We kijken, samen met de deskundige in de televisiestudio, naar een man die naast zijn verwoeste huis staat. Onder een enorme berg stenen en puin liggen zijn vrouw, zijn dochtertje van drie, zijn vader en een vriend die de man een minuut voor de aardbeving uit zijn huis riep. En zo onbedoeld zijn plaats innam. Over de brokstukken lopen honden en hulpverleners. Een Amerikaanse hulpverlener spuit iets op een grote steen. In fel oranje. Als teken dat ze daar geweest zijn en niet meer naar overlevenden hoeven zoeken.
De man kijkt de camera in. Hij haalt zijn schouders op en laat ze weer vallen. Dit doet hij een paar keer achter elkaar.
'Ik zie geen toekomst meer,' mompelt hij. 'Ik weet niet eens hoe ik mezelf nu in leven moet houden. Er is geen toekomst.'
Hierna worden we weer overgeschakeld naar de studio.
De deskundige groot in beeld. Zijn ogen glimmen.
'Ze zijn het daar gewend, ' spreekt hij vol vuur tot ons. 'Het zijn overlevers! Echt waar. Zelfs deze man die nu zegt dat hij geen toekomst meer heeft, ik wed dat hij over vijf weken weer begonnen is met het opbouwen van een heel nieuw leven. Dat durf ik te wedden. Als je over vijf weken bij hem terugkomt, is hij gewoon weer begonnen.'
dinsdag 19 januari 2010
maandag 18 januari 2010
Waarom is dit geen droom?
'Ik wou dat dit een droom was! Dan gebeurde dit allemaal niet echt. Dan hoefde ik dit niet mee te maken,' roept Jeetje uit.
Ze heeft een splinter. En vader komt eraan gelopen met een pincet in zijn hand.
Mijn andere dochter heeft heden een lengte van om en nabij de 32 centimeter bereikt. En een gewicht van 650 gram. Ook bij haar is het voelzintuig onlangs ontwikkeld. Ze voelt nu voor het eerst bewust.
Jeetje drukt haar voet in mijn buik en zegt: 'Pas maar op, dadelijk heb jij een splinter.'
Ze heeft een splinter. En vader komt eraan gelopen met een pincet in zijn hand.
Mijn andere dochter heeft heden een lengte van om en nabij de 32 centimeter bereikt. En een gewicht van 650 gram. Ook bij haar is het voelzintuig onlangs ontwikkeld. Ze voelt nu voor het eerst bewust.
Jeetje drukt haar voet in mijn buik en zegt: 'Pas maar op, dadelijk heb jij een splinter.'
zaterdag 16 januari 2010
Het einde van de stoel
Ik wil volgens mij toch niets meer over de stoelbrand zeggen. Ik had gedacht er veel over te willen melden. Maar nu ik hier zo zit, ben ik er wel klaar mee. De resten van de stoel liggen bij de vuilniscontainers. Ik kan haar skelet vanaf hier nog net zien staan. Uitgeblust is ze.
En de lucht is ook al bijna geklaard. Zelfs de gordijnen zijn gewassen. Aan het kamperen in de huiskamer komt vanavond een einde. We trekken weer gewoon in onze eigen slaapkamer. Als je daar binnenkomt, stinkt het nog even. Maar al gauw ben je aan het geurtje gewend. En och, die geur verdwijnt een keer. Zoals alles.
En de lucht is ook al bijna geklaard. Zelfs de gordijnen zijn gewassen. Aan het kamperen in de huiskamer komt vanavond een einde. We trekken weer gewoon in onze eigen slaapkamer. Als je daar binnenkomt, stinkt het nog even. Maar al gauw ben je aan het geurtje gewend. En och, die geur verdwijnt een keer. Zoals alles.
vrijdag 15 januari 2010
De broeiende stoel
Ik heb de hele middag naast een broeiende stoel gezeten.
Voor mijn stoel zijn uiteindelijk twee brandweerwagens uitgerukt. Een peloton brandweermannen met zuurstofflessen op hun rug en maskers op hun gezicht, bestormden ons trappenhuis. Tenslotte is de stoel het huis uit getakeld. Onder toeziend oog van de hele straat. Jeetje moest hard huilen toen ze de brandende stoel in de lucht zag hangen. 'Ons stoeltje, ik wil ons stoeltje terug.'
Het gekste vind ik dat ik urenlang ben blijven zitten in die geur.
Omdat ik bij nadere inspectie van de kamer maar niets verdachts kan vinden, denk ik dat ik maar denk dat het stinkt. Gezien mijn toestand. Ik zal wel weer dingen ruiken die er niet zijn. Of er hangt ergens een klein geurtje, dat in mijn zwangere neus sterk uitvergroot wordt. En belachelijke proporties aanneemt. Dus ik werk gestaag verder. Nijver bijtje als ik ben. Af en toe flitst het wel door mijn hoofd dat ik dadelijk dood gevonden ga worden. Ik zie er ook beelden bij. Ik denk ook aan ontploffen. Maar ook die gedachten zullen wel veroorzaakt worden door hormonen. Ik kan mezelf de laatste tijd niet meer 100 procent vertrouwen. Ik weet niet meer precies wie ik ben. Het is een beetje giswerk.
(Morgen meer)
Voor mijn stoel zijn uiteindelijk twee brandweerwagens uitgerukt. Een peloton brandweermannen met zuurstofflessen op hun rug en maskers op hun gezicht, bestormden ons trappenhuis. Tenslotte is de stoel het huis uit getakeld. Onder toeziend oog van de hele straat. Jeetje moest hard huilen toen ze de brandende stoel in de lucht zag hangen. 'Ons stoeltje, ik wil ons stoeltje terug.'
Het gekste vind ik dat ik urenlang ben blijven zitten in die geur.
Omdat ik bij nadere inspectie van de kamer maar niets verdachts kan vinden, denk ik dat ik maar denk dat het stinkt. Gezien mijn toestand. Ik zal wel weer dingen ruiken die er niet zijn. Of er hangt ergens een klein geurtje, dat in mijn zwangere neus sterk uitvergroot wordt. En belachelijke proporties aanneemt. Dus ik werk gestaag verder. Nijver bijtje als ik ben. Af en toe flitst het wel door mijn hoofd dat ik dadelijk dood gevonden ga worden. Ik zie er ook beelden bij. Ik denk ook aan ontploffen. Maar ook die gedachten zullen wel veroorzaakt worden door hormonen. Ik kan mezelf de laatste tijd niet meer 100 procent vertrouwen. Ik weet niet meer precies wie ik ben. Het is een beetje giswerk.
(Morgen meer)
donderdag 14 januari 2010
Fik
De hele middag zat ik al in de stank boven - alsof er plastic brandde - maar de gaskachel was het volgens mij niet. Dus bleef ik zitten. Tot mijn ogen traanden en mijn keel schrijnde. De verhalen moesten af.
Aan het eind van de middag zou ik naar De Balie gaan omdat het programma van Hotel van Hassel daar gepresenteerd werd. Een korte verhalenfestival in april waar ik van alles voor ga doen. We hadden de gaskachelspecialist inmiddels gebeld en die zou over een paar uurtjes even langs komen. Maar die kachel stond allang uit, en de geur werd erger. De stank hing inmiddels in het trappenhuis.
En toen ik mijn jas al aan had, zei man: 'Of zal ik 112 maar bellen?'
Ik keek naar de twee kindjes in de kamer. Jeetje was als prinses verkleed en haar vriendje speelde lief met playmobil.
'Denk je echt dat ik weg kan gaan?' vroeg ik nog.
'Ja, ja,' zei hij, 'ga maar.'
Toen ik bij De Balie aankwam, belde ik voor de zekerheid nog even naar huis.
'Er zijn elf brandweermannen boven,' zei man, 'er staan twee brandweerwagens voor de deur met zwaailichten. Maak je geen zorgen.'
'Neem jij wel mijn verhalen mee, als je straks naar buiten moet?' zei ik nog.
'Waar liggen die?' vroeg man.
(Morgen meer)
Aan het eind van de middag zou ik naar De Balie gaan omdat het programma van Hotel van Hassel daar gepresenteerd werd. Een korte verhalenfestival in april waar ik van alles voor ga doen. We hadden de gaskachelspecialist inmiddels gebeld en die zou over een paar uurtjes even langs komen. Maar die kachel stond allang uit, en de geur werd erger. De stank hing inmiddels in het trappenhuis.
En toen ik mijn jas al aan had, zei man: 'Of zal ik 112 maar bellen?'
Ik keek naar de twee kindjes in de kamer. Jeetje was als prinses verkleed en haar vriendje speelde lief met playmobil.
'Denk je echt dat ik weg kan gaan?' vroeg ik nog.
'Ja, ja,' zei hij, 'ga maar.'
Toen ik bij De Balie aankwam, belde ik voor de zekerheid nog even naar huis.
'Er zijn elf brandweermannen boven,' zei man, 'er staan twee brandweerwagens voor de deur met zwaailichten. Maak je geen zorgen.'
'Neem jij wel mijn verhalen mee, als je straks naar buiten moet?' zei ik nog.
'Waar liggen die?' vroeg man.
(Morgen meer)
woensdag 13 januari 2010
Geen fantasie
Ik was vanmiddag, samen met man, bij de notaris om een huis te kopen. Toen we opstonden om weer te vertrekken, zei de notaris: 'Jij schrijft, heb ik op je site gezien.'
'Ja, klopt.'
'En ik heb begrepen dat er alweer bijna een nieuw boek komt.'
'Klopt. Over een dikke maand.'
'En je bent ook al heel succesvol. Je wint prijzen en zo.'
'Klopt ja!' roep ik.
'Wat schrijf je precies?'
'Eh...literatuur.'
'Ja maar wat? Is het waargebeurd? Sciencefiction? Of wat?'
'Ik verzin het.'
'Fantasie dus,' zegt hij.
'Nou ja, er zit wel een kern van waarheid in. Ik moet het ergens vandaan halen natuurlijk,' probeer ik vandaag. Fantasie, weer dat woord. Ik wil er toch eens vanaf. Er zit een bijklank aan. Wat doe je zoals in het dagelijks leven? Ik fantaseer.
Dan stappen we de ijskoude buitenlucht weer in en de fiets op.
'Ja, klopt.'
'En ik heb begrepen dat er alweer bijna een nieuw boek komt.'
'Klopt. Over een dikke maand.'
'En je bent ook al heel succesvol. Je wint prijzen en zo.'
'Klopt ja!' roep ik.
'Wat schrijf je precies?'
'Eh...literatuur.'
'Ja maar wat? Is het waargebeurd? Sciencefiction? Of wat?'
'Ik verzin het.'
'Fantasie dus,' zegt hij.
'Nou ja, er zit wel een kern van waarheid in. Ik moet het ergens vandaan halen natuurlijk,' probeer ik vandaag. Fantasie, weer dat woord. Ik wil er toch eens vanaf. Er zit een bijklank aan. Wat doe je zoals in het dagelijks leven? Ik fantaseer.
Dan stappen we de ijskoude buitenlucht weer in en de fiets op.
dinsdag 12 januari 2010
Fantasieën
'Had je vandaag lekker een dagje vrij genomen?'
De schoonheidsspecialiste heeft papieren zakdoekjes om twee vingers gedraaid, en begint daarmee systematisch in mijn gezicht te drukken.
'Nee, ik werk thuis,' mompel ik.
'O, dat is helemaal fijn met dit weer.'
'Zeker.'
Na een tijdje vraagt ze: 'En wat doe jij dan voor werk?'
'Ik schrijf.'
'O, leuk,' zegt ze terwijl ze de ene na de andere verstopte porie behendig opent.
'Hmhm.'
'En wat schrijf je?'
'Verhalen.'
'Waar gebeurde verhalen?'
'Nee, ik verzin gewoon iets.
'O, fantasieën.'
Ik knik. Fantasieën.
Zij ontsmet haar handen grondig onder de kraan en pakt haar pincet.
De schoonheidsspecialiste heeft papieren zakdoekjes om twee vingers gedraaid, en begint daarmee systematisch in mijn gezicht te drukken.
'Nee, ik werk thuis,' mompel ik.
'O, dat is helemaal fijn met dit weer.'
'Zeker.'
Na een tijdje vraagt ze: 'En wat doe jij dan voor werk?'
'Ik schrijf.'
'O, leuk,' zegt ze terwijl ze de ene na de andere verstopte porie behendig opent.
'Hmhm.'
'En wat schrijf je?'
'Verhalen.'
'Waar gebeurde verhalen?'
'Nee, ik verzin gewoon iets.
'O, fantasieën.'
Ik knik. Fantasieën.
Zij ontsmet haar handen grondig onder de kraan en pakt haar pincet.
Abonneren op:
Posts (Atom)