vrijdag 28 januari 2011

60

Morgen gaan we naar oma. Want oma is zestig geworden.
'Waarom is zestig eigenlijk een bijzondere leeftijd?' vraagt Jeetje.
'Zestig,' zeg ik. 'Dat is weer ouder.'
'Ja, hè,hè,' zegt Jeetje. 'Dat is elk jaar zo.'
'Ja, maar bij zestig is het wat anders.'
'Wat is er dan anders?' wil ze weten.
'Dan is oma niet meer in de vijftig.'
'Nee, oma is zestig.'
'Ja.'
'Nou,' zegt Jeetje, 'als ik van vijf naar zes ga, vind ik dan net zo bijzonder.'
'Waarom?'
'Ja, dan ben ik dus geen vijf meer, maar zes.'

'

donderdag 27 januari 2011

In therapie

'Wat kan er dan gebeuren als je de kapper belt?' zegt man.
'Hij kan me uitlachen,' zeg ik.
'Oké,' zegt man. 'Jij belt en hij begint te lachen. Wat nog meer?'
'Hij kan me een ijdeltuit vinden.'
'Hij lacht je uit, hij vindt je ijdel.'
'Hij denkt: wie denkt zij wel niet dat ze is? Daar kan ik toch helemaal niks meer van maken.'
Man knikt.
'Maar het ergste wat er kan gebeuren, is dat ik hem opbel terwijl hij helemaal geen tijd heeft.'
'Hij zegt: ik heb geen tijd voor jou.'
'Ja, die man heeft het al zo druk en dan bel ik óók nog eens.'
'O, dus je bent bang dat je hem overvraagt,' zegt man. 'Is dat het?'
'Ja.'
'Stel nou dat dit allemaal gebeurt...'
'Dan schaam ik me verschrìkkelijk.'

woensdag 26 januari 2011

Onzichtbare straling

Ik ren door het Diemerpark en word lichtjes geëlektrocuteerd als ik onder de draden door loop. Zoals altijd. Overal in het landschap staan hoogspanningsmasten. En onder mijn voeten die gifbelt. Geseald. Dat wel. Maar ik denk toch aan het lek. Bij elke stap die ik zet, denk ik aan het lek, ergens. Ik kan het niet helpen. Dat wat verzegeld is, gaat een keer open. Het is een natuurwet. Om de paar meter zit er een buis in de grond om het gifpeil te meten.
Als ik hier met Jeetje fiets, zegt ze: 'Niet daar onderdoor, mama. Niet daar onderdoor. Het voelt zo gek.' En dan schudt ze kort met haar hele lichaam.
'Zij zijn niet gesloten van boven,' zegt man over Jeetje en mij, 'ze komen onder stroom te staan.'
De buren fluisteren: 'In de Lisdoddelaan schijnen zeven mensen kanker te hebben.'
In de school van Jeetje is, uit voorzorg, een heel klaslokaal leeggeruimd. Iemand schijnt zijn kind zelfs van school te hebben gehaald. Vanwege de elektromagnetische straling.
Ik ren. In mijn oor steeds hetzelfde liedje. Om het aanhoudende gezoem van de masten niet te horen. Je zou ook kunnen denken dat het in het park vol krekels zit. Dat het er altijd hoogzomer is.

dinsdag 25 januari 2011

Werk ze

'Die is kapot.' De schoonmaker zwaait met de nieuwe plumeau. Heel IJburg heb ik afgezocht naar het ding. Met Fabio's strenge stem in mijn hoofd. Voor vandaag moest ik 'm hebben. Zoals ik van hem ook een goedkope, plastic wc-borstelhouder aan moest schaffen. Die ik - godzijdank - nog op tijd vond.
'O jee,' zeg ik. 'De plumeau.'
'Ik heb de plumeau niet stukgemaakt.' Hij zegt het twee keer achter elkaar.
'Dat dacht ik ook helemaal niet,' zeg ik.
'Dan moet jij die ruilen,' zegt hij.
'Nu?'
Het blijft even stil.
'Nou, ik doe het deze keer wel met deze,' zegt hij.
'Gelukkig! Dan ga ik nu aan het werk, hè?'
'Is goed. Werk ze, Elkie.'
'Jij ook. Werk ze, Fabio.'

'Elkie?' roept hij na een tijdje.
'Ja?' Ik loop naar het trapgat. Hij staat bij de eerste traptrede met een dweil in zijn hand.
'Heb jij de mop soms gebruikt deze week?'
'Ja?'
'De mop is nog vies.'
'Sorry, de kindjes hadden iets gemorst. En toen moest ik dweilen en toen...'
'Jij moet 'm niet terugzetten met de mop omlaag, maar met mop de omhoog.' De schoonmaker kijkt me aan.
'Ik zal de dweil nooit meer gebruiken.'
'Beter niet,' zegt hij.
'Sorry.'
'Is goed.'
'Werk ze, Faab.'
'Jij ook, Elkie.'

maandag 24 januari 2011

De laffe moeder

Jeetje heeft op eigen initiatief een toverstokje aangeschaft voor het meisje uit haar klas dat een balletje in haar hoofd had en nog een jaar lang om de zoveel tijd heel ziek zal worden. 'Dit stokje kan haar misschien beter toveren,' was Jeetjes idee. Ze heeft er een tekening bij gemaakt. Het is om te gillen, zo aandoenlijk.
'Mama, zullen we nu naar haar toe om het te brengen?' zegt Jeetje.
'Nù?'
'Ja? Nu?'
'Ik weet niet waar ze nu is, lieverd. Misschien in het ziekenhuis.'
'Misschien wel thuis,' zegt Jeetje.
'Kan.'
'We kunnen kijken of ze er is?'
'Goed idee,' zeg ik. 'Maar nee, we hebben Deetje er ook bij. Dat zou veel te druk worden voor haar.'
'Denk je echt?'
'Hm-hm.'
'Ja, maar...'
'Weet je wat!' roep ik. 'Anders doe je het stràks, met pàpa ? Dan blijf ik hier. Met Deetje. Is dat geen goed idee? Ja, dat is een geweldig goed idee. Zo doen we dat. Jij. Straks. Daar. Met papa.'

vrijdag 21 januari 2011

Binnenkort

Ik ben zo blij met het bestaan van de elektronische post, want ik moest op de één of andere manier met de kapper in de straat in contact zien te komen. Voor mijn moeders verjaardag, volgende week. Misschien lukt dat nu nog, misschien ook niet. Ik weet niet óf en hoe snel de kapper op mijn mail zal reageren.
Ik kom elke dag een paar keer langs de kapsalon, en heb in mijn hoofd, mijn hoofd er al heel vaak om de deur gestoken.
'Zeg, heb je binnenkort even tijd voor me?' zei ik dan. 'Hee, het is weer tijd. Maar dat had je zelf natuurlijk ook wel gezien.'
De ene keer ben ik met kinderwagen - en dan moet ik tegelijk de deur openhouden, de wagen over de drempel duwen en dat alleen maar voor zo'n vraagje - de andere keer is hij weer iemand aan het knippen of neemt hij net een hap van zijn boterham. Dat zie je allemaal want de zaak is van glas.
Ik ben er sinds we hier wonen twee keer geweest. De kapper is aardig en hij knipt goed.
De afspraken zijn toen 'toevallig' door man gemaakt. 'O, als je daar toch langs komt, vraag dan even of hij binnenkort tijd heeft om mij te knippen?'
Het ligt niet aan de kapper. Als we eenmaal een paar keer gebeld zullen hebben, zal het makkelijker gaan. Dat weet ik.
Mijn vorige kapper, in mijn oude buurt, belde ik op den duur gewoon op. 'Ik wil graag een afspraak maken,' zei ik dan.
En daar werd nooit raar over gedaan.

donderdag 20 januari 2011

Persoonlijk

Het moet zo persoonlijk mogelijk, het schrijven. Dat zei ik mijn studenten gisteren. Of dat had ik ze moeten zeggen. Naar aanleiding van de teksten die ik te horen kreeg. Die beter en beter werden naarmate ze persoonlijker durfden zijn.
Alleen het hoogstpersoonlijke is interessant. De rest is inwisselbaar. Verzonnen. Niet interessant. Niet relevant. En ook niet noodzakelijk.
Ik merk dat het niet zo makkelijk is hoogstpersoonlijk te zijn. Dat is echt voor niemand makkelijk. Niet alleen voor schrijvers.
Met hoogstpersoonlijk bedoel ik geen grote, persoonlijke drama's. Het gaat niet om de gebeurtenis. Maar om dat wat niet gebeurd is. Wat had kunnen gebeuren. Ik word veel te vaag nu. Voor een docent. Ik moet er nog goed over nadenken.
Noodzaak, ook al zoiets lastigs. Toch moet er een noodzaak zijn.