donderdag 9 september 2010

Puur toeval

Mijn eerste dagen op mijn nieuwe werkkamer om de eerste ideeën op te schrijven voor mijn nieuwe boek, begonnen voor mij met een verkoudheidje. Niet alleen de afvoer van ons bad, maar ook die van mijn hoofd bleek verstopt. Het proces ging van zwak, tot matig en is nu stormachtig te noemen. Hedenavond zag ik een paar baby's door de kamer kruipen, terwijl we er maar één hebben en die kan niet eens kruipen. De kamer golft ook heel vreemd op en neer.
Ik denk dat dit helemaal niets wil zeggen over het komende boekenjaar. Het is een toevallige omstandigheid.

'Het besluit van Dola Korstjens' is alsnog op een shortlist terechtgekomen en wel die van de Vrouw & Kultuur Debuutprijs 2010!
In die bundel staat het verhaal De Tussenbuurvrouw waarin de hoofdpersoon op vijf mei een meisje krijgt, en jaren later kreeg ik op die dag een meisje. In het echt.
Ook dit zegt niets.

woensdag 8 september 2010

Saamhorigheid

Man met het kleine meisje op zijn arm. 's Ochtends in de deuropening. Een seconde voor ze vertrekken.
Ze draagt het joggingjasje met capuchon dat nog van haar zus geweest is. Als ik geweten had dat het vijf jaar later weer gedragen zou worden, had ik toentertijd een ander jasje gekocht. Een mooier. Dan had ik er op z'n minst iets langer over nagedacht voordat ik het van het rek zou halen.
Ze laat haar lijfje rusten tegen mans' borst. De manier waarop ze dat doet, herken ik plotseling. Zo deed haar zus dat ook. Met diezelfde bravoure. Hetzelfde vertrouwen. In hetzelfde jasje.
Ze houdt haar hoofd fier rechtop. Het - nieuwe - witte wollen mutsje staat haar goed. Opgetrokken wenkbrauwboogjes. Perfecte halve maantjes. Daaronder haar ogen, die me het meest van de tijd - ook nu - hogelijk verbaasd aankijken. Haar wangen maken dat ze door velen 'boeddha' genoemd wordt. Misschien zijn het niet alleen haar wangen.
Ze laat hem haar dragen.
Dan gaat de deur dicht. Vader en dochter zijn weg. De dag in.

dinsdag 7 september 2010

Kennismaking

Er is een jongetje uit haar nieuwe klas mee naar huis gekomen. Ze duiken meteen op de kleine berg zand achterin de tuin en beginnen te spelen. Terwijl ze elkaar in rap tempo bijpraten over de ins en outs van hun privéleven. Hun voor- en afkeur van bepaalde zaken. Ook de namen van oma's, hondjes, grote- en kleine zussen komen voorbij. Het lievelingseten wordt kort benoemd. Dan zijn ze bij het strafblad aanbeland.
'Heb jij wel eens iemand vermoord?' vraagt Jeetje.
'Nee,' zegt hij.
'O, ik ook niet.'
Het jongetje zegt: 'Dan kom je in de gevangenis.'
'Nee, wij niet,' zegt Jeetje.
'Jawel,' weet hij, 'als je iemand vermoord kom je in de gevangenis.'
'Maar kinderen kunnen niet in de gevangenis komen, alleen volwassenen,' zegt Jeetje.
'O,' zegt hij, 'dat wist ik niet.'
'Ja,' zegt Jeetje.
En ze spelen door.

maandag 6 september 2010

Prik, prik, prik

De wind blijft maar door mijn oorbuizen gieren.
In de ochtend heb ik gelopen op de gifbelt die nu natuurpark geworden is. Ik liep, zoals gewoonlijk, achter mijn groene kinderwagentje over de open vlakte. Er waren geen mensen, maar ik zag wel een stel konijnen die hun kontjes naar me toe keerden. En hingen mijn oogleden 's morgens al zwaar op de neuzen van mijn schoenen, 's avonds struikelde ik erover.
Het is alsof er in mij ook een gesealde gifbelt zit - alsof ik een gesealde gifbelt ben - en hoe vermoeider ik word, hoe meer gaatjes er in die zorgvuldig ingepakte wereld komen.

zondag 5 september 2010

Levensgeluk?

Jonge kinderen verminderen het levensgeluk van hun ouders stond in het NRC. Ik vraag mij af of er iets ter wereld is wat het levensgeluk aantoonbaar vergroot. Geld maakt niet gelukkig. Verhuizen moet je niet doen om gelukkig van te worden. Op vakantie gaan, werkt stressverhogend, wijzen de onderzoeken uit. Teveel sociale contacten zijn niet goed voor je welbevinden, maar van te weinig vrienden word je ook al niet gelukkiger. Zelfs werken schijnt niet echt bij te dragen aan dat vermaledijde geluksgevoel waar de wetenschappers in hun rapporten over reppen.

Om half twee en om vijf uur vannacht werd Deetje wakker met een onbegrijpelijke honger naar meer. Een honger van het soort waar geen fopspeen tegen bestand is. Dit is nu al de vijfde nacht op een rij. Daar zat ik weer rechtop in bed, voedde het kind en dacht aan het grote geluk. Aan de slaap. Het niet-zijn. Toen ik op een bepaalde manier ging zitten, moest ik mij bedwingen het niet uit te schreeuwen van de pijn. Ik was die dag op mijn achterhoofd en tegelijkertijd op mijn stuitje gevallen. Nadat man gemaand had sneller met die druppende - want zojuist gewassen, want onder gespuugde - slaapzak van de trap af te komen.
'Rennen jij!' riep hij. 'Opschieten. Het hele huis wordt nat!'
Dus begon ik te rennen en gleed halverwege uit. Daar lag ik met de zware, natte deken bovenop mij onderaan de trap en dacht aan niets. Ik werd één met mijn stuit.

Op deze zondagochtend wordt het huis alsnog nat. Zojuist heb ik in het midden van de keuken een emmer gezet.
'De lamp lekt,' zei Jeetje.
Het blijft onverminderd druppen. Ik rapporteer hierbij dat ook lekkage een mens niet veel dichterbij het levensgeluk brengt.

donderdag 2 september 2010

Combineren

'Bloemkool, friet en vis, is een goeie combinatie,' zegt Jeetje.
'Dat jij het woord combinatie gebruikt,' zegt man.
'Ja. Combinatie,' zegt Jeetje. 'Maar wat is een combinatie eigenlijk precies?'
'Dat zijn verschillende dingen bij elkaar,' zeg ik.
'Verschillende dingen bij elkaar,' zegt Jeetje. Ze bestudeert haar arm. 'Een arm, een hand en vingers? Is dat een combinatie?'
'Nou, nee, niet precies.'
'Maar wat is het dan wèl?'

Vandaag heeft Esther het in haar column in de VPRO gids over de eerste stijve lul die ze ooit in het echt zag. Ik kan me mijn eerste lul totaal niet herinneren. Ik heb er geen op mijn netvlies staan. Wel moest ik meteen denken aan de groeiende pink. Hoe ik een hele tijd in de veronderstelling was dat mijn hand - ergens diep onder de deken - losjes tegen een pink aan lag. Totdat ik het leven in de pink op begon te merken. Het was in het begin nog heel summier, maar het was onmiskenbaar leven. Mijn hand lag onder de deken, controleren kon ik de pink niet. Mijn hoofd stak een heel stuk boven de deken uit, en staarde naar de wekker op het nachtkastje. Terwijl ik zag hoe de tijd verstreek, kwam mijn hand vanzelf steeds verder en verder in de verdrukking. Dit kon nooit een pink zijn. Ik weet nog dat ik overeind schoot, en uitriep dat ik de trein moest halen. Dat ik zonder op of om te kijken, zijn kamer uit stormde. Dat ik zijn moeder in de keuken passeerde. En dat ik de volgende dag door de jongen met de pink gedumpt werd. Met de mededeling dat hij er nog niet aan toe was zich te binden.

Deze twee stukjes: het is geen combinatie.

woensdag 1 september 2010

Hoe moet dat nou?

Ik kan beter een jaar huismoeder worden, wil mijn hart niet nog een keer gebroken worden. Hoe belangrijk is het schrijven van een boek? Het is voor niemand van enige importantie, behalve voor mijzelf.

Of man wordt huisvader, inderdaad. Dat zou man ook kunnen doen. En misschien zou hij het best willen doen. Daaraan ligt het niet. De meeste mythes aangaande het schrijverschap zijn in de loop der tijd toch wel ontmanteld, behalve die van het geld. Maar dat is geen mythe. Alleen de prijswinnaars onder ons hebben het.

Het ging over mijn gebroken hart. Was ik alweer afgedwaald naar geld. We luisterden vanmorgen aan het ontbijt toevallig naar een lied over iemand met een gebroken hart - gezongen door Nathalie Merchant - en ik hoor mijzelf nog uitvoerig aan Jeetje vertellen wat het betekent om een gebroken hart te hebben. Dit terwijl mijn hart, telkens als ik naar Deetje keek, bezig was met breken.
Vandaag zou ze voor het eerst gaan wennen op het kinderdagverblijf.

Deetje is ook al vier maanden oud. Ze zijn daar aardig en lief. En ze zullen haar voeden.
Maar Deetje achterlaten, gaat tegen alles in.
Ik ga weer aan het werk. Ik ga weer schrijven. Ik ga lesgeven. Ik heb een intakegesprek bij de sportschool. Het leven zal weer beginnen. (Alsof ik niet juist aan het leven was!) Ik moet Deetje een beetje loslaten. Dat wil ik niet. Maar ook wil ik mijn dagtaak niet tot het moederen alleen beperken. Ik word er gelukkig van hierboven in mijn eentje te zitten, dingen te verwoorden. En mijn hart breekt als ik eraan denk om van Deetje vandaan te fietsen.
Nooit wil ik van Deetje vandaan fietsen. Zoals ik eigenlijk ook nooit van Jeetje vandaan gefietst had willen zijn. Maar toch ben.