De tweejaarlijkse prijs van 1000 Euro die bestemd was om vrouwelijke debutanten wat meer onder de aandacht te brengen, ging deze keer naar een non-fictie bestseller. Het Pauperparadijs. (Eenendertigste druk.)
'Waarom zit ik hier eigenlijk?' vroeg de schrijfster zich aan het begin van de middag af. 'Ik heb namelijk helemaal geen fictie geschreven.'
'Jahaa,' zei de gespreksleidster.
'Het was er mij juist om te doen dat er geen woord fictie in voorkomt,' zei de schrijfster.
'Wacht het juryrapport maar af. Dan weet je waarom je hier zit.'
Suzanna zat daar om te winnen natuurlijk, maar dat kon de gespreksleidster toen niet verklappen. Dan was er geen literaire middag meer.
We zaten de hele middag in de Eindhovense bibliotheek op een ijzeren verhoging en praatten over verkoopcijfers. Het debat ging over boekverkoop. Daar wist ik weinig van. En de andere vier genomineerden - Franca Treur, Pia de Jong, Laura Broekhuysen en Suzanna Jansen -, ook niet echt. We zaten naast elkaar, met onze benen over elkaar, en ik probeerde steeds zo te gaan zitten dat onze voeten dezelfde kant op wezen.
Ik vroeg me af hoe het er aan toe zou gaan bij een Man en Kultuurdebuutprijs. En of mannen ook aan synchroonzitten zouden denken.
'Vrouw en Kultuurprijs,' zei man vanochtend nog, 'dat is net zoiets als een Marokkaan en Vriendelijkprijs.'
Uit het rapport bleek dat de jury niet had gemerkt dat Het Pauperparadijs non-fictie was. Nu geef ik die jury groot gelijk. Het verschil tussen fictie en non-fictie is ook heel klein. Eigenlijk wel op te heffen.
Ze spraken ook nog veel lovende woorden over mijn boek.
Ik heb in de Eindhovense bibliotheek één boek verkocht. Aan een vrouw wier dochter zich ook waagde aan het schrijven van verhalen.
'Veel succes' heb ik aan de dochter geschreven. En ik meende het echt.
Heel vervelend vind ik het dat ik mijn blauwe, dure, lievelingsvestje verloor. Ik had het vest in mijn tas zitten en het is er waarschijnlijk bij het zoeken van mijn pen uitgevallen. Tel daarbij het treinkaartje op.
Dan hou je echt alleen de eer over. De eer werd steeds kostbaarder.
Om de trein terug te halen jogden Franca Treur, Pia de Jong, de marketingdame van uitgeverij Prometheus en ik dwars door Eindhoven. Met onze bossen bloemen stevig tegen onze borst gedrukt.
'Maar goed dat ik veel geoefend heb,' dacht ik nog. 'Ik ben een goede renster.'
zondag 12 december 2010
zaterdag 11 december 2010
Verrassing
Jeetje en ik fietsen. We praten over morgen.
'O, morgen ben ik er niet. Morgen ga ik naar Eindhoven,' zeg ik.
'Wat ga je daar doen?'
'Voor een prijsuitreiking.'
'Een prijsuitreiking?' vraagt Jeetje.
'Ja, ik en nog vier anderen kunnen een prijs winnen en morgen in Eindhoven vertellen ze wie de prijs gewonnen heeft.'
'Aha.'
'Ja.'
(stilte)
'Maar mama, waarvóór kun jij dan eigenlijk een prijs winnen?'
'Voor mijn eerste boek. Ze hebben vijf boeken gekozen en één boek wint.'
'En waarom dan?' zegt Jeetje.
'Ze kijken welk boek het beste is.'
'Echt? Het bèste boek?'
'Nou ja, dat vinden die mensen die die prijs uitdelen. Het is niet te zeggen wat het beste boek is. Het zijn zulke verschillende boeken.'
'O, ja.'
'Het is al met al dus heel goed mogelijk dat ik morgen naar Eindhoven ga om te verliezen.' Ik zucht.
'Verliezen?'
'Ja. Daar kun jij ook niet goed tegen, hè?
Jeetje schudt haar hoofd en somt op wie er allemaal nog meer niet tegen zijn verlies kan.
'De meeste mensen verliezen niet graag.'
'Ik ben zo benieuwd wat die prijs dan is,' zegt Jeetje.
'Geld.'
'Geld? Dus je weet het al? Dat is dus al helemaal geen verrassing meer.'
'O, morgen ben ik er niet. Morgen ga ik naar Eindhoven,' zeg ik.
'Wat ga je daar doen?'
'Voor een prijsuitreiking.'
'Een prijsuitreiking?' vraagt Jeetje.
'Ja, ik en nog vier anderen kunnen een prijs winnen en morgen in Eindhoven vertellen ze wie de prijs gewonnen heeft.'
'Aha.'
'Ja.'
(stilte)
'Maar mama, waarvóór kun jij dan eigenlijk een prijs winnen?'
'Voor mijn eerste boek. Ze hebben vijf boeken gekozen en één boek wint.'
'En waarom dan?' zegt Jeetje.
'Ze kijken welk boek het beste is.'
'Echt? Het bèste boek?'
'Nou ja, dat vinden die mensen die die prijs uitdelen. Het is niet te zeggen wat het beste boek is. Het zijn zulke verschillende boeken.'
'O, ja.'
'Het is al met al dus heel goed mogelijk dat ik morgen naar Eindhoven ga om te verliezen.' Ik zucht.
'Verliezen?'
'Ja. Daar kun jij ook niet goed tegen, hè?
Jeetje schudt haar hoofd en somt op wie er allemaal nog meer niet tegen zijn verlies kan.
'De meeste mensen verliezen niet graag.'
'Ik ben zo benieuwd wat die prijs dan is,' zegt Jeetje.
'Geld.'
'Geld? Dus je weet het al? Dat is dus al helemaal geen verrassing meer.'
vrijdag 10 december 2010
De Pippi Langkous pyjama met lange mouwen
Er liggen twee Pippi Langkous pyjama's op de grond. Allebei met korte mouwen.
'Maar ik heb echt wèl een Pippi Langkous pyjama met lange mouwen!'
'Waar is die Pippi Langkous pyjama met lange mouwen dan?'
'Ik heb 'm wel.' Jeetje huilt, Deetje pruilt en begint dan ook te huilen.
'Pak 'm dan.'
'Ik heb 'm wel!'
'Je hoeft niet zo te huilen. Laat de Pippi Langkous pyjama met lange mouwen maar gewoon zien.'
'Ik had 'm net nog. Hij lag op mijn behed. En nu is hij kwijhijt.'
'Dus de Pippi Langkous pyjama met lange mouwen is opgelost in het niets.'
'Jij hebt dat gedaan!'
'Jeetje, jij jokt.'
'HOU JE KOP!' Jeetje wordt paarsrood.
'Jij. Jokt.'
'STOMME MAMA.' Jeetje gilt hoog.
'Jij hebt geen Pippi Langkous pyjama met lange mouwen. Maar jij wil niet toegeven dat je ongelijk hebt. Dus jok jij. Maar jij hebt wel ongelijk.'
'Maar ik heb echt wèl een Pippi Langkous pyjama met lange mouwen!'
'Waar is die Pippi Langkous pyjama met lange mouwen dan?'
'Ik heb 'm wel.' Jeetje huilt, Deetje pruilt en begint dan ook te huilen.
'Pak 'm dan.'
'Ik heb 'm wel!'
'Je hoeft niet zo te huilen. Laat de Pippi Langkous pyjama met lange mouwen maar gewoon zien.'
'Ik had 'm net nog. Hij lag op mijn behed. En nu is hij kwijhijt.'
'Dus de Pippi Langkous pyjama met lange mouwen is opgelost in het niets.'
'Jij hebt dat gedaan!'
'Jeetje, jij jokt.'
'HOU JE KOP!' Jeetje wordt paarsrood.
'Jij. Jokt.'
'STOMME MAMA.' Jeetje gilt hoog.
'Jij hebt geen Pippi Langkous pyjama met lange mouwen. Maar jij wil niet toegeven dat je ongelijk hebt. Dus jok jij. Maar jij hebt wel ongelijk.'
donderdag 9 december 2010
Overblijfjuf
'Wat zit er dan ònder die hoofddoek? Ik weet niet eens wat voor kleur haar ze heeft,' zegt Jeetje.
'Dat hoort gewoon bij haar geloofsovertuiging.'
'Maar waarom heeft ze dan altijd zo'n doekje om?'
'Ze is islamitisch en...'
'Ik snap het niet.'
'Ze mag haar haren alleen thuis laten zien.'
'Als ze het om blijft houden, doe ik ook een doekje om.' Jeetje doet haar armen over elkaar. 'Dan mag ze mijn haar ook niet meer zien.'
'Dat hoort gewoon bij haar geloofsovertuiging.'
'Maar waarom heeft ze dan altijd zo'n doekje om?'
'Ze is islamitisch en...'
'Ik snap het niet.'
'Ze mag haar haren alleen thuis laten zien.'
'Als ze het om blijft houden, doe ik ook een doekje om.' Jeetje doet haar armen over elkaar. 'Dan mag ze mijn haar ook niet meer zien.'
woensdag 8 december 2010
Vergeten
Ik legde mijn kind te slapen. Ik trok het dekbed opzij en gilde toen ik daar het opgerolde lichaam zag. Armen, benen, grote bos haar, roze nachtjapon. Op het matras lag een kleuter in diepe slaap. Ze klemde haar hand om het oor van een wit knuffelkonijn. Ik gilde nog een keer. Heel hoog. Mijn hart ging ook als een idioot tekeer. Ik smeet de deken terug op het liggende lijf, alsof de deken in brand stond, en holde de kamer uit. Op mijn arm hopste de baby heen en weer. Die legde ik in het kamertje ernaast in een ledikant en ik stopte haar in.
Het duurde even voor ik besefte dat ik er twee had. En dat er twee kamertjes waren. En sinds wanneer dan allemaal.
Het duurde even voor ik besefte dat ik er twee had. En dat er twee kamertjes waren. En sinds wanneer dan allemaal.
dinsdag 7 december 2010
Vervelend
De schoonmaker is vandaag op zijn dunne bandjes, door het ijslandschap, naar mij toe gefietst. Drie kwartier rijden over bevroren binnendoorweggetjes. Hij moet hier voor de deur hebben gestaan en de bel langdurig ingedrukt hebben gehouden. Na een tijdje ijsberen voor mijn deur, is hij maar weer op zijn racefiets gestapt. Ik kon niet eens op die spekgladde weg rennen vanochtend. Ik zou mijn beide benen gebroken hebben.
Thuisgekomen belt hij mij op: 'Ja met Fabio. Ik was bij jouw deur.'
'En nu?'
'Nu ben ik weer thuis.'
'Maar waarom? Ik wacht op je. Ik vroeg me al af: Waar blijft Fabio?'
'Jij was niet thuis.'
'Ik zit gewoon hierboven te werken.'
'Ik heb aangebeld. Twee keer. Snapt?'
'Ik moet de bel niet gehoord hebben. Maar ik ben er wel.'
'Misschien was je op vakantie?'
'Ik zou toch nooit op vakantie gaan zonder het aan jou te melden. Waarom heb je me niet gebeld toen je voor de deur stond?'
'Ik had geen telefoon bij me. Snapt?'
'O, wat erg voor je.'
'Het kan één keer gebeuren. Volgende week kom ik weer. Dag, Elkie.'
Tuut-tuut-tuut.
'Dag Fabio.'
Thuisgekomen belt hij mij op: 'Ja met Fabio. Ik was bij jouw deur.'
'En nu?'
'Nu ben ik weer thuis.'
'Maar waarom? Ik wacht op je. Ik vroeg me al af: Waar blijft Fabio?'
'Jij was niet thuis.'
'Ik zit gewoon hierboven te werken.'
'Ik heb aangebeld. Twee keer. Snapt?'
'Ik moet de bel niet gehoord hebben. Maar ik ben er wel.'
'Misschien was je op vakantie?'
'Ik zou toch nooit op vakantie gaan zonder het aan jou te melden. Waarom heb je me niet gebeld toen je voor de deur stond?'
'Ik had geen telefoon bij me. Snapt?'
'O, wat erg voor je.'
'Het kan één keer gebeuren. Volgende week kom ik weer. Dag, Elkie.'
Tuut-tuut-tuut.
'Dag Fabio.'
maandag 6 december 2010
Doorgeschoten didactiek
Mijn hoofd was vuurrood. Mijn cursisten hadden hun dikke truien uitgetrokken en zaten half ontbloot in de klas. Buiten mocht de gevoelstemperatuur dan wel tegen de min twintig lopen, hierbinnen voelde het als plus dertig.
Het gesprek ging over Mulisch en zijn zelfverklaarde genialiteit. Dat we daar allemaal nog wat van konden leren. Dat zo'n houding een mens ver kon brengen in het leven. Dus stelde ik voor dat we allemaal geniaal waren. Een mooie bijkomstigheid is dat je als genie alle stukjes die je net geschreven hebt makkelijker voor durft te lezen.
Het resultaat hiervan was - toeval of niet - dat iedereen de schrijfoefening boven verwachting goed uitvoerde.
Een bewijs dat genialiteit een knopje is in je hoofd. Je hoeft het maar om te zetten.
'Ik zou heel graag willen weten, hoe het verder gaat,' zei ik. 'En daar gaat het toch maar mooi om als je schrijft.'
'Dat wordt betalen,' zei één van de genieën.
'Ja,' scandeerden de anderen. 'Betalen! Betalen! Betalen!
En ze legden hun pennen neer.
Het gesprek ging over Mulisch en zijn zelfverklaarde genialiteit. Dat we daar allemaal nog wat van konden leren. Dat zo'n houding een mens ver kon brengen in het leven. Dus stelde ik voor dat we allemaal geniaal waren. Een mooie bijkomstigheid is dat je als genie alle stukjes die je net geschreven hebt makkelijker voor durft te lezen.
Het resultaat hiervan was - toeval of niet - dat iedereen de schrijfoefening boven verwachting goed uitvoerde.
Een bewijs dat genialiteit een knopje is in je hoofd. Je hoeft het maar om te zetten.
'Ik zou heel graag willen weten, hoe het verder gaat,' zei ik. 'En daar gaat het toch maar mooi om als je schrijft.'
'Dat wordt betalen,' zei één van de genieën.
'Ja,' scandeerden de anderen. 'Betalen! Betalen! Betalen!
En ze legden hun pennen neer.
Abonneren op:
Posts (Atom)