De nieuwe kleine heeft heden ten dagen de lengte van een tandenborstel bereikt.
Over twee weken is de 20 weken echo en daarop kunnen we zien hoe het met hem of haar is. Dat is sowieso spannend maar omdat ik medicijnen slik, is het extra spannend of de nieuwe kleine zich goed aan het ontwikkelen is.
Het kopen van een winterjas liep dit weekend uit op een fiasco. Mijn spiegelbeeld in een te krappe jas of verzopen in een extra large jas. Het zag allemaal niet uit. Als anderen me zien, zeggen ze: 'Mens, het valt reuze mee.'
Of ze zeggen: 'Mens, het is prachtig. Je moet ervan genieten.'
Dat kunnen ze allemaal wel zeggen.
Elke dag controleert Jeetje de groei. Ze kust mijn buik dan, ze houdt er een pepernoot tegen of de plaatjes van het boek dat we aan het lezen zijn. Ook heeft de nieuwe kleine al een roze haarbeugel met een minimijter erop, gescoord door grote zus. Maar soms dreigt Jeetje tegen mijn buik te duwen of te stompen.
Dit zijn de preludes.
Ik heb zondag voor het eerst monsters geknutseld. Van wc rollen en lege doosjes en goudpapier. Ik houd niet van knutselen. Dat is eufemistisch uitgedrukt. Maar toen Jeetje en haar vriendje al lang en breed voor de televisie zaten, zat ik nog aan tafel te knippen en te plakken aan de monsterfamilie. Weer een teken dat ik niet alleen lichamelijk transformeer maar ook geestelijk een ander aan het worden ben.
De komende twee weken kunnen mij niet lang genoeg duren, omdat ik een deadline heb. En ze kunnen mij echt niet snel genoeg voorbij zijn, vanwege de levenslijn in mij.
Die twee uitersten in tijdsbeleving, bestaan op hetzelfde moment en zijn allebei van even groot belang.
Wat dat betreft vind ik mezelf nog niet zo veranderd.
maandag 30 november 2009
vrijdag 27 november 2009
Vrouwbeeld
In de kinderfeestwinkel heb ik - ssst, niet doorvertellen - een enorme roze prinsessenjurk gekocht, met glitters en tule. Voor Jeetje. Ik heb heel lang staan twijfelen tussen een sober verkleedrokje. Goedkoper, praktischer en multifunctioneler. Of deze gigantische jurk. Waar ze absoluut voor in katzwijm zal vallen. 'O, mama, kijk eens hoe mooi ik ben,' hoor ik haar al zeggen. 'Zo ben ik nòg veel mooier!'
Welk vrouwbeeld geef ik mijn dochter precies mee? De vrouw als barbie. Als prinses. Als bruid. Ik moet bekennen dat ik er ook nog een glitterlippenstift bij heb gedaan. Met een zakspiegeltje. Zodat ze haar lippen bij kan werken mocht de lippenstift eraf gegaan zijn.
De mevrouw die de jurk in Sinterklaaspapier verpakte, glimlachte.
'Hier zou ik nou blij van zijn geworden als kind,' zei ze. 'Een echte prinses.'
'Ja, hè?' zei ik.
'Je zou de jurk zelf zeker ook wel willen hebben,' zegt ze
'Nou, nee,' zei ik. 'Zo'n jurk heb ik nooit willen hebben.'
Ik weet alleen nog dat ik liever een jongen wilde zijn. Dat mijn lange haar eraf moest. Dat ik alleen broeken aan wilde. Terwijl Jeetje tegenwoordig elke broek weigert.
Welk vrouwbeeld geef ik mijn dochter precies mee? De vrouw als barbie. Als prinses. Als bruid. Ik moet bekennen dat ik er ook nog een glitterlippenstift bij heb gedaan. Met een zakspiegeltje. Zodat ze haar lippen bij kan werken mocht de lippenstift eraf gegaan zijn.
De mevrouw die de jurk in Sinterklaaspapier verpakte, glimlachte.
'Hier zou ik nou blij van zijn geworden als kind,' zei ze. 'Een echte prinses.'
'Ja, hè?' zei ik.
'Je zou de jurk zelf zeker ook wel willen hebben,' zegt ze
'Nou, nee,' zei ik. 'Zo'n jurk heb ik nooit willen hebben.'
Ik weet alleen nog dat ik liever een jongen wilde zijn. Dat mijn lange haar eraf moest. Dat ik alleen broeken aan wilde. Terwijl Jeetje tegenwoordig elke broek weigert.
donderdag 26 november 2009
Ver weg/dichtbij
Zo'n hektische dag waarin ik steeds bezig was en 's avonds toen Jeetje in bad zat, ging ik zitten met de krant, en voelde plotseling heel ver weg een piepklein schopje. Van een piepklein mensje. In een piepklein universum. Heel dicht bij mij.
woensdag 25 november 2009
De prik
'Ik heb toch gehuild, mam,' bekent Jeetje.
'Dat geeft helemaal niet.'
'Maar ik moest al huilen voordat ik de prik kreeg.'
'Je vond het zeker spannend.'
'Ik had gekeken bij de anderen.'
'O ja.'
'En weet je wat ik zag?'
'Nee?'
'Ik zag dat de naald niet alleen òp de arm ging, maar helemaal erin,' zegt Jeetje. 'Die naald boorde als een schroef in je arm.'
'Dat geeft helemaal niet.'
'Maar ik moest al huilen voordat ik de prik kreeg.'
'Je vond het zeker spannend.'
'Ik had gekeken bij de anderen.'
'O ja.'
'En weet je wat ik zag?'
'Nee?'
'Ik zag dat de naald niet alleen òp de arm ging, maar helemaal erin,' zegt Jeetje. 'Die naald boorde als een schroef in je arm.'
dinsdag 24 november 2009
Geen vreemdelingen in mijn gang.
Om half zeven vanochtend wordt de voordeur met een klap dichtgeslagen. En schrik ik op uit mijn droomwereld.
Ze zijn weer terug. In mijn huis.
Er bewegen zich vreemde mensen door mijn gangen. Sinds gisteren. Ik heb ze nog niet gezien. Maar ik hoor ze praten in een vreemde taal. En steeds moet ik lopen over het plastic dat zij over mijn traptreden hebben gelegd.
Een dag na het vertrek van de tussenbuurvrouw is het trappenhuis al helemaal van mij. Ik roep van boven naar beneden. Ik gooi er mijn troep neer. Ik ren in mijn ondergoed heen en weer over de trappen. Gewoon omdat dat kan.
Nu, een maand later, is dat plotseling voorbij. Maar de geest is uit de fles.
Gistermiddag. Drie uur. Onweersflitsen in de lucht. We stappen in de auto. Met zwaaiende ruitenwissers rijden we over de ring. Richting het ijskoude, natte Noord. Richting de moerassen.
'Waar gaan we eigenlijk heen?' vraagt Jeetje als we zitten.
Ze zijn weer terug. In mijn huis.
Er bewegen zich vreemde mensen door mijn gangen. Sinds gisteren. Ik heb ze nog niet gezien. Maar ik hoor ze praten in een vreemde taal. En steeds moet ik lopen over het plastic dat zij over mijn traptreden hebben gelegd.
Een dag na het vertrek van de tussenbuurvrouw is het trappenhuis al helemaal van mij. Ik roep van boven naar beneden. Ik gooi er mijn troep neer. Ik ren in mijn ondergoed heen en weer over de trappen. Gewoon omdat dat kan.
Nu, een maand later, is dat plotseling voorbij. Maar de geest is uit de fles.
Gistermiddag. Drie uur. Onweersflitsen in de lucht. We stappen in de auto. Met zwaaiende ruitenwissers rijden we over de ring. Richting het ijskoude, natte Noord. Richting de moerassen.
'Waar gaan we eigenlijk heen?' vraagt Jeetje als we zitten.
maandag 23 november 2009
Deze maandag
Sinds donderdag heb ik in spannende afwachting geleefd van deze maandag. Het zou de dag der dagen worden. Ik werd er 's nachts wakker van. Om exact half vier. Tot half zes lag ik dan te overdenken hoe ik het aan zou pakken. Wat de eerste zin dan wel moest zijn. Hoe ik het gevecht met de woorden aan zou gaan. Zonder dat het een echt gevecht werd natuurlijk. Want er zat geen dwang achter. Het was pure vreugde die mij wakker maakte. Met een vleugje strijdlust. Overdag schreef ik vlotjes aan het verhaal dat ik in opdracht aan het schrijven was. Ik probeerde de eerste persoon, tegenwoordige tijd. Het was reuze interessant. Maar in mijn hoofd werkte ik toe naar vandaag.
Nu dus. Een pompeus geval zit achter de computer. Het is grijs, het regent. Geen enkel muziekje valt goed.
Nu dus. Een pompeus geval zit achter de computer. Het is grijs, het regent. Geen enkel muziekje valt goed.
vrijdag 20 november 2009
Goede tips van schrijvers
Op een auteursfeestje won ik advies in. Wat te doen als je een verhaal hebt waarvan de puzzelstukje, na veel geploeter, nog steeds niet in elkaar zijn gevallen.
T. Verbogt zei: Zoveel werk is het nou ook weer niet. Dat lijkt maar zo. Je moet eerst gaan schrappen. En opnieuw nadenken. Waar gaat het over? Wat wil ik ermee zeggen? Wat is het einde van het verhaal? Goed kijken naar je materiaal.
F. Starik zei: Er zijn van die verhalen. Is het een oerverhaal? Dan moet het misschien nog even liggen. Misschien ben je er zelf nog niet klaar voor. Begrijp je het nog niet. Maar op een dag komt het er altijd uit. Dan kun je nu inderdaad beter een nieuw verhaal schrijven.
Maar het kan ook zijn dat je ineens weet hoe het moet. Dat je, als je dit en dat weghaalt, plotseling begrijpt wat het verhaal moet zijn. Je kunt er geen dwang op zetten.
E.M. Staal zei: Gewoon flink op je bek gaan. Iets nieuws proberen. Helemaal afgekraakt worden. En dan weer uit de as verrijzen. Nooit hetzelfde maken. Nooit doen wat je al kan.
C.Schilder zei: We houden nog steeds van je als je alleen maar slechte recensies krijgt. Misschien nog wel meer.
E. Gerritsen zei: Je moet nagaan wat je motieven zijn voor het schrijven. Erachter komen waarom je elk slecht of overbodig stuk uit het verhaal toch opgeschreven heb. Dan zijn dat vaak motieven die niet in het belang van het verhaal staan. Trouw zijn aan je materiaal. Het ego komt ook weer om de hoek kijken.
T.Verbogt zei ook nog: Een verhaal waar je te lang over doet, is altijd riskant. Je kunt het ook dood schrijven.
G. van Emmerik zei: De spanningsboog bij een kort verhaal is heel anders dan bij een lang verhaal. Je moet het bij een lang verhaal op een gegeven moment inlossen. Dat moet.
P.Buwalda zei: Je moet altijd iets inleveren naar je eigen beste kunnen. Nooit iets inleveren wat je op één-na-beste kunnen is.
T. Verbogt zei: Zoveel werk is het nou ook weer niet. Dat lijkt maar zo. Je moet eerst gaan schrappen. En opnieuw nadenken. Waar gaat het over? Wat wil ik ermee zeggen? Wat is het einde van het verhaal? Goed kijken naar je materiaal.
F. Starik zei: Er zijn van die verhalen. Is het een oerverhaal? Dan moet het misschien nog even liggen. Misschien ben je er zelf nog niet klaar voor. Begrijp je het nog niet. Maar op een dag komt het er altijd uit. Dan kun je nu inderdaad beter een nieuw verhaal schrijven.
Maar het kan ook zijn dat je ineens weet hoe het moet. Dat je, als je dit en dat weghaalt, plotseling begrijpt wat het verhaal moet zijn. Je kunt er geen dwang op zetten.
E.M. Staal zei: Gewoon flink op je bek gaan. Iets nieuws proberen. Helemaal afgekraakt worden. En dan weer uit de as verrijzen. Nooit hetzelfde maken. Nooit doen wat je al kan.
C.Schilder zei: We houden nog steeds van je als je alleen maar slechte recensies krijgt. Misschien nog wel meer.
E. Gerritsen zei: Je moet nagaan wat je motieven zijn voor het schrijven. Erachter komen waarom je elk slecht of overbodig stuk uit het verhaal toch opgeschreven heb. Dan zijn dat vaak motieven die niet in het belang van het verhaal staan. Trouw zijn aan je materiaal. Het ego komt ook weer om de hoek kijken.
T.Verbogt zei ook nog: Een verhaal waar je te lang over doet, is altijd riskant. Je kunt het ook dood schrijven.
G. van Emmerik zei: De spanningsboog bij een kort verhaal is heel anders dan bij een lang verhaal. Je moet het bij een lang verhaal op een gegeven moment inlossen. Dat moet.
P.Buwalda zei: Je moet altijd iets inleveren naar je eigen beste kunnen. Nooit iets inleveren wat je op één-na-beste kunnen is.
Abonneren op:
Posts (Atom)