zaterdag 26 juni 2010

Mijn correspondentie ben ik.

In mijn eentje begon ik met het uitpakken van de eerste inbouwkast. Ik trof er een vies schapenvachtje aan, een grote doodse pop, twee speeltentjes, rollen pakpapier, kapotte tassen, bankafschriften uit 2000 en mappen, heel veel mappen met correspondentie. Mijn hele leven lang correspondeer ik al. Mijn correspondentie; dat ben ik.
De liefde voor Man begon toen hij me ooit zijn tekeningen liet zien. Maar ik was pas echt verkocht door zijn brieven. Omdat hij zulke goede en lange brieven schreef. Die briefwisseling mis ik nu nog.
Vroeger had ik een Amerikaanse penvriendin, een Utrechtse penvriend, mijn vriendin en ik duwden 's avonds regelmatig briefjes bij elkaar door de brievenbus, in de klas schreef ik kleine boekjes vol met het meisje dat naast me zat en de berichten in mijn dagboeken waren gericht aan onze overleden hond.
Mocht er in die tijd msn en email bestaan hebben; ik was nooit meer achter de computer vandaan gekomen. Zoals nu.
Maar voor de computer was er het faxapparaat. Vanaf dat moment werd er dagelijks en hevig gefaxt.
Je moet het nooit doen als je begint met het inpakken van je spullen, maar toch opende ik een map. Er zaten brieven in met daartussen faxen van mijn huidige, vaste penvriendin. Ze kwamen nog uit de vorige eeuw. Ze waren nagenoeg onleesbaar.
Het zijn bijna weer blanco vellen geworden. Onder mijn ogen verdwijnen de letters. Als er iets is waar ik niet tegenkan...

donderdag 24 juni 2010

Geluk is...

Met prikkende ogen rechtop zitten. Voor de tweede keer. In het holst van de nacht. Op je niet geïsoleerde - dus stikhete - zolderkamer. Er was ook ergens een mug maar nu het licht aan is, is die verdwenen. Je baby heeft dorst. Je baby heeft het waarschijnlijk warm. Je baby kan niet praten. Jij bent de tolk van je baby. Je moet goed oppassen dat je baby niet sterft van de hitte. Maar op dit moment niet. Want je baby drinkt. Aan de melkflessen die aan je lichaam groeiden. Twee knappe loodzware stalen natuur.
Je kijkt de kamer rond: het gat in de muur, het gruis op de grond, brokstukken. De nieuwe buren boorden gisteren daadwerkelijk je huis in. De nieuwe buren zijn al drie maanden non-stop aan het verbouwen. Drilboren, schuurmachines, getimmer en gezaag. Dat is je dagelijkse achtergrondmuziek. Je went eraan. Maar nu lijkt het alsof hun verflucht door het gat je kamer indrijft. Zo de neusgaatjes van je baby in en in die van je kleuter. Je kleuter vraagt om een glaasje water.
Je ziet ook: de overvolle klerenkasten, het bureau, de boekenkast en de dekenkist. Je moet het inpakken. Je hebt nog precies twee weken de tijd. Je baby kreunt en hoest. Je houdt haar rechtop. Je baby spuugt je onder. Je baby lacht naar je zodra je haar op het aankleedkussen legt. Je verschoont je baby. Je stopt haar weer in haar mandje vlak naast je bed. Je baby gaat slapen. En als je het licht uitdoet, je hoofd op je kussen legt, is de mug weer terug.

woensdag 23 juni 2010

Van niemand naar iemand

De familie zit op woensdagmiddag in de auto.
'Waar komt een mens eigenlijk vandáán?' vraagt Jeetje als we de ring opdraaien.
'Hoezo?'
'Nou, hoe ontstaat er ineens een mens? Hoe?'
'Tja, eh.'
'Er was eerst niemand en toen was er ineens iemand. Hoe kan dat nou? Van niemand naar iemand?'
'Het leven op aarde begon niet met mensen...'
'Nee, nee, dat weet ik wel van die dinosaurussen en zo,' zegt Jeetje, 'maar een mens. Die moet toch eerst ergens zijn geweest?' Jeetje kijkt naar Deetje. Met half dichtgeknepen oogjes kijkt Deetje vanuit haar maxi cosi naar haar grote zus.
'De dinosaursussen waren niet de eerste...'
'Nee, nee vissen enzo en nog kleinere beestjes in de zee. Maar ik heb het over een mèns. Waar was ze voor ze hier was? Ze komen niet uit de lucht.'
'Ze groeien.'
'Ja, maar waar komen ze dan vandaan gegroeid?'

dinsdag 22 juni 2010

Een mannetje

Ik raakte verzeild op zoekeenmannetje.nl en verdwaalde in alle denkbare categorieën mannetjes, en in hoe de mannetjes zichzelf omschreven en wat ze allemaal konden. Wat waren die mannetjes geweldig.
Man zuchtte.
We hadden de tegenslagen van de verbouwing net doorgenomen. Het zat allemaal niet mee. En de tijd tikte.
'We moeten nog een mannetje, man,' zei ik, 'anders ga jij er aan onderdoor.'
Man knikte.
'We moeten een goed mannetje erbij. Misschien een paar mannetjes. Jij moet diegene zijn die het overzicht bewaart en die de mannetjes aanstuurt.'
Mijn mannetje knikte weer. Zijn handen ondersteunden zijn kin.

maandag 21 juni 2010

Wat voor mensen?

Er wordt gesloopt in het nieuwe huis. Het toilet dat midden in de woonkamer stond, gaat naar een meer decent plekje. In de hoek. Wat voor mensen woonden daar? Met een wc op de meest centrale plek en in de keuken een ingebouwde frituur en maar twee kookplaatjes. Mensen met een radio en cd speler in de douche, een hoogpolig tapijt vastgelijmd op de trap en een heel grote Beierse hut op hun kleine, betegelde tuin. Wat voor mensen woonden daar? Die zich niet aan ons wilden laten zien. Die bij elke officiële gelegenheid iemand een volmacht lieten tekenen. Wat voor mensen woonden daar? Die eerst hun huis verkochten en daarna boos waren omdat het verkocht was. Voor die prijs. Dus dwarsboomden ze ons op verschillende manieren, waar zij zelf uiteindelijk financieel het meeste van geleden moeten hebben. Wat voor mensen woonden daar, waar wij straks gaan wonen. Op een eilandje, los van de wereld. Nu nog.

vrijdag 18 juni 2010

Bij ons

De lucht was grijs. Het woei. Een paar graden kouder dan bij ons was het. Ik zag een hippe hippie moeder met drie hippe hippie kindjes. Het leek alsof hun haren in de knoop zaten maar van dichtbij zag je dat het met beleid gebeurd was. Door de kapper, stylist die op de hoek van onze nieuwe straat zat, natuurlijk.
Ik stond helemaal bovenin het huis en had uitzicht over het eiland. Het IJ. Hier zouden wij de komende jaren dus rondlopen. Ik bekeek de tuinen van de buren. Er stond veel speelgerei. In één van die tuinen zou Jeetje misschien wel gaan spelen. En Deetje ook. We zouden hier de weg gaan kennen. En de mensen. En de dingen.
Nu staat daar nog dat huis. Dat het onze zal worden. Maar dat met de overdracht van een sleutelbos en het zetten van een handtekening nog niet meteen is.

donderdag 17 juni 2010

Om rekening mee te houden

Drie verhalen van Elke Geurts "subtiel geschetste wreedheid door een stem om mee rekening te houden," aldus Eva Berghmans.
Het stond in de Standaard van vorige week. En hoe de rest van de recensie ging, weet ik niet.
Vooral dat 'een stem om rekening mee te houden,' beviel mij. Het beviel mij meer dan wenselijk is. Ik wil namelijk dolgraag een stem hebben waar rekening mee gehouden wordt. Te graag. Dit zal wel weer terug te voeren zijn op vroeger. Dit zal al wel spelen sinds de lagere school. Nee, sinds de peuterspeelzaal. Toen werd er veel te weinig rekening gehouden met mijn stem. Omdat ik ook helemaal niets zei. Sinds ik kan schrijven, heb ik die stem eigenlijk.