Morgenochtend van 06.00 tot 07.00 ben ik te gast in het programma Nachtvluchten op radio 1.
Dus voor de vroege vogel onder ons...
Ik ben zelf eigenlijk wel heel benieuwd naar wat ik allemaal ga zeggen, morgen zo vroeg.
vrijdag 13 augustus 2010
donderdag 12 augustus 2010
Uithongeren
'Honger je baby uit en ze neemt de fles vanzelf,' schrijven de specialisten voor.
Een vriendin zegt: 'We hebben onze dochter drie dagen niets anders aangeboden. Ze heeft drie dagen gekrijst. En ik heb al die tijd staan huilen in de tuin. Maar op zondagavond dronk ze uit de fles. Ze moest wel.'
Ik kijk naar Deetje die in de box haar dagelijkse oefeningen doet. Ze probeert van haar rug op haar buik te komen. Ze ligt al op haar zij, steunt en kreunt erbij. Totdat het mollige lijfje zich ineens razendsnel omdraait en er een klein kopje met een bosje zwart haar boven de box uitsteekt. Ze steunt op haar ellebogen en lacht mij breed toe. Een draad spuug komt uit haar mond. Het eerste tandje van mijn kleine flesweigeraarster zit er ook al.
'Jij moet uitgehongerd worden, meisje,' zeg ik. 'Het leven is niet altijd leuk.'
Deetjes heldere, donkerblauwe ogen worden halve maantjes. Van het lachen.
'Jij moet maar leren doen wat ik zeg, jongedame. We zullen jouw willetje moeten breken. Mijn wil is wet!'
Deetje kijkt mij aan, smakt met haar mond. Haar tongetje gaat over lippen. Na haar ochtendgymnastiek heeft ze altijd dorst.
Maar ja.
Een vriendin zegt: 'We hebben onze dochter drie dagen niets anders aangeboden. Ze heeft drie dagen gekrijst. En ik heb al die tijd staan huilen in de tuin. Maar op zondagavond dronk ze uit de fles. Ze moest wel.'
Ik kijk naar Deetje die in de box haar dagelijkse oefeningen doet. Ze probeert van haar rug op haar buik te komen. Ze ligt al op haar zij, steunt en kreunt erbij. Totdat het mollige lijfje zich ineens razendsnel omdraait en er een klein kopje met een bosje zwart haar boven de box uitsteekt. Ze steunt op haar ellebogen en lacht mij breed toe. Een draad spuug komt uit haar mond. Het eerste tandje van mijn kleine flesweigeraarster zit er ook al.
'Jij moet uitgehongerd worden, meisje,' zeg ik. 'Het leven is niet altijd leuk.'
Deetjes heldere, donkerblauwe ogen worden halve maantjes. Van het lachen.
'Jij moet maar leren doen wat ik zeg, jongedame. We zullen jouw willetje moeten breken. Mijn wil is wet!'
Deetje kijkt mij aan, smakt met haar mond. Haar tongetje gaat over lippen. Na haar ochtendgymnastiek heeft ze altijd dorst.
Maar ja.
woensdag 11 augustus 2010
Songlines
Het damrak trilde ervan. Midden op het trottoir en dus midden in de loop van honderden mensen zat een jongeman met dreadlocks, ontbloot bovenlijf en op blote voeten - ik zag heel smerige voetzolen - de aarde zelf te wezen. Hij blies op zijn didgeridoo, keek erbij alsof hij ver weg in de woestenij zat en één met de natuur geworden was.
Ik vind zulke jongemannen verwerpelijk. Ik vind ze verschrikkelijk irritant. Vaak zit er ook een bloedmooi meisje met een neusbelletje naast en een grote herdershond. Maar vandaag niet. De jongeman zat vandaag alleen en liet zijn muziekinstrument diepe klanken voortbrengen. The songlines.
Maar ik wilde het helemaal niet hebben over die aanstellerige idioot met zijn didgeridoo. Hoe hinderlijk kan zo iemand op je netvlies staan en blijven staan? Hoe hinderlijk kan zo iemand je in de weg zitten? Nu zit-ie zelfs hier ruimte in te nemen. De lul.
'Wat zegt nou dit over mij?' zou zomergast Paulien Cornelissen zich afvragen.
Ik vind zulke jongemannen verwerpelijk. Ik vind ze verschrikkelijk irritant. Vaak zit er ook een bloedmooi meisje met een neusbelletje naast en een grote herdershond. Maar vandaag niet. De jongeman zat vandaag alleen en liet zijn muziekinstrument diepe klanken voortbrengen. The songlines.
Maar ik wilde het helemaal niet hebben over die aanstellerige idioot met zijn didgeridoo. Hoe hinderlijk kan zo iemand op je netvlies staan en blijven staan? Hoe hinderlijk kan zo iemand je in de weg zitten? Nu zit-ie zelfs hier ruimte in te nemen. De lul.
'Wat zegt nou dit over mij?' zou zomergast Paulien Cornelissen zich afvragen.
dinsdag 10 augustus 2010
Pijn
Elke buurt heeft zo z'n ongeschreven codes. Die leer je langzaamaan kennen. Ik ben erachter gekomen dat onze nieuwe buurt een geschreven code heeft. Het is in deze straat gebruikelijk om, als vader, de naam van je kroost op je onderarm te tatoeëren. Ik heb er al meerdere buurmannen mee zien lopen. Sommigen hebben alleen de initialen in hun arm laten branden. Sommigen de hele naam. Dus man zal binnenkort met Jeetje op zijn ene- en Deetje op zijn andere arm door het leven gaan. In sierletters. Om de buurtcohesie niet te verstoren. Het is vermoedelijk eventjes doorbijten voor hem. Man houdt namelijk helemaal niet van pijn.
Een buurman liet hem vanmorgen zijn ontwerp voor een binnenkort te zetten tatoeage op zijn rug zien. Het woord 'PAIN' van links naar rechts. In prachtletters.
'En?' vroeg de buurman. 'Wat vind je ervan?'
'Dat woord,' zei man. 'Daar krijg ik een beetje negatieve associaties bij. Kan dat kloppen?'
Een buurman liet hem vanmorgen zijn ontwerp voor een binnenkort te zetten tatoeage op zijn rug zien. Het woord 'PAIN' van links naar rechts. In prachtletters.
'En?' vroeg de buurman. 'Wat vind je ervan?'
'Dat woord,' zei man. 'Daar krijg ik een beetje negatieve associaties bij. Kan dat kloppen?'
maandag 9 augustus 2010
Nooit alleen
Het duurt te lang voor ik doorheb dat het geen gezichtsbedrog is. Het meisje dat in een flink tempo - achteruit - door de supermarkt loopt, zwaait al naar me. Ze lacht erbij. En als ze haar hoofd iets draait, zie ik op de plaats waar haar achterhoofd had moeten zitten, nog een gezicht naar me lachen.
Ik buig mij voorover om mijn pot pindakaas met stukjes noot te pakken.
Ze zijn het gewend. Mensen die kijken.
De meisjes zitten met hun hoofden en hun ruggen aan elkaar vast. Ze zijn een jaar of tien. Als het ene meisje vooruit loopt, loopt het andere meisje vanzelfsprekend achteruit. Zo leven ze. Een mens met twee gezichten. Een mens zonder achterhoofd om op te liggen. Of op te vallen. Nee, het zijn twee mensen natuurlijk. Maar hoe heeft hun moeder hen vastgehouden toen ze net geboren waren? Hoe moeten ze slapen? Als het ene meisje op haar buik wil slapen, slaapt het andere meisje op haar rug bovenop haar. Nee, er is geen rug om op te liggen. Je hebt altijd iemand op je rug geplakt. Altijd. En die persoon heb je nog nooit recht in de ogen gekeken. Er is geen ontsnappen mogelijk. Je kunt nooit iemand van je afschudden.
Ze kunnen nooit naar hun eigen kamer ontsnappen en daar heel even alleen gaan zitten. Zoals ik nu.
Ik buig mij voorover om mijn pot pindakaas met stukjes noot te pakken.
Ze zijn het gewend. Mensen die kijken.
De meisjes zitten met hun hoofden en hun ruggen aan elkaar vast. Ze zijn een jaar of tien. Als het ene meisje vooruit loopt, loopt het andere meisje vanzelfsprekend achteruit. Zo leven ze. Een mens met twee gezichten. Een mens zonder achterhoofd om op te liggen. Of op te vallen. Nee, het zijn twee mensen natuurlijk. Maar hoe heeft hun moeder hen vastgehouden toen ze net geboren waren? Hoe moeten ze slapen? Als het ene meisje op haar buik wil slapen, slaapt het andere meisje op haar rug bovenop haar. Nee, er is geen rug om op te liggen. Je hebt altijd iemand op je rug geplakt. Altijd. En die persoon heb je nog nooit recht in de ogen gekeken. Er is geen ontsnappen mogelijk. Je kunt nooit iemand van je afschudden.
Ze kunnen nooit naar hun eigen kamer ontsnappen en daar heel even alleen gaan zitten. Zoals ik nu.
donderdag 5 augustus 2010
Kennismaken
Ik pak het cadeautje in voor oma. Een foto van Jeetje en Deetje. Oma wordt morgen 95 en zal dan haar achterkleinkind Deetje voor het eerst ontmoeten. Ik kijk naar de foto van de twee kinderen. Deetje trekt aan Jeetjes haar en allebei grinniken ze erom. Het is de eerste en meest basale vorm van interactie die er tussen de zussen bestaat. Een blonde en een donkere. Een dunne en een dikke. Misschien hebben ze dezelfde vorm ogen. Maar met Deetje heeft zich een totaal andere energie in ons huis gevestigd. Ik bedenk hoe Deetje nu boven in haar ledikant ligt te slapen. Met haar armpjes omhoog en gekromde vuistjes. In het blauwe slaapzakje waar ook Jeetje ooit in sliep. Ik bedenk hoe ik een paar maanden geleden hier schreef dat ik me over een paar maanden vast geen leven zonder die toen nog onbekende baby zou kunnen voorstellen. Dat is inderdaad waar. Maar het is nog steeds alsof we elke dag verder, beter en meer kennismaken. Eigenlijk wil ik ook dat dat nooit meer ophoudt. Het kennismaken. Ik moet er eens aan denken bij Jeetje. Dat ons leven een groot kennismakingsproces is. Ik wil haar leren kennen.
Morgen zal ik aan oma vragen hoe het bij haar zit, met haar zes zonen. Of dat zij ze intussen helemaal door denkt te hebben.
Morgen zal ik aan oma vragen hoe het bij haar zit, met haar zes zonen. Of dat zij ze intussen helemaal door denkt te hebben.
woensdag 4 augustus 2010
vrije wil
Ik kocht vandaag een bakfiets. Een inklapbare. Doch onmiskenbaar een bakfiets. Ik heb ooit gezworen nooit een bakfiets te kopen. Nooit zou ik wonen waar ik sinds enkele weken woon. Maar om mee te beginnen zou ik nooit en te nimmer twee kinderen hebben.
Wel. Nu. Ik heb het inmiddels allemaal.
En ik zeg ook weleens dingen tegen zo'n kind waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou zeggen. Dat ze haar schoenen uit moet doen voor ze binnenkomt. 'Want ik heb net gestofzuigd.' Dat ze zich niet twee keer per dag moet verkleden. 'Ik kan aan het wassen blijven!' 'En niet met je vieze vingers op de ramen.'
In de vrije wil heb ik nooit geloofd. Misschien is dat maar goed ook.
Ik fietste er vanmiddag op weg alsof ik erop geboren was. Met Jeetje in de bak. Het regende dat het goot en zij bleef droog in haar tentje. Ik werd kleddernat. Ik dacht: als de kinderen maar droog blijven. Daar gaat het om. Zulke gedachten krijg je dus ook automatisch.
Ik weet nog dat ik me ooit doodschaamde voor het kinderstoeltje dat aan mijn stuur zat. Met zo'n plastic windschermpje ervoor. Fietste ik 's avonds door de stad met zo'n lullig leeg stoeltje. Het bewijs van een weinig avontuurlijk leven.
Nu ben ik die schaamte allang voorbij. Ik heb zelfs wel eens gemerkt dat ik 's avonds trots door de stad fietste. Met het kinderzitje achterop. Juist door het kinderzitje.
Wel. Nu. Ik heb het inmiddels allemaal.
En ik zeg ook weleens dingen tegen zo'n kind waarvan ik nooit gedacht had dat ik ze zou zeggen. Dat ze haar schoenen uit moet doen voor ze binnenkomt. 'Want ik heb net gestofzuigd.' Dat ze zich niet twee keer per dag moet verkleden. 'Ik kan aan het wassen blijven!' 'En niet met je vieze vingers op de ramen.'
In de vrije wil heb ik nooit geloofd. Misschien is dat maar goed ook.
Ik fietste er vanmiddag op weg alsof ik erop geboren was. Met Jeetje in de bak. Het regende dat het goot en zij bleef droog in haar tentje. Ik werd kleddernat. Ik dacht: als de kinderen maar droog blijven. Daar gaat het om. Zulke gedachten krijg je dus ook automatisch.
Ik weet nog dat ik me ooit doodschaamde voor het kinderstoeltje dat aan mijn stuur zat. Met zo'n plastic windschermpje ervoor. Fietste ik 's avonds door de stad met zo'n lullig leeg stoeltje. Het bewijs van een weinig avontuurlijk leven.
Nu ben ik die schaamte allang voorbij. Ik heb zelfs wel eens gemerkt dat ik 's avonds trots door de stad fietste. Met het kinderzitje achterop. Juist door het kinderzitje.
Abonneren op:
Posts (Atom)