De familie zit op woensdagmiddag in de auto.
'Waar komt een mens eigenlijk vandáán?' vraagt Jeetje als we de ring opdraaien.
'Hoezo?'
'Nou, hoe ontstaat er ineens een mens? Hoe?'
'Tja, eh.'
'Er was eerst niemand en toen was er ineens iemand. Hoe kan dat nou? Van niemand naar iemand?'
'Het leven op aarde begon niet met mensen...'
'Nee, nee, dat weet ik wel van die dinosaurussen en zo,' zegt Jeetje, 'maar een mens. Die moet toch eerst ergens zijn geweest?' Jeetje kijkt naar Deetje. Met half dichtgeknepen oogjes kijkt Deetje vanuit haar maxi cosi naar haar grote zus.
'De dinosaursussen waren niet de eerste...'
'Nee, nee vissen enzo en nog kleinere beestjes in de zee. Maar ik heb het over een mèns. Waar was ze voor ze hier was? Ze komen niet uit de lucht.'
'Ze groeien.'
'Ja, maar waar komen ze dan vandaan gegroeid?'
woensdag 23 juni 2010
dinsdag 22 juni 2010
Een mannetje
Ik raakte verzeild op zoekeenmannetje.nl en verdwaalde in alle denkbare categorieën mannetjes, en in hoe de mannetjes zichzelf omschreven en wat ze allemaal konden. Wat waren die mannetjes geweldig.
Man zuchtte.
We hadden de tegenslagen van de verbouwing net doorgenomen. Het zat allemaal niet mee. En de tijd tikte.
'We moeten nog een mannetje, man,' zei ik, 'anders ga jij er aan onderdoor.'
Man knikte.
'We moeten een goed mannetje erbij. Misschien een paar mannetjes. Jij moet diegene zijn die het overzicht bewaart en die de mannetjes aanstuurt.'
Mijn mannetje knikte weer. Zijn handen ondersteunden zijn kin.
Man zuchtte.
We hadden de tegenslagen van de verbouwing net doorgenomen. Het zat allemaal niet mee. En de tijd tikte.
'We moeten nog een mannetje, man,' zei ik, 'anders ga jij er aan onderdoor.'
Man knikte.
'We moeten een goed mannetje erbij. Misschien een paar mannetjes. Jij moet diegene zijn die het overzicht bewaart en die de mannetjes aanstuurt.'
Mijn mannetje knikte weer. Zijn handen ondersteunden zijn kin.
maandag 21 juni 2010
Wat voor mensen?
Er wordt gesloopt in het nieuwe huis. Het toilet dat midden in de woonkamer stond, gaat naar een meer decent plekje. In de hoek. Wat voor mensen woonden daar? Met een wc op de meest centrale plek en in de keuken een ingebouwde frituur en maar twee kookplaatjes. Mensen met een radio en cd speler in de douche, een hoogpolig tapijt vastgelijmd op de trap en een heel grote Beierse hut op hun kleine, betegelde tuin. Wat voor mensen woonden daar? Die zich niet aan ons wilden laten zien. Die bij elke officiële gelegenheid iemand een volmacht lieten tekenen. Wat voor mensen woonden daar? Die eerst hun huis verkochten en daarna boos waren omdat het verkocht was. Voor die prijs. Dus dwarsboomden ze ons op verschillende manieren, waar zij zelf uiteindelijk financieel het meeste van geleden moeten hebben. Wat voor mensen woonden daar, waar wij straks gaan wonen. Op een eilandje, los van de wereld. Nu nog.
vrijdag 18 juni 2010
Bij ons
De lucht was grijs. Het woei. Een paar graden kouder dan bij ons was het. Ik zag een hippe hippie moeder met drie hippe hippie kindjes. Het leek alsof hun haren in de knoop zaten maar van dichtbij zag je dat het met beleid gebeurd was. Door de kapper, stylist die op de hoek van onze nieuwe straat zat, natuurlijk.
Ik stond helemaal bovenin het huis en had uitzicht over het eiland. Het IJ. Hier zouden wij de komende jaren dus rondlopen. Ik bekeek de tuinen van de buren. Er stond veel speelgerei. In één van die tuinen zou Jeetje misschien wel gaan spelen. En Deetje ook. We zouden hier de weg gaan kennen. En de mensen. En de dingen.
Nu staat daar nog dat huis. Dat het onze zal worden. Maar dat met de overdracht van een sleutelbos en het zetten van een handtekening nog niet meteen is.
Ik stond helemaal bovenin het huis en had uitzicht over het eiland. Het IJ. Hier zouden wij de komende jaren dus rondlopen. Ik bekeek de tuinen van de buren. Er stond veel speelgerei. In één van die tuinen zou Jeetje misschien wel gaan spelen. En Deetje ook. We zouden hier de weg gaan kennen. En de mensen. En de dingen.
Nu staat daar nog dat huis. Dat het onze zal worden. Maar dat met de overdracht van een sleutelbos en het zetten van een handtekening nog niet meteen is.
donderdag 17 juni 2010
Om rekening mee te houden
Drie verhalen van Elke Geurts "subtiel geschetste wreedheid door een stem om mee rekening te houden," aldus Eva Berghmans.
Het stond in de Standaard van vorige week. En hoe de rest van de recensie ging, weet ik niet.
Vooral dat 'een stem om rekening mee te houden,' beviel mij. Het beviel mij meer dan wenselijk is. Ik wil namelijk dolgraag een stem hebben waar rekening mee gehouden wordt. Te graag. Dit zal wel weer terug te voeren zijn op vroeger. Dit zal al wel spelen sinds de lagere school. Nee, sinds de peuterspeelzaal. Toen werd er veel te weinig rekening gehouden met mijn stem. Omdat ik ook helemaal niets zei. Sinds ik kan schrijven, heb ik die stem eigenlijk.
Het stond in de Standaard van vorige week. En hoe de rest van de recensie ging, weet ik niet.
Vooral dat 'een stem om rekening mee te houden,' beviel mij. Het beviel mij meer dan wenselijk is. Ik wil namelijk dolgraag een stem hebben waar rekening mee gehouden wordt. Te graag. Dit zal wel weer terug te voeren zijn op vroeger. Dit zal al wel spelen sinds de lagere school. Nee, sinds de peuterspeelzaal. Toen werd er veel te weinig rekening gehouden met mijn stem. Omdat ik ook helemaal niets zei. Sinds ik kan schrijven, heb ik die stem eigenlijk.
woensdag 16 juni 2010
Ik zag vandaag
Ik zag vandaag mensen lopen met bochels. Ze bleven stilstaan op kruispunten, of midden op trottoirs, versperden met hun rollators de weg en lieten het hoofd erbij hangen. Alsof ze bevroren. Ze bevonden zich precies op dat punt van omkukelen. Met hun neuzen bijna op de grond. Maar ze vielen niet. En dat op verschillende plekken in de stad!
Ik zag een nette, oude vrouw met witgrijs haar in een staartje, een blauwe damesjas met zwart ceintuur. Ze liep voor me in het zonnetje. Ze schuifelde eerder. Met haar pantykousen in sandalen.
Maar toen ik haar passeerde begon ze me toch een partij te schelden.
'Vieze vuile klootzak,' zei ze tegen me. 'Vieze bruine.'
Ik hoorde een vrouw voor de Albert Heijn ook eens een gesprekje aanknopen met de tandeloze zwerver die er de straatkrant aanbood. Omdat ze goed probeerde te zijn, omdat ze de man als mens wilde zien waar je gewoon een praatje mee maakt. Heus wel.
'O, ik moet zo naar de tandarts!' zei ze. 'Ik ben zo zenuwachtig. Ik vind het altijd heel eng, de tandarts. Maar ja, het moèt, hè?'
Ik zag ook een mevrouw met haar haren door de war, een ongewassen jurk aan en opgezwollen voeten. Ze was nog maar net afgegleden. Zo zag ze eruit. Als een gewone mevrouw die zichzelf plotseling op straat zag lopen als een zwerfster.
Ik zag een nette, oude vrouw met witgrijs haar in een staartje, een blauwe damesjas met zwart ceintuur. Ze liep voor me in het zonnetje. Ze schuifelde eerder. Met haar pantykousen in sandalen.
Maar toen ik haar passeerde begon ze me toch een partij te schelden.
'Vieze vuile klootzak,' zei ze tegen me. 'Vieze bruine.'
Ik hoorde een vrouw voor de Albert Heijn ook eens een gesprekje aanknopen met de tandeloze zwerver die er de straatkrant aanbood. Omdat ze goed probeerde te zijn, omdat ze de man als mens wilde zien waar je gewoon een praatje mee maakt. Heus wel.
'O, ik moet zo naar de tandarts!' zei ze. 'Ik ben zo zenuwachtig. Ik vind het altijd heel eng, de tandarts. Maar ja, het moèt, hè?'
Ik zag ook een mevrouw met haar haren door de war, een ongewassen jurk aan en opgezwollen voeten. Ze was nog maar net afgegleden. Zo zag ze eruit. Als een gewone mevrouw die zichzelf plotseling op straat zag lopen als een zwerfster.
dinsdag 15 juni 2010
Ruim Je Leven Op.
Ik googel onze nieuwe buurt en stuit als eerste op de website: Ruim Je Leven Op!
Als mijn huis een wanorde is, kan ik Karin de opruimcoach bellen. Zij is kordaat, systematisch, denkt praktisch, draagt graag oplossingen aan en is to the point. Zij is alles wat ik niet ben.
Karin wil me helpen met het opruimen van mijn huis. Omdat - volgens haar - mijn huis mijn ziel weerspiegelt. Als dat echt zo is, heb ik een zwervende ziel. Of ik bén er eentje. Ik weet niet precies hoe het zit met zielen, heb je er een of ben je je ziel?
Mijn ziel heeft in elk geval geen eigen plekje om zich te settelen. Mijn ziel is rusteloos. Bij mij thuis heeft namelijk niets een eigen plek. Ook de tafels, de stoelen en de bank niet. En omdat we geen echte badkamer hebben, zwerven zelfs de tandenborstels rond. Van aanrecht, naar servieskast, naar radiator, naar lade. Het grootste deel van mijn tijd zoek ik. Naar nagelknippertjes, scharen, plakband, een ovenschaal. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik weet niet waar het ligt.
Alleen onze inbouwkasten kennen hun plaats. Maar onze inbouwkasten zijn de vergeten vlieringen. Wat erin ligt, weet niemand. Als je de deuren ervan opent, valt de inhoud eruit. Dus die deuren zitten al jaren potdicht. Maar binnenkort zal daar toch verandering in moeten komen.
Mijn ziel doolt. Mijn ziel is een vergeten vliering. En ik trek mijn hele gezin - ook mijn kakelverse, opgeruimde dochtertje - in deze misère mee als ik die Karin niet gauw bel.
Misschien zou ik mijn ziel een tijdje in moeten bakeren? Net als mijn baby. Opdat ze kalmeert. En weet waar ze begint. En ophoudt. En dat ze niet meer zo hulpeloos door de lege ruimte hoeft te maaien en te zwaaien.
Als mijn huis een wanorde is, kan ik Karin de opruimcoach bellen. Zij is kordaat, systematisch, denkt praktisch, draagt graag oplossingen aan en is to the point. Zij is alles wat ik niet ben.
Karin wil me helpen met het opruimen van mijn huis. Omdat - volgens haar - mijn huis mijn ziel weerspiegelt. Als dat echt zo is, heb ik een zwervende ziel. Of ik bén er eentje. Ik weet niet precies hoe het zit met zielen, heb je er een of ben je je ziel?
Mijn ziel heeft in elk geval geen eigen plekje om zich te settelen. Mijn ziel is rusteloos. Bij mij thuis heeft namelijk niets een eigen plek. Ook de tafels, de stoelen en de bank niet. En omdat we geen echte badkamer hebben, zwerven zelfs de tandenborstels rond. Van aanrecht, naar servieskast, naar radiator, naar lade. Het grootste deel van mijn tijd zoek ik. Naar nagelknippertjes, scharen, plakband, een ovenschaal. Je kunt het zo gek niet bedenken of ik weet niet waar het ligt.
Alleen onze inbouwkasten kennen hun plaats. Maar onze inbouwkasten zijn de vergeten vlieringen. Wat erin ligt, weet niemand. Als je de deuren ervan opent, valt de inhoud eruit. Dus die deuren zitten al jaren potdicht. Maar binnenkort zal daar toch verandering in moeten komen.
Mijn ziel doolt. Mijn ziel is een vergeten vliering. En ik trek mijn hele gezin - ook mijn kakelverse, opgeruimde dochtertje - in deze misère mee als ik die Karin niet gauw bel.
Misschien zou ik mijn ziel een tijdje in moeten bakeren? Net als mijn baby. Opdat ze kalmeert. En weet waar ze begint. En ophoudt. En dat ze niet meer zo hulpeloos door de lege ruimte hoeft te maaien en te zwaaien.
Abonneren op:
Posts (Atom)