'Je hebt op een gegeven moment niks meer te vertellen, hè,' zegt een overbuurvrouw (eind veertig). 'Als je een baby hebt, wordt je wereld zo klein.'
'Ik vind het ook best fijn dat ik even niks hoef.'
'Je kàn ook niks,' zegt de overbuurvrouw fijntjes. 'Je bent aan huis gekluisterd.'
'Ik zit veel op de bank. Met een boek erbij. Een drinkende baby op een kussen tegen me aan. En dan ben ik toch heel nuttig bezig,' zeg ik.
'O, jij wil wel nuttig bezig zijn?'
'Ik voel me nuttig ja.'
'Je maakt niets mee.'
'Ik heb toevallig net bedacht dat ik dat eens heel precies onder woorden zou gaan brengen,' zeg ik. 'Wat ik deze dagen meemaak. Op de vierkante centimeter.'
'Ja, voor jou is een uitje naar een supermarkt al een héél event.'
Ik lach.
De overbuurvrouw kijkt me aan met samengeknepen oogjes en rood geverfde lippen. Hooggehakt. Glimmend paarse lakjas. Wat wil ze van mij? Het is exact twee weken na de komst van Deetje. Me dunkt. Of er niet heel wat gebeurt.
'Ik had er zelf ook nog wel eentje bij willen hebben,' zegt ze zacht.
woensdag 19 mei 2010
dinsdag 18 mei 2010
Tussen de molligen
Bij toeval zag ik dat er op recensieweb een bespreking van Lastmens stond. Een recensie uit een andere wereld dan die waar ik momenteel in verkeer. Een bericht uit een parallel universum. Hoewel het nu eventjes lijkt of alles weer normaal is. Man en Deetje brengen Jeetje naar school. Ik ben alleen thuis en zet mijn computer aan. Zoals vroeger. Maar deze dag zal hooguit een kwartier duren.
Ik was ook alleen in de Albert Heijn. Voor het eerst in negen maanden. Totaal op mezelf. Er liepen een paar pas bevallen moeders. Hun kinderwagens stonden overal in de weg. Hun baby's maakten smakgeluidjes. De moeders hielden zich in en doorkruisten de zaak doelgericht. Met snelle pas. Ik had er niets mee te maken.
Ook spotte ik een paar zwangeren. Met hun buik trots naar voren gestoken, liepen zij onafhankelijk van elkaar dezelfde waggelmars. En toen ik hen passeerde met een mand vol zware spullen, wierp geen van hen mij een blik van verstandhouding toe.
Ik was alleen. Een doodgewoon persoon. Een beetje mollig misschien. Maar hierin was ik geen uitzondering. Daar stond ik. In de lange rij voor de kassa, tussen de andere molligen.
Ik was ook alleen in de Albert Heijn. Voor het eerst in negen maanden. Totaal op mezelf. Er liepen een paar pas bevallen moeders. Hun kinderwagens stonden overal in de weg. Hun baby's maakten smakgeluidjes. De moeders hielden zich in en doorkruisten de zaak doelgericht. Met snelle pas. Ik had er niets mee te maken.
Ook spotte ik een paar zwangeren. Met hun buik trots naar voren gestoken, liepen zij onafhankelijk van elkaar dezelfde waggelmars. En toen ik hen passeerde met een mand vol zware spullen, wierp geen van hen mij een blik van verstandhouding toe.
Ik was alleen. Een doodgewoon persoon. Een beetje mollig misschien. Maar hierin was ik geen uitzondering. Daar stond ik. In de lange rij voor de kassa, tussen de andere molligen.
maandag 17 mei 2010
De feesten van de gezusters overlapten elkaar
Na een weekend vol feestgedruis - Jeetje werd zaterdag vijf jaar - ben ik vandaag voor het eerst alleen met Deetje.
We besloten samen naar de groenteboer te gaan om fruit te kopen en broccoli voor het avondeten. Onderweg stopte ik maar twee keer heel even om mijn vinger onder haar neusje te houden. Deetjes gezichtskleur was tijdens de wandeling één geworden met het witte lakentje waar ze op lag.
Ik liet Deetje onze buurt even zien. Ze moest weten waar ze terechtgekomen was, al zouden we hier over niet al te lange tijd vertrekken. Het zonnetje scheen op onze gezichten. Ik duwde de wagen, schreed voort en keek om mij heen maar ving niemands blik. Niemand keek er van op mij en Deetje buiten te zien. Ook bij de groenteboer ging alles precies hetzelfde als twee weken geleden. En de vuilnismannen haalden het vuilnis op. Alsof er in de wereld niets veranderd was.
Af en toe schudde Deetje in haar wagentje. Ik was vergeten hoe je stoepranden op en af gaat met zo'n Bugaboo. Of hoe je drempels over gaat. Maar ook dat had ik snel onder de knie.
We besloten samen naar de groenteboer te gaan om fruit te kopen en broccoli voor het avondeten. Onderweg stopte ik maar twee keer heel even om mijn vinger onder haar neusje te houden. Deetjes gezichtskleur was tijdens de wandeling één geworden met het witte lakentje waar ze op lag.
Ik liet Deetje onze buurt even zien. Ze moest weten waar ze terechtgekomen was, al zouden we hier over niet al te lange tijd vertrekken. Het zonnetje scheen op onze gezichten. Ik duwde de wagen, schreed voort en keek om mij heen maar ving niemands blik. Niemand keek er van op mij en Deetje buiten te zien. Ook bij de groenteboer ging alles precies hetzelfde als twee weken geleden. En de vuilnismannen haalden het vuilnis op. Alsof er in de wereld niets veranderd was.
Af en toe schudde Deetje in haar wagentje. Ik was vergeten hoe je stoepranden op en af gaat met zo'n Bugaboo. Of hoe je drempels over gaat. Maar ook dat had ik snel onder de knie.
donderdag 13 mei 2010
Aanvang van ons nieuwe leven
Ik stond voor het eerst even alleen buiten. Het was er koud en het miezerde. Mijn buik was leeg. Er liepen ratten. Er lagen vuilnishopen. Een twaalfjarig jongetje in trainingspak maakte wilde tongbewegingen. Er stortten vliegtuigen neer. Een meterslange buurman met een reuzenbril op zijn neus, begon enthousiast te vertellen dat hij niet van baby's hield.
'Ze kijken zo wezenloos,' zei hij. 'Ik heb er niets mee. Niets!'
'O,' zei ik.
Ik wil graag echt contact,' zei hij. 'Communicatie daar hou ik van.''
'O, ja,' zei ik.
'Ik vind ze pas leuk vanaf een jaar of twee,' zei hij.
Voor ons raam stond man met een roze bundeltje in zijn armen, dicht tegen zich aangedrukt. Een glimlach op zijn gezicht.
'Ik ga maar eens naar binnen,' zei ik tegen de buurman.
Nu zit ik eraan te denken nooit meer naar buiten te gaan noch iets anders te doen in mijn leven dan het allerbelangrijkste. Namelijk: op een stoel zitten en Deetje wezenloos aanstaren. En dat zij terugstaart. En haar oortjes bestuderen die een heel aparte structuur hebben en losse oorlelletjes. En haar wangetje aaien. En haar lipje met het blaartje erop. En haar pikzwarte, zachte haartjes.
Omdat Wiplala uit was, begon ik Jeetje vandaag uit de kinderbijbel voor te lezen.
'Komt dit boek wel goed?' vroeg Jeetje na hoofdstuk 1. 'Gaat die vrouw van Abraham wel mee naar het beloofde land?'
'Ze kijken zo wezenloos,' zei hij. 'Ik heb er niets mee. Niets!'
'O,' zei ik.
Ik wil graag echt contact,' zei hij. 'Communicatie daar hou ik van.''
'O, ja,' zei ik.
'Ik vind ze pas leuk vanaf een jaar of twee,' zei hij.
Voor ons raam stond man met een roze bundeltje in zijn armen, dicht tegen zich aangedrukt. Een glimlach op zijn gezicht.
'Ik ga maar eens naar binnen,' zei ik tegen de buurman.
Nu zit ik eraan te denken nooit meer naar buiten te gaan noch iets anders te doen in mijn leven dan het allerbelangrijkste. Namelijk: op een stoel zitten en Deetje wezenloos aanstaren. En dat zij terugstaart. En haar oortjes bestuderen die een heel aparte structuur hebben en losse oorlelletjes. En haar wangetje aaien. En haar lipje met het blaartje erop. En haar pikzwarte, zachte haartjes.
Omdat Wiplala uit was, begon ik Jeetje vandaag uit de kinderbijbel voor te lezen.
'Komt dit boek wel goed?' vroeg Jeetje na hoofdstuk 1. 'Gaat die vrouw van Abraham wel mee naar het beloofde land?'
maandag 10 mei 2010
Deetje!!
dinsdag 4 mei 2010
Deadline
'Ik wil dit leven dus totaal niet,' zei ze toen ze haar ogen opendeed.
'Dat zal wel meevallen,' zei hij.
'Nee,' zei ze.
'De baby zal nu wel bijna komen.'
'Daar zie ik ook al niet naar uit.'
'Als je zó geen zin hebt, is het bijna voorbij.'
'Hoe heb ik dit allemaal kunnen beginnen?' Ze maakte een weids gebaar met haar armen.
'De vrijheid komt wel weer,' zei hij.
'Dat zal wel.'
'Weet je?' zei hij. 'Ik denk dat het allemaal gewoon angst is.'
'Ik hoop het maar.'
Het eerste wat ze deed toen ze opstond, was Mens Erger Je Niet spelen met haar dochtertje. De eerste keer verloor ze. En de tweede keer won ze. Ze werd beticht van vals spelen.
'Dat zal wel meevallen,' zei hij.
'Nee,' zei ze.
'De baby zal nu wel bijna komen.'
'Daar zie ik ook al niet naar uit.'
'Als je zó geen zin hebt, is het bijna voorbij.'
'Hoe heb ik dit allemaal kunnen beginnen?' Ze maakte een weids gebaar met haar armen.
'De vrijheid komt wel weer,' zei hij.
'Dat zal wel.'
'Weet je?' zei hij. 'Ik denk dat het allemaal gewoon angst is.'
'Ik hoop het maar.'
Het eerste wat ze deed toen ze opstond, was Mens Erger Je Niet spelen met haar dochtertje. De eerste keer verloor ze. En de tweede keer won ze. Ze werd beticht van vals spelen.
zondag 2 mei 2010
Eerste
Ik heb, samen met Jeetje, mijn eerste muffins gebakken waarbij ik tien keer zoveel melk deed als nodig was. 0,75 ml werd bij mij 0,75 l.
Er is voor het eerst van mijn leven iemand voor me opgestaan in de tram en ik nam de plaats aan. Al was het niet perse nodig.
Ik ben begonnen met het lezen van de Duivenplaag van Louise Erdrich.
Ook heb ik helemaal nergens last van - behalve van te strakke, te korte t-shirts - en kan ik me nog steeds niet voorstellen dat er hier deze week iemand in huis komt die we nu nog niet kennen en die de komende achttien jaar niet meer weg zal gaan. Iemand die bij ons intrekt en die binnenkort - misschien morgen al?- al niet meer weg te denken zal zijn.
En dat wij diegene een naam geven die zij (of hij) dan haar hele leven gaat gebruiken, die normaal voor haar zal worden maar die nu nog inwisselbaar is. We kunnen haar Lira noemen of Haruki of Connie. Ik kan een prijsvraag op mijn weblog zetten. Wie de mooiste naam geeft, krijgt een unieke uitgave van 'Bessems trots' cadeau. Ik kan er een spelletje van maken. Maar dat vindt die iemand vast niet leuk, als ze dat later verneemt.
Als ik naar beneden kijk, kijk ik op een strakgespannen t-shirt en zie een groot, gesloten bolwerk. Het heeft iets zeer onnatuurlijks.
Er zit een duif op het balkon die haar kopje scheef houdt en van het scherm met me meeleest.
Het eerste dat Jeetje vanmorgen aan mij vroeg was: 'Mama, waarom zijn wij eigenlijk mensen?'
Er is voor het eerst van mijn leven iemand voor me opgestaan in de tram en ik nam de plaats aan. Al was het niet perse nodig.
Ik ben begonnen met het lezen van de Duivenplaag van Louise Erdrich.
Ook heb ik helemaal nergens last van - behalve van te strakke, te korte t-shirts - en kan ik me nog steeds niet voorstellen dat er hier deze week iemand in huis komt die we nu nog niet kennen en die de komende achttien jaar niet meer weg zal gaan. Iemand die bij ons intrekt en die binnenkort - misschien morgen al?- al niet meer weg te denken zal zijn.
En dat wij diegene een naam geven die zij (of hij) dan haar hele leven gaat gebruiken, die normaal voor haar zal worden maar die nu nog inwisselbaar is. We kunnen haar Lira noemen of Haruki of Connie. Ik kan een prijsvraag op mijn weblog zetten. Wie de mooiste naam geeft, krijgt een unieke uitgave van 'Bessems trots' cadeau. Ik kan er een spelletje van maken. Maar dat vindt die iemand vast niet leuk, als ze dat later verneemt.
Als ik naar beneden kijk, kijk ik op een strakgespannen t-shirt en zie een groot, gesloten bolwerk. Het heeft iets zeer onnatuurlijks.
Er zit een duif op het balkon die haar kopje scheef houdt en van het scherm met me meeleest.
Het eerste dat Jeetje vanmorgen aan mij vroeg was: 'Mama, waarom zijn wij eigenlijk mensen?'
Abonneren op:
Posts (Atom)
