dinsdag 27 oktober 2009

Sociale druk

Een tijd geleden heb ik een facebook account aangemaakt. Of nou ja: ik heb erop geklikt en mijn naam ingevuld. Om te kijken wat het was. Ik begreep het niet direct. En had ook helemaal geen tijd om het allemaal uit te zoeken. Ik moest aan het werk. Maar sindsdien krijg ik regelmatig verzoeken per email van mensen die vrienden met mij willen worden. Ik zeg daar niet graag 'nee' tegen. Ik heb een zwak voor mensen die vrienden met mij willen worden. Het zijn allemaal mensen die ik ken - waar ik weleens iets mee te maken heb gehad - die me expliciet vragen hun vriend te worden. Op facebook dan wel. Dat is anders dan in de echte wereld. Maar toch. Een vriend is een vriend. En die stel ik niet graag teleur.
Gisteren kreeg ik al een aanmaning van facebook zelf: Hi Elke, You haven't been back to Facebook recently. You have received notifications while you were gone.
Dus ik moet er nu snel iets mee. Voor ze straks mijn vrienden niet eens meer willen worden. Maar ik zit ook al op twitter. Daar volg ik mensen en heb ik volgers. Al zeg ik bijna niks. Ik vind volgers van een ander kaliber dan vrienden. Toch voel ik ook een lichte dwang van twitter. Ik moet iets zeggen. Voor ze me straks niet meer volgen.

maandag 26 oktober 2009

Geen goed idee

Ik was vanmorgen bij de twaalfweken en nog wat echo van vriendin S. Samen met haar moeder. Het was een schatje. Hij was druk met zijn armen en benen aan het oefenen. Je zou niet zeggen dat dat allemaal in die buik van vriendin S. zat te friemelen.
'Er is een kans van één op de vierduizend dat deze baby het syndroom van down heeft,' zei de echoscopiste. 'Dat is net zoveel kans als een 15jarig meisje zou hebben.'
'Dat is niet veel,' zei vriendin S.
'Dat is helemaal niet veel,' beaamde de echoscopiste.
Haar moeder bleef maar kreten van verwondering slaken.
'Het zou maar net die ene van die vierduizend zijn,' zei vriendin S.
Ik meen te bemerken dat ik ook enigszins sentimenteel reageer op de baby in wording van vriendin S. Man en ik hebben ooit afgesproken het bij één kind te laten. Ik ben nu zesendertig. Misschien moet ik vriendin S. zeggen dat het geen goed idee is om haar nog vaker te vergezellen naar echopraktijken.

zaterdag 24 oktober 2009

Jeetje heeft een logeetje

Er past precies een matras naast Jeetjes bed. Maar gisteravond zijn ze in het grote bed van vader en moeder in slaap gevallen. Om 's nachts door ons te worden terug gedragen. Als slappe popjes.
Heel vroeg in de ochtend worden we wakker van gefluister achter de deur van glas. Dat steeds harder klinkt. En onontkoombaarder wordt. Om kwart over zes stommelen we met z'n allen naar beneden.
'Morgen om deze tijd is het kwart over vijf,' zegt vader.
'Maar goed dat dat vandaag niet is,' zegt moeder.
We genieten een feestontbijt met croissants en hagelslag en muisjes. We drinken warme chocola. En soms laten we ons slap onder de tafel zakken.

vrijdag 23 oktober 2009

Vrouwen

Op de weg naar het diner met vierhonderd succesvolle vrouwen ontmoette ik de nieuwe Monique van de Ven al. Dat begon goed.
De rode loper was uitgerold en alsof ik niet anders deed volgde ik dat pad. Het was mijn pad. Het was al druk toen ik binnenkwam. Er werd een glas champagne in mijn hand gedrukt. Er flitsten camera's. Ik zag overal vrouwen. De een nog mooier uitgedost dan de andere. Ze hadden kaartjes om hun nek met hun naam erop en hun beroep. Om mijn nek hing 'schrijver'.
De tweede vrouw die ik ontmoette, had 'acting beauty' onder haar naam staan. Dat klopte ook wel vond ik. De derde waar ik mee aan de praat raakte, was een vrouw die een tehuis voor kinderen van drugsverslaafden had opgezet. Zij was ondergebracht in de categorie 'goed'. Er was geen ranking maar ik vond de vrouwen uit de categorie 'goed' de beste vrouwen. Zij waren het minst zelfzuchtig. Dus het is zaak nog eens onder 'goed' terecht te komen.
Daarna werd het veel. De ene na de andere dame passeerde mijn revue; een specialist in de mode die het kaartje aan haar handtas had geknoopt, een politiek journaliste die haar naam maar niet niet kon vinden tussen de gedekte tafels, een operazangeres met ingevlochten haar, een onderneemster die haar eten in restaurants altijd in een doggybag mee naar huis neemt en mij daarover aan het denken zette, een sieradenontwerpster in een geruit broekpak, een radiologe die een laptop won omdat zij de veelbelovendste van ons allemaal was. En zo nog veel meer. Er werd wat af gekletst. Alsof het een groot verjaardagsfeest was. Ik weet alleen niet van wie. Uiteindelijk heb ik 's nachts midden op het fietspad nog een hele tijd na staan praten met een hele leuke cabaretière.

Ik moet toegeven dat ik soms ook vermoeid werd bij de aanblik van al die vrouwen. En misschien een beetje angstig van het feit dat ik daar bij hoor. Vrouwen. Het deed me ook denken aan de monstersale die ik eens per jaar bezoek. Maar dan zie je ze allemaal in ondergoed.

donderdag 22 oktober 2009

Succes

Het heeft alle schijn van een onsuccesvolle dag: Het regent hard, gebonk in het trappenhuis, de restanten van de inboedel van de buurvrouw worden uit huis getakeld, het is nu al zo donker dat alle lampen aan moeten en ik begin net met werken. Er staat weer een exact aantal woorden voor vandaag. En dat zal zo nog tot februari doorgaan, elke dag. Maar ik ben succesvol. En deze dag zal weer een succes zijn. Vanavond ontmoet ik 399 andere succesvolle vrouwen die op de Viva 400 lijst voorkomen. En dan eten we samen en praten over het succesvol zijn en hoe we ons succes hanteren. Want makkelijk is het niet persé om een feminien boegbeeld voor succes te zijn. Je moet je er ook naar weten te gedragen.

Wanneer komt de lijst met de 400 misluktste vrouwen van het jaar? En hoe snel hop je van de ene lijst naar de andere?

woensdag 21 oktober 2009

De eenzaamheid van de mens

Ik dacht dat ze 's ochtends al in de TCA taxi vertrokken was. Maar de tussenbuurvrouw verliet haar huis voorgoed in een verhuiswagen van Corstjens bv. Tegelijk met haar meubilair.
Vanaf de derde verdieping zag ik haar op het trottoir staan. Haar knot hing los, het handtasje bungelde om haar arm, met een zakdoekje depte ze haar ogen droog. Ik zag dat ze nog even naar ons raam keek, op de eerste verdieping. Of daar iemand zat. Ze zag niemand. Ik wilde nog roepen van boven - dag buurvrouw, hier ben ik, u bent niet alleen - maar ik riep niets.

Toen stapte ze in de verhuiswagen bij de jonge verhuizers. Helemaal alleen. Godsamme, helemaal alleen vertrok ze na al die jaren uit onze straat. En ik keek toe.

Toen reed ze weg. En ik werd verschrikkelijk treurig.

dinsdag 20 oktober 2009

Dag

'Zoek maar uit kinderen, wat jullie willen hebben.'
'Wij hoeven niks, buurvrouw. Wij hebben alles al.'
'Ik kan het niet meenemen.'
Onze kleine buurvrouw staat alleen midden in haar propvolle woonkamer. Het is de avond voor haar vertrek. Sinds 1956 woont ze hier en morgenochtend komen de verhuizers. We lopen achter haar aan door haar huis en zij wijst ons de spullen die meegaan en de spullen die niet meegaan. Nog eenmaal vertelt ze het verhaal erachter. Hier en daar trekt ze iets uit de kast. Haar hele leven komt in sneltreinvaart voorbij. Trots houdt ze een zwarte glitterjurk voor zich die ze vroeger op gala's droeg.
'Prachtig!' zeg ik.
'Deze jurk trek ik aan als ik dood ben.'
We lopen verder. Langs de kerstballen, geborduurde schilderijen, een oude schildersezel, het gereedschap van haar man, het gepoetste koper, de grote verzameling klokken, blinkende twaalfdelige serviezen, fonduestellen. Alles netjes opgesteld in kasten, als was het een etalage. Overmorgen zal het naar de kringloop gaan.
'Ik heb in de kampen gezeten. Ik kan overal zo wennen!' zegt ze.
'U heeft hier 53 jaar gewoond.'
'Ik zie het maar als een luxe kamp!'
'Ik vind de vergelijking met het kamp niet zo treffend, buurvrouw.'
'Ze doen er alles voor je. Ze koken en wassen.'
'Het is een bejaardentehuis. U gaat een nieuw avontuur tegemoet.'
De buurvrouw haalt een glanzende soepterrine uit de kast en kijkt ernaar. Ze ziet alle soepen weer die er ooit inzaten, hoe ze ze opschepte, en voor welke gelegenheid.
'Vinden jullie deze mooi, kinderen?'
Ik knik.
Voorzichtig overhandigt ze mij de soepterrine en een bijpassende lepel. 'Voor jullie. Als aandenken aan de buurvrouw. Dan denken jullie nog weleens aan mij.'
Ik sta in de deuropening met een zware soepterrine in mijn hand.
'Jullie waren hele leuke buren,' zegt ze.
'U was er altijd,' zeg ik zacht.
'Ik ben hier heel gelukkig geweest,' zegt ze.
'Gaat u nu maar slapen,' zeg ik, 'morgen wordt het een drukke dag.'
Dan draai ik me om, loop naar beneden en laat het oude Russische vrouwtje daar staan. In het donker. Bovenaan de trap.