zondag 11 april 2010

Recensie Vrij Nederland!



Is dat uitnodigend? Een boek lezen waarin je niet ontsnapt aan putjeslucht?
Ik heb hier trouwens alle recensies tot nu toe op een rij gezet, voor wie het allemaal nog eens rustig na wil lezen.

vrijdag 9 april 2010

Recensie FD Persoonlijk!

'...het kan niet anders of haar derde boek wordt een meesterwerk..'

donderdag 8 april 2010

Ook de pan in gehakt!

Dan hier - en in de Groene van vandaag - een recensie van Marja Pruis waarin ze korte metten maakt met het boek Lastmens.
Het enige dat ik op te merken heb, is dat kleine kinderen echt - maar dan ook echt - namen voor hun pop verzinnen als Lastmens. Ikzelf zou er nooit opgekomen zijn. Maar de rest is fictie.
Zwakke titel, zegt Pruis.

IJzersterke titel, zegt Bauer in zijn recensie die vandaag hier verscheen. Dit stuk is gelukkig weer heel wat optimistischer van toon.

woensdag 7 april 2010

Rekstok

Woensdagmiddag. Voor het eerst in jaren schijnt de zon weer. De keukendeuren staan open. Het leven is goed. Na de boterham scharrelt Jeetje even op het balkon. Ik ben binnen wat aan het doen. Ik weet niet meer wat, maar pas na een hele tijd kijk ik loom op, en zie haar plotseling hangen. Met haar buik over de balkonrand. Haar benen horizontaal. Langzaam gaan ze verticaler. Ik sjees naar buiten.
Ze heeft haar stoeltje tegen de tralies geschoven, is erop geklommen en doet alsof de reling een rekstok is.
'Kom eraf! Je valt zo!' roep ik.
'Ik val nooit,' zegt ze. Ze heeft een rood hoofd van het naar beneden hangen.
'Je bent dood als je hier valt. Net als die duif.'
'Pfff, wat geeft dat,' zegt Jeetje, 'je krijgt toch een nieuw kindje.'

dinsdag 6 april 2010

Mijn eerste televisieoptreden

Ik zou de eerste gast zijn. Het zou een gesprek van twintig minuten worden met mij alleen. Elsbeth Etty, Willem Otterspeer en Anton Korteweg waren de andere drie gasten. Om 11 uur vanmorgen fietste ik naar de Desmetstudio's voor de opnames van Knetterende Letteren. De visagiste liet mijn ogen binnen een mum van tijd spreken zoals ze nog nooit gesproken hadden. En ook mijn wallen - ik had een onrustige nacht achter de rug, met onrustige benen en een onrustig hart - toverde ze zonder moeite weg. Misschien toch eens met make-up gaan werken.

Het is een metier op zich, het geïnterviewd worden.De twintig minuten waren wonderlijk snel voorbij. Als in een roes. Maar jammer genoeg kan ik alleen denken als ik schrijf. Ook ben ik iemand die hoofdzakelijk secundair reageert. Op de fiets terug al schoten de interessante, gevatte, komische antwoorden mij te binnen. Mooie volzinnen waren het. Ook nu nog blijven ze komen. Maar die volzinnen zijn niet meer nodig. Het staat er allemaal allang op. Het wordt al uitgezonden. Daarom hou ik ook zo verschrikkelijk veel van schrijven. Omdat je het, voor het de wereld in gaat, allemaal nog eens rustig over kan doen. Beter. Scherper. Preciezer. Je hebt er meer controle over.

zondag 4 april 2010

Generaties

Het was al middernacht toen we nog met z'n vieren op het terras zaten voor het café. Als vanouds. Er stond een klein kacheltje en je kon een dekentje pakken als het te koud was. We praatten over onze generatie. Over dertigers, nee eerder prille veertigers. Ik was de enige van ons vieren die nog echt in de dertig zat. Dat zag je ook wel aan het malt biertje dat voor mij stond en aan mijn buik. Kenmerkend voor de vrouwelijke dertiger.
Hoewel de opmars van de twintigers hierin niet te ontkennen valt: Een slimme meid krijgt haar kind op tijd, is nu de slogan. Terwijl ik van de generatie ben: een slimme meid is op haar toekomst voorbereid. Wordt economisch zelfstandig. Kies exact. Kinderen hinderen. Krijg ze nooit. Als je ze wel krijgt, is het afgelopen met je. Inmiddels weet ik uit ervaring dat dat laatste best meevalt. Helemaal afgelopen is het niet.
Maar goed, dertigers en veertigers. Waar bij de twintigers het perspectief alleen nog voorwaarts ligt, alles nog mogelijk is, beginnen wij dus al voorzichtig met terugkijken. We zijn richtingen ingeslagen in ons leven. Dit is het wel zo'n beetje. Wat we nu doen, wie we zijn. Heel veel anders zal het niet meer worden. Daar moeten we mee dealen.

In ditzelfde goede gezelschap bevind ik me al vanaf mijn twintigste. We woonden een tijd samen in een gekraakte boerderij, we zouden een groot huis kopen later, met z'n allen, we speelden, we tekenden, we bleven op tot vroeg in de ochtend, aten paddestoelen en zagen geesten.
En nu zaten we hier op het terras in april. Met port en sigaretten en dekentjes binnen handbereik. Zij zouden ook in Amsterdam komen wonen, het huis naast het onze kopen misschien, en natuurlijk een bootje erbij.
Waar we dan op een dag voorgoed mee weg zouden zeilen.

donderdag 1 april 2010

Gewoon lezen, die vrouw.

Het verhaal 'Toeval' herlezen in de bundel Stilte van Alice Munro. Dat doe ik de laatste dagen wel meer, de verhalen herlezen uit haar hele oeuvre. En dat is helemaal geen straf. Ware het niet dat ik ze momenteel met een bedoeling herlees. Het is de bedoeling dat ik uiteindelijk een coherent stukje over haar werk schrijf dat ik over twee weken ga voorlezen op het verhalenfestival in de Balie. Elke dag als ik aan het lezen ben, denk ik: Morgen ga ik opschrijven waarom ik haar werk zo goed vind en wat ik er precies zo goed aan vind. Morgen. Eerst nòg een verhaal lezen. (Dadelijk wil ik het verhaal 'Binnenkort' bijvoorbeeld eerst nog...) En zo lees ik maar door, verdwijn in het universum dat zij met elk verhaal schept, en de ochtend lijkt nooit aan te breken dat ik eens óver haar werk ga schrijven.
Een verhaal samenvatten zou Alice Munro tekort doen. Thematiek, daar kom je er ook absoluut niet mee.
Wat ik er nou zo mooi aan vind: Het blijft verrassend. Elke wending is onverwacht. En ze weet menselijke drijfveren bloot te leggen die ondoorgrondelijk zijn, eigenlijk ook onbenoembaar en met het blote oog nauwelijks te zien. Je begrijpt iets meer van jezelf, als je haar verhalen leest. Je denkt vaak: 'verrek.' Ze is je te slim af.
Maar dit zijn nogal obligate termen.

Ik durf het misschien niet, zo'n stukje schrijven. Bang iets banaals te zeggen en mijn bewondering voor haar verhalen niet goed uit te kunnen leggen. Toen ik haar bundel 'Wie denk je dat je bent' in de zomer las, was ik zelf bezig aan mijn verhaal 'Retour Carboon' (het derde verhaal in Lastmens).
Ik lag in een hangmat voor een zelfgemaakte pipowagen ergens in Zuid-Frankrijk, de ezels graasden om mij heen, in de verte galoppeerde het zwarte paard waar ik een paar dagen later voor het eerst op zou gaan zitten, en ik weet nog dat ik mijn eigen verhaal plotseling zo ontzettend plat, weinig verfijnd en van dik hout zaagt men planken vond, dat ik het weg wilde gooien.
Bewonderen is het afschermen van jaloezie, zei Ischa Meijer, twitterde Willemijn Dicke vandaag.
Maar jaloers ben ik niet op Munro. Zij is van een heel andere orde, namelijk. Daar ben je niet jaloers op.