woensdag 12 januari 2011

Nee

Wat Deetje kan.
In haar handjes klappen, nee schudden.
'Jij bent nog veel te jong om 'nee' te zeggen,' zegt de juffrouw van het consultatiebureau.
Maar dat helpt niet. Steeds weer 'nee, nee, nee' schudt ze met haar mooie hoofdje.

Deetje ligt nu te slapen met haar knuistjes langs haar gezicht, de grote speen in haar mond. Haar gordijnen op een kier, zodat ze als ze wakker is meteen het licht kan zien.
Dit is het moment vlak voordat ik haar oppak, haar in een winterpak prop, op mijn buik hang, om met haar op de fiets te stappen. Tegen de regenstorm in te trappen. Op weg naar grote zus.

De grote zus heeft van die saaie citotoetsen moeten doen op school en daarom moet ze thuis nog een hele tijd hard en hoog gillen. 'Je moet heel lang stilzitten, je mag geen ja zeggen en zelfs geen nee,' gilt ze.
Deetje zit erbij en klapt in haar handjes.

dinsdag 11 januari 2011

Naar jaar

'Ik zag hem gisteravond buiten staan. Voor hun huis,' zegt man. 'Hij was aan het roken en aan het bellen.'
'Zij was waarschijnlijk binnen aan het rusten,' zeg ik. 'Dat moet ook nog. In haar toestand.'
'En hun meisje ligt daar,' zegt man. 'Plotseling afgesneden van alles.'
'We moeten Jeetje een kaart laten sturen,' zeg ik. 'Voor op het prikbord.'
'Toen ik Jeetje net naar school bracht zag ik bij hen boven één lichtje branden,' zegt man.
'Misschien is ze nu wel aan het bevallen.'
'Ja.'
'Jeetje krijgt er onherroepelijk mee te maken. Als het meisje straks terugkomt in de klas. Zonder haar.'
'Ja.'
'En Jeetje denkt al zo veel na.'
'Met kerst was er nog niets aan de hand bij die mensen.'
'Nee.'
'Ik heb er vannacht ook al over gedroomd,' zegt man.
'Maar het kan gewoon allemaal goed gaan,' zeg ik.
'Ja, dan hebben ze gewoon één heel naar jaar,' zegt man. 'En dat was het.'

maandag 10 januari 2011

N.a.v. een bezoek aan het Joods Historisch Museum

'Dus Joden gaan naar de synagoge, Moslims naar de moskee en Christenen naar de kerk.'
Jeetje knikt geïnteresseerd.
'Mensen met verschillende godsdiensten maken ook vaak ruzie met elkaar,' begin ik alvast uit te leggen. 'Ze vinden hun eigen God het beste en willen dat wij dat allemaal geloven.'
'Niet waar!' zegt Jeetje, 'Rachida van de opvang wil dat helemaal niet.'
'Niet iedereen maakt ruzie,' zeg ik. 'Maar goed, ik ben dus eigenlijk katholiek. Omdat ik gedoopt ben.'
'O ja?' zegt Jeetje. 'Waarin?'
'Waarin?'
'Waarin ben je gedoopt?'
'In het water. Toen ik een baby'tje was. Dan giet een pastoor in de kerk een beetje water over je hoofd, dat noemen ze wijwater, en dan zeggen ze dat je Gods zegen hebt.'
'Toen moest je zeker wel huilen.'
'Ik denk het wel,' zeg ik. 'Mijn ouders lieten mij dopen omdat de oma van mijn vader dat zo graag wou. Niet omdat ze in God geloofden.
'Dat is eigenlijk gek, toch?' zegt Jeetje. 'Dan hebben ze gewoon gelogen.'

vrijdag 7 januari 2011

Bewustzijn

Met haar vingertje volgt de piepkleine de lijnen van de houten vloer en als ze een kruimeltje tegenkomt, oefent ze steeds opnieuw de pincetgreep. De laatste dagen weigert de piepkleine 's avonds te gaan slapen. Ze gaat, zodra je haar kamertje verlaat, zo hard te keer dat het lijkt alsof ze ter plekke vermoord wordt. Soms laten we haar een tijdje alleen met haar moordenaar. Dan luisteren wij naar het krijsen van het biggetje in het slachthuis. Maar het gaat niet voorbij.
Het is de fameuze acht maanden sprong, lees ik in de handboeken. De piepkleine vraagt zich af of wij ooit nog terugkomen als wij weg zijn gegaan. Nee, dat vraagt ze zich niet af. Ze is bang. Bang van niet. En dus gilt ze. En dus is ze stil als ze één van ons weer ziet. En zo maar door.

donderdag 6 januari 2011

Balletje

'Bij mij in de klas zit een meisje dat ineens een balletje in haar hoofd had,' vertelt Jeetje aan haar buurmeisje. 'En ze hebben haar hele hoofd opengemaakt om het eruit te halen.'
'Hoe kwam dat balletje daar?' vraagt het buurmeisje.
'Dat balletje was er gegroeid,' zegt Jeetje.
Stilte.
'Ze is nu nog in het ziekenhuis,' zegt Jeetje dan. 'Ja, want ze hebben ook haar haren weggehaald. Dat moet natuurlijk eerst even aangroeien.'
'O, ja.'
'Ja,' zegt Jeetje, 'maar het is een heel zeldzame ziekte hoor.'
'O, gelukkig,' zegt het buurmeisje.
'Maar ik denk toch dat ik het misschien krijg,' zegt Jeetje en ze bevoelt haar hoofd.

woensdag 5 januari 2011

Tijd en evolutie

'Hij wist niet eens dat wij vroeger staarten hadden,' zegt Jeetje over een jongetje dat kwam spelen.
'Maar wij hadden geen staart, hè?'
'Nee, wij niet,' zegt Jeetje, 'natuurlijk niet. Maar oma Geurts wel toch?'

Oma Geurts is haar 96-jarige overgrootmoeder.

dinsdag 4 januari 2011

Prooi

'Wat doe je op je ogen?' vroeg Jeetje.
'Niets.'
'Wel waar. Wat ga je doen?' Jeetje en Deetje zaten in bad en ik maakte me op om te vertrekken.
'Naar het café een oude vriendin ontmoeten.'
'Wie dan?'
'Die ken je niet, ze woont in Afrika.'
'Waarom ken ik die niet?'
'Daar kreeg ik ruzie mee toen jij net geboren was.'
'Ruzie?!'
'Ja.'
'Waarover?' Jeetje ging er eens goed voor zitten.
'Ik moet nu gaan.' Ik boog me voorover om haar een kus te geven.
'Je bent lelijk,' fluisterde Jeetje.
'Hoezo?'
'Zomaar.' Jeetje lachte hard en Deetje lachte heel hard mee.

In het grand café zag ik haar gelukkig meteen aan de leestafel zitten. Breedgeschouderd, krullend haar en voor haar op tafel haar eeuwige koffie verkeerd. Maar toen ik bij haar stoel stond, keek ik in het gezicht van een engelachtige jongeman. Ik liep verder, de mensen aan de tafeltjes één voor één observerend. Ze zat niet op de plekjes waar we vroeger avonden lang gezeten hadden. Als een roofdier, sloop ik. Maar ik zag mijn prooi niet. Nergens.
Totdat ik plotseling op mijn rug werd besprongen. Ik gilde.