maandag 14 februari 2011

Stukje juryrapport BNG

Juryrapporten, altijd leuk om te lezen!

Elke Geurts: Lastmens
De gruwel is overal, en al zeker in ons hoofd. Dat viel op te maken uit Het besluit van Dola Korstjens, de verhalenbundel waarmee Elke Geurts overtuigend debuteerde. In Lastmens toont Geurts dat ze ook op de wat langere baan de lezer vol in het hart weet te treffen. Deze drie lange verhalen draaien telkens om vrouwen die het gevoel hebben dat ze in het foute leven terechtgekomen zijn. Een jonge moeder houdt meer van boeken dan van baby's; ze ontheft zichzelf van de moederrol en noemt zich de 'au pair'. Een andere vrouw moet van haar man af zien te raken om zelf iets te worden, de derde trotseert het geboortedorp dat ze ontgroeid is om een stervende oom een flinke hak te zetten. Negatieve gevoelens en neuroses alom in dit boek, maar het is sprankelend proza waarin Geurts ze overbrengt. Trefzeker, slim, geestig: deze dame heeft vast nog meer lezenswaardigs in die duistere kern van haar.

Opgesteld door de jury:
Voorzitter: Arno Brok (Burgemeester Dordrecht)
Eva Berghmans (De Standaard), Han Ceelen (De Morgen), Maarten Moll (Het Parool), Danielle Serdijn (de Volkskrant).

vrijdag 11 februari 2011

Kern

De uitreiking in de stadsschouwburg begon. Om de beurt mochten de genomineerden in de stoel plaatsnemen naast Jelle Brandt Corstius en werden we 'aan de tand gevoeld.' Ik over mijn wonderlijke fantasie. In het tweede verhaal van Lastmens ging het hoofdpersonage solliciteren als webmaster op een Russisch vrachtschip.
'Hoe kom je daar in Hemelsnaam op?'
'Nou, ik heb eens gesolliciteerd op een Russisch vrachtschip als webmaster.'
'Ben je daar ook geweest?'
'Ja.'
'En werd je aangenomen?'
'Nee. Je moest ook andere dingen doen.'
Over dat vrachtschip had eigenlijk nog nooit iemand met een woord gerept. Dus dat was leuk. En ik vond het ook sterk van hem. Want hij kwam daardoor - per ongeluk - meteen bij een belangrijke kern van mijn schrijverschap en dus bij een kern van mijn personages. Ze willen namelijk graag weg. Van wat dan ook. Weg.
'En zo kan ik al mijn misstapjes mooi gebruiken,' zei ik tegen Jelle.
Na de interviews volgde het juryrapport. De genomineerden zaten op een rijtje en werden toegesproken. Ik kreeg een prachtig verslag over mijn werk. Vooral het stukje over mijn duistere kern. Ik hoop het rapport nog eens na te lezen. Gustaaf Peek, die mij al lang dwarszat als winnaar, won ook daadwerkelijk. Dat was het enige minpunt van de avond. Al gun ik het hem zeker. Geld speelt toch een rol in dit verhaal. Ik wilde dat dat niet zo was.
Toen kwam het borrelen. Dat ging goed.

'Nou, dan krijg jij van mij toch een prijs,' zei Jeetje vanmorgen.
'Dat hoeft niet hoor.'
'Jawel,' zei Jeetje. 'Ik haal het uit mijn eigen spaarpot. Dertig Euro.'
'Och, mijn schatje. Het gaat in het leven niet om geld. En nog veel minder om het winnen. Ik vind het gewoon al erg leuk dat ik mee mocht doen. Al heb ik dan verloren.'
'Je hebt niet verloren, mama. Je bent tweede geworden,' zei Jeetje.
En daar lieten we het bij.

woensdag 9 februari 2011

Met het oog op morgen

...zit ik vanavond plotseling in het het Oog op Morgen. Om daar samen met Alex Boogers, een mede BNG genomineerde (ik typte per ongeluk mede BNG gedetineerde, maar dat zegt niks) te praten over het nog niet-doorgebroken schrijverschap als je onder de veertig bent. Dus luistert allen dan maar!

dinsdag 8 februari 2011

Fabio in dubio

De Nederlandse vrouw heeft hem - weken geleden al - om zijn hand gevraagd. Maar waarom juist op dit moment, vraagt Fabio zich steeds af. Waarom toch net nu de regels in Nederland zo aangescherpt zijn? En niet vijf of tien jaar geleden?
Hij moet slagen voor een inburgeringscursus in zijn land. Hij moet daar tenminste drie maanden blijven. Dat is het allerlaatste wat Fabio wil. Terug naar zijn land. Voor zoiets. Maar het allerliefste wil hij vrij zijn. Een gewone vrije man zijn. Fabio denkt er elke nacht over na en hij weet het niet. Hij had echte liefde gewild. Maar als liefde niet voor hem is weggelegd, kan het huwelijk hem wèl een Nederlands paspoort geven. Al is hij graag op zichzelf en zal hij na de trouwerij minstens drie jaar met haar samenwonen in haar eenkamerflat.
'Als dit tien jaar geleden was gebeurd, had ik het meteen gedaan.' Fabio zucht. 'Toen was ik nog jong en toen was alles nog heel makkelijk. Toen had ik nog een toekomst.'
'Kom, kom. Vierenveertig is nog niet zó oud.'
'Ik kan dit werk nog hoogstens tien jaar doen.'
'En misschien word je wel honderd, joh.'
'Nee, dan ben ik allang dementerend.'
'Dementerend?'
'Ik gebruik met mijn werk maar een piepklein deel van mijn hersenen, Elkie. Jij gebruikt de jouwe wel, maar ik de mijne helemaal niet.'
'Volgens mij gebruik jij ze genoeg.'
'Nee, Elkie. Met poetsen, train je je hersenen niet.'
'Maar jij denkt hartstikke veel na. Dat is ook trainen.'
'Hoe minder ze gebruikt worden, hoe eerder ze slijten. Ik verdwaal al steeds vaker, Elkie. Echt waar. Ook als ik in een straat ben, waar ik al eerder ben geweest.'
'O, maar dat heb ik ook,' zeg ik. 'Dat wil volgens mij niets zeggen over dementie.'
'Elkie, ik poets ergens, dan fiets ik naar huis en kijk ik televisie. En dan niks meer.'
'Ja?'
'Straks weet ik niet eens meer dat ik Fabio heet. Dan bel jij mij op en vraag je naar Fabio. En dan zeg ik: Fabio? Wie is Fabio?'

maandag 7 februari 2011

De verontwaardiging van de meisjes

En dan, terwijl je net geconcentreerd bezig was, komen ze allemaal weer terug. De één op je arm blijft aan je haar trekken en schreeuwt 'bal, bal, bal' in je oor. De ander eist dat zij óók naar het sprookjesbos toneelstuk wil, gaat prompt huilen omdat ze daar nog helemaal niet geweest is, en ze heeft op school ook haar vinger heel erg bezeerd. Intussen klimt de één op het podiumpje en valt er - als je je even hebt omgedraaid om de ander te helpen met het opnieuw maken van haar staart en het van dichtbij bekijken van de pijnlijke vinger - ook weer voorover vanaf. Met het gezicht op de vloer.
Je troost haar innig.
Ze bijt met haar twee hagelwitte ondertandjes in je neus. Je roept: 'au, au, au.'
De één schaterlacht, en de ander ook.

zondag 6 februari 2011

De mummie

We zijn naar het Allard Pierson museum geweest en hebben daar een mummie gezien. We zitten in de tram terug en Jeetje (5) leunt zwaar tegen me aan.
Na een tijdje zegt ze: 'Ik denk dat ik vannacht niet kan slapen.'
'Waarom niet?'
'Ik ben steeds zo bang dat die mummie tot leven komt.'
'Dat kan niet.'
'Nee, maar daar ben ik wel bang voor.'
'Gek eigenlijk,' zeg ik. 'Want de angst is volkomen irreëel.'
'Papa heeft van die film verteld,' zegt Jeetje met lage stem. (Noot: Papa verhaalde van Return of the mummy)
'Papa zegt maar wat. Zo'n film slaat nergens op.'
'Waarom máken ze die film dan?'
'Het is een universele angst, Jeetje. De dood en dat iemand daarna ineens weer tot leven komt. Maar het kàn dus niet. Fysiek al niet.'
'We zijn niet bang om van de brug te waaien,' zegt Jeetje.
'Nee,' zeg ik, 'terwijl dat wel zou kunnen gebeuren.'
'Ja?'
'Fysiek wel ja.'

'Maar waaròm draaiden ze zo'n dode man dan helemaal in doeken?' vraagt Jeetje tijdens het avondeten.
'Omdat ze dachten dat hij dan weer tot leven zou komen,' zegt Man.
'Maar. Dat. Kan. Dus. Niet,' zeg ik.
'Maar dat dàchten ze wel,' zegt Man.
'Dat is heel lang geleden,' zeg ik, 'dat ze dat dachten. Nog voor Jezus geboren was.'
En dan begin ik een heel verhaal over het doek waar de mummie in gewikkeld was. En hoeveel werk het moet zijn geweest om dat doek te vervaardigen. Dat we daar tegenwoordig fabrieken voor hebben, en toen...

Toen richtte Deetje (9 mnd) zich plotseling op. En ging voor het eerst op twee voetjes staan.

zaterdag 5 februari 2011

Contract

Bijna een half uur te laat, ben ik. Ik heb storm tegen. En eenmaal in Oud-Zuid ben ik die hele uitgeverij kwijt en de straatnaam ook. Ik fiets rondjes Museumplein en zie in de verte alleen Nieuw-Amsterdam nog liggen. Ze zien me aankomen. 'Kunt u mij de weg naar de Bezige Bij vertellen?'

Ik herinner me een poppenspeler uit Utrecht waar ik een stuk voor schreef. Ik zou bij hem komen eten en we zouden de thematiek bespreken. Identiteit geloof ik. Ik kwam drie kwartier te laat. Het schapenvlees stond allang op.
Toen we aan tafel zaten, keek hij me aan en zei: 'Mensen die te laat komen, hebben weerstand. Ze willen eigenlijk helemaal niet komen.'
Ik probeerde hem tegen te spreken, maar kreeg het oude schaap in mijn mond niet weg. Ik bleef maar kauwen en kauwen.
De geur van het vlees herinner ik me ook nog goed.

Maar daar heeft het niets mee te maken, dat ik gisteren te laat was.
Na mijn handtekening en de champagne, is er nog een feest in Felix Meritis. Dat komt mooi uit. Zie ik meteen de hele bups bij elkaar. Op de terugweg heb ik wind mee, alsof duizend moederlijke handen mij in mijn rug duwen.