die mij vroeger omringden en waar ik tegenop keek, waar ik meestal braaf naar luisterde, dat die hoogstwaarschijnlijk niet veel anders waren - dachten, handelden - dan ik nu, heb ik spijt dat ik dat niet eerder wist.
Abonneren op:
Posts (Atom)