woensdag 20 april 2011

Kijk!

Een filmpje waarop ik een verhaaltje uit dit blog voorlees! Het schijnt leuk te zijn. Man heeft het al gezien. Ik niet. Ik kijk filmpjes waarin ikzelf voorkom liever niet terug. Omdat dan zo goed te zien is dat ik God nooit zal evenaren. (Gepikt van Grunbergs column in de VK van vandaag, die ik niet las, maar waarover iemand mij vertelde.)
Het is vreemd dat ik hier wèl een link plaats. Het komt omdat het filmpje niet voor mij bedoeld is, maar voor anderen. En ik vind het idee goed. Het is een sympathiek project van Torpedo Magazine.
En nu komt er een mailtje binnen: 'Maak je wel een beetje reclame voor jezelf, Elke?'

dinsdag 19 april 2011

Monsterverschijningen

Ik ben moeilijk in de omgang met neurologen, en zij vinden mij onhandelbaar. Wat eenmaal in een dossier staat, verdwijnt nooit meer en alles wat je zegt, wordt tegen je gebruikt. Ze nemen alles letterlijk. Zo wordt het verhaal van mijn monsterverschijningen al jarenlang van neuroloog op neuroloog doorgegeven. Resultaat van een uit de hand gelopen consult met een ijverige AIO. Het zijn nogal wat neurologen geweest die zich na die ene AIO over het monstervraagstuk hebben gebogen. Er is een groot verloop van specialisten in het AMC. Het lijkt er wel een kinderdagverblijf. Hoe vaak ik al niet met een nieuwkomer in een gesprek over de monsterverschijningen verwikkeld ben geraakt. Hij met pen en papier in de aanslag en dan die gortdroge blik over de brillenglazen heen. Ik heb er nog nooit eentje zien lachen.
'Hoe is het momenteel met uw monsters, mevrouw Geurts. Hoe vaak ziet u ze gemiddeld? Wanneer heeft u voor het laatst een monster waargenomen? En waar was u toen?'
'Ik zie geen monsters.'
'Hier staat dat u monsters gezien heeft. Er staat; cliënt had het gevoel dat de monsters haar wilden bespringen.' Hij leest hardop voor uit mijn dossier.
'Stop maar, dat is allemaal niet waar.'
'Het staat hier.'
'Ja, dat heeft die jongeman toen zo opgeschreven. We begrepen elkaar niet. Ik heb geen last van monsters.'
'U ziet dus geen monsters.'
'Nee, ik zie geen monsters. Ik heb ook nooit monsters gezien.'
De neuroloog schrijft het allemaal keurig op in mijn dossier: 'Cliënt beweert geen monsters te zien.'

Tegenwoordig heb ik af en toe een belafspraak met zo'n type. Zolang we elkaar maar niet in de ogen hoeven zien, vlot de samenwerking het beste. Een vrouw met een vriendelijke doch zakelijke stem is nu mijn behandelend arts. Al een paar keer achter elkaar dezelfde stem. Dus het monstervraagstuk zijn we godzijdank voorbij. Net belde ze me weer.
'U weet dat u een belafspraak heeft nu?'
'Ja dat staat mij nog glashelder voor ogen, maar ik had vanmorgen afgebeld.'
'U staat anders wel op mijn lijstje.'
'Ik heb de belafspraak van nu, vanochtend afgezegd.'
'Mag ik u vragen waarom?'
'Ik heb geen tijd om te bellen.'
'Mevrouw Geurts, heeft u nog iets op te merken of te zeggen, nu ik u toch aan de lijn heb?'

maandag 18 april 2011

Vlak voor het slapengaan

Na een drukke zondag met veel zon, veel kinderen en veel spelen in zandbergen ligt Jeetje (5) eindelijk in bed.
'Welterusten,' zeg ik en wil het licht al uitdoen.
'Wacht even.' Jeetje schiet rechtovereind.
Ik wacht even.
'Hoe komt een kind aan nieuwe ouders?' vraagt ze.
'Hè?'
'Nou, als allebei je ouders plotseling doodgaan, waar vind je dan nieuwe? Wáár? Ik zou het niet weten.'
'Hoe kom je daarbij?'
'Er bestaan dus adoptieouders. Maar waar moet je die dan zoeken? Dat kunnen de vader en moeder niet meer voor het kind doen. En tegen wie moet het kind dan zeggen dat zijn ouders dood zijn?'
'Als allebei de ouders doodgaan, wat meestal niet gebeurt, blijven er altijd nog volwassenen over die het kind zullen helpen,' zeg ik. 'De oma's en de opa's en de vrienden van die ouders overlijden niet allemaal tegelijk.'
'O, nee.' Jeetje gaat weer liggen.
'Ga je nu slapen?'
'Ja,' zegt ze.
'Welterusten.' Ik doe het licht uit.
'Welterusten,' zegt Jeetje.

vrijdag 15 april 2011

Glaasje water

'De kletsmajoor is er weer. Jij ook bijna?' sms ik naar man.
'Was file. Dus ben ff afgeslagen bij tuinwinkel. Denk drie kwartier. Trek je dat nog?'
'Ik moet plassen. Durf niet meer in zijn buurt te komen. Snapt? De arme ziel is ook nog bestolen door zijn broer.'
'O, o,' sms't man.

'Je hebt twee soorten mensen, Elkie,' zegt Fabio als ik de trap afkom. 'Mensen die hard moeten werken. En mensen die geld hebben. Maar die gaan de hele dag op de bank liggen vreten, vreten. Zoveel vreten. Soms worden ze tweehonderd kilo. Dat is toch dom. Waarom dóén ze dat nou?'
'Dat weet ik ook niet.'
'Jij bent niet dik.'
'Ik zit niet de hele dag te vreten hoor, hierboven.'
'Ik stofzuig, ik beweeg,' zegt Fabio. 'Jij doet niks. Hoe kan het dat jij zo slank bent?'
'Ik doe niet niks.'
'Ik was ook liever geen schoonmaker. Ik aai liever een vrouw dan een stuk hout of ijzer. Snapt?'
Ik geef hem een groot glas water.

'Elkie?' zegt hij voordat hij het glas aan zijn lippen zet. 'Sommige mensen geven mij water als ik praat. Terwijl ik middenin een zin zit, zeggen ze: Fabio, glaasje water?'
'O ja?'
'Ja, en daarna weet ik niet meer wat ik aan het zeggen was.' Hij houdt het glas nog altijd in zijn hand en buigt naar voren. 'Ze geven mij water omdat ze willen dat ik stop met praten,' fluistert hij. 'Snapt?'
'Echt waar. Wat een onaardige mensen.'
Hij knikt, drinkt zijn glas leeg. Ik verdwijn het toilet in.
'En ik hou zo van praten,' zegt hij nog.

donderdag 14 april 2011

Aanstellerij

De Zeedijk, de zon staat laag, de geur van wiet en spareribs, een geluidsmix van muziek en gekwebbel, hier en daar een uitschieter, een lach, een schreeuwtje, achter etalageruiten chocoladelullen, plastic lullen, kleurige tafelkleden, meiden met pizzaslices in hun hand komen me tegemoet, er wordt links en rechts van mij gezoend, toeristen bestuderen menukaarten, Italiaanse jongeren hangen giechelend voor de Condomerie, en onder het jack van een blond pukkelkoppie, hij loopt daar allenig, met zijn handen in zijn zakken, ongelukkig kijkend, vermoed ik ineens een mitrailleur. En de rode salami's op de pizzastukjes veranderen in schietgaten. En de toeristen in bloedbaden.
En daarna op de trappen rondom het Nationaal Monument picknicken honderden toeristen rondom de bossen bloemen, de terrassen die daar weer omheen liggen zitten bomvol, glazen witte wijn weerkaatsen het zonlicht, ik krijg er haast epilepsie van, het is een continue in- en uitloop bij de Bijenkorf en ik meen dus rook te zien. Maar er is nergens vuur.

woensdag 13 april 2011

Zinnen

Als je je eigen gevangenis beschrijft, begin je je daarvan te bevrijden. Dat is een zin die ik niet zo lang geleden ergens las, en noteerde.
Het is een zin uit, je zou het 'mijn zinnenarchief' kunnen noemen. Vanavond begint er weer een nieuwe schrijfcursus en dan ga ik de cursisten vertellen over het zinnenarchief dat ze de komende weken bij moeten gaan houden. Zodat ze uit dat archief kunnen putten als ze even niets weten.
In het zinnenarchief staan losse zinnen die je onlangs gehoord hebt, of gelezen, en die je op de een of andere manier interesseerden. Of die iets met je deden. Eigenlijk is mijn bovenstaande zin niet al te best. Hij is te diepzinnig. Te filosofisch. Doorsnee zinnen werken het beste, als je die isoleert.
"Harry, where are my glasses, I can't get out of the shower.' Ik hoorde deze zin ooit op een camping in Frankrijk bij het sanitair. Volgens mij stond ik ook te douchen. Het moet inmiddels al wel vijftien jaar geleden zijn. Dus die zin is niet helemaal wat ik bedoel. 1. Het is een Engelse zin. We schrijven in het Nederlands. 2 Het gaat om recent gehoorde zinnen in trams, op stations, in winkels, café's etcetera. Gelezen in kranten, tijdschriften, boeken. Het gaat erom te ervaren dat schrijven observeren is. Waarnemen. Oren openzetten. En ogen. En alles. Dat het een tweede natuur wordt, als het je eerste natuur niet is.
En schrijven is ook niet helemaal precies doen wat de bedoeling is, maar daar begin ik nog niet over, dat is te verwarrend voor een eerste les.

dinsdag 12 april 2011

Als je niet bereikbaar bent

Je telefoon ligt thuis op de oplader. Je hebt de baby naar de crèche gebracht, - hoewel kun je dat eigenlijk nog een baby noemen, die al maïskolven afkluift en washandjes uitzuigt en die een half uur blijft krijsen als je haar de afgekloven kolven en de uitgezogen washandjes weer afneemt, die over een maand één jaar wordt, die al enkele seconden kan staan en gisteren per ongeluk haar eerste losse stapjes zette, die zonet nog zwaaide en 'da, da!' zei, toen ze jou en haar zusje zag vertrekken.
Je brengt het zusje naar school. Je denkt even niet aan de baby, of hoe je het dan ook moet noemen. Alles is zonnig, je hebt zelfs een jurkje aan, je gaat op in het wild gewemel en de uitgeprikte werelddelen van het zusje. Je bent op z'n hoogst tien minuten niet bereikbaar.
Dan kom je thuis, je opent de deur, je pakt de telefoon van de oplader.
Even verwacht je tien gemiste oproepen. De crèche op je voicemail: 'Helaas moeten we je melden dat uw baby plotseling gestorven is. U ging weg en even later viel ze, ze was meteen dood. Het is niet onze schuld. Wilt u ons terugbellen. Wilt u ons terugbellen?'