donderdag 3 juni 2010

Vluchtige boekenbranche

Het boek is in alle serieuze kranten en tijdschriften gerecenseerd en vrijwel overal is het uitstekend bevonden. Tot zover: missie geslaagd. Ik krijg mails van lezers die het mooi vonden en sommigen moesten huilen bij het laatste verhaal. Nu is mensen laten huilen wel altijd een wens van mij geweest. Dus: ik blij. Maar nu: drie maanden nadat het uitkwam, is het boek opgelost in de boekenmassa. Het ligt niet meer prominent in de schappen. Het is van de tafels verdwenen. De voorraad raakt op en wordt waarschijnlijk niet meer bijgevuld. De laatste exemplaren staan nog dapper bij de 'g'. Zo gaat dat met boeken.
Ze zijn een kwartaal houdbaar. Het boek heeft twee keer zoveel aandacht gehad als mijn debuut, dat al veel aandacht kreeg van de pers. En ikzelf heb ook twee keer zoveel aandacht gehad, waar er bij mijn debuut nul aandacht was voor mijn persoon. Deze keer zijn er foto's gemaakt, een paar interviews weggegeven, ik zat met mijn dikke kop in een tv programma. Maar ik twijfel eraan of de verkoop ook verdubbeld is. En dat is echt niet veel gevraagd: verdubbeling. Zelfs als het vijf keer zo veel is, is het nauwelijks rendabel. Het argument: 'het is een verhalenbundel.' En: 'het moet zichzelf verkopen.'
Ik weet dat de marktwaarde van mijn laatste boek groter is. Het is toegankelijker. Directer. Er is meer publiek voor. En dan heb ik het nog over een bescheiden publiek. Maar als niemand weet dat het boek bestaat, bereik je zelfs dat niet.
Dus wat mij (iedere schrijver) te doen staat: bestseller schrijven. Alleen dan is er geen ontkomen aan.

dinsdag 1 juni 2010

Dank je wel

Jeetje heeft moeite met 'dank je wel' zeggen als ze een cadeautje krijgt of als iemand haar een gunst verleent waarvoor een dankbetuiging niet meer dan normaal is. Ook krijgt ze 'sorry' haast niet uit haar strot. Een onverstaanbaar gefluister is het hoogst haalbare.
'Het geef helemaal niets,' zeg ik haar, 'het is ook lastig om iets goed te ontvangen. Ik heb het ook moeten leren. Zélfs ik vind het nog steeds niet makkelijk om 'dank je wel' te zeggen.' (Om over 'sorry' nog maar te zwijgen. Gelukkig hebben we het daar niet over.)
'Nee!' zegt Jeetje. 'Jij begint altijd heel raar te lachen als iemand jou iets geeft.'
En Jeetje (net 5) doet mij na. Ze giechelt mijn lachje - 'hi,hi,hi' - met haar hand half voor haar mond. Een ongemakkelijke grijns. Met opgetrokken schouders. Heen en weer schietende ogen.
Hierna doet ze haar armen over elkaar en kijkt mij aan.

maandag 31 mei 2010

HP de Tijd recensie

Ja, en er stond een fijne recensie in de HP de Tijd. Die van twee weken geleden inmiddels al.
Dubbelklik op de afbeelding.

'Van alle treurige familieverhalen die er op de wereld zijn, is dit waarschijnlijk het treurigste...'

De ene of de andere

'Ik ga buiten spelen!' zegt ze. De voordeur slaat dicht. Jeetje had buurtkinderen op de stoep gezien en was niet meer te houden.
Kom terug, wil ik roepen, Jeetje kom terug! Ik zit binnen met de baby op mijn arm. Die al naar me aan het lachen is. Haar ogen worden halve maantjes van de pret.
Voor de komst van Deetje zat ik altijd op het bankje voor het huis als Jeetje buiten was. Nu speelt ze al voor de zoveelste keer in de straat zonder ouderlijk toezicht. Ja, ik kijk af en toe door het raam of ze wel uitkijkt bij het oversteken.
Vanachter het raam, met de lieve, lachende baby op mijn arm, zal ik ook precies kunnen zien hoe Jeetje geschept wordt. Door die idioot die zo hard door onze straat scheurt. En er komen steeds meer idioten. Hebben we een piepkleine dochter erbij, zul je net zien dat die grote wegvalt.

En als Jeetje weer heelhuids binnen is, we samen boterhammen eten, en het heel stil blijft in mijn voormalige schrijfkamer, vrees ik voor het leven van mijn hele kleintje.
Jeetje vertelt mij verhalen, terwijl ik door de muur heen voel hoe Deetje aan het wegzakken is in een diepe, steeds diepere, slaap. Tot ze de ijskoude ondergrens nadert. Deetje! wil ik roepen. Deetje blijf hier!

Zo ontglippen mij mijn kinderen. Terwijl ik oplet. Ongelukken zitten in kleine hoekjes. Er zijn ook verdacht veel schrijvers met dode kinderen.

zondag 30 mei 2010

Zo moeder, zo dochter.

Het laatste stoplicht voor ik thuiskom van mijn eerste twee-en-een-half uur alleen in de Hema en aanverwante winkels in de Pijp. Op de scooter voor me zit een vrouw wier lichaam overhelt als overvolle voor-achter-zadel-en zijtassen. Ze heeft een klein geblondeerd staartje, waardoor haar hoofd nog boller lijkt dan het is. Haar gezicht is rood. Ze draagt een te krappe leren jas met gouden details en een zwarte driekwart legging. Haar plastic slippers snijden in het vlees van haar voeten. Tussen haar lippen zit een sigaret. Ze blaast de rook naar achteren. In het gezicht van haar evenbeeld. Een kleine, exacte kopie van een jaar of tien. Ze drukt haar rode wangen tegen haar moeders rug. In haar hand een puntzak brownies. Dromerig staart ze naar opzij terwijl haar kaken kauwen. Tevreden. Zoals Deetje tevreden is, als tegen mij aan ligt te drinken.
Het licht springt op groen. De scooter trekt nauwelijks op. De banden zijn slap. Bijna lek.

zaterdag 29 mei 2010

Mijn heldenleven

Zo weinig regelmaat als er de laatste tijd in het schrijven van mijn blog zit, zo weinig regelmaat zit er in mijn dagen.
Mijn dag: Deetje drinkt van mij. En als Deetje slaapt, stop ik de was in de wasmachine. Of loop achter de kinderwagen en doe boodschappen. Als Deetje slaapt en Jeetje heeft vrij, wil Jeetje iets met mij doen. In de avond huilen ze soms allebei om mij.

Pas op het moment dat ik weer elke dag een stukje schrijven kan, heb ik houvast in mijn leven. Nu overleef ik vooral.
Het klinkt vervelender dan het is. Het is best leuk namelijk. Overleven heeft iets heroïsch. Zoals een kind baren ook iets heroïsch heeft. Al moet de heroïek niet te lang duren. Niets moet te lang duren.

Als ik te lang geen tijd krijg om mijn heldenverhalen op te schrijven, gaat het verkeerd.
Ik sprak erover met een vriendin die ook schrijfster is.
'Wij kunnen ons fijn achter de fictie verschuilen - 'het is allemaal niet waar! het is verzonnen! - en hard roepen dat schrijven geen therapie is. Maar ook dat is niet waar. Het werkt namelijk verschrikkelijk therapeutisch. Waarschijnlijk geldt dat voor alle schrijvers. Als ze niet schreven, werden ze gek of diep ongelukkig.'

Maar eerst moet ons huis ingepakt. Volgende maand vertrekken we. Voorgoed. Naar een heel ander deel van de stad. De verhuisdozen stapelen zich op in de gang. Net als de verhalen.

woensdag 26 mei 2010

Google weet raad

Ik was 'haaruitval na zwangerschap' aan het googelen toen ik een mail van een (ex)vriendin ontving. Ik had precies vijf jaar geleden - na de geboorte van Jeetje - voor het laatst een mail van haar gekregen die heel anders van toon was dan de mail die ik nu plotseling - vlak na de geboorte van Deetje - kreeg.
Na het lezen van de mail, googelde ik - alsof ik nooit mail gehad had - 'gewicht verliezen na zwangerschap.' En daarna googelde ik: 'baby van drie weken oud, maaiende armen. Inbakeren?' En toen ging ik de baby van drie weken voeden. En toen legde ik haar in de box, deed haar haar jasje aan en ging buiten de kinderwagen vast in elkaar zetten. Daarna haalde ik de baby op. Ik vergat de huissleutel niet. En toen wandelden de baby en ik naar de lagere Montessorischool om de grote zus op te halen.
Maar de grote zus zei dat ze met een vriendinnetje meeging. Thuisgekomen sliep de baby nog even in de wandelwagen en googelde ik: 'vriendschap illusie?' en 'kunnen mensen wezenlijk veranderen?'
Google zei op allebei mijn vragen: 'Nee hoor.'