dinsdag 25 januari 2011

Werk ze

'Die is kapot.' De schoonmaker zwaait met de nieuwe plumeau. Heel IJburg heb ik afgezocht naar het ding. Met Fabio's strenge stem in mijn hoofd. Voor vandaag moest ik 'm hebben. Zoals ik van hem ook een goedkope, plastic wc-borstelhouder aan moest schaffen. Die ik - godzijdank - nog op tijd vond.
'O jee,' zeg ik. 'De plumeau.'
'Ik heb de plumeau niet stukgemaakt.' Hij zegt het twee keer achter elkaar.
'Dat dacht ik ook helemaal niet,' zeg ik.
'Dan moet jij die ruilen,' zegt hij.
'Nu?'
Het blijft even stil.
'Nou, ik doe het deze keer wel met deze,' zegt hij.
'Gelukkig! Dan ga ik nu aan het werk, hè?'
'Is goed. Werk ze, Elkie.'
'Jij ook. Werk ze, Fabio.'

'Elkie?' roept hij na een tijdje.
'Ja?' Ik loop naar het trapgat. Hij staat bij de eerste traptrede met een dweil in zijn hand.
'Heb jij de mop soms gebruikt deze week?'
'Ja?'
'De mop is nog vies.'
'Sorry, de kindjes hadden iets gemorst. En toen moest ik dweilen en toen...'
'Jij moet 'm niet terugzetten met de mop omlaag, maar met mop de omhoog.' De schoonmaker kijkt me aan.
'Ik zal de dweil nooit meer gebruiken.'
'Beter niet,' zegt hij.
'Sorry.'
'Is goed.'
'Werk ze, Faab.'
'Jij ook, Elkie.'

maandag 24 januari 2011

De laffe moeder

Jeetje heeft op eigen initiatief een toverstokje aangeschaft voor het meisje uit haar klas dat een balletje in haar hoofd had en nog een jaar lang om de zoveel tijd heel ziek zal worden. 'Dit stokje kan haar misschien beter toveren,' was Jeetjes idee. Ze heeft er een tekening bij gemaakt. Het is om te gillen, zo aandoenlijk.
'Mama, zullen we nu naar haar toe om het te brengen?' zegt Jeetje.
'Nù?'
'Ja? Nu?'
'Ik weet niet waar ze nu is, lieverd. Misschien in het ziekenhuis.'
'Misschien wel thuis,' zegt Jeetje.
'Kan.'
'We kunnen kijken of ze er is?'
'Goed idee,' zeg ik. 'Maar nee, we hebben Deetje er ook bij. Dat zou veel te druk worden voor haar.'
'Denk je echt?'
'Hm-hm.'
'Ja, maar...'
'Weet je wat!' roep ik. 'Anders doe je het stràks, met pàpa ? Dan blijf ik hier. Met Deetje. Is dat geen goed idee? Ja, dat is een geweldig goed idee. Zo doen we dat. Jij. Straks. Daar. Met papa.'

vrijdag 21 januari 2011

Binnenkort

Ik ben zo blij met het bestaan van de elektronische post, want ik moest op de één of andere manier met de kapper in de straat in contact zien te komen. Voor mijn moeders verjaardag, volgende week. Misschien lukt dat nu nog, misschien ook niet. Ik weet niet óf en hoe snel de kapper op mijn mail zal reageren.
Ik kom elke dag een paar keer langs de kapsalon, en heb in mijn hoofd, mijn hoofd er al heel vaak om de deur gestoken.
'Zeg, heb je binnenkort even tijd voor me?' zei ik dan. 'Hee, het is weer tijd. Maar dat had je zelf natuurlijk ook wel gezien.'
De ene keer ben ik met kinderwagen - en dan moet ik tegelijk de deur openhouden, de wagen over de drempel duwen en dat alleen maar voor zo'n vraagje - de andere keer is hij weer iemand aan het knippen of neemt hij net een hap van zijn boterham. Dat zie je allemaal want de zaak is van glas.
Ik ben er sinds we hier wonen twee keer geweest. De kapper is aardig en hij knipt goed.
De afspraken zijn toen 'toevallig' door man gemaakt. 'O, als je daar toch langs komt, vraag dan even of hij binnenkort tijd heeft om mij te knippen?'
Het ligt niet aan de kapper. Als we eenmaal een paar keer gebeld zullen hebben, zal het makkelijker gaan. Dat weet ik.
Mijn vorige kapper, in mijn oude buurt, belde ik op den duur gewoon op. 'Ik wil graag een afspraak maken,' zei ik dan.
En daar werd nooit raar over gedaan.

donderdag 20 januari 2011

Persoonlijk

Het moet zo persoonlijk mogelijk, het schrijven. Dat zei ik mijn studenten gisteren. Of dat had ik ze moeten zeggen. Naar aanleiding van de teksten die ik te horen kreeg. Die beter en beter werden naarmate ze persoonlijker durfden zijn.
Alleen het hoogstpersoonlijke is interessant. De rest is inwisselbaar. Verzonnen. Niet interessant. Niet relevant. En ook niet noodzakelijk.
Ik merk dat het niet zo makkelijk is hoogstpersoonlijk te zijn. Dat is echt voor niemand makkelijk. Niet alleen voor schrijvers.
Met hoogstpersoonlijk bedoel ik geen grote, persoonlijke drama's. Het gaat niet om de gebeurtenis. Maar om dat wat niet gebeurd is. Wat had kunnen gebeuren. Ik word veel te vaag nu. Voor een docent. Ik moet er nog goed over nadenken.
Noodzaak, ook al zoiets lastigs. Toch moet er een noodzaak zijn.

woensdag 19 januari 2011

Getekend

Jeetje en man kijken Shrek. Een animatiefilm met allemaal dieren en een beeldschone prinses.
'De prinses is echt,' zegt Jeetje (5)
'Dat is allemaal getekend hoor,' zegt man.
'De prinses niet, toch?' zegt Jeetje.
'Ook de prinses. Zij is héél goed getekend.
Ze kijken verder.
'Is Mowgli ook alleen maar getékend?' vraagt Jeetje dan.
'Ja. Had je dat nooit gezien?'

Na de film wordt het stil. Jeetje kijkt ons aan. Om de beurt.
'Pap, mam. Misschien zijn wij ook wel getekend?'
'Nee joh.'
'Maar héél goed getekend,' zegt ze met lage stem.

dinsdag 18 januari 2011

Onze bomen

Het regent. Een grote laadwagen met twee bomen rijdt voor. Onze nieuwe, dertig jaar oude bomen. De bomen kunnen niet door het huis, dus moeten ze achter langs. Bij de overburen door de tuin, bij de overburen over de hoge schutting. Maar daarvoor blijken de bomen veel te zwaar.

Man loopt met grote passen door het huis, een boor in zijn hand.
'Wat ga je doen?'
'De schutting weghalen,' zegt hij.
'Vinden de buren dat wel oké?'

Even later is de houten wand die onze tuin van die van de overburen scheidt, verdwenen en staan de overbuurvrouw en ik tegenover elkaar. Oog in oog. Voor het eerst. Ik knik haar toe.
Man heeft inderdaad heel mooi 'getekende' bomen uitgekozen. Een mooi getekende peren- en een mooi getekende appelboom. Wij houden van grillig. Wij houden ook van modderkuilen, gestapelde stenen en oude koelkasten en opgestapelde stoelen in onze tuin. Althans; die schijn kan het hebben, voor de buitenstaander. Dat wij daarvan houden.
'Zeg maar wat ik moet doen, hoor.' Ik wapper kort met mijn handjes. Man staat in een vreemde, ietwat gespannen omhelzing met de boom.
'Ik ben geen heftruck,' heeft de schoonmaker zojuist geantwoord op mijn hulpvraag.
Maar dan komt mans compagnon er al aan.

Het regent nog steeds.
De overbuurvrouw is heel tenger, heeft een eskimo capuchon op, haar schouders opgetrokken, en haar grijze ogen strak gericht op de palmboom. Die net nog tegen de schutting had gestaan.
Man hijgt, zweet, sjort aan de stam met s-bocht en mompelt dan iets over palmbomen in de winter. Om het ijs te breken, vermoed ik.
'Hij kan tegen min twintig,' zegt ze en pakt een palmblad vast.
Met het blad in haar hand kijkt de overbuurvrouw hoe twee mannen in haar tuin proberen twee boerse bomen over te hevelen. Zonder daarbij haar tuinverlichting te vernielen, de palmbladeren te knakken of het gazon kapot te trappen. Zij is twee maanden geleden bevallen, zal ik later van man vernemen.
'Ik zal het terras straks schoonvegen.' Man gromt gewoon van al die krachtsinspanning. En zijn compagnon brult bij het tillen.
'Ja,' zegt ze. 'Anders wordt de hond vies.'
'Ja, we willen graag meer contact,' zeg ik tegen de overbuurvrouw. 'Wij dachten, we kunnen de schutting wel weghalen.'
Maar ze reageert niet.

maandag 17 januari 2011

Nieuw bureau

Ik zit aan een nieuw bureau dat vijf jaar ouder is dan ik. Hier zal het verhaal over het meisje met die domme moeder dus langzaam maar zeker mijn hoofd uitgetrokken worden. Waarvan nu alleen nog maar flarden bestaan. Ideeën. Half afgemaakte alinea's. Losse zinnen. Bedenksels. Ik vergaar informatie, lukraak lijkt het, over aangeboren kleinhoofdigheid, prikpillen, bureau jeugdzorg, kleine hondjes, Theo en Jolanda, Mengele en zwakbegaafden, en ik schrijf op: Ieder van ons heeft z'n eigen kleine nachtmerrie.
Maar uiteindelijk zal het allemaal heus wel één kant opgaan.