dinsdag 10 mei 2011
maandag 9 mei 2011
Superduif
Het is vreemd om een boek van een vriendin te lezen. Al ben ik het intussen wel gewend. Het heeft iets voyeuristisch. Omdat je haar kent, of denkt te kennen. Maar als je zo'n roman leest, geeft iemand iets prijs dat in al die jaren, die gesprekjes en die mails, nooit ter sprake is gekomen. Niet op die manier. Een boek werpt altijd een ander licht op de zaak. 'Aha! Dat gaat er dus ook in dat hoofd om.'
Het liefst had ik dat iedereen die ik kende boeken schreef, zodat ik alle mensen ook op die manier kan lezen. (Inmiddels zijn dat er ook steeds meer, bedenk ik me nu. Zal wel niet voor niets zijn.)
Het gaat mij niet om de autobiografie. De feiten zijn redelijk oninteressant zelfs. Het mechanisme van fictie is mij welbekend. Maar het raakt een diepere laag, iets anders, iets wat nooit boven tafel komt in het 'normale sociale verkeer.'
Of ik ben gemankeerd waar het het normale sociale verkeer betreft. Of ik neem met minder geen genoegen. Sommige mensen kunnen bij elkaar zitten, babbelen, en dan weten ze genoeg. Dat heb ik niet. Ik kan ten eerste al niet goed 'babbelen.' En ten tweede wil ik meer, altijd meer. Het liefst in romanvorm, eigenlijk.
Ik begrijp dat niet iedereen mij dat kan bieden.
Maar Esther kan dat. En met Superduif kwam ze - volkomen terecht - op de shortlist van de Libris.
Vanavond wordt de uitslag bekend gemaakt. Ik heb de jurk gezien die ze aan zal hebben en ik weet wat ze daaronder draagt. Maar ik kan totaal niet voorspellen hoe haar volgende boek eruit gaat zien. Dat maakt haar ook tot zo'n goede schrijver.
Het liefst had ik dat iedereen die ik kende boeken schreef, zodat ik alle mensen ook op die manier kan lezen. (Inmiddels zijn dat er ook steeds meer, bedenk ik me nu. Zal wel niet voor niets zijn.)
Het gaat mij niet om de autobiografie. De feiten zijn redelijk oninteressant zelfs. Het mechanisme van fictie is mij welbekend. Maar het raakt een diepere laag, iets anders, iets wat nooit boven tafel komt in het 'normale sociale verkeer.'
Of ik ben gemankeerd waar het het normale sociale verkeer betreft. Of ik neem met minder geen genoegen. Sommige mensen kunnen bij elkaar zitten, babbelen, en dan weten ze genoeg. Dat heb ik niet. Ik kan ten eerste al niet goed 'babbelen.' En ten tweede wil ik meer, altijd meer. Het liefst in romanvorm, eigenlijk.
Ik begrijp dat niet iedereen mij dat kan bieden.
Maar Esther kan dat. En met Superduif kwam ze - volkomen terecht - op de shortlist van de Libris.
Vanavond wordt de uitslag bekend gemaakt. Ik heb de jurk gezien die ze aan zal hebben en ik weet wat ze daaronder draagt. Maar ik kan totaal niet voorspellen hoe haar volgende boek eruit gaat zien. Dat maakt haar ook tot zo'n goede schrijver.
zaterdag 7 mei 2011
Filmpje Torpedo Magazine!
En weer een filmpje voor Torpedo Magazine. Een live-blog. Iets ingedikt. Het stond ook in het Parool. Gisteren, naar het schijnt.
En maandag komt de volgende!
En maandag komt de volgende!
vrijdag 6 mei 2011
Een ander mens.
Gisteren belde ze plotseling. Zoals ze één jaar geleden plotseling in mijn ziekenhuiskamer had gestaan. 'Kan ik je helpen?' vroeg ze toen. Ze leek op een tante die ik niet mocht. Dat zag ik meteen. Maar dat geeft niets, dacht ik, daarmee is ze de tante nog helemaal niet. Ik was verbaasd over mijn eigen flexibele gedachtengang. Maar die verbazing zette ik ook snel opzij. Want niet functioneel op dat moment.
'Ik ben een doula.'
'Wat goed!' Het woord alleen al zou mij normaliter doen steigeren.
'Zal ik eerst uitleggen wat ik doe en wie ik ben?' vroeg de doula.
'Hoeft niet.'
'Adem naar je tenen.'
'Waar zitten die?'
'Daar beneden.'
'Ah bedankt. En nu?' In een split second had ik besloten: naar jou ga ik luisteren. Ik doe alles wat jij zegt. Alles. Aan jou, onbekende mevrouw, geef ik mij over. Totaal. En dat jij op een vervelende tante lijkt, geeft niets. Ik vergeet wie ik ben, ik vergeet hoe ik ben. Ik vergeet.
'Hou me maar vast,' zei de doula. Ze spreidde haar armen. 'Hou me vast, meid.'
Ik stokte. Alles stokte.
'Kom maar,' zei ze. Ze ging op haar knieën zitten, en spreidde haar armen nog wijder.
'Hoeft niet,' zei ik.
We keken elkaar aan.
'Hoeft niet,' zei ik weer.
'Dat is óók heel goed,' zei ze toen. 'Ik respecteer grenzen.' Ze lachte, ging weer staan. En trok haar bloesje recht.
We waren twee makkelijke mensen. De doula en ik. En we klaarden de klus heel snel.
'Ik ben een doula.'
'Wat goed!' Het woord alleen al zou mij normaliter doen steigeren.
'Zal ik eerst uitleggen wat ik doe en wie ik ben?' vroeg de doula.
'Hoeft niet.'
'Adem naar je tenen.'
'Waar zitten die?'
'Daar beneden.'
'Ah bedankt. En nu?' In een split second had ik besloten: naar jou ga ik luisteren. Ik doe alles wat jij zegt. Alles. Aan jou, onbekende mevrouw, geef ik mij over. Totaal. En dat jij op een vervelende tante lijkt, geeft niets. Ik vergeet wie ik ben, ik vergeet hoe ik ben. Ik vergeet.
'Hou me maar vast,' zei de doula. Ze spreidde haar armen. 'Hou me vast, meid.'
Ik stokte. Alles stokte.
'Kom maar,' zei ze. Ze ging op haar knieën zitten, en spreidde haar armen nog wijder.
'Hoeft niet,' zei ik.
We keken elkaar aan.
'Hoeft niet,' zei ik weer.
'Dat is óók heel goed,' zei ze toen. 'Ik respecteer grenzen.' Ze lachte, ging weer staan. En trok haar bloesje recht.
We waren twee makkelijke mensen. De doula en ik. En we klaarden de klus heel snel.
woensdag 4 mei 2011
Wat kinderen allemaal weten.
'Als je in de supermarkt bent om iets te kopen en je weet niet waar het ligt. Wat doe je dan?' vraagt oma aan Jeetje.
'Zoeken,' zegt Jeetje. 'Hè,hè.'
'En als je het dan nog niet meteen vindt.'
'Nog harder zoeken,' zegt Jeetje.
'O,' zegt oma. 'Wat ik dan doe. Ik vraag het gewoon meteen aan een iemand die in de winkel werkt. Dan hoef ik niet te zoeken.'
'Wij zoeken net zolang tot we het vinden,' zegt Jeetje.
'O,' zegt oma.
'Nou,' zegt Jeetje na een tijdje.'Papa doet het trouwens ook. Hij vraagt het ook aan iemand van de winkel als hij iets niet kan vinden. Maar mama nóóit. Mama zoekt.'
'Zoeken,' zegt Jeetje. 'Hè,hè.'
'En als je het dan nog niet meteen vindt.'
'Nog harder zoeken,' zegt Jeetje.
'O,' zegt oma. 'Wat ik dan doe. Ik vraag het gewoon meteen aan een iemand die in de winkel werkt. Dan hoef ik niet te zoeken.'
'Wij zoeken net zolang tot we het vinden,' zegt Jeetje.
'O,' zegt oma.
'Nou,' zegt Jeetje na een tijdje.'Papa doet het trouwens ook. Hij vraagt het ook aan iemand van de winkel als hij iets niet kan vinden. Maar mama nóóit. Mama zoekt.'
dinsdag 3 mei 2011
Over jaloezie
Dit schreef ik 15 jaar geleden op 3 mei.
Ik ben te jong om nu al te niksen. Ik ben jong en welwillend, eigenlijk. Maar ik weet niet hoe ik goed en veelbesproken moet worden. Dat het niet helemaal vanzelf gaat, snap ik intussen wel. Misschien is collega E. wel een supertalent en schrijft ze ooit een boek dat een bestseller wordt. Ik ben ook jaloers op I. met haar drukke stages en moeilijke van 9 tot 4 schoolleven. Ik ben jaloers op H. met haar tentamens en briefjes aan het plafond. Ik ben jaloers op de meisjes van volleybal die bij de bank werken. Ik ben jaloers op R. die steeds moet reizen en om zes uur 's morgens op moet staan om ergens naartoe te gaan! Ik ben jaloers op m'n moeder die overspannen is van alle druk. Ik ben jaloers op het meisje van de bakker die steeds 'anders nog iets?' vraagt. Ik ben jaloers op de mensen van de markt, al heb ik ze niet gezien vandaag. Zij roepen om aandacht en krijgen dat ook. Ik heb ze dus niet gezien, maar ik weet dat ze er zijn, dat is al pijnlijk genoeg. Verder ben ik nergens jaloers op.
Misschien ben ik toch niet jaloers op één van de bovenstaande personen. Ik zou nu niet dag in dag uit op school willen zitten, 'anders nog iets?' willen vragen of op de markt willen staan schreeuwen. Toch ben ik ergens jaloers op. Vreselijk jaloers.
Maar niet precies op wat ze doen. Ach, ik heb een man. Dat is heel wat.
H. vroeg me gisteren nog of ik er geen voor haar wist. I. is ook op zoek. En ik heb wel een betere man dan bijvoorbeeld W.
E. (22)
Ik ben te jong om nu al te niksen. Ik ben jong en welwillend, eigenlijk. Maar ik weet niet hoe ik goed en veelbesproken moet worden. Dat het niet helemaal vanzelf gaat, snap ik intussen wel. Misschien is collega E. wel een supertalent en schrijft ze ooit een boek dat een bestseller wordt. Ik ben ook jaloers op I. met haar drukke stages en moeilijke van 9 tot 4 schoolleven. Ik ben jaloers op H. met haar tentamens en briefjes aan het plafond. Ik ben jaloers op de meisjes van volleybal die bij de bank werken. Ik ben jaloers op R. die steeds moet reizen en om zes uur 's morgens op moet staan om ergens naartoe te gaan! Ik ben jaloers op m'n moeder die overspannen is van alle druk. Ik ben jaloers op het meisje van de bakker die steeds 'anders nog iets?' vraagt. Ik ben jaloers op de mensen van de markt, al heb ik ze niet gezien vandaag. Zij roepen om aandacht en krijgen dat ook. Ik heb ze dus niet gezien, maar ik weet dat ze er zijn, dat is al pijnlijk genoeg. Verder ben ik nergens jaloers op.
Misschien ben ik toch niet jaloers op één van de bovenstaande personen. Ik zou nu niet dag in dag uit op school willen zitten, 'anders nog iets?' willen vragen of op de markt willen staan schreeuwen. Toch ben ik ergens jaloers op. Vreselijk jaloers.
Maar niet precies op wat ze doen. Ach, ik heb een man. Dat is heel wat.
H. vroeg me gisteren nog of ik er geen voor haar wist. I. is ook op zoek. En ik heb wel een betere man dan bijvoorbeeld W.
E. (22)
maandag 2 mei 2011
Aantrekken en afstoten
We zijn in het speeltuintje om de hoek. We zitten in de avondzon en kijken naar de eerste stapjes van onze bijna eenjarige. Jeetje en het buurmeisje (bijna 6 en bijna 7) worden - klassiek - achternagezeten door het enige jongetje dat er ook is. Ze gillen en lachen. Op de achtergrond water. Vlonders. Bootjes in het riet. Ik zie wel dat Jeetje op een gegeven moment op het dak van het houten huisje zit, en over het IJ staart. Ze heeft een wit gezicht. Ze is moe. We moeten zo maar eens opstappen. Beneden haar rennen het jongetje en het buurmeisje nog altijd achter elkaar aan. Het spel van aantrekken en afstoten is er op z'n hoogtepunt. Ik vermoed dat Jeetje hierbij aan het kortste eind getrokken heeft. Daarom zit ze daar zo. Wij laten de baby nog een tijdje van de één naar de ander waggelen tot deze zich alleen nog voorover wil laten vallen.
'Die jongen haalde net zijn oog er uit,' fluistert Jeetje zodra we het poortje door zijn.
'Niet waar.'
'Jawel, hij haalde zijn oog er helemaal uit, legde 'm op zijn hand en stopte 'm toen weer terug.'
'Dat verzin je!'
We lopen terug naar huis.
'Het was helemaal rood daarachter.' Jeetje fluistert nog altijd.
'Echt? Heb je dat echt gezien?'
'Hij haalde zijn oog er ècht uit, mama.'
'Hij had volgens mij wel een groot en een klein oog,' zegt man. 'Maar ik heb ze allebei zien bewegen.'
'Dat kan niet. Als zo'n jongen met z'n vieze vingertjes zijn oog er uit haalt en dan weer terug stopt, komt er toch allemaal stof bij,' zeg ik, 'dan krijg je infecties en zo.'
Jeetje haalt haar schouders op. 'Als ik er maar niet van ga dromen.'
Niemand in de buurt weet iets van zevenjarige jongetjes met glazen ogen die 's avonds alleen in speeltuintjes rondhangen. Het buurmeisje heeft niets gezien. Maar Jeetje wel.
Een grotere indruk had een jongen niet op een meisje kunnen maken. 's Nachts wordt ze gillend wakker. En een paar dagen later wordt er nog op fluistertoon over hem gesproken.
'Die jongen haalde net zijn oog er uit,' fluistert Jeetje zodra we het poortje door zijn.
'Niet waar.'
'Jawel, hij haalde zijn oog er helemaal uit, legde 'm op zijn hand en stopte 'm toen weer terug.'
'Dat verzin je!'
We lopen terug naar huis.
'Het was helemaal rood daarachter.' Jeetje fluistert nog altijd.
'Echt? Heb je dat echt gezien?'
'Hij haalde zijn oog er ècht uit, mama.'
'Hij had volgens mij wel een groot en een klein oog,' zegt man. 'Maar ik heb ze allebei zien bewegen.'
'Dat kan niet. Als zo'n jongen met z'n vieze vingertjes zijn oog er uit haalt en dan weer terug stopt, komt er toch allemaal stof bij,' zeg ik, 'dan krijg je infecties en zo.'
Jeetje haalt haar schouders op. 'Als ik er maar niet van ga dromen.'
Niemand in de buurt weet iets van zevenjarige jongetjes met glazen ogen die 's avonds alleen in speeltuintjes rondhangen. Het buurmeisje heeft niets gezien. Maar Jeetje wel.
Een grotere indruk had een jongen niet op een meisje kunnen maken. 's Nachts wordt ze gillend wakker. En een paar dagen later wordt er nog op fluistertoon over hem gesproken.
Abonneren op:
Posts (Atom)