donderdag 3 december 2009
Vrouwen uit de 21ste eeuw
Het moet lukken om voor mei 2010 hier naartoe te gaan. Ik ben dol op die negentiende eeuwse vrouwen en wil er nog eens een eenentwintigste eeuwse dame tegenover zetten.
woensdag 2 december 2009
De dood van Sinterklaas
'Sinterklaas gaat nooit dood,' weet het vriendje van Jeetje.
'Sinterklaas gaat wel dood.'
'Nee, niet. Dat is juist de bedoeling van Sinterklaas,' zegt hij.
'Ik weet zeker dat hij wel doodgaat.'
'Hij gaat pas dood als alle mensen dood zijn.'
'Er worden steeds nieuwe mensen geboren,' zegt Jeetje. 'Dat zijn baby's en dat worden volwassenen en voordat die dood zijn, zijn er alweer nieuwe baby's geboren en dat worden ook weer grote mensen...Dus...'
'Maar Sinterklaas gaat pas dood als iedereen dood is.'
'Iedereen ìs dus nooit dood,' zegt Jeetje geërgerd.
'Sinterklaas gaat wel dood.'
'Nee, niet. Dat is juist de bedoeling van Sinterklaas,' zegt hij.
'Ik weet zeker dat hij wel doodgaat.'
'Hij gaat pas dood als alle mensen dood zijn.'
'Er worden steeds nieuwe mensen geboren,' zegt Jeetje. 'Dat zijn baby's en dat worden volwassenen en voordat die dood zijn, zijn er alweer nieuwe baby's geboren en dat worden ook weer grote mensen...Dus...'
'Maar Sinterklaas gaat pas dood als iedereen dood is.'
'Iedereen ìs dus nooit dood,' zegt Jeetje geërgerd.
dinsdag 1 december 2009
Een ontmoeting in de Roeterstraat
Op een zomernacht wandelden we in de Roeterstraat over de stoep en toen zat er een man alleen op het terrasje op diezelfde stoep een wijntje te drinken. Hij lachte, knikte ons heel vriendelijk toe en wij knikten terug en zeiden 'hallo'. Toen we doorliepen, zeiden we tegen elkaar: 'Dat was Ramses Shaffy.'
Er was verder helemaal niemand op straat. Alle mensen in Amsterdam sliepen. Behalve wij en hij.
Ik weet niet meer waar we vandaan kwamen en wat we gingen doen. Ik weet alleen nog het moment dat we daar liepen en hem zagen.
O ja, we zeiden ook nog: 'Dat is nou het leuke van in Amsterdam wonen.'
Er was verder helemaal niemand op straat. Alle mensen in Amsterdam sliepen. Behalve wij en hij.
Ik weet niet meer waar we vandaan kwamen en wat we gingen doen. Ik weet alleen nog het moment dat we daar liepen en hem zagen.
O ja, we zeiden ook nog: 'Dat is nou het leuke van in Amsterdam wonen.'
maandag 30 november 2009
Tijdsbeleving in uitersten
De nieuwe kleine heeft heden ten dagen de lengte van een tandenborstel bereikt.
Over twee weken is de 20 weken echo en daarop kunnen we zien hoe het met hem of haar is. Dat is sowieso spannend maar omdat ik medicijnen slik, is het extra spannend of de nieuwe kleine zich goed aan het ontwikkelen is.
Het kopen van een winterjas liep dit weekend uit op een fiasco. Mijn spiegelbeeld in een te krappe jas of verzopen in een extra large jas. Het zag allemaal niet uit. Als anderen me zien, zeggen ze: 'Mens, het valt reuze mee.'
Of ze zeggen: 'Mens, het is prachtig. Je moet ervan genieten.'
Dat kunnen ze allemaal wel zeggen.
Elke dag controleert Jeetje de groei. Ze kust mijn buik dan, ze houdt er een pepernoot tegen of de plaatjes van het boek dat we aan het lezen zijn. Ook heeft de nieuwe kleine al een roze haarbeugel met een minimijter erop, gescoord door grote zus. Maar soms dreigt Jeetje tegen mijn buik te duwen of te stompen.
Dit zijn de preludes.
Ik heb zondag voor het eerst monsters geknutseld. Van wc rollen en lege doosjes en goudpapier. Ik houd niet van knutselen. Dat is eufemistisch uitgedrukt. Maar toen Jeetje en haar vriendje al lang en breed voor de televisie zaten, zat ik nog aan tafel te knippen en te plakken aan de monsterfamilie. Weer een teken dat ik niet alleen lichamelijk transformeer maar ook geestelijk een ander aan het worden ben.
De komende twee weken kunnen mij niet lang genoeg duren, omdat ik een deadline heb. En ze kunnen mij echt niet snel genoeg voorbij zijn, vanwege de levenslijn in mij.
Die twee uitersten in tijdsbeleving, bestaan op hetzelfde moment en zijn allebei van even groot belang.
Wat dat betreft vind ik mezelf nog niet zo veranderd.
Over twee weken is de 20 weken echo en daarop kunnen we zien hoe het met hem of haar is. Dat is sowieso spannend maar omdat ik medicijnen slik, is het extra spannend of de nieuwe kleine zich goed aan het ontwikkelen is.
Het kopen van een winterjas liep dit weekend uit op een fiasco. Mijn spiegelbeeld in een te krappe jas of verzopen in een extra large jas. Het zag allemaal niet uit. Als anderen me zien, zeggen ze: 'Mens, het valt reuze mee.'
Of ze zeggen: 'Mens, het is prachtig. Je moet ervan genieten.'
Dat kunnen ze allemaal wel zeggen.
Elke dag controleert Jeetje de groei. Ze kust mijn buik dan, ze houdt er een pepernoot tegen of de plaatjes van het boek dat we aan het lezen zijn. Ook heeft de nieuwe kleine al een roze haarbeugel met een minimijter erop, gescoord door grote zus. Maar soms dreigt Jeetje tegen mijn buik te duwen of te stompen.
Dit zijn de preludes.
Ik heb zondag voor het eerst monsters geknutseld. Van wc rollen en lege doosjes en goudpapier. Ik houd niet van knutselen. Dat is eufemistisch uitgedrukt. Maar toen Jeetje en haar vriendje al lang en breed voor de televisie zaten, zat ik nog aan tafel te knippen en te plakken aan de monsterfamilie. Weer een teken dat ik niet alleen lichamelijk transformeer maar ook geestelijk een ander aan het worden ben.
De komende twee weken kunnen mij niet lang genoeg duren, omdat ik een deadline heb. En ze kunnen mij echt niet snel genoeg voorbij zijn, vanwege de levenslijn in mij.
Die twee uitersten in tijdsbeleving, bestaan op hetzelfde moment en zijn allebei van even groot belang.
Wat dat betreft vind ik mezelf nog niet zo veranderd.
vrijdag 27 november 2009
Vrouwbeeld
In de kinderfeestwinkel heb ik - ssst, niet doorvertellen - een enorme roze prinsessenjurk gekocht, met glitters en tule. Voor Jeetje. Ik heb heel lang staan twijfelen tussen een sober verkleedrokje. Goedkoper, praktischer en multifunctioneler. Of deze gigantische jurk. Waar ze absoluut voor in katzwijm zal vallen. 'O, mama, kijk eens hoe mooi ik ben,' hoor ik haar al zeggen. 'Zo ben ik nòg veel mooier!'
Welk vrouwbeeld geef ik mijn dochter precies mee? De vrouw als barbie. Als prinses. Als bruid. Ik moet bekennen dat ik er ook nog een glitterlippenstift bij heb gedaan. Met een zakspiegeltje. Zodat ze haar lippen bij kan werken mocht de lippenstift eraf gegaan zijn.
De mevrouw die de jurk in Sinterklaaspapier verpakte, glimlachte.
'Hier zou ik nou blij van zijn geworden als kind,' zei ze. 'Een echte prinses.'
'Ja, hè?' zei ik.
'Je zou de jurk zelf zeker ook wel willen hebben,' zegt ze
'Nou, nee,' zei ik. 'Zo'n jurk heb ik nooit willen hebben.'
Ik weet alleen nog dat ik liever een jongen wilde zijn. Dat mijn lange haar eraf moest. Dat ik alleen broeken aan wilde. Terwijl Jeetje tegenwoordig elke broek weigert.
Welk vrouwbeeld geef ik mijn dochter precies mee? De vrouw als barbie. Als prinses. Als bruid. Ik moet bekennen dat ik er ook nog een glitterlippenstift bij heb gedaan. Met een zakspiegeltje. Zodat ze haar lippen bij kan werken mocht de lippenstift eraf gegaan zijn.
De mevrouw die de jurk in Sinterklaaspapier verpakte, glimlachte.
'Hier zou ik nou blij van zijn geworden als kind,' zei ze. 'Een echte prinses.'
'Ja, hè?' zei ik.
'Je zou de jurk zelf zeker ook wel willen hebben,' zegt ze
'Nou, nee,' zei ik. 'Zo'n jurk heb ik nooit willen hebben.'
Ik weet alleen nog dat ik liever een jongen wilde zijn. Dat mijn lange haar eraf moest. Dat ik alleen broeken aan wilde. Terwijl Jeetje tegenwoordig elke broek weigert.
donderdag 26 november 2009
Ver weg/dichtbij
Zo'n hektische dag waarin ik steeds bezig was en 's avonds toen Jeetje in bad zat, ging ik zitten met de krant, en voelde plotseling heel ver weg een piepklein schopje. Van een piepklein mensje. In een piepklein universum. Heel dicht bij mij.
woensdag 25 november 2009
De prik
'Ik heb toch gehuild, mam,' bekent Jeetje.
'Dat geeft helemaal niet.'
'Maar ik moest al huilen voordat ik de prik kreeg.'
'Je vond het zeker spannend.'
'Ik had gekeken bij de anderen.'
'O ja.'
'En weet je wat ik zag?'
'Nee?'
'Ik zag dat de naald niet alleen òp de arm ging, maar helemaal erin,' zegt Jeetje. 'Die naald boorde als een schroef in je arm.'
'Dat geeft helemaal niet.'
'Maar ik moest al huilen voordat ik de prik kreeg.'
'Je vond het zeker spannend.'
'Ik had gekeken bij de anderen.'
'O ja.'
'En weet je wat ik zag?'
'Nee?'
'Ik zag dat de naald niet alleen òp de arm ging, maar helemaal erin,' zegt Jeetje. 'Die naald boorde als een schroef in je arm.'
Abonneren op:
Posts (Atom)