zondag 16 januari 2011

Leven

Er wordt hier op zondagochtend nog echt hartverscheurend gehuild om de dood van een spin. Terwijl er net een vriend voor hem gevonden was. En ze net samengebracht zouden worden. Voor altijd samen optrekken. Eindelijk gelukkig zijn. Dat alles. Maar nog voor de eerste kennismaking, was daar de dood.
En dat terwijl Deetje zich telkens opnieuw optrekt aan de spijlen van de box, de bank, welke stoel dan ook. De gedrevenheid waarmee zo'n baby haar eerste blauwe plekken opdoet. Die concentratie. De ernst. Nog wars van elke dood.
Moeder maakt preisoep.
Vader rent een rondje, maar zodra hij terug is, belóóft hij zijn schreiende dochtertje wederopstanding van de spin. Dit zal buiten het zicht van ons allemaal gebeuren, natuurlijk. Straks, buiten. Zoals met al die wederopstandingen.

zaterdag 15 januari 2011

Well done

Vorige week een foto van de school van Jeetje in de Groene, deze week onze straat, ons huis.
Het tweede deel van het tweeluik over IJburg. De Vinexlocatie die zo niet genoemd wil worden. De huizen raken ze aan de straatstenen niet kwijt. Het project is een mislukking. Dat lees ik allemaal.
Maar intussen ben ik om, hoor. Het is gebeurd, dat wat met iedereen hier schijnt te gebeuren. Ook ik woon hier goed. Ik mis mijn oude huis niet. Nooit. Ik wil hier niet weg. In tegenstelling tot mijn eerdere berichten over mijn nieuwe leven als eilandbewoner. Als gevangene, toen nog.
Het is niet ver naar de stad. Ik kom er ook nog vaak. En hier is het rustig. Hier is ruimte. Hier ren ik door het Diemerpark. Langs het water. Langs de konijnen. En dan zie ik aan de overkant van het water de nieuwbouwhuizen liggen, en dan denk ik: 'Daar woon ik.' Dan ren ik gewoon lekker verder. Over de voormalige gifbelt. Pas als de stem in mijn oren: Great, all done zegt, stop ik.
Ik heb de eerste tijd trouwens gedacht dat hij Great, well done zei. Wat mij - telkens weer - met trots vervulde. En tevreden stapte ik mijn huis binnen.
Maar all done is ook goed.

vrijdag 14 januari 2011

De domme moeder

'Ik denk ook altijd dat ik eigenlijk dom ben,' zeg ik.
'Misschien ben je het wel,' zegt man.
'Misschien zou ik ook zo'n heel officiële IQ test moeten doen. Net als Sanne Vogel.'
'Ik zou het niet doen,' zei man, 'wat nou als blijkt dat je echt dom bent? Dat zou een teleurstelling zijn.'
'Als je creatief bent, moet je over een zekere mate van intelligentie beschikken.'
'O ja?' zegt man.
'Ja,' zeg ik.
'Ik weet het niet hoor,' zegt man.
'Vind jij mij dom dan?'
'Dat zeg ik niet.'
'Trouwens, mijn hoofdpersonage zal ook wel denken dat ze dom is,' zeg ik. 'Omdat ze een domme moeder heeft. '
'En is ze dat?'
'Ik heb nog niet nagedacht over haar intelligentie quotiënt.'
'Het is een interessant onderwerp om over te schrijven,' zegt man. 'Denken dat je dom bent.'
'Ja,' zeg ik. 'Maar alleen als je dat dan helemaal niet blijkt te zijn, natuurlijk.'

donderdag 13 januari 2011

Doktertje spelen

'Zullen we spelen dat de pop heel erg ziek was?' vroeg het buurmeisje. 'En dat ze een gebroken been had?'
'Nog wat,' zei Jeetje. 'Ze had ook een balletje in haar hoofd. Goed?'
'O, ja. Dat had ze ook.'
'We moeten haar hoofd meteen opensnijden en het balletje eruit halen,' zei Jeetje.
'Ja,' zei het buurmeisje, 'anders gaat ze dood.'
Het werd stil. Twee meisjes zaten over een pop gebogen. De operatie duurde lang. Het ging blijkbaar niet makkelijk. De sfeer in de huiskamer was om te snijden.
Maar na een tijdje zei het buurmeisje: 'Zo, klaar. Die kan in de ballenbak!'
'Ja!' zei Jeetje. 'Hup, bij de andere balletjes die in hoofden gezeten hebben.'
'Nu moet ze nog wel twee weken in het ziekenhuis blijven.'
'Ja,' zei Jeetje. 'Ze kan nog niet naar school. Ze is nog maar vier. Dat zou veel te druk zijn voor haar hoofd.'
Ze legden de pop te rusten in het wippertje. Met een theedoek om haar hoofd. Een tijdlang streelden ze haar wang.
'En nu haar been!' zei het buurmeisje.
'Ja,' zei Jeetje. 'Daar moet gips omheen.'

woensdag 12 januari 2011

Nee

Wat Deetje kan.
In haar handjes klappen, nee schudden.
'Jij bent nog veel te jong om 'nee' te zeggen,' zegt de juffrouw van het consultatiebureau.
Maar dat helpt niet. Steeds weer 'nee, nee, nee' schudt ze met haar mooie hoofdje.

Deetje ligt nu te slapen met haar knuistjes langs haar gezicht, de grote speen in haar mond. Haar gordijnen op een kier, zodat ze als ze wakker is meteen het licht kan zien.
Dit is het moment vlak voordat ik haar oppak, haar in een winterpak prop, op mijn buik hang, om met haar op de fiets te stappen. Tegen de regenstorm in te trappen. Op weg naar grote zus.

De grote zus heeft van die saaie citotoetsen moeten doen op school en daarom moet ze thuis nog een hele tijd hard en hoog gillen. 'Je moet heel lang stilzitten, je mag geen ja zeggen en zelfs geen nee,' gilt ze.
Deetje zit erbij en klapt in haar handjes.

dinsdag 11 januari 2011

Naar jaar

'Ik zag hem gisteravond buiten staan. Voor hun huis,' zegt man. 'Hij was aan het roken en aan het bellen.'
'Zij was waarschijnlijk binnen aan het rusten,' zeg ik. 'Dat moet ook nog. In haar toestand.'
'En hun meisje ligt daar,' zegt man. 'Plotseling afgesneden van alles.'
'We moeten Jeetje een kaart laten sturen,' zeg ik. 'Voor op het prikbord.'
'Toen ik Jeetje net naar school bracht zag ik bij hen boven één lichtje branden,' zegt man.
'Misschien is ze nu wel aan het bevallen.'
'Ja.'
'Jeetje krijgt er onherroepelijk mee te maken. Als het meisje straks terugkomt in de klas. Zonder haar.'
'Ja.'
'En Jeetje denkt al zo veel na.'
'Met kerst was er nog niets aan de hand bij die mensen.'
'Nee.'
'Ik heb er vannacht ook al over gedroomd,' zegt man.
'Maar het kan gewoon allemaal goed gaan,' zeg ik.
'Ja, dan hebben ze gewoon één heel naar jaar,' zegt man. 'En dat was het.'

maandag 10 januari 2011

N.a.v. een bezoek aan het Joods Historisch Museum

'Dus Joden gaan naar de synagoge, Moslims naar de moskee en Christenen naar de kerk.'
Jeetje knikt geïnteresseerd.
'Mensen met verschillende godsdiensten maken ook vaak ruzie met elkaar,' begin ik alvast uit te leggen. 'Ze vinden hun eigen God het beste en willen dat wij dat allemaal geloven.'
'Niet waar!' zegt Jeetje, 'Rachida van de opvang wil dat helemaal niet.'
'Niet iedereen maakt ruzie,' zeg ik. 'Maar goed, ik ben dus eigenlijk katholiek. Omdat ik gedoopt ben.'
'O ja?' zegt Jeetje. 'Waarin?'
'Waarin?'
'Waarin ben je gedoopt?'
'In het water. Toen ik een baby'tje was. Dan giet een pastoor in de kerk een beetje water over je hoofd, dat noemen ze wijwater, en dan zeggen ze dat je Gods zegen hebt.'
'Toen moest je zeker wel huilen.'
'Ik denk het wel,' zeg ik. 'Mijn ouders lieten mij dopen omdat de oma van mijn vader dat zo graag wou. Niet omdat ze in God geloofden.
'Dat is eigenlijk gek, toch?' zegt Jeetje. 'Dan hebben ze gewoon gelogen.'