Morgenavond is de laatste straatbarbecue. Niet alleen voor ons. Ook voor de overbuurvrouw die haar man en dochtertje op stel en sprong verlaat. Ook voor het tienjarige buurmeisje dat na twee jaar wonen in Amsterdam, alleen terug moet naar Senegal. Om bij haar grootouders te gaan wonen. Ik zag gisteren dat haar stiefmoeder opnieuw zwanger is van de papa van het meisje.
Ik weet niet voor wie dit nog meer de laatste straatbarbecue is. Misschien voor de alleenstaande mevrouw wier gezicht, sinds ze met pensioen is, met de dag roder wordt. En haar pas, op weg naar de glasbak, minder trefzeker.
Ik weet wel dat andere overburen hopen dat het voor hen de laatste keer is dat ze erbij zijn. Zij hebben hun huis al een tijdje te koop staan en zien met lede ogen aan, hoe alles bezig is uit elkaar te vallen.
Ik weet niet of er weer van die geweldige vuren zullen zijn op de stoep. Ik denk dat die de vorige keer voor het laatst aangestoken zijn. Ik zat er toen nog de hele avond bij. Stiekem zwanger te wezen. Net te doen of ik wijn dronk.
Het schijnt verschrikkelijk te gaan onweren morgenavond.
Er zijn natuurlijk ook mensen, onze bovenburen bijvoorbeeld, voor wie dit de eerste straatbarbecue gaat worden. Misschien stoken zij het vuurtje weer op.
vrijdag 2 juli 2010
donderdag 1 juli 2010
Mijlpalen
Ik kon mijn grootste spijkerbroek weer dicht.
Ik trok 'm aan.
Jeetje kreeg een vriendinnetje te spelen.
'Wat heb jij een dikke kont,' zei het vriendinnetje.
Ik trok de spijkerbroek weer uit.
Het was er ook te warm voor.
Ik deed de spijkerbroek in een verhuisdoos.
Die had ik deze week in elk geval niet meer nodig.
Deetje kreeg haar eerste prikje.
Ik weet nog dat ik daar bij Jeetje veel ophef over maakte.
Ik wilde de dame van het consultatiebureau aan het spit rijgen.
Deze keer was het anders.
We deden het er even bij.
Al blijft het zielig.
Een naald die in een mollig beentje wordt geduwd.
En daarna nog een naald.
Deetjes glimlach verdween op slag.
Haar hoofd werd vuurrood.
Pareltjes zweet sprongen eruit.
'Ik had niet verwacht dat zij zo veel geluid kon maken,' zei de juffrouw van het consultatiebureau.
Leer ons Deetje kennen.
Jeetje had gisteren haar eerste optreden in de schoolmusical die op het schoolplein opgevoerd werd.
Ze was onderdeel van 'de zee.'
Ze droeg een blauwe legging en een blauw t-shirt.
En de zee zong: 'Water is een wereldwonder,
Daar kan geen visje zonder.'
Alle kinderen scanden het publiek af of ze hun ouders zagen.
Die hadden camera's voor hun gezichten.
En tranen in hun ogen.
Nu heb ik een meisje in een wit jurkje op school.
En een meisje in een wit jurkje op schoot.
Ik trok 'm aan.
Jeetje kreeg een vriendinnetje te spelen.
'Wat heb jij een dikke kont,' zei het vriendinnetje.
Ik trok de spijkerbroek weer uit.
Het was er ook te warm voor.
Ik deed de spijkerbroek in een verhuisdoos.
Die had ik deze week in elk geval niet meer nodig.
Deetje kreeg haar eerste prikje.
Ik weet nog dat ik daar bij Jeetje veel ophef over maakte.
Ik wilde de dame van het consultatiebureau aan het spit rijgen.
Deze keer was het anders.
We deden het er even bij.
Al blijft het zielig.
Een naald die in een mollig beentje wordt geduwd.
En daarna nog een naald.
Deetjes glimlach verdween op slag.
Haar hoofd werd vuurrood.
Pareltjes zweet sprongen eruit.
'Ik had niet verwacht dat zij zo veel geluid kon maken,' zei de juffrouw van het consultatiebureau.
Leer ons Deetje kennen.
Jeetje had gisteren haar eerste optreden in de schoolmusical die op het schoolplein opgevoerd werd.
Ze was onderdeel van 'de zee.'
Ze droeg een blauwe legging en een blauw t-shirt.
En de zee zong: 'Water is een wereldwonder,
Daar kan geen visje zonder.'
Alle kinderen scanden het publiek af of ze hun ouders zagen.
Die hadden camera's voor hun gezichten.
En tranen in hun ogen.
Nu heb ik een meisje in een wit jurkje op school.
En een meisje in een wit jurkje op schoot.
dinsdag 29 juni 2010
Stom leven
'Ik vind het leven stom,' zegt Jeetje vanaf de achterbank.
'O ja?'
'Ja.'
'Waarom vind jij het leven stom?'
'Omdat het pijn doet.'
'Omdat het pijn doet?'
'Ja, dan leef je en dan krijg je een baby. En dat doet pijn.' Jeetje zucht.
'Je hoeft geen baby te krijgen hoor,' zeg ik.
'Die krijg je toch,' zegt Jeetje somber.
'Het doet wel een beetje pijn,' zeg ik, 'maar dat vergeet je ook weer en...'
Dan grijpt man in.
'Jeetje, jij bent net vijf jaar,' zegt hij streng. 'Je hoeft je nog niet druk te maken over hoe het is om een baby krijgen. Het duurt nog heel lang voor je een baby krijgt. Als je er één krijgt en ook dàt hoef je nu niet te besluiten. Is dat duidelijk?'
Jeetje zwijgt. We rijden zwijgend verder over de ring.
'Maar vind je de rest van het leven ook stom?' vraag ik na een tijdje.
'O ja?'
'Ja.'
'Waarom vind jij het leven stom?'
'Omdat het pijn doet.'
'Omdat het pijn doet?'
'Ja, dan leef je en dan krijg je een baby. En dat doet pijn.' Jeetje zucht.
'Je hoeft geen baby te krijgen hoor,' zeg ik.
'Die krijg je toch,' zegt Jeetje somber.
'Het doet wel een beetje pijn,' zeg ik, 'maar dat vergeet je ook weer en...'
Dan grijpt man in.
'Jeetje, jij bent net vijf jaar,' zegt hij streng. 'Je hoeft je nog niet druk te maken over hoe het is om een baby krijgen. Het duurt nog heel lang voor je een baby krijgt. Als je er één krijgt en ook dàt hoef je nu niet te besluiten. Is dat duidelijk?'
Jeetje zwijgt. We rijden zwijgend verder over de ring.
'Maar vind je de rest van het leven ook stom?' vraag ik na een tijdje.
zaterdag 26 juni 2010
Mijn correspondentie ben ik.
In mijn eentje begon ik met het uitpakken van de eerste inbouwkast. Ik trof er een vies schapenvachtje aan, een grote doodse pop, twee speeltentjes, rollen pakpapier, kapotte tassen, bankafschriften uit 2000 en mappen, heel veel mappen met correspondentie. Mijn hele leven lang correspondeer ik al. Mijn correspondentie; dat ben ik.
De liefde voor Man begon toen hij me ooit zijn tekeningen liet zien. Maar ik was pas echt verkocht door zijn brieven. Omdat hij zulke goede en lange brieven schreef. Die briefwisseling mis ik nu nog.
Vroeger had ik een Amerikaanse penvriendin, een Utrechtse penvriend, mijn vriendin en ik duwden 's avonds regelmatig briefjes bij elkaar door de brievenbus, in de klas schreef ik kleine boekjes vol met het meisje dat naast me zat en de berichten in mijn dagboeken waren gericht aan onze overleden hond.
Mocht er in die tijd msn en email bestaan hebben; ik was nooit meer achter de computer vandaan gekomen. Zoals nu.
Maar voor de computer was er het faxapparaat. Vanaf dat moment werd er dagelijks en hevig gefaxt.
Je moet het nooit doen als je begint met het inpakken van je spullen, maar toch opende ik een map. Er zaten brieven in met daartussen faxen van mijn huidige, vaste penvriendin. Ze kwamen nog uit de vorige eeuw. Ze waren nagenoeg onleesbaar.
Het zijn bijna weer blanco vellen geworden. Onder mijn ogen verdwijnen de letters. Als er iets is waar ik niet tegenkan...
De liefde voor Man begon toen hij me ooit zijn tekeningen liet zien. Maar ik was pas echt verkocht door zijn brieven. Omdat hij zulke goede en lange brieven schreef. Die briefwisseling mis ik nu nog.
Vroeger had ik een Amerikaanse penvriendin, een Utrechtse penvriend, mijn vriendin en ik duwden 's avonds regelmatig briefjes bij elkaar door de brievenbus, in de klas schreef ik kleine boekjes vol met het meisje dat naast me zat en de berichten in mijn dagboeken waren gericht aan onze overleden hond.
Mocht er in die tijd msn en email bestaan hebben; ik was nooit meer achter de computer vandaan gekomen. Zoals nu.
Maar voor de computer was er het faxapparaat. Vanaf dat moment werd er dagelijks en hevig gefaxt.
Je moet het nooit doen als je begint met het inpakken van je spullen, maar toch opende ik een map. Er zaten brieven in met daartussen faxen van mijn huidige, vaste penvriendin. Ze kwamen nog uit de vorige eeuw. Ze waren nagenoeg onleesbaar.
Het zijn bijna weer blanco vellen geworden. Onder mijn ogen verdwijnen de letters. Als er iets is waar ik niet tegenkan...
donderdag 24 juni 2010
Geluk is...
Met prikkende ogen rechtop zitten. Voor de tweede keer. In het holst van de nacht. Op je niet geïsoleerde - dus stikhete - zolderkamer. Er was ook ergens een mug maar nu het licht aan is, is die verdwenen. Je baby heeft dorst. Je baby heeft het waarschijnlijk warm. Je baby kan niet praten. Jij bent de tolk van je baby. Je moet goed oppassen dat je baby niet sterft van de hitte. Maar op dit moment niet. Want je baby drinkt. Aan de melkflessen die aan je lichaam groeiden. Twee knappe loodzware stalen natuur.
Je kijkt de kamer rond: het gat in de muur, het gruis op de grond, brokstukken. De nieuwe buren boorden gisteren daadwerkelijk je huis in. De nieuwe buren zijn al drie maanden non-stop aan het verbouwen. Drilboren, schuurmachines, getimmer en gezaag. Dat is je dagelijkse achtergrondmuziek. Je went eraan. Maar nu lijkt het alsof hun verflucht door het gat je kamer indrijft. Zo de neusgaatjes van je baby in en in die van je kleuter. Je kleuter vraagt om een glaasje water.
Je ziet ook: de overvolle klerenkasten, het bureau, de boekenkast en de dekenkist. Je moet het inpakken. Je hebt nog precies twee weken de tijd. Je baby kreunt en hoest. Je houdt haar rechtop. Je baby spuugt je onder. Je baby lacht naar je zodra je haar op het aankleedkussen legt. Je verschoont je baby. Je stopt haar weer in haar mandje vlak naast je bed. Je baby gaat slapen. En als je het licht uitdoet, je hoofd op je kussen legt, is de mug weer terug.
Je kijkt de kamer rond: het gat in de muur, het gruis op de grond, brokstukken. De nieuwe buren boorden gisteren daadwerkelijk je huis in. De nieuwe buren zijn al drie maanden non-stop aan het verbouwen. Drilboren, schuurmachines, getimmer en gezaag. Dat is je dagelijkse achtergrondmuziek. Je went eraan. Maar nu lijkt het alsof hun verflucht door het gat je kamer indrijft. Zo de neusgaatjes van je baby in en in die van je kleuter. Je kleuter vraagt om een glaasje water.
Je ziet ook: de overvolle klerenkasten, het bureau, de boekenkast en de dekenkist. Je moet het inpakken. Je hebt nog precies twee weken de tijd. Je baby kreunt en hoest. Je houdt haar rechtop. Je baby spuugt je onder. Je baby lacht naar je zodra je haar op het aankleedkussen legt. Je verschoont je baby. Je stopt haar weer in haar mandje vlak naast je bed. Je baby gaat slapen. En als je het licht uitdoet, je hoofd op je kussen legt, is de mug weer terug.
woensdag 23 juni 2010
Van niemand naar iemand
De familie zit op woensdagmiddag in de auto.
'Waar komt een mens eigenlijk vandáán?' vraagt Jeetje als we de ring opdraaien.
'Hoezo?'
'Nou, hoe ontstaat er ineens een mens? Hoe?'
'Tja, eh.'
'Er was eerst niemand en toen was er ineens iemand. Hoe kan dat nou? Van niemand naar iemand?'
'Het leven op aarde begon niet met mensen...'
'Nee, nee, dat weet ik wel van die dinosaurussen en zo,' zegt Jeetje, 'maar een mens. Die moet toch eerst ergens zijn geweest?' Jeetje kijkt naar Deetje. Met half dichtgeknepen oogjes kijkt Deetje vanuit haar maxi cosi naar haar grote zus.
'De dinosaursussen waren niet de eerste...'
'Nee, nee vissen enzo en nog kleinere beestjes in de zee. Maar ik heb het over een mèns. Waar was ze voor ze hier was? Ze komen niet uit de lucht.'
'Ze groeien.'
'Ja, maar waar komen ze dan vandaan gegroeid?'
'Waar komt een mens eigenlijk vandáán?' vraagt Jeetje als we de ring opdraaien.
'Hoezo?'
'Nou, hoe ontstaat er ineens een mens? Hoe?'
'Tja, eh.'
'Er was eerst niemand en toen was er ineens iemand. Hoe kan dat nou? Van niemand naar iemand?'
'Het leven op aarde begon niet met mensen...'
'Nee, nee, dat weet ik wel van die dinosaurussen en zo,' zegt Jeetje, 'maar een mens. Die moet toch eerst ergens zijn geweest?' Jeetje kijkt naar Deetje. Met half dichtgeknepen oogjes kijkt Deetje vanuit haar maxi cosi naar haar grote zus.
'De dinosaursussen waren niet de eerste...'
'Nee, nee vissen enzo en nog kleinere beestjes in de zee. Maar ik heb het over een mèns. Waar was ze voor ze hier was? Ze komen niet uit de lucht.'
'Ze groeien.'
'Ja, maar waar komen ze dan vandaan gegroeid?'
dinsdag 22 juni 2010
Een mannetje
Ik raakte verzeild op zoekeenmannetje.nl en verdwaalde in alle denkbare categorieën mannetjes, en in hoe de mannetjes zichzelf omschreven en wat ze allemaal konden. Wat waren die mannetjes geweldig.
Man zuchtte.
We hadden de tegenslagen van de verbouwing net doorgenomen. Het zat allemaal niet mee. En de tijd tikte.
'We moeten nog een mannetje, man,' zei ik, 'anders ga jij er aan onderdoor.'
Man knikte.
'We moeten een goed mannetje erbij. Misschien een paar mannetjes. Jij moet diegene zijn die het overzicht bewaart en die de mannetjes aanstuurt.'
Mijn mannetje knikte weer. Zijn handen ondersteunden zijn kin.
Man zuchtte.
We hadden de tegenslagen van de verbouwing net doorgenomen. Het zat allemaal niet mee. En de tijd tikte.
'We moeten nog een mannetje, man,' zei ik, 'anders ga jij er aan onderdoor.'
Man knikte.
'We moeten een goed mannetje erbij. Misschien een paar mannetjes. Jij moet diegene zijn die het overzicht bewaart en die de mannetjes aanstuurt.'
Mijn mannetje knikte weer. Zijn handen ondersteunden zijn kin.
Abonneren op:
Posts (Atom)