woensdag 16 juni 2010

Ik zag vandaag

Ik zag vandaag mensen lopen met bochels. Ze bleven stilstaan op kruispunten, of midden op trottoirs, versperden met hun rollators de weg en lieten het hoofd erbij hangen. Alsof ze bevroren. Ze bevonden zich precies op dat punt van omkukelen. Met hun neuzen bijna op de grond. Maar ze vielen niet. En dat op verschillende plekken in de stad!

Ik zag een nette, oude vrouw met witgrijs haar in een staartje, een blauwe damesjas met zwart ceintuur. Ze liep voor me in het zonnetje. Ze schuifelde eerder. Met haar pantykousen in sandalen.
Maar toen ik haar passeerde begon ze me toch een partij te schelden.
'Vieze vuile klootzak,' zei ze tegen me. 'Vieze bruine.'

Ik hoorde een vrouw voor de Albert Heijn ook eens een gesprekje aanknopen met de tandeloze zwerver die er de straatkrant aanbood. Omdat ze goed probeerde te zijn, omdat ze de man als mens wilde zien waar je gewoon een praatje mee maakt. Heus wel.
'O, ik moet zo naar de tandarts!' zei ze. 'Ik ben zo zenuwachtig. Ik vind het altijd heel eng, de tandarts. Maar ja, het moèt, hè?'

Ik zag ook een mevrouw met haar haren door de war, een ongewassen jurk aan en opgezwollen voeten. Ze was nog maar net afgegleden. Zo zag ze eruit. Als een gewone mevrouw die zichzelf plotseling op straat zag lopen als een zwerfster.

dinsdag 15 juni 2010

Ruim Je Leven Op.

Ik googel onze nieuwe buurt en stuit als eerste op de website: Ruim Je Leven Op!
Als mijn huis een wanorde is, kan ik Karin de opruimcoach bellen. Zij is kordaat, systematisch, denkt praktisch, draagt graag oplossingen aan en is to the point. Zij is alles wat ik niet ben.
Karin wil me helpen met het opruimen van mijn huis. Omdat - volgens haar - mijn huis mijn ziel weerspiegelt. Als dat echt zo is, heb ik een zwervende ziel. Of ik bén er eentje. Ik weet niet precies hoe het zit met zielen, heb je er een of ben je je ziel?
Mijn ziel heeft in elk geval geen eigen plekje om zich te settelen. Mijn ziel is rusteloos. Bij mij thuis heeft namelijk niets een eigen plek. Ook de tafels, de stoelen en de bank niet. En omdat we geen echte badkamer hebben, zwerven zelfs de tandenborstels rond. Van aanrecht, naar servieskast, naar radiator, naar lade. Het grootste deel van mijn tijd zoek ik. Naar nagelknippertjes, scharen, plakband, een ovenschaal. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik weet niet waar het ligt.
Alleen onze inbouwkasten kennen hun plaats. Maar onze inbouwkasten zijn de vergeten vlieringen. Wat erin ligt, weet niemand. Als je de deuren ervan opent, valt de inhoud eruit. Dus die deuren zitten al jaren potdicht. Maar binnenkort zal daar toch verandering in moeten komen.
Mijn ziel doolt. Mijn ziel is een vergeten vliering. En ik trek mijn hele gezin - ook mijn kakelverse, opgeruimde dochtertje - in deze misère mee als ik die Karin niet gauw bel.

Misschien zou ik mijn ziel een tijdje in moeten bakeren? Net als mijn baby. Opdat ze kalmeert. En weet waar ze begint. En ophoudt. En dat ze niet meer zo hulpeloos door de lege ruimte hoeft te maaien en te zwaaien.

maandag 14 juni 2010

Stilzitten

'Nederland wordt kampioen!' roept Jeetje uitzinnig als ik haar van school haal. Op het schoolplein rennen kinderen in het oranje. Er wordt geschreeuwd, gejuicht en op die oranje toeters geblazen. De kinderen zijn uitgelaten, de grote mensen nog erger. Ik heb onderweg mannen gezien met schuimrubberen voetballen op hun hoofden en claxonnerende auto's met vlaggen op het dak. In het voorbijgaan hoor ik moeders hun kleuters uitleggen dat dit niet de laatste wedstrijd was. Dat Nederland nog een heleboel wedstrijden gaat spelen. Omdat we wereldkampioen worden. Ik zie oude vrouwen met hun wangen in de Nederlandse driekleur beschilderd.
'Nederland heeft gewonnen,' schreeuwt Jeetje met een rood hoofd.
'Hebben jullie voetbal gekeken in de klas?' vraag ik.
'Ja! Dat is urenlang stilzitten en we mochten er een snoepje uit de snoeppot bij kiezen!'
'O, wat leuk.'
'Ja!'
'En tegen wie speelde Nederland?'
'Tegen Afrika!' krijst Jeetje. 'Nee, tegen de Noordpool.'
Waarom knopen ze er dan geen topografie lesje aan vast? vraagt deze moeder zich af.

zaterdag 12 juni 2010

Op mijn verjaardag

Op mijn verjaardag was Deetje al om half vijf wakker en Jeetje trippelde om kwart over zes 's ochtends de slaapkamer in,
fluisterend, giechelend. Met wangen rood van opwinding.
Een uur later zat ik aan het gekookte verrassingsei en hingen er slingers in de keuken.

Op mijn verjaardag lagen we even op een matras in Ikea.
Jeetje lag in de ballenbak.
En in de toiletruimte haalde Deetje haar hart op aan al die witte, glimmende tegels.
Alsof ze permanent high zijn, die baby's.

Ik had twee taarten gemaakt voor het bezoek des middags.
Toen ze met een glas wijn op mij proostten,
zat ik op de bank te lachen, met een baby en mijn t-shirt een stukje omhoog.
Ook werd de nieuwe keuken van de nieuwe bovenburen naar boven gehesen op mijn verjaardag.

donderdag 10 juni 2010

Vijf weken Deetje

Deetje maakt haar eerste groeispurt door. Deetjes wereld wordt groter. Er komt meer binnen. Ze kijkt langdurig om zich heen. Niet alleen de tegels van de keukenmuur zijn interessant, maar ook de witte was die ik aan het ophangen ben. Wapperende hydrofieldoeken. De volle fruitmand op tafel. Tijdens het drinken, stopt ze nu regelmatig om naar het licht te kijken, of om de geluiden die ze hoort in kaart te brengen. Daarna lacht ze naar mij en maakt daar rare geluidjes bij. Nieuwe klanken komen er uit haar keel. Deetje probeert te praten.
Het groter worden van de wereld is spannend en ook stressvol voor haar. Daarom wil Deetje nu meer bij mij op schoot. Ook moet ze vaker huilen. Van de spanning. Want waar houdt de wereld nu op? In vijf weken verandert er zoveel. Waar moet Deetje in hemelsnaam op bouwen?
Ik maak diezelfde groeispurt door. Mijn wereld wordt ook groter. Ik zie meer. Ik wil meer. Ik ben meer. Het kan mij plotseling niet snel genoeg gaan. Naar buiten wil ik, het verkiezingsdebat volgen, kranten lezen, boeken uitzoeken, een beetje nadenken. Ik wil mijn lijf terug. De deur achter me dicht slaan en de straat uit fietsen. Of zomaar wat rondslenteren. Vrij zijn. Wijn drinken. Ik wil...
Het klein blijven van de wereld is soms uitputtend en stressverhogend. Dan wil ik niet alweer met Deetje op schoot op de bank zitten.
Het schijnt dat ze daarom rond deze tijd zo verschrikkelijk lief en veel naar je lachen.

woensdag 9 juni 2010

De wens om niets te kiezen

Elke dag als ik met Deetje in het groene karretje aan de wandel ben, zegt iemand het: 'Ik wou dat ik daar lag. Ik wou dat ik nog zo klein was.'
Het is opvallend hoeveel mensen de wens koesteren om een pasgeboren, afhankelijke baby te zijn. De wens om al slapend voortgeduwd te worden, hobbelend. Bij God niet wetend waar naartoe. De wens om niet te weten dat je daar ligt te slapen en wordt voortgeduwd. Bij God niet wetend door wie. Er is geen waar naartoe, geen wie, geen wat, geen waarom.
Vaak zijn het oude mensen die het tegen me zeggen.
'O, wat zou ik daar graag liggen,' zei een oud mevrouwtje dat met een oud meneertje stond te praten.
'Tja, die tijd ligt ver achter ons,' zei het oude meneertje.
Ze glimlachten naar mij en keken in de kinderwagen. Deetje lag daar met haar vuistjes omhoog en haar mond een klein stukje open te slapen. Een dun dekentje bedekte haar.
'Het hoeft voor u niet meer zo lang te duren,' zei ik. 'Dan ligt u daar weer.'
'Hoezo?' zei het meneertje.
'Ooit, van reïncarnatie gehoord?' vroeg ik.
De oudjes keken mij aan.
'Nee dus,' zei ik.

dinsdag 8 juni 2010

Jeetje Thieme

'Ach, het zijn natuurlijk de kindjes,' zegt Jeetje.
'Zal best.'
'Die kindjes lopen daar rond op zoek naar hun moeder.'
'Ik heb hun moeder gisteren vermoord. Afgemaakt. Vergiftigd.'
'Ze zijn helemaal alleen.' Jeetjes stem breekt.
'Ik heb er weesjes van gemaakt.'
'Aaaah, wat zielig.'
'Ja, en ik ga de weesjes nu ook vergiftigen. Ik maak alles dood wat hier loopt.' Ik smeer Jeetjes hoofd in.

Een paar dagen later zie ik er weer één.
'Hij leeft nog!' zeg ik. 'Hij is resistent!'
'De moeder is teruggekomen,' zegt Jeetje tevreden. 'En heeft ze lekker gevoed.'
Ik pak 'm tussen mijn vingers en verdrink 'm. Zo vergaat het ook de rest van de kindjes.