maandag 17 mei 2010

De feesten van de gezusters overlapten elkaar

Na een weekend vol feestgedruis - Jeetje werd zaterdag vijf jaar - ben ik vandaag voor het eerst alleen met Deetje.
We besloten samen naar de groenteboer te gaan om fruit te kopen en broccoli voor het avondeten. Onderweg stopte ik maar twee keer heel even om mijn vinger onder haar neusje te houden. Deetjes gezichtskleur was tijdens de wandeling één geworden met het witte lakentje waar ze op lag.
Ik liet Deetje onze buurt even zien. Ze moest weten waar ze terechtgekomen was, al zouden we hier over niet al te lange tijd vertrekken. Het zonnetje scheen op onze gezichten. Ik duwde de wagen, schreed voort en keek om mij heen maar ving niemands blik. Niemand keek er van op mij en Deetje buiten te zien. Ook bij de groenteboer ging alles precies hetzelfde als twee weken geleden. En de vuilnismannen haalden het vuilnis op. Alsof er in de wereld niets veranderd was.
Af en toe schudde Deetje in haar wagentje. Ik was vergeten hoe je stoepranden op en af gaat met zo'n Bugaboo. Of hoe je drempels over gaat. Maar ook dat had ik snel onder de knie.

donderdag 13 mei 2010

Aanvang van ons nieuwe leven

Ik stond voor het eerst even alleen buiten. Het was er koud en het miezerde. Mijn buik was leeg. Er liepen ratten. Er lagen vuilnishopen. Een twaalfjarig jongetje in trainingspak maakte wilde tongbewegingen. Er stortten vliegtuigen neer. Een meterslange buurman met een reuzenbril op zijn neus, begon enthousiast te vertellen dat hij niet van baby's hield.
'Ze kijken zo wezenloos,' zei hij. 'Ik heb er niets mee. Niets!'
'O,' zei ik.
Ik wil graag echt contact,' zei hij. 'Communicatie daar hou ik van.''
'O, ja,' zei ik.
'Ik vind ze pas leuk vanaf een jaar of twee,' zei hij.
Voor ons raam stond man met een roze bundeltje in zijn armen, dicht tegen zich aangedrukt. Een glimlach op zijn gezicht.
'Ik ga maar eens naar binnen,' zei ik tegen de buurman.

Nu zit ik eraan te denken nooit meer naar buiten te gaan noch iets anders te doen in mijn leven dan het allerbelangrijkste. Namelijk: op een stoel zitten en Deetje wezenloos aanstaren. En dat zij terugstaart. En haar oortjes bestuderen die een heel aparte structuur hebben en losse oorlelletjes. En haar wangetje aaien. En haar lipje met het blaartje erop. En haar pikzwarte, zachte haartjes.

Omdat Wiplala uit was, begon ik Jeetje vandaag uit de kinderbijbel voor te lezen.
'Komt dit boek wel goed?' vroeg Jeetje na hoofdstuk 1. 'Gaat die vrouw van Abraham wel mee naar het beloofde land?'

maandag 10 mei 2010

Deetje!!


Op 5 mei is Deetje geboren! Het is een leuk meisje met ravenzwart haar dat wel acht en een half pond weegt. Maar Deetje huilt nu. Dus houd ik het kort.

Jeetje en Deetje


Deetje met open ogen. (Op dinsdag stiekem toegevoegd, omdat ik alleen op maandag een uitzondering maakte op mijn geen foto beleid.)

dinsdag 4 mei 2010

Deadline

'Ik wil dit leven dus totaal niet,' zei ze toen ze haar ogen opendeed.
'Dat zal wel meevallen,' zei hij.
'Nee,' zei ze.
'De baby zal nu wel bijna komen.'
'Daar zie ik ook al niet naar uit.'
'Als je zó geen zin hebt, is het bijna voorbij.'
'Hoe heb ik dit allemaal kunnen beginnen?' Ze maakte een weids gebaar met haar armen.
'De vrijheid komt wel weer,' zei hij.
'Dat zal wel.'
'Weet je?' zei hij. 'Ik denk dat het allemaal gewoon angst is.'
'Ik hoop het maar.'

Het eerste wat ze deed toen ze opstond, was Mens Erger Je Niet spelen met haar dochtertje. De eerste keer verloor ze. En de tweede keer won ze. Ze werd beticht van vals spelen.

zondag 2 mei 2010

Eerste

Ik heb, samen met Jeetje, mijn eerste muffins gebakken waarbij ik tien keer zoveel melk deed als nodig was. 0,75 ml werd bij mij 0,75 l.
Er is voor het eerst van mijn leven iemand voor me opgestaan in de tram en ik nam de plaats aan. Al was het niet perse nodig.
Ik ben begonnen met het lezen van de Duivenplaag van Louise Erdrich.
Ook heb ik helemaal nergens last van - behalve van te strakke, te korte t-shirts - en kan ik me nog steeds niet voorstellen dat er hier deze week iemand in huis komt die we nu nog niet kennen en die de komende achttien jaar niet meer weg zal gaan. Iemand die bij ons intrekt en die binnenkort - misschien morgen al?- al niet meer weg te denken zal zijn.
En dat wij diegene een naam geven die zij (of hij) dan haar hele leven gaat gebruiken, die normaal voor haar zal worden maar die nu nog inwisselbaar is. We kunnen haar Lira noemen of Haruki of Connie. Ik kan een prijsvraag op mijn weblog zetten. Wie de mooiste naam geeft, krijgt een unieke uitgave van 'Bessems trots' cadeau. Ik kan er een spelletje van maken. Maar dat vindt die iemand vast niet leuk, als ze dat later verneemt.
Als ik naar beneden kijk, kijk ik op een strakgespannen t-shirt en zie een groot, gesloten bolwerk. Het heeft iets zeer onnatuurlijks.
Er zit een duif op het balkon die haar kopje scheef houdt en van het scherm met me meeleest.
Het eerste dat Jeetje vanmorgen aan mij vroeg was: 'Mama, waarom zijn wij eigenlijk mensen?'

vrijdag 30 april 2010

Drama op koninginnedag

Toen we vanmorgen op het punt stonden om op deze feestelijke dag naar de Watergraafsmeer te vertrekken voor ons uitstapje, werd er aangebeld. Het was het tienjarige meisje dat op twee hoog naast ons woont.
'Mijn broertje (1) is verbrand,' zei ze, 'willen jullie hem naar het ziekenhuis brengen.'
'Verbrand?'
'Hij heeft hete thee over zich heen gekregen. Het velletje op zijn buik is eraf.'
Even later keken het meisje, Jeetje en ik toe hoe de auto met man achter het stuur de straat uitreed. We hoorden het krijsen van het jongetje, dat achterin bij zijn bezorgde vader en moeder op schoot zat, nog lang. Het drama van koninginnedag zou je denken.
Maar hoe erg het ook allemaal was, (het kind zou uiteindelijk naar het brandwondencentrum in Beverwijk moeten) het drama van koninginnedag zat bij mij in de kamer spelletjes op mijn I-phone te doen. Ze dronk een glaasje limonade en ik gaf haar een dubbele boterham met hagelslag.
'Komt het wel weer goed?' vroeg ze.
'Jazeker,' zei ik, 'hij heeft pijn maar hij is daar in hele goede handen.'
'Dus hij gaat niet dood?'
'Wees maar niet bang. Dat gaat hij niet.'
Het meisje zuchtte. Twee jaar geleden was ze uit Senegal overgekomen om hier bij haar vader te gaan wonen die niet lang daarvoor bij de vrouw naast ons was ingetrokken. Ik had het meisje nog uren door de woonkamer heen en weer zien lopen met kussens op haar hoofd. Ze sprak alleen Wollof met haar vader, en een woordje Frans. Nu had ze een stiefbroertje, zat ze in groep zeven en was ze het Wollof al niet meer machtig. Ze had haar zwarte oogleden met paarse glitter opgemaakt en droeg een oranje t-shirt. Ze zou spulletjes gaan verkopen op de Rijnstraat met een vriendinnetje.
'Als er straks nog maar een plaatsje voor mij is,' zei ze.
'Het is wel shit dat het nu net vandaag gebeurt, hè?'
Ze knikte. 'Vorig jaar heb ik ook spulletjes verkocht. Toen had ik wel zestien euro.'
'Wat heb je daarmee gedaan?'
'Aan mijn opa gegeven toen we in Senegal op vakantie waren.'
'O, dat is aardig van je.'
Weer knikte ze.
'Je broertje is één jaar, hè?'
'Ja, hij wordt twee in juli,' zei ze. Er achteraan: 'Maar daar ben ik niet meer bij.'
'Hoezo niet?'
'Dan ben ik in Senegal.'
'O, ga je weer op vakantie.'
'Ik ga daar weer wonen.'
'Wonen? Bij wie?'
'Bij mijn opa en oma. Die misten mij heel erg, zei mijn vader.'
'En wat vind jij ervan?'
Ze haalde haar schouders op. 'Ze hebben daar heel veel vakantie! En ik kom nog heel vaak terug.' Toen ging ze omgekeerd op haar stoel zitten, en begon een nieuwe spelletje op de I-phone.

donderdag 29 april 2010

Papa is liever

'Ik vind papa liever dan jij.' Jeetje steekt haar tong naar me uit. 'Want papa is warmer.'
'Is papa warmer?' Het zweet gutst langs mijn lichaam. Mijn hoofd is rood als een tomaat. Ik hijg nog een beetje na van het afruimen van de tafel.
'Ja!' zegt Jeetje. 'Papa is véél warmer. En aardiger. En ook veel knapper.'
'Ben ik koud en onaardig en lelijk?'
Jeetje doet haar armen over elkaar en kijkt me kwaad aan. Met haar groene ogen. Wat een knap kind is het toch. Wat een ontzettend knap, lief en zachtmoedig meisje. Zo wil ik er nog wel één.