Een afdwalende geest maakt somber. Zelfs als de gedachten zich naar iets leuks begeven, raken mensen daardoor niet in een beter humeur dan wanneer ze zich waren blijven concentreren. En als de gedachten naar iets neutraals of vervelends afdwalen, gaan mensen zich slechter voelen, zo stond vrijdag in Science.
Gisteren zag ik de documentaire 'Reïncarnation' op het Idfa. Over een Tibetaanse vader en zoon. Regelmatig werd gezegd dat het pure geluk 'm zat in totale aanwezigheid.
Ik kan me alleen voorstellen dat het fijn moet zijn als je helemaal aanwezig bent bij wat je doet. Ik kan alleen maar kijken naar de mensen die aanwezig zijn. Ik kan denken aan degenen die enkel zwemmen als ze zwemmen, eten als ze eten en lezen als ze lezen. Ik kan mij hun aardse geluk voorstellen. Maar meer kan ik niet.
Ik word pas somber van het proberen niet af te dwalen. Dieptriest zelfs.
Naast mij in de bioscoop zat een hoogbejaarde vrouw in een bontjas. Totaal afgedwaald. Ze snurkte als een gek. Dat leidde me af. En als ze even niet snurkte, de gedachte dat ze misschien dood was.
vrijdag 19 november 2010
donderdag 18 november 2010
Hoe ver gaan we?
We zitten samen aan de dis, man en ik, ergens halverwege de zestig ben ik en hij is iets in de zeventig, we roeren in ons eten. En we roeren maar. Geen hap gaat er naar binnen. Omdat Jeetje en Deetje zojuist samen de wereld hebben verlaten. Nergens, helemaal nergens, op deze aardbol is nog een spoor van hen te vinden. We willen er niet verder over nadenken. Maar we kunnen niet anders.
'Vroeger was een waddeneiland al ver,' zegt man.
'Ik liftte ooit met een vriendin naar Portugal,' zeg ik. 'Nou, dat was wat.'
De jongvolwassene van nu reist minimaal een half jaar de wereld rond, Azië, Australië en Nieuw Zeeland. En dan heb je natuurlijk de dreiging dat ze blijven. Dat ze de vermaledijde 'liefde' vinden en besluiten zich ergens aan de andere kant van de wereld te vestigen. Dat is ook vervelend voor de ouders. Het is ver. Maar ze zijn tenminste bereikbaar.
Wat moet je als je kinderen besluiten dat ze absoluut - fysiek -los willen komen van de aarde en dat dat gewoon kan?
'It's a life changing experiment, mam!' vertelt Jeetje mij. 'Deze weken voor maar 1000 EU.'
'We have to go, mom,' zegt Deetje, 'Big sista en ik.'
'It's safe hoor,' zegt die grote zus nog snel. 'Sooo safe.'
'Don't worry, be happy mom and dad,' zegt Deetje.
(Ik weet niet waarom mijn dametjes Engels blijken te praten trouwens. Het zou best kunnen dat man en ik, onze generatie, de laatsten zijn die de NL taal nog bezigen.)
Maar wat moet je als retourtjes ruimte gemeengoed worden? Zie ons zitten aan de dis, roerend in de prut, alleen maar hopend dat het geen enkeltje wordt.
'There is skype,' heeft Jeetje nog gezegd, 'we can skype in space.'
Man en ik hebben het geprobeerd, maar we kunnen de verbinding niet tot stand brengen.
'Vroeger was een waddeneiland al ver,' zegt man.
'Ik liftte ooit met een vriendin naar Portugal,' zeg ik. 'Nou, dat was wat.'
De jongvolwassene van nu reist minimaal een half jaar de wereld rond, Azië, Australië en Nieuw Zeeland. En dan heb je natuurlijk de dreiging dat ze blijven. Dat ze de vermaledijde 'liefde' vinden en besluiten zich ergens aan de andere kant van de wereld te vestigen. Dat is ook vervelend voor de ouders. Het is ver. Maar ze zijn tenminste bereikbaar.
Wat moet je als je kinderen besluiten dat ze absoluut - fysiek -los willen komen van de aarde en dat dat gewoon kan?
'It's a life changing experiment, mam!' vertelt Jeetje mij. 'Deze weken voor maar 1000 EU.'
'We have to go, mom,' zegt Deetje, 'Big sista en ik.'
'It's safe hoor,' zegt die grote zus nog snel. 'Sooo safe.'
'Don't worry, be happy mom and dad,' zegt Deetje.
(Ik weet niet waarom mijn dametjes Engels blijken te praten trouwens. Het zou best kunnen dat man en ik, onze generatie, de laatsten zijn die de NL taal nog bezigen.)
Maar wat moet je als retourtjes ruimte gemeengoed worden? Zie ons zitten aan de dis, roerend in de prut, alleen maar hopend dat het geen enkeltje wordt.
'There is skype,' heeft Jeetje nog gezegd, 'we can skype in space.'
Man en ik hebben het geprobeerd, maar we kunnen de verbinding niet tot stand brengen.
woensdag 17 november 2010
Motivatie
Ergens las ik iets over de moeders die zelfs geen tijd meer hadden - of de tijd niet namen - om het gewicht dat na de geboorte van kind twee was blijven hangen, kwijt te raken. En zo bleven ze voorgoed slap in het vel. Twee maatje meer viel nog best mee.
Het artikel over de moeders heb ik al minstens twee weken geleden ergens gelezen. Maar elke dag zie ik in de spiegel die moeder. Ik zie haar ook als ik op mijn bureaustoel zit en mijn buik over de broekrand bobbelt. 'Dit is heerlijk, dit heb je verdiend,' fluistert ze in mijn oor als ik 's avonds op de bank het Sint Maarten snoep lig te verorberen. In plaats van te sporten.
Ik kan me ineens ook zo ontzettend goed voorstellen hoe vrouwen het er gezamenlijk 'bij laten hangen.' Na kind twee. Bij het eerste kind is de motivatie om weer te worden als voorheen groter. Bij kind twee weet je maar al te goed dat er geen voorheen meer is. Het is niet meer zo erg. Je koopt wat wijdere bloesjes en grote truien. Je bent wat ouder. Wat zou je nog? Als de kinderen er maar goed uitzien. Daar gaat het om.
In de buurt waar ik woon wordt vreselijk veel gebaard. Het is werkelijk bij de gekken af. Maar er wordt hier ook minstens zo veel gesport. De moeders zien er, zelfs na drie of vier kinderen, nog even goed uit. Strak in het vel als altijd. Geweldig gekleed. Allemaal in een eigen unieke stijl. Er is er vrijwel geen met uitgegroeid haar. In de vroege ochtend zie ik de moeders, appeltjes etend, voorbij vliegen.
Dat helpt dus, merk ik. Je wil niet achterblijven. Je kan niet achterblijven. Het klimaat waarin je je bevindt, werkt stimulerend. Ik trek mij op aan dit moederbeeld. Ik moet wel. Ik hijs mij in mijn sportbroek. Want ik, ook ik, zal door het achterland joggen.
Het artikel over de moeders heb ik al minstens twee weken geleden ergens gelezen. Maar elke dag zie ik in de spiegel die moeder. Ik zie haar ook als ik op mijn bureaustoel zit en mijn buik over de broekrand bobbelt. 'Dit is heerlijk, dit heb je verdiend,' fluistert ze in mijn oor als ik 's avonds op de bank het Sint Maarten snoep lig te verorberen. In plaats van te sporten.
Ik kan me ineens ook zo ontzettend goed voorstellen hoe vrouwen het er gezamenlijk 'bij laten hangen.' Na kind twee. Bij het eerste kind is de motivatie om weer te worden als voorheen groter. Bij kind twee weet je maar al te goed dat er geen voorheen meer is. Het is niet meer zo erg. Je koopt wat wijdere bloesjes en grote truien. Je bent wat ouder. Wat zou je nog? Als de kinderen er maar goed uitzien. Daar gaat het om.
In de buurt waar ik woon wordt vreselijk veel gebaard. Het is werkelijk bij de gekken af. Maar er wordt hier ook minstens zo veel gesport. De moeders zien er, zelfs na drie of vier kinderen, nog even goed uit. Strak in het vel als altijd. Geweldig gekleed. Allemaal in een eigen unieke stijl. Er is er vrijwel geen met uitgegroeid haar. In de vroege ochtend zie ik de moeders, appeltjes etend, voorbij vliegen.
Dat helpt dus, merk ik. Je wil niet achterblijven. Je kan niet achterblijven. Het klimaat waarin je je bevindt, werkt stimulerend. Ik trek mij op aan dit moederbeeld. Ik moet wel. Ik hijs mij in mijn sportbroek. Want ik, ook ik, zal door het achterland joggen.
dinsdag 16 november 2010
Moederrol
Ik lees over een schrijfster wier twee kinderen nooit voorkomen in haar columns of andere werk. Haar vriend wel. Omdat zij het hem kan vragen. Maar de kinderen kan ze niets vragen. Dus schrijft ze niet over hen.
Ik kan dat mijn bloedjes ook niet voorleggen en ze komen wel in mijn werk voor. Behandel ik de kinderen alsof ze mijn eigendom zijn? Beschadig ik hun privacy met mijn hardcore Jeetje en Deetje stuff. Schrijf ik alles op waar ik zin in heb? Heb ik wel grenzen? Ben ik zo'n moeder die haar kroost misbruikt voor andere doeleinden dan waar ze voor gemaakt zijn? Waar zijn ze voor gemaakt?
Die vragen kwamen op.
Soms zijn er wel dingen die ik besluit niet op te schrijven. Dat gaat allemaal intuïtief. Veel gaat bij mij op intuïtie. Die moet ik maar vertrouwen. Mijn kinderen hebben in het echt andere namen. Daarmee bouw ik afstand in. Ze hoeven zich (later) niet te identificeren met de stukjes.
'Ik ben Jeetje niet!' zegt Jeetje nu al wel eens. 'Ik heet geen Jeetje.'
'Dat is waar, liefje,' zeg ik. 'Jij bent Jeetje niet. Ik noem jou zo als ik een stukje schrijf waar jij in voorkomt.'
'Maar dat ben ik niet.'
'Nee, dat is Jeetje.'
Het gaat mij er in mijn stukjes nooit om om hen en hun gedrag centraal te stellen. Het is niet bedoeld als exposé. Het gaat mij er meestal om hoe ik er mee omga. Hoe ik me met de meisjes verhoud. In de rol van moeder.
Ik kan dat mijn bloedjes ook niet voorleggen en ze komen wel in mijn werk voor. Behandel ik de kinderen alsof ze mijn eigendom zijn? Beschadig ik hun privacy met mijn hardcore Jeetje en Deetje stuff. Schrijf ik alles op waar ik zin in heb? Heb ik wel grenzen? Ben ik zo'n moeder die haar kroost misbruikt voor andere doeleinden dan waar ze voor gemaakt zijn? Waar zijn ze voor gemaakt?
Die vragen kwamen op.
Soms zijn er wel dingen die ik besluit niet op te schrijven. Dat gaat allemaal intuïtief. Veel gaat bij mij op intuïtie. Die moet ik maar vertrouwen. Mijn kinderen hebben in het echt andere namen. Daarmee bouw ik afstand in. Ze hoeven zich (later) niet te identificeren met de stukjes.
'Ik ben Jeetje niet!' zegt Jeetje nu al wel eens. 'Ik heet geen Jeetje.'
'Dat is waar, liefje,' zeg ik. 'Jij bent Jeetje niet. Ik noem jou zo als ik een stukje schrijf waar jij in voorkomt.'
'Maar dat ben ik niet.'
'Nee, dat is Jeetje.'
Het gaat mij er in mijn stukjes nooit om om hen en hun gedrag centraal te stellen. Het is niet bedoeld als exposé. Het gaat mij er meestal om hoe ik er mee omga. Hoe ik me met de meisjes verhoud. In de rol van moeder.
maandag 15 november 2010
Beweging
Het verhaal ligt dus ergens op de loer. Het meisje ook. Ze heet nu nog afwisselend Joke, Nelly of Lisandra. De goede naam zal blijken. Het is alsof het verhaal, de stem van dit meisje, zich onder een dikke laag troep verborgen houdt. Af en toe neem ik een duik, schrijf een zin op en dan kom ik weer snel terug naar de oppervlakte. Daar boek ik een vliegreisje Faro voor met de kerst. Ik lees op facebook en bekijk het gastenboek op de site van mijn pas bevallen nicht. In een schrift schrijf ik dingen op die mogelijk zouden kunnen gebeuren. Dit typ ik over in een document. Ik verschuif wat mappen. Ik schrijf een factuur. Ik meld me aan bij een hardloopsite. Het moet er nu echt eens van komen. Zoals het verhaal verborgen zit onder dikke aardlagen, zo houdt mijn lichaam zich ook nog schuil in mij. Beweging dus, op alle fronten. Aanscherpen, straktrekken.
Het vliegt alle kanten tegelijk op. Ik begin elke keer opnieuw met een nieuw begin. Alsof ik de snaren aan het stemmen ben.
'Jij wordt daar niet paniekerig van,' zeg ik tegen mijzelf. ' Want zo doe jij dat altijd.'
Het vliegt alle kanten tegelijk op. Ik begin elke keer opnieuw met een nieuw begin. Alsof ik de snaren aan het stemmen ben.
'Jij wordt daar niet paniekerig van,' zeg ik tegen mijzelf. ' Want zo doe jij dat altijd.'
zaterdag 13 november 2010
Nivea
Het lijkt net of hij gisteren, nee vorige week, hooguit vorige maand, nog in ons midden was. Maar nu is de Goedheiligman daar alweer. Nu wordt er alweer gezongen. Nu staan de laarsjes alweer klaar, keurig naast elkaar. Glimmend. Deze keer niet bij de schouw. Want er is geen schouw. Deze keer staan de laarsjes bij de voordeur. Ze zijn een maatje groter dan die van vorig jaar. En ze zijn zojuist gepoetst met Nivea. Tip van oma. Dat doen de Italianen allemaal, zegt oma. Er gaat niets boven Nivea op laarsjes. Oma heeft haar leren jassen er pas allemaal nog mee ingesmeerd. En vanmorgen, voor ze naar Amsterdam afreisde, deed ze eerst een dikke laag Nivea op haar droge huid en daarna op haar schoenen.
'Jouw laarsjes zijn natuurlijk ook gemaakt van het huidje van een koe,' hoor ik haar aan Jeetje uitleggen.
'Het huidje van een koe.'
'Ja,' zegt oma. 'Dus die laarsjes kunnen wel een likje van dit spul gebruiken. Dan worden ze weer glanzend en lekker soepel.'
Zo staan er twee met Nivea ingesmeerde laarsjes in het halletje. Voor het eerst bij deze voordeur. En dit zal voorlopig nog niet de laatste keer zijn.
'Jouw laarsjes zijn natuurlijk ook gemaakt van het huidje van een koe,' hoor ik haar aan Jeetje uitleggen.
'Het huidje van een koe.'
'Ja,' zegt oma. 'Dus die laarsjes kunnen wel een likje van dit spul gebruiken. Dan worden ze weer glanzend en lekker soepel.'
Zo staan er twee met Nivea ingesmeerde laarsjes in het halletje. Voor het eerst bij deze voordeur. En dit zal voorlopig nog niet de laatste keer zijn.
donderdag 11 november 2010
leerpuntjes
Een cursist ging op woensdag naar een vet concert in Paradiso. Een ander verkoos een optreden van Cirque du Soleil boven mijn schrijfles. Eentje liet het na vier lessen wegens 'persoonlijke omstandigheden' helemaal afweten. Per mail. In haar verhaal speelde een overleden moeder een pregnante rol. Ja, dan ga je toch invullen. Al ben ik de laatste die zal beweren dat fictie en realiteit hetzelfde zijn. Maar meer informatie dan de stukken die ze schreven, had ik niet over hen. Bij sommigen kwamen er tentamens uit de lucht vallen. Zij dienden de woensdagavond en nacht -onverhoopt - te gebruiken om te 'blokken'. Ik heb een cursist gehad die zich maar een keer heeft laten zien. Hij was een voormalig stagiair-correspondent uit het Midden-Oosten en na die eerste aanzet voor een verhaal, is hij opgelost in het niets. Eén cursiste twijfelde alleen nog over het fulltime schrijverschap of het opzetten van een kinderdagverblijf in Zuid-Spanje. Zij heeft halverwege mijn lessenreeks de knoop blijkbaar doorgehakt.
Er was mij al verteld dat het voorkomt dat de mensen niet op komen dagen, omdat ze op woensdagavond iets anders te doen hebben dan de cursus korte verhalen schrijven. Ook zouden ze soms wegblijven bij extreme weersomstandigheden.
Toen dat inderdaad zo bleek te zijn, was ik toch verbaasd. Want wie wil er nou iets anders liever gaan doen dan schrijven? Wie trotseert er nou geen regenbuitje om zijn tekst beter te krijgen?
Dat is meteen het grote verschil tussen mij en een cursist. En dat moet je goed in de gaten houden als docent. Zij doen het gewoon voor de lol. Er zijn wel meer dingen die je voor je lol kunt doen. Ook dat is een leerpuntje voor mij.
Er was mij al verteld dat het voorkomt dat de mensen niet op komen dagen, omdat ze op woensdagavond iets anders te doen hebben dan de cursus korte verhalen schrijven. Ook zouden ze soms wegblijven bij extreme weersomstandigheden.
Toen dat inderdaad zo bleek te zijn, was ik toch verbaasd. Want wie wil er nou iets anders liever gaan doen dan schrijven? Wie trotseert er nou geen regenbuitje om zijn tekst beter te krijgen?
Dat is meteen het grote verschil tussen mij en een cursist. En dat moet je goed in de gaten houden als docent. Zij doen het gewoon voor de lol. Er zijn wel meer dingen die je voor je lol kunt doen. Ook dat is een leerpuntje voor mij.
Abonneren op:
Posts (Atom)