Elke buurt heeft zo z'n ongeschreven codes. Die leer je langzaamaan kennen. Ik ben erachter gekomen dat onze nieuwe buurt een geschreven code heeft. Het is in deze straat gebruikelijk om, als vader, de naam van je kroost op je onderarm te tatoeëren. Ik heb er al meerdere buurmannen mee zien lopen. Sommigen hebben alleen de initialen in hun arm laten branden. Sommigen de hele naam. Dus man zal binnenkort met Jeetje op zijn ene- en Deetje op zijn andere arm door het leven gaan. In sierletters. Om de buurtcohesie niet te verstoren. Het is vermoedelijk eventjes doorbijten voor hem. Man houdt namelijk helemaal niet van pijn.
Een buurman liet hem vanmorgen zijn ontwerp voor een binnenkort te zetten tatoeage op zijn rug zien. Het woord 'PAIN' van links naar rechts. In prachtletters.
'En?' vroeg de buurman. 'Wat vind je ervan?'
'Dat woord,' zei man. 'Daar krijg ik een beetje negatieve associaties bij. Kan dat kloppen?'
dinsdag 10 augustus 2010
maandag 9 augustus 2010
Nooit alleen
Het duurt te lang voor ik doorheb dat het geen gezichtsbedrog is. Het meisje dat in een flink tempo - achteruit - door de supermarkt loopt, zwaait al naar me. Ze lacht erbij. En als ze haar hoofd iets draait, zie ik op de plaats waar haar achterhoofd had moeten zitten, nog een gezicht naar me lachen.
Ik buig mij voorover om mijn pot pindakaas met stukjes noot te pakken.
Ze zijn het gewend. Mensen die kijken.
De meisjes zitten met hun hoofden en hun ruggen aan elkaar vast. Ze zijn een jaar of tien. Als het ene meisje vooruit loopt, loopt het andere meisje vanzelfsprekend achteruit. Zo leven ze. Een mens met twee gezichten. Een mens zonder achterhoofd om op te liggen. Of op te vallen. Nee, het zijn twee mensen natuurlijk. Maar hoe heeft hun moeder hen vastgehouden toen ze net geboren waren? Hoe moeten ze slapen? Als het ene meisje op haar buik wil slapen, slaapt het andere meisje op haar rug bovenop haar. Nee, er is geen rug om op te liggen. Je hebt altijd iemand op je rug geplakt. Altijd. En die persoon heb je nog nooit recht in de ogen gekeken. Er is geen ontsnappen mogelijk. Je kunt nooit iemand van je afschudden.
Ze kunnen nooit naar hun eigen kamer ontsnappen en daar heel even alleen gaan zitten. Zoals ik nu.
Ik buig mij voorover om mijn pot pindakaas met stukjes noot te pakken.
Ze zijn het gewend. Mensen die kijken.
De meisjes zitten met hun hoofden en hun ruggen aan elkaar vast. Ze zijn een jaar of tien. Als het ene meisje vooruit loopt, loopt het andere meisje vanzelfsprekend achteruit. Zo leven ze. Een mens met twee gezichten. Een mens zonder achterhoofd om op te liggen. Of op te vallen. Nee, het zijn twee mensen natuurlijk. Maar hoe heeft hun moeder hen vastgehouden toen ze net geboren waren? Hoe moeten ze slapen? Als het ene meisje op haar buik wil slapen, slaapt het andere meisje op haar rug bovenop haar. Nee, er is geen rug om op te liggen. Je hebt altijd iemand op je rug geplakt. Altijd. En die persoon heb je nog nooit recht in de ogen gekeken. Er is geen ontsnappen mogelijk. Je kunt nooit iemand van je afschudden.
Ze kunnen nooit naar hun eigen kamer ontsnappen en daar heel even alleen gaan zitten. Zoals ik nu.
donderdag 5 augustus 2010
Kennismaken
Ik pak het cadeautje in voor oma. Een foto van Jeetje en Deetje. Oma wordt morgen 95 en zal dan haar achterkleinkind Deetje voor het eerst ontmoeten. Ik kijk naar de foto van de twee kinderen. Deetje trekt aan Jeetjes haar en allebei grinniken ze erom. Het is de eerste en meest basale vorm van interactie die er tussen de zussen bestaat. Een blonde en een donkere. Een dunne en een dikke. Misschien hebben ze dezelfde vorm ogen. Maar met Deetje heeft zich een totaal andere energie in ons huis gevestigd. Ik bedenk hoe Deetje nu boven in haar ledikant ligt te slapen. Met haar armpjes omhoog en gekromde vuistjes. In het blauwe slaapzakje waar ook Jeetje ooit in sliep. Ik bedenk hoe ik een paar maanden geleden hier schreef dat ik me over een paar maanden vast geen leven zonder die toen nog onbekende baby zou kunnen voorstellen. Dat is inderdaad waar. Maar het is nog steeds alsof we elke dag verder, beter en meer kennismaken. Eigenlijk wil ik ook dat dat nooit meer ophoudt. Het kennismaken. Ik moet er eens aan denken bij Jeetje. Dat ons leven een groot kennismakingsproces is. Ik wil haar leren kennen.
Morgen zal ik aan oma vragen hoe het bij haar zit, met haar zes zonen. Of dat zij ze intussen helemaal door denkt te hebben.
Morgen zal ik aan oma vragen hoe het bij haar zit, met haar zes zonen. Of dat zij ze intussen helemaal door denkt te hebben.
woensdag 4 augustus 2010
vrije wil
Ik kocht vandaag een bakfiets. Een inklapbare. Doch onmiskenbaar een bakfiets. Ik heb ooit gezworen nooit een bakfiets te kopen. Nooit zou ik wonen waar ik sinds enkele weken woon. Maar om mee te beginnen zou ik nooit en te nimmer twee kinderen hebben.
Wel. Nu. Ik heb het inmiddels allemaal.
En ik zeg ook weleens dingen tegen zo'n kind waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou zeggen. Dat ze haar schoenen uit moet doen voor ze binnenkomt. 'Want ik heb net gestofzuigd.' Dat ze zich niet twee keer per dag moet verkleden. 'Ik kan aan het wassen blijven!' 'En niet met je vieze vingers op de ramen.'
In de vrije wil heb ik nooit geloofd. Misschien is dat maar goed ook.
Ik fietste er vanmiddag op weg alsof ik erop geboren was. Met Jeetje in de bak. Het regende dat het goot en zij bleef droog in haar tentje. Ik werd kleddernat. Ik dacht: als de kinderen maar droog blijven. Daar gaat het om. Zulke gedachten krijg je dus ook automatisch.
Ik weet nog dat ik me ooit doodschaamde voor het kinderstoeltje dat aan mijn stuur zat. Met zo'n plastic windschermpje ervoor. Fietste ik 's avonds door de stad met zo'n lullig leeg stoeltje. Het bewijs van een weinig avontuurlijk leven.
Nu ben ik die schaamte allang voorbij. Ik heb zelfs wel eens gemerkt dat ik 's avonds trots door de stad fietste. Met het kinderzitje achterop. Juist door het kinderzitje.
Wel. Nu. Ik heb het inmiddels allemaal.
En ik zeg ook weleens dingen tegen zo'n kind waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou zeggen. Dat ze haar schoenen uit moet doen voor ze binnenkomt. 'Want ik heb net gestofzuigd.' Dat ze zich niet twee keer per dag moet verkleden. 'Ik kan aan het wassen blijven!' 'En niet met je vieze vingers op de ramen.'
In de vrije wil heb ik nooit geloofd. Misschien is dat maar goed ook.
Ik fietste er vanmiddag op weg alsof ik erop geboren was. Met Jeetje in de bak. Het regende dat het goot en zij bleef droog in haar tentje. Ik werd kleddernat. Ik dacht: als de kinderen maar droog blijven. Daar gaat het om. Zulke gedachten krijg je dus ook automatisch.
Ik weet nog dat ik me ooit doodschaamde voor het kinderstoeltje dat aan mijn stuur zat. Met zo'n plastic windschermpje ervoor. Fietste ik 's avonds door de stad met zo'n lullig leeg stoeltje. Het bewijs van een weinig avontuurlijk leven.
Nu ben ik die schaamte allang voorbij. Ik heb zelfs wel eens gemerkt dat ik 's avonds trots door de stad fietste. Met het kinderzitje achterop. Juist door het kinderzitje.
maandag 2 augustus 2010
Het leven steekt
Deetje, je hebt vanmorgen weer twee prikjes gehad. In allebei je warme beentjes één. Op het consultatiebureau in het nieuwe stadsdeel waar we wonen. Je brede lach bestierf op je lippen. Je ogen werden groot en schoten alle kanten op. Je armpjes maaiden in de lucht. Je geheugencellen zijn nu aangemaakt, zei de arts. Weer een dochter die beseft dat het leven gemeen kan steken.
Jeetje, je kwam vanmorgen heel opgewekt terug van een logeerpartij bij opa en oma. Je wilde meteen met je nieuwe buurmeisje gaan spelen. Je kwam erachter dat je als je bij je iemand aanbelt een 'nee' kunt horen. Ik heb liever dat jij nooit een 'nee' zou horen. Maar denk erom dat je het aanbellen voortaan niet zult laten.
Daarna viel je van een muurtje. Recht met je mond op de grond. Je krijste werkelijk als een speenvarken. Het bloed spatte in het rond.
'Komt het nog ooit goed. Mama, komt het nog goed,' herhaalde je.
'Het komt goed,' zei ik. 'Het komt absoluut goed.'
'Zo'n lip laten sommige vrouwen opspuiten,' zei opa, 'en die krijg jij er nu gratis bij. Dat is het voordeel, meisje.'
Jeetje, je kwam vanmorgen heel opgewekt terug van een logeerpartij bij opa en oma. Je wilde meteen met je nieuwe buurmeisje gaan spelen. Je kwam erachter dat je als je bij je iemand aanbelt een 'nee' kunt horen. Ik heb liever dat jij nooit een 'nee' zou horen. Maar denk erom dat je het aanbellen voortaan niet zult laten.
Daarna viel je van een muurtje. Recht met je mond op de grond. Je krijste werkelijk als een speenvarken. Het bloed spatte in het rond.
'Komt het nog ooit goed. Mama, komt het nog goed,' herhaalde je.
'Het komt goed,' zei ik. 'Het komt absoluut goed.'
'Zo'n lip laten sommige vrouwen opspuiten,' zei opa, 'en die krijg jij er nu gratis bij. Dat is het voordeel, meisje.'
zaterdag 31 juli 2010
Duizel
En morgen lees ik weer voor! Alsof er niets gebeurd is. In Rotterdam. Op het festival 'Duizel in het park'. Ook Esther Gerritsen is er en veel anderen. Voor meer informatie klik hier.
Komt allen naar Rotterdam, zou ik zeggen.
Het is hier momenteel nogal rustig. Maar zodra de verhuisdozen uitgepakt zijn en de werkkamer op orde is, is er weer tijd voor blogs. De boekenkast staat, dus lang kan het niet meer duren. Hopelijk heeft u geduld.
Tot snel.
Komt allen naar Rotterdam, zou ik zeggen.
Het is hier momenteel nogal rustig. Maar zodra de verhuisdozen uitgepakt zijn en de werkkamer op orde is, is er weer tijd voor blogs. De boekenkast staat, dus lang kan het niet meer duren. Hopelijk heeft u geduld.
Tot snel.
zondag 25 juli 2010
In onze nieuwe buurt
We moeten wennen aan zo'n groot huis.
Vroeger was er rommel in één kamer op één verdiepinkje als Jeetje er met kinderen speelde en nu is er rommel op zeven kamers, op vier verdiepingen. Kinderen zien ook het verschil niet tussen een verhuisdoos en een verkleedkist. Ze staan er tenslotte allemaal om uitgepakt te worden. En dat doen de kinderen die hier komen dus. Uitpakken. Schatten vinden. Een heel huis vol schatkisten. Het is hier een vrijstaat. Een waar speelparadijs. Omdat nog niets een plek heeft, noch een functie en overal dingen liggen. Omdat er geen kast is om de dingen in op te bergen. Dat is heel geweldig. Als je kind bent. Dat kan ik me voorstellen. Maar ik sta nu aan de andere kant en ik kan niet meer terug naar de jeugdzijde. Nooit meer. Ik kan het me nu alleen nog vaag indenken en ook dat zal ik weldra niet meer kunnen. Het gaat plots heel rap.
'Of zullen we hier weer weggaan,' fluisterde man vanmiddag.
'Vind jij het hier ook niet zo...?'
Hij schudde zijn hoofd.
Ik schudde mijn hoofd.
Het was niets voor ons. Zo recht. Zo van steen.De straten waar we op deze zondagmiddag doorheen wandelden, waren doodstil.
'Iedereen is natuurlijk op vakantie,' zei man.
Ik knikte. Ze waren nu allemaal op vakantie. Daarom leefde het momenteel nog niet zo. In onze nieuwe buurt.
Vroeger was er rommel in één kamer op één verdiepinkje als Jeetje er met kinderen speelde en nu is er rommel op zeven kamers, op vier verdiepingen. Kinderen zien ook het verschil niet tussen een verhuisdoos en een verkleedkist. Ze staan er tenslotte allemaal om uitgepakt te worden. En dat doen de kinderen die hier komen dus. Uitpakken. Schatten vinden. Een heel huis vol schatkisten. Het is hier een vrijstaat. Een waar speelparadijs. Omdat nog niets een plek heeft, noch een functie en overal dingen liggen. Omdat er geen kast is om de dingen in op te bergen. Dat is heel geweldig. Als je kind bent. Dat kan ik me voorstellen. Maar ik sta nu aan de andere kant en ik kan niet meer terug naar de jeugdzijde. Nooit meer. Ik kan het me nu alleen nog vaag indenken en ook dat zal ik weldra niet meer kunnen. Het gaat plots heel rap.
'Of zullen we hier weer weggaan,' fluisterde man vanmiddag.
'Vind jij het hier ook niet zo...?'
Hij schudde zijn hoofd.
Ik schudde mijn hoofd.
Het was niets voor ons. Zo recht. Zo van steen.De straten waar we op deze zondagmiddag doorheen wandelden, waren doodstil.
'Iedereen is natuurlijk op vakantie,' zei man.
Ik knikte. Ze waren nu allemaal op vakantie. Daarom leefde het momenteel nog niet zo. In onze nieuwe buurt.
Abonneren op:
Posts (Atom)