Met haar vingertje volgt de piepkleine de lijnen van de houten vloer en als ze een kruimeltje tegenkomt, oefent ze steeds opnieuw de pincetgreep. De laatste dagen weigert de piepkleine 's avonds te gaan slapen. Ze gaat, zodra je haar kamertje verlaat, zo hard te keer dat het lijkt alsof ze ter plekke vermoord wordt. Soms laten we haar een tijdje alleen met haar moordenaar. Dan luisteren wij naar het krijsen van het biggetje in het slachthuis. Maar het gaat niet voorbij.
Het is de fameuze acht maanden sprong, lees ik in de handboeken. De piepkleine vraagt zich af of wij ooit nog terugkomen als wij weg zijn gegaan. Nee, dat vraagt ze zich niet af. Ze is bang. Bang van niet. En dus gilt ze. En dus is ze stil als ze één van ons weer ziet. En zo maar door.
vrijdag 7 januari 2011
donderdag 6 januari 2011
Balletje
'Bij mij in de klas zit een meisje dat ineens een balletje in haar hoofd had,' vertelt Jeetje aan haar buurmeisje. 'En ze hebben haar hele hoofd opengemaakt om het eruit te halen.'
'Hoe kwam dat balletje daar?' vraagt het buurmeisje.
'Dat balletje was er gegroeid,' zegt Jeetje.
Stilte.
'Ze is nu nog in het ziekenhuis,' zegt Jeetje dan. 'Ja, want ze hebben ook haar haren weggehaald. Dat moet natuurlijk eerst even aangroeien.'
'O, ja.'
'Ja,' zegt Jeetje, 'maar het is een heel zeldzame ziekte hoor.'
'O, gelukkig,' zegt het buurmeisje.
'Maar ik denk toch dat ik het misschien krijg,' zegt Jeetje en ze bevoelt haar hoofd.
'Hoe kwam dat balletje daar?' vraagt het buurmeisje.
'Dat balletje was er gegroeid,' zegt Jeetje.
Stilte.
'Ze is nu nog in het ziekenhuis,' zegt Jeetje dan. 'Ja, want ze hebben ook haar haren weggehaald. Dat moet natuurlijk eerst even aangroeien.'
'O, ja.'
'Ja,' zegt Jeetje, 'maar het is een heel zeldzame ziekte hoor.'
'O, gelukkig,' zegt het buurmeisje.
'Maar ik denk toch dat ik het misschien krijg,' zegt Jeetje en ze bevoelt haar hoofd.
woensdag 5 januari 2011
Tijd en evolutie
'Hij wist niet eens dat wij vroeger staarten hadden,' zegt Jeetje over een jongetje dat kwam spelen.
'Maar wij hadden geen staart, hè?'
'Nee, wij niet,' zegt Jeetje, 'natuurlijk niet. Maar oma Geurts wel toch?'
Oma Geurts is haar 96-jarige overgrootmoeder.
'Maar wij hadden geen staart, hè?'
'Nee, wij niet,' zegt Jeetje, 'natuurlijk niet. Maar oma Geurts wel toch?'
Oma Geurts is haar 96-jarige overgrootmoeder.
dinsdag 4 januari 2011
Prooi
'Wat doe je op je ogen?' vroeg Jeetje.
'Niets.'
'Wel waar. Wat ga je doen?' Jeetje en Deetje zaten in bad en ik maakte me op om te vertrekken.
'Naar het café een oude vriendin ontmoeten.'
'Wie dan?'
'Die ken je niet, ze woont in Afrika.'
'Waarom ken ik die niet?'
'Daar kreeg ik ruzie mee toen jij net geboren was.'
'Ruzie?!'
'Ja.'
'Waarover?' Jeetje ging er eens goed voor zitten.
'Ik moet nu gaan.' Ik boog me voorover om haar een kus te geven.
'Je bent lelijk,' fluisterde Jeetje.
'Hoezo?'
'Zomaar.' Jeetje lachte hard en Deetje lachte heel hard mee.
In het grand café zag ik haar gelukkig meteen aan de leestafel zitten. Breedgeschouderd, krullend haar en voor haar op tafel haar eeuwige koffie verkeerd. Maar toen ik bij haar stoel stond, keek ik in het gezicht van een engelachtige jongeman. Ik liep verder, de mensen aan de tafeltjes één voor één observerend. Ze zat niet op de plekjes waar we vroeger avonden lang gezeten hadden. Als een roofdier, sloop ik. Maar ik zag mijn prooi niet. Nergens.
Totdat ik plotseling op mijn rug werd besprongen. Ik gilde.
'Niets.'
'Wel waar. Wat ga je doen?' Jeetje en Deetje zaten in bad en ik maakte me op om te vertrekken.
'Naar het café een oude vriendin ontmoeten.'
'Wie dan?'
'Die ken je niet, ze woont in Afrika.'
'Waarom ken ik die niet?'
'Daar kreeg ik ruzie mee toen jij net geboren was.'
'Ruzie?!'
'Ja.'
'Waarover?' Jeetje ging er eens goed voor zitten.
'Ik moet nu gaan.' Ik boog me voorover om haar een kus te geven.
'Je bent lelijk,' fluisterde Jeetje.
'Hoezo?'
'Zomaar.' Jeetje lachte hard en Deetje lachte heel hard mee.
In het grand café zag ik haar gelukkig meteen aan de leestafel zitten. Breedgeschouderd, krullend haar en voor haar op tafel haar eeuwige koffie verkeerd. Maar toen ik bij haar stoel stond, keek ik in het gezicht van een engelachtige jongeman. Ik liep verder, de mensen aan de tafeltjes één voor één observerend. Ze zat niet op de plekjes waar we vroeger avonden lang gezeten hadden. Als een roofdier, sloop ik. Maar ik zag mijn prooi niet. Nergens.
Totdat ik plotseling op mijn rug werd besprongen. Ik gilde.
zondag 2 januari 2011
Overkant
Voor onze deur stoppen elke dag touringcars vol Japanners of andere toeristen. Ze stappen uit om onze straat te fotograferen. Het is wel heel bijzonder als je in zo'n straat woont. Maar de toeristen staan altijd met hun ruggen naar ons huis gekeerd. Ze maken foto's van de overkant. Honderden foto's.
Deze vakantie zat er een andere familie in ons huis. Nu sturen ze ook enkel vakantiefoto's van de overkant van onze straat.
Gisteren dronken we een borrel in zo'n huis aan de overkant. 'In het begin zwaaide ik altijd als ik de lens op mij gericht zag,' zei de gastvrouw, 'maar daar ben ik wel mee opgehouden.'
Aan de overkant ontwaarde ik ons huis tussen de andere eendere huizen. Toen we weer terug waren, viel mij de imperfectie hier op, de witte muren, en dat de gordijnen zo stroef liepen.
'Och, een beetje troep heeft ook iets ongedwongens,' zei iemand die vandaag bij ons op bezoek was.
Deze vakantie zat er een andere familie in ons huis. Nu sturen ze ook enkel vakantiefoto's van de overkant van onze straat.
Gisteren dronken we een borrel in zo'n huis aan de overkant. 'In het begin zwaaide ik altijd als ik de lens op mij gericht zag,' zei de gastvrouw, 'maar daar ben ik wel mee opgehouden.'
Aan de overkant ontwaarde ik ons huis tussen de andere eendere huizen. Toen we weer terug waren, viel mij de imperfectie hier op, de witte muren, en dat de gordijnen zo stroef liepen.
'Och, een beetje troep heeft ook iets ongedwongens,' zei iemand die vandaag bij ons op bezoek was.
zaterdag 1 januari 2011
We zijn weer geopend!
'Ik vind het heel erg voor Maria dat ze geen huis hadden toen Jezus geboren werd,' zegt Jeetje (5,5)
'Ja, dat is pech.'
'Je moet eigenlijk ook een bijzondere moeder zijn, als je zo'n bijzonder kindje krijgt.'
'Jij bent ook een bijzonder kindje,' zeg ik.
'Nee mam, ik ben een heel gewoon kindje.'
'Ik vind jou een heel bijzonder kindje.'
'Dat zeggen àlle ouders over hun eigen kind,' zegt Jeetje, 'dat is niet waar. Ik ben gewoon. Jezus was bijzonder. Hij is de zoon van God, toch?'
'Ja.'
'Sommige mensen denken dat God bestaat en andere mensen denken van niet.'
'Precies.'
'We zullen het nooit weten,' zegt Jeetje. 'Niemand heeft hem ooit gezien.'
'Wat denk jij?'
'Ik denk dat hij niet bestaat. Maar ik kan het ook niet helemaal zeker zeggen.'
'Dus je twijfelt.'
'Nee, maar ik denk dat Jezus wel bestaat eh..bestaan heeft. Die is nu natuurlijk ook al heel lang dood. Maar wij vieren zijn verjaardag nog steeds.'
Ik knik.
'Ik vind het trouwens ook erg gek dat Sinterklaas niet bij de kinderen in Portugal komt, terwijl dat naast Spanje ligt.'
'Ik heb toch al een paar keer uitgelegd dat Sinterklaas een Nederlandse traditie was.'
'Traditie, traditie, traditie. Dat zeg je steeds!' zegt Jeetje boos. 'Traditie! Maar waa-ròm?'
Intussen op de vloer sleept ene Deetje zich voort. Aanhoudend roepend: 'Mamamamèm, mamamamèm! Mamamamèmèmèm!'
Het volume steeds iets opschroevend. Dit betekent dat ze het ergens absoluut niet mee eens is.
Kortom: Het belooft weer een uitdagend jaar te worden. Voor ons, gewone stervelingen.
'Ja, dat is pech.'
'Je moet eigenlijk ook een bijzondere moeder zijn, als je zo'n bijzonder kindje krijgt.'
'Jij bent ook een bijzonder kindje,' zeg ik.
'Nee mam, ik ben een heel gewoon kindje.'
'Ik vind jou een heel bijzonder kindje.'
'Dat zeggen àlle ouders over hun eigen kind,' zegt Jeetje, 'dat is niet waar. Ik ben gewoon. Jezus was bijzonder. Hij is de zoon van God, toch?'
'Ja.'
'Sommige mensen denken dat God bestaat en andere mensen denken van niet.'
'Precies.'
'We zullen het nooit weten,' zegt Jeetje. 'Niemand heeft hem ooit gezien.'
'Wat denk jij?'
'Ik denk dat hij niet bestaat. Maar ik kan het ook niet helemaal zeker zeggen.'
'Dus je twijfelt.'
'Nee, maar ik denk dat Jezus wel bestaat eh..bestaan heeft. Die is nu natuurlijk ook al heel lang dood. Maar wij vieren zijn verjaardag nog steeds.'
Ik knik.
'Ik vind het trouwens ook erg gek dat Sinterklaas niet bij de kinderen in Portugal komt, terwijl dat naast Spanje ligt.'
'Ik heb toch al een paar keer uitgelegd dat Sinterklaas een Nederlandse traditie was.'
'Traditie, traditie, traditie. Dat zeg je steeds!' zegt Jeetje boos. 'Traditie! Maar waa-ròm?'
Intussen op de vloer sleept ene Deetje zich voort. Aanhoudend roepend: 'Mamamamèm, mamamamèm! Mamamamèmèmèm!'
Het volume steeds iets opschroevend. Dit betekent dat ze het ergens absoluut niet mee eens is.
Kortom: Het belooft weer een uitdagend jaar te worden. Voor ons, gewone stervelingen.
zondag 26 december 2010
Authentiek eten in Portugal.
We lopen in de richting van dat ene kromgetrokken bordje waarop in hanenpoten frango piri piri en peixe nog wat, nog wat staat. We volgen het bord zoals de drie koningen de ster. De pijl leidt ons naar een donkere steeg met ongelijke keien. Ver van het centrum. Er zijn waslijnen tussen de huizen gespannen. Er hangt een witte, druppende onderbroek. Meer tekenen van leven zijn er niet. Maar dit zijn tekenen van pure authenticiteit. Dit stemt hoopvol. Het maakt ons hongerig. We komen een vochtig hol binnen met visnetten aan de muur, er is geen verwarming, en de verlichting komt van het schijnsel van twee breedbeeld tvschermen. Een kerstanimatie speelt. Achterin staan vier vissers met rubberen laarzen tot over hun knieen en een pul bier voor zich. De eigenaresse, zwarte wallen in een spierwit gelaat, wenkt ons, begint druk met tafels te schuiven, schenkt ons haar laatste lach. Ze roept vanalles in het plat Portugees.
De kinderwagen blokkeert de doorgang.
´Het is misschien een beetje jammer van die televisies,´ roepen we naar elkaar, ´maar dit is de nieuwe authenticiteit. We moeten het op de koop toenemen.´
We bestellen het eten. Het water loopt ons in de mond. Beter hadden we het niet kunnen treffen.
Na drie uur verlaten we de zaak. In het centrum drinken we ieder twee blikjes cola leeg en daarna nemen we een dubbele espresso. Om alles te laten bezinken.
De kinderwagen blokkeert de doorgang.
´Het is misschien een beetje jammer van die televisies,´ roepen we naar elkaar, ´maar dit is de nieuwe authenticiteit. We moeten het op de koop toenemen.´
We bestellen het eten. Het water loopt ons in de mond. Beter hadden we het niet kunnen treffen.
Na drie uur verlaten we de zaak. In het centrum drinken we ieder twee blikjes cola leeg en daarna nemen we een dubbele espresso. Om alles te laten bezinken.
Abonneren op:
Posts (Atom)