Ik heb net een stukje uit een verhaal voorgelezen.
'Is dit verplicht?' is de eerste reactie van een studente.
'Verplicht?'
'Ja?' zegt de studente.
'Nee,' zeg ik. 'Daarom las ik het niet voor. Maar hoezo?'
'Dus we hoeven het niet verplicht te lezen?'
'Hier is niets verplicht,' zeg ik.
Even later vraag ik me af of ik iets verkeerds gezegd heb. Zou je ze moeten verplichten?
Een docent is geen echt mens. Dat was ik vergeten. Nou ja, de docent is natuurlijk wel een echt mens, dat weet iedereen, maar de docent komt van elders. Het is een wezen waar je geen echt contact mee hoeft te maken. Je luistert ernaar. In het beste geval met interesse. Je komt en je gaat. Het is jouw tijd. Niet die van de docent. Tot gisteren heb ik ook nooit over de docent als mens gedacht. De docent die teveel menselijke trekjes vertoonde vond ik een beetje raar.
donderdag 23 september 2010
woensdag 22 september 2010
ijsje
Op deze datum, heel wat jaren geleden al, werd ik gebeld en daarna ging ik meteen naar Agnès B. Ik kocht daar een blouse, een jasje en een pantalon. Geen zwart. Een bijzondere kleur rood en het geweldigste grijs. De prijs nog in guldens. Heel veel guldens. Meer dan ik er had. Maar dat kon me niets schelen. Het ging erom dat ik er goed opstond. Op de begrafenis.
Voor het eerst droeg ik mijn eigen tekst voor, die op het bidprentje afgedrukt was. Maar niet in de goede versie. Er stond 'appel' waar ik 'ijsje' neergezet had. Ik had de verandering goedgekeurd - wie maakt zich in tijden van overlijden nou druk om appel of ijsje? - maar nog steeds vind ik dat er ijsje had moeten staan. En ik herinner me dat er in de familie wat rumoer was over het ik-perspectief van het stukje. Terwijl ik daarmee iets algemeens bedoelde, niet alleen ik. Dat is goed gekomen.
Het voordragen in de kapel. Het was de eerste keer dat ik merkte dat het het beste is zelf je tekst te doen, in plaats van acteurs. Jij bent zelf toch degene die iets wil zeggen, niet die ander.
Van die dure blouse kreeg je zweetplekken onder je oksel, dus heb ik 'm nooit meer aangehad.
Voor het eerst droeg ik mijn eigen tekst voor, die op het bidprentje afgedrukt was. Maar niet in de goede versie. Er stond 'appel' waar ik 'ijsje' neergezet had. Ik had de verandering goedgekeurd - wie maakt zich in tijden van overlijden nou druk om appel of ijsje? - maar nog steeds vind ik dat er ijsje had moeten staan. En ik herinner me dat er in de familie wat rumoer was over het ik-perspectief van het stukje. Terwijl ik daarmee iets algemeens bedoelde, niet alleen ik. Dat is goed gekomen.
Het voordragen in de kapel. Het was de eerste keer dat ik merkte dat het het beste is zelf je tekst te doen, in plaats van acteurs. Jij bent zelf toch degene die iets wil zeggen, niet die ander.
Van die dure blouse kreeg je zweetplekken onder je oksel, dus heb ik 'm nooit meer aangehad.
dinsdag 21 september 2010
Gewoon vrij, zoals iedereen
'Tot aan welke leeftijd krijgen Nederlandse vrouwen kinderen?' vraagt de schoonmaker.
'Eh..'
'Welke leeftijd precies?'
'Ik denk zo rond de veertig.'
'Oké, veertig. Daarna niet meer?'
'Ligt eraan. Hoezo?'
'Nou, ik ga trouwen met een Nederlandse vrouw en...'
De schoonmaker is heel onrustig, zegt hij. Hij slaapt 's nachts niet goed. Hij is ten huwelijk gevraagd. Hij heeft 'ja' gezegd, want hij wil vrij zijn. Sindsdien denkt hij er steeds aan. Het is geen liefde. Wil hij het wel echt? Waarom vraagt ze het nu? Wat heeft het voor consequenties? Hij is halverwege de veertig maar zeker niet toe aan kinderen, omdat hij nog moet leren. 'Alles,' zegt hij. 'Ik moet alles nog leren. Van voren af aan. En dan kinderen, dat kan niet.'
Hij wil helemaal vrij zijn. Maar het liefst gewoon vrij, zoals iedereen hier.
'Snapt?' zegt hij.
Ik knik.
'Denk je dat het goed komt?' vraagt hij dan.
'Eh..'
'Welke leeftijd precies?'
'Ik denk zo rond de veertig.'
'Oké, veertig. Daarna niet meer?'
'Ligt eraan. Hoezo?'
'Nou, ik ga trouwen met een Nederlandse vrouw en...'
De schoonmaker is heel onrustig, zegt hij. Hij slaapt 's nachts niet goed. Hij is ten huwelijk gevraagd. Hij heeft 'ja' gezegd, want hij wil vrij zijn. Sindsdien denkt hij er steeds aan. Het is geen liefde. Wil hij het wel echt? Waarom vraagt ze het nu? Wat heeft het voor consequenties? Hij is halverwege de veertig maar zeker niet toe aan kinderen, omdat hij nog moet leren. 'Alles,' zegt hij. 'Ik moet alles nog leren. Van voren af aan. En dan kinderen, dat kan niet.'
Hij wil helemaal vrij zijn. Maar het liefst gewoon vrij, zoals iedereen hier.
'Snapt?' zegt hij.
Ik knik.
'Denk je dat het goed komt?' vraagt hij dan.
maandag 20 september 2010
Atmosfeer
'Ik zou hier net zo goed een naargeestige plek van kunnen maken,' zei ik terwijl ik de ruimte rondkeek. 'Dat maakt niet uit.'
De interviewster had gevraagd of ik speciaal troosteloze plekken opzocht om er over te kunnen schrijven.
Dit was geen troosteloze plek, integendeel. Maar wel een onbestemde. Een wonderlijke. Toen ik hier binnenkwam, was het alsof ik een andere eeuw instapte. Een andere wereld dan waar ik vandaan kwam, in elk geval. Geen wereld van zondagse poepluiers, uitgelaten kinderen, dorst, honger, ravage en vermoeide ouders, maar eentje van kunst, jaren '20 kamermuziek, Hemingway cocktails, muzikale intermezzo's van een man met gitaar, en gedichten naar aanleiding van het gedachtegoed van Theodor Adorno.
Er was ook nog een interactief gedeelte aan het einde van de middag: gedichten maken door in tijdschriften woorden weg te strepen. We streepten, terwijl buiten de donkerte in begon te vallen. Alsof ik met een heel stel vrienden in een huiskamer in tijdschriften aan het krassen was, en ons leven ervan af hing.
Maar vlak voor het echt donker werd, sprong ik toch op de fiets.
Toen ik voor ons huis stond, hoorde ik het gehuil van de baby al.
.
De interviewster had gevraagd of ik speciaal troosteloze plekken opzocht om er over te kunnen schrijven.
Dit was geen troosteloze plek, integendeel. Maar wel een onbestemde. Een wonderlijke. Toen ik hier binnenkwam, was het alsof ik een andere eeuw instapte. Een andere wereld dan waar ik vandaan kwam, in elk geval. Geen wereld van zondagse poepluiers, uitgelaten kinderen, dorst, honger, ravage en vermoeide ouders, maar eentje van kunst, jaren '20 kamermuziek, Hemingway cocktails, muzikale intermezzo's van een man met gitaar, en gedichten naar aanleiding van het gedachtegoed van Theodor Adorno.
Er was ook nog een interactief gedeelte aan het einde van de middag: gedichten maken door in tijdschriften woorden weg te strepen. We streepten, terwijl buiten de donkerte in begon te vallen. Alsof ik met een heel stel vrienden in een huiskamer in tijdschriften aan het krassen was, en ons leven ervan af hing.
Maar vlak voor het echt donker werd, sprong ik toch op de fiets.
Toen ik voor ons huis stond, hoorde ik het gehuil van de baby al.
.
zaterdag 18 september 2010
Delicatessen
Ik nodig iedereen van harte uit om morgenmiddag naar Delicatessen te komen. Frank Keizer komt gedichten voorlezen en ik ga voordragen uit Lastmens. Verder is er live muziek, Graham Greene-daquiri's en wat al niet meer. Tussen 17.00 en 19.00 - en voor wie zin heeft nog gevolgd door een goedkoop bord eten. Verder helemaal gratis. Kom kijken, het wordt leuk!
vrijdag 17 september 2010
Beroemd
Bij de frites en de erwtjes komt deze keer God ter sprake.
'Sommige mensen denken dat Hij echt bestaat, maar ik denk dat het een verhaal is,' zeg ik. 'Een spannend verhaal dat wel.'
'Waarom denken ze dat God bestaat?' vraagt Jeetje. 'Het kan toch helemaal niet. Iemand die in de lucht woont?'
'Ze denken dat God de hele wereld heeft gemaakt. De bomen, de bloemen, de lucht. En ons erbij. '
Jeetje kijkt naar alles wat mogelijk geschapen zou zijn door God en concludeert: 'Dat kan echt niet.'
'Nee, precies. Ik vind het ook niet erg plausibel.'
'Dan zou hij wel héél beroemd moeten zijn,' zegt Jeetje.
'Sommige mensen denken dat Hij echt bestaat, maar ik denk dat het een verhaal is,' zeg ik. 'Een spannend verhaal dat wel.'
'Waarom denken ze dat God bestaat?' vraagt Jeetje. 'Het kan toch helemaal niet. Iemand die in de lucht woont?'
'Ze denken dat God de hele wereld heeft gemaakt. De bomen, de bloemen, de lucht. En ons erbij. '
Jeetje kijkt naar alles wat mogelijk geschapen zou zijn door God en concludeert: 'Dat kan echt niet.'
'Nee, precies. Ik vind het ook niet erg plausibel.'
'Dan zou hij wel héél beroemd moeten zijn,' zegt Jeetje.
donderdag 16 september 2010
Op een existentieel vlak
'Weet je waarom ik het meest jaloers ben op Deetje?' zegt Jeetje tijdens het avondeten.
'Nou?' Nu zullen we het krijgen. Ze is jaloers op Deetje omdat zij zo lekker op mijn schoot mag zitten en geknuffeld wordt, terwijl Jeetje wordt gesommeerd op haar stoel te blijven zitten totdat die drie lauwe bloemkoolroosjes he-le-maal op zijn. ('Wat gebeurt er als ik nu toch van tafel ga? Wat doe je dan?' vroeg ze. 'Dan mag je morgen na school met niemand spelen,' zei ik. 'Oei.' Ze ging rechtop zitten. 'En haal die handen onder je hoofd uit', zei ik, 'zo kun je niet eten.') Ik kan me op dit moment dus allerlei jaloerse gevoelens voorstellen. De kleine Deetje wordt niet gecorrigeerd, noch gesommeerd tot iets, zij wordt alleen maar aangemoedigd en gekust. Maar goed, de jaloezie van haar zuster blijkt zich af te spelen op een heel ander vlak.
'Zij leeft langer dan ik. Daar ben ik zó jaloers op,' zegt Jeetje.
'Hè?'
'Ik ga eerder dood dan Deetje. Dat vind ik gewoon niet leuk, dat ik eerder dood ga.'
'O, zoveel eerder ga jij ook weer niet dood hoor,' zeg ik. 'Echt niet.'
'Hoeveel eerder dan?'
'Ja, dat weet ik ook niet precies.'
'Ik ga toch eerder dood? Want ik ben veel ouder.'
'Eerst gaan wij nog dood hoor. Eerst papa, dan ik. Dan jij pas. En daarna... Eet gewoon die bloemkool op, jij!'
Nu heb ik de dood overzichtelijk proberen te maken door hem leeftijd gebonden te laten zijn. Maar echt geruststellend wordt ons gesprek daarmee niet. In tegendeel.
'Nou?' Nu zullen we het krijgen. Ze is jaloers op Deetje omdat zij zo lekker op mijn schoot mag zitten en geknuffeld wordt, terwijl Jeetje wordt gesommeerd op haar stoel te blijven zitten totdat die drie lauwe bloemkoolroosjes he-le-maal op zijn. ('Wat gebeurt er als ik nu toch van tafel ga? Wat doe je dan?' vroeg ze. 'Dan mag je morgen na school met niemand spelen,' zei ik. 'Oei.' Ze ging rechtop zitten. 'En haal die handen onder je hoofd uit', zei ik, 'zo kun je niet eten.') Ik kan me op dit moment dus allerlei jaloerse gevoelens voorstellen. De kleine Deetje wordt niet gecorrigeerd, noch gesommeerd tot iets, zij wordt alleen maar aangemoedigd en gekust. Maar goed, de jaloezie van haar zuster blijkt zich af te spelen op een heel ander vlak.
'Zij leeft langer dan ik. Daar ben ik zó jaloers op,' zegt Jeetje.
'Hè?'
'Ik ga eerder dood dan Deetje. Dat vind ik gewoon niet leuk, dat ik eerder dood ga.'
'O, zoveel eerder ga jij ook weer niet dood hoor,' zeg ik. 'Echt niet.'
'Hoeveel eerder dan?'
'Ja, dat weet ik ook niet precies.'
'Ik ga toch eerder dood? Want ik ben veel ouder.'
'Eerst gaan wij nog dood hoor. Eerst papa, dan ik. Dan jij pas. En daarna... Eet gewoon die bloemkool op, jij!'
Nu heb ik de dood overzichtelijk proberen te maken door hem leeftijd gebonden te laten zijn. Maar echt geruststellend wordt ons gesprek daarmee niet. In tegendeel.
Abonneren op:
Posts (Atom)