Soms geloof ik er niets van dat Jeetje (5) echt in al die kolderiek rondom de Sint gelooft. Ik zie haar zitten in haar prinsessenjurk, met haar knieën opgetrokken, een spits, ietwat wit gezichtje. Haar vriendinnetje springt naast de bank op en neer, op en neer, en roept dat hun school dè kwijtgeraakte sleutel van de pakjeskamer heeft. Echt waar.
'Echt waar!' toetert ze in Jeetjes oor.
'Hmhm.' Jeetje knikt afwezig. 'Echt waar.'
En dan: 'Mam?'
'Ja, schatje.'
'Hoe lang duurt het nog?'
Ik vertel haar dat pakjesavond niet zo gek lang meer duurt.
'Neehee.' Jeetje zucht. 'Hoeveel nachtjes nog voor we op vakantie gaan?'
donderdag 25 november 2010
woensdag 24 november 2010
Schaamte
Ik liet de cursisten vanavond een momentje opschrijven waarin ze zich schaamden zonder dat ze het woord schaamte mochten gebruiken. Dat vond ik heel interessant. Schaamte, kwam ik ter plekke achter, zegt bijzonder veel over de mens. Zo niet alles. Schaamte durven gebruiken is belangrijk voor een schrijver. En jezelf schaamteloos durven gebruiken ook.
Ik vertelde over de keer dat ik al vroeg voor de deur van een kroeg stond omdat ik daar die avond voor zou lezen.
Een hoogzwangere dame doet open. Zij is een van de organisatoren van de literaire avond.
'Gaat alles goed? Hoe lang moet je nog?'
De organisatrice is bezig stoelen en tafels te verschuiven en de andere mensen van de organisatie hebben me blijkbaar ook niet gehoord. Ik besluit niet op te geven. Ik heb deze sociale toon aangeslagen, dan moet ik ook doorgaan. Gewoon blijven proberen contact te maken. Al durf ik niet zo goed.
'Wat leuk! Hoe lang moet je nog?' zeg ik luider. 'Ben je niet moe?'
De zwangere staat nu vlak naast me, maar kijkt niet op of om. Zegt geen boe of ba. Mijn stem draagt niet ver.
'FANTASTISCH! Een kind!' schreeuw ik dan, 'EN WANNEER KOMT HET KIND?'
'Ze is helemaal niet zwanger,' fluistert iemand dan in mijn oor.
Ik vertelde over de keer dat ik al vroeg voor de deur van een kroeg stond omdat ik daar die avond voor zou lezen.
Een hoogzwangere dame doet open. Zij is een van de organisatoren van de literaire avond.
'Gaat alles goed? Hoe lang moet je nog?'
De organisatrice is bezig stoelen en tafels te verschuiven en de andere mensen van de organisatie hebben me blijkbaar ook niet gehoord. Ik besluit niet op te geven. Ik heb deze sociale toon aangeslagen, dan moet ik ook doorgaan. Gewoon blijven proberen contact te maken. Al durf ik niet zo goed.
'Wat leuk! Hoe lang moet je nog?' zeg ik luider. 'Ben je niet moe?'
De zwangere staat nu vlak naast me, maar kijkt niet op of om. Zegt geen boe of ba. Mijn stem draagt niet ver.
'FANTASTISCH! Een kind!' schreeuw ik dan, 'EN WANNEER KOMT HET KIND?'
'Ze is helemaal niet zwanger,' fluistert iemand dan in mijn oor.
dinsdag 23 november 2010
geklets op de dinsdag
Ik zit hier al een half uur beneden aan de vier meter lange tafel om een stukje te schrijven. Maar het komt er niet meer van. Man telefoneert erg luid, en daar word ik door afgeleid. Ook hebben we erg kleurige patchwork gordijnen waar ik steeds naar moet kijken.
Man zegt: 'Dus ik mag jou niet zomaar in een verzorgingstehuis stoppen, dan weet ik dat.'
Ik heb aan het eind van de dag weer over de gifbelt, die nu een park is, gerend. Vandaag was de maan niet meer zo vol. Om de dag loop ik nu. Ik hou me aan het schema. Soms stel ik me al voor hoe mijn voeten snel over het asfalt zullen gaan, zweven is het bijna. Ik vraag me af of dat het begin is van het geluk. Nu is het nog 2 minuten rennen en dan 2 minuten lopen. En dat maal 5.
Het was vrij donker en ik had benen van lood toen ik een meneer die met een hondje wandelde, inhaalde.
Voor het rennen was ik heel druk bezig met een hoogleraar theoretische informatica die zich voor de lol bezighoudt met het verbeteren van het spoorboekje in o.a. New Delhi.
Ook bestelde ik toen oude speelgoedpaarden via Marktplaats.
Man zegt: 'Dus ik mag jou niet zomaar in een verzorgingstehuis stoppen, dan weet ik dat.'
Ik heb aan het eind van de dag weer over de gifbelt, die nu een park is, gerend. Vandaag was de maan niet meer zo vol. Om de dag loop ik nu. Ik hou me aan het schema. Soms stel ik me al voor hoe mijn voeten snel over het asfalt zullen gaan, zweven is het bijna. Ik vraag me af of dat het begin is van het geluk. Nu is het nog 2 minuten rennen en dan 2 minuten lopen. En dat maal 5.
Het was vrij donker en ik had benen van lood toen ik een meneer die met een hondje wandelde, inhaalde.
Voor het rennen was ik heel druk bezig met een hoogleraar theoretische informatica die zich voor de lol bezighoudt met het verbeteren van het spoorboekje in o.a. New Delhi.
Ook bestelde ik toen oude speelgoedpaarden via Marktplaats.
maandag 22 november 2010
Hoor de wind waait
Nog nooit eerder zong ik karaoke met sinterklaasliederen. Ook niet met andere liederen.
Na het eten zaten we met de hele familie voor het computerscherm en wij zongen. Vader, moeder en Jeetje. Deetje zat bij vader op schoot en keek toe. Met dikke rode wangen en een pluk haar omhoog. Uiterst geconcentreerd gleden haar ogen van links naar rechts, van haar zuster naar haar moeder en weer terug. En toen keek ze omhoog naar vader. Ze zag alleen de onderkant van zijn kin. Ook vader zong uit volle borst.
Je ziet de verbindingen gelegd worden in dat koppie.
Net toen we aan 'Hoor de wind waait door de bomen,' wilden beginnen, vroeg Jeetje of wij ajb wilden stoppen met zingen omdat ze graag wilde horen hoe de tekst precies ging.
En dat deden we.
Na het eten zaten we met de hele familie voor het computerscherm en wij zongen. Vader, moeder en Jeetje. Deetje zat bij vader op schoot en keek toe. Met dikke rode wangen en een pluk haar omhoog. Uiterst geconcentreerd gleden haar ogen van links naar rechts, van haar zuster naar haar moeder en weer terug. En toen keek ze omhoog naar vader. Ze zag alleen de onderkant van zijn kin. Ook vader zong uit volle borst.
Je ziet de verbindingen gelegd worden in dat koppie.
Net toen we aan 'Hoor de wind waait door de bomen,' wilden beginnen, vroeg Jeetje of wij ajb wilden stoppen met zingen omdat ze graag wilde horen hoe de tekst precies ging.
En dat deden we.
zondag 21 november 2010
Observatie momentje
Jeetje en ik zijn in de badkamer. Het ging over iets waar ik te oud voor was. Ik weet niet meer waar ik ook al weer te oud voor was. Ik weet alleen dat ik ook vond dat ik er te oud voor was.
'Ja,' zei Jeetje. 'Jij hebt al rimpels op je voorhoofd.'
'Op m'n voorhoofd niet toch?"
'Jawel, daar en daar en daar.'
'O, ja.'
'En dáár ook.' Ze wijst naar mijn mondhoeken en tekent twee verticale strepen in de lucht. Ik zit op de badrand en zij staat vanaf een klein afstandje naar me te turen. Met haar ogen samengeknepen. Dan wijst ze.
'Bij je ogen,' zegt ze. Met haar vingertjes maakt ze kleine krioelende gebaartjes. Alsof ze aan het luchttypen is.
Ik knik. 'Kom, je gaat tandenpoetsen.'
Ze poetst haar tanden.
'Zijn ze wit?' vraagt ze halverwege. Ze klemt haar gebit op elkaar.
'Ja, prachtig,' zeg ik.
'De jouwe niet,' zegt ze. 'De jouwe zijn bruin, met geel en oranje.'
Dan poetst ze aandachtig verder.
'Ja,' zei Jeetje. 'Jij hebt al rimpels op je voorhoofd.'
'Op m'n voorhoofd niet toch?"
'Jawel, daar en daar en daar.'
'O, ja.'
'En dáár ook.' Ze wijst naar mijn mondhoeken en tekent twee verticale strepen in de lucht. Ik zit op de badrand en zij staat vanaf een klein afstandje naar me te turen. Met haar ogen samengeknepen. Dan wijst ze.
'Bij je ogen,' zegt ze. Met haar vingertjes maakt ze kleine krioelende gebaartjes. Alsof ze aan het luchttypen is.
Ik knik. 'Kom, je gaat tandenpoetsen.'
Ze poetst haar tanden.
'Zijn ze wit?' vraagt ze halverwege. Ze klemt haar gebit op elkaar.
'Ja, prachtig,' zeg ik.
'De jouwe niet,' zegt ze. 'De jouwe zijn bruin, met geel en oranje.'
Dan poetst ze aandachtig verder.
vrijdag 19 november 2010
Dagdromen maakt somber, meldt NRC
Een afdwalende geest maakt somber. Zelfs als de gedachten zich naar iets leuks begeven, raken mensen daardoor niet in een beter humeur dan wanneer ze zich waren blijven concentreren. En als de gedachten naar iets neutraals of vervelends afdwalen, gaan mensen zich slechter voelen, zo stond vrijdag in Science.
Gisteren zag ik de documentaire 'Reïncarnation' op het Idfa. Over een Tibetaanse vader en zoon. Regelmatig werd gezegd dat het pure geluk 'm zat in totale aanwezigheid.
Ik kan me alleen voorstellen dat het fijn moet zijn als je helemaal aanwezig bent bij wat je doet. Ik kan alleen maar kijken naar de mensen die aanwezig zijn. Ik kan denken aan degenen die enkel zwemmen als ze zwemmen, eten als ze eten en lezen als ze lezen. Ik kan mij hun aardse geluk voorstellen. Maar meer kan ik niet.
Ik word pas somber van het proberen niet af te dwalen. Dieptriest zelfs.
Naast mij in de bioscoop zat een hoogbejaarde vrouw in een bontjas. Totaal afgedwaald. Ze snurkte als een gek. Dat leidde me af. En als ze even niet snurkte, de gedachte dat ze misschien dood was.
Gisteren zag ik de documentaire 'Reïncarnation' op het Idfa. Over een Tibetaanse vader en zoon. Regelmatig werd gezegd dat het pure geluk 'm zat in totale aanwezigheid.
Ik kan me alleen voorstellen dat het fijn moet zijn als je helemaal aanwezig bent bij wat je doet. Ik kan alleen maar kijken naar de mensen die aanwezig zijn. Ik kan denken aan degenen die enkel zwemmen als ze zwemmen, eten als ze eten en lezen als ze lezen. Ik kan mij hun aardse geluk voorstellen. Maar meer kan ik niet.
Ik word pas somber van het proberen niet af te dwalen. Dieptriest zelfs.
Naast mij in de bioscoop zat een hoogbejaarde vrouw in een bontjas. Totaal afgedwaald. Ze snurkte als een gek. Dat leidde me af. En als ze even niet snurkte, de gedachte dat ze misschien dood was.
donderdag 18 november 2010
Hoe ver gaan we?
We zitten samen aan de dis, man en ik, ergens halverwege de zestig ben ik en hij is iets in de zeventig, we roeren in ons eten. En we roeren maar. Geen hap gaat er naar binnen. Omdat Jeetje en Deetje zojuist samen de wereld hebben verlaten. Nergens, helemaal nergens, op deze aardbol is nog een spoor van hen te vinden. We willen er niet verder over nadenken. Maar we kunnen niet anders.
'Vroeger was een waddeneiland al ver,' zegt man.
'Ik liftte ooit met een vriendin naar Portugal,' zeg ik. 'Nou, dat was wat.'
De jongvolwassene van nu reist minimaal een half jaar de wereld rond, Azië, Australië en Nieuw Zeeland. En dan heb je natuurlijk de dreiging dat ze blijven. Dat ze de vermaledijde 'liefde' vinden en besluiten zich ergens aan de andere kant van de wereld te vestigen. Dat is ook vervelend voor de ouders. Het is ver. Maar ze zijn tenminste bereikbaar.
Wat moet je als je kinderen besluiten dat ze absoluut - fysiek -los willen komen van de aarde en dat dat gewoon kan?
'It's a life changing experiment, mam!' vertelt Jeetje mij. 'Deze weken voor maar 1000 EU.'
'We have to go, mom,' zegt Deetje, 'Big sista en ik.'
'It's safe hoor,' zegt die grote zus nog snel. 'Sooo safe.'
'Don't worry, be happy mom and dad,' zegt Deetje.
(Ik weet niet waarom mijn dametjes Engels blijken te praten trouwens. Het zou best kunnen dat man en ik, onze generatie, de laatsten zijn die de NL taal nog bezigen.)
Maar wat moet je als retourtjes ruimte gemeengoed worden? Zie ons zitten aan de dis, roerend in de prut, alleen maar hopend dat het geen enkeltje wordt.
'There is skype,' heeft Jeetje nog gezegd, 'we can skype in space.'
Man en ik hebben het geprobeerd, maar we kunnen de verbinding niet tot stand brengen.
'Vroeger was een waddeneiland al ver,' zegt man.
'Ik liftte ooit met een vriendin naar Portugal,' zeg ik. 'Nou, dat was wat.'
De jongvolwassene van nu reist minimaal een half jaar de wereld rond, Azië, Australië en Nieuw Zeeland. En dan heb je natuurlijk de dreiging dat ze blijven. Dat ze de vermaledijde 'liefde' vinden en besluiten zich ergens aan de andere kant van de wereld te vestigen. Dat is ook vervelend voor de ouders. Het is ver. Maar ze zijn tenminste bereikbaar.
Wat moet je als je kinderen besluiten dat ze absoluut - fysiek -los willen komen van de aarde en dat dat gewoon kan?
'It's a life changing experiment, mam!' vertelt Jeetje mij. 'Deze weken voor maar 1000 EU.'
'We have to go, mom,' zegt Deetje, 'Big sista en ik.'
'It's safe hoor,' zegt die grote zus nog snel. 'Sooo safe.'
'Don't worry, be happy mom and dad,' zegt Deetje.
(Ik weet niet waarom mijn dametjes Engels blijken te praten trouwens. Het zou best kunnen dat man en ik, onze generatie, de laatsten zijn die de NL taal nog bezigen.)
Maar wat moet je als retourtjes ruimte gemeengoed worden? Zie ons zitten aan de dis, roerend in de prut, alleen maar hopend dat het geen enkeltje wordt.
'There is skype,' heeft Jeetje nog gezegd, 'we can skype in space.'
Man en ik hebben het geprobeerd, maar we kunnen de verbinding niet tot stand brengen.
Abonneren op:
Posts (Atom)