maandag 11 juli 2011

Anekdote overstijgend

Nieuwe opnames van Torpedomagazine stukjes in de Rode Hoed. Ik kwam er om elf uur in de ochtend. Maar goed ook, anders had ik nog de hele dag geschaafd aan mijn stukjes.
Na de opnames, eet ik, - in het illustere gezelschap van A.L Snijders, Joubert Pignon, Tommy Wieringa, Carel Helder & dochter, cameraman Hens en assistente Miep, broodjes ham.
Het was goed gegaan, dus een broodje ging er wel in.
De handdruk van de heer Snijders voel ik, allang weer thuis, nog steeds. Ik was er niet op beducht. Zoals ook bij lezing van het eerste tekstje mijn stem nog te zacht had geklonken. Die moest harder. Het is de instelling van krachtige handdrukken en luide stemmen. Daar moet ik af en toe aan herinnerd worden.
Ik denk nu aan wat we daar bespraken over het schrijven van korte stukjes en hoe ingewikkeld dat feitelijk is, of kan zijn. Omdat het de anekdote moet overstijgen. Ik wil het eigenlijk niet zo serieus nemen. Anders moet ik met dit weblog stoppen. Daar neigt het soms naar.

zaterdag 9 juli 2011

De structuur is helder

'Wanneer schrijf jij nou eens een keer een kinderboek?' zegt Jeetje. 'Ik wil dat jij een kinderboek schrijft!'
Aha. Hier gebeurt iets. Moeder wordt uitgedaagd. Je hoeft bij moeder niet al te hard aan te dringen, of ze heeft deze uitdaging aangenomen. Zeker als haar dochter erom vraagt. Het arme kind wil een fatsoenlijk boek.
'En dan gaan we naar de winkel om jouw boek te kopen,' gaat Jeetje door.
'Nou, als ik dat boek al helemaal geschreven heb, ga ik het natuurlijk niet kopen,' zegt moeder, 'maar waar moet het eigenlijk over gaan?'
'Over een gelukkig en tevreden meisje,' zegt Jeetje meteen.
'O,' zegt moeder teleurgesteld. 'Een gelukkig en tevreden meisje.'
'Ja, een gelukkig en tevreden meisje,' zegt Jeetje.
'Maar,' zegt moeder. 'Wat moet ik daarmee?'
'En op een dag komt ze erachter dat ze kan vliegen,' zegt Jeetje.
'Aha!' Moeder veert op. Vliegen betekent neerstorten, denkt ze. 'En waar wil dat gelukkige meisje dan naartoe vliegen?'
'Naar de hemel,' zegt Jeetje.
'Nou, nou, nou.' Moeder schudt haar hoofd. De hemel is haar te pathetisch en te symbolisch.
'Ze wil naar de hemel, de sterren en de maan vliegen,' zegt Jeetje, 'Wat is daar mis mee?'
'Dan moet er onderweg natuurlijk iets gebeuren,' zegt moeder. 'Een hemelmonster of zo.'
'Ja, hèhè!' Jeetje zucht diep. 'Dat is nou juist het héle boek, dat zijn de hoofdstukken die jij op moet schrijven. Ze kan vliegen. Ze gaat naar het heelal! En onderweg gebeuren er dingen. Misschien een hemelmonster, ik weet niet wat. Als het op het eind maar goed komt. Dan is het meisje weer thuis bij haar papa en haar mama.'
'Maar wàt moet er dan gebeuren onderweg?'
'Ja, eh, jij gaat het boek schrijven. Niet ik,' zegt Jeetje. 'Doei.'

vrijdag 8 juli 2011

Daar zijn geen woorden voor

We staan met de hele familie voor onze gesloten deur. Het regent.
'Geef mij dat deuropenmaakding eens,' zeg ik.
Man kijkt mij aan.
'Wat is er? Geef nou!'
'Het is ernstig dat je het zelf niet eens meer hoort,' zegt hij, 'deuropenmaakding. Het is toch ook veel omslachtiger dan sleutel?'

Een schrijver met woordvindingsproblemen. Hier zit er één.
Het vreemde is dat de woordvindingsproblemen zich nauwelijks voordoen als ik schrijf. Ja, soms moet ik zoiets googelen: 'ding waar je op kunt zitten.' Of: 'het geeft licht.'
Maar bij het schrijven komen de woorden meestal uit een reservoir diep in mij, daar waar ik in het dagelijkse leven niet bij kan.
Daarom heeft het voor mij iets mystieks.

donderdag 7 juli 2011

Het schoolfeest

Om acht uur 's avonds staan de moeder en de zoon voor de deur met één tekening van een luchtballon. Het hadden twéé portretten moeten zijn. Een van de meester en een van de juf, met een leuke quote erbij.
'Ik vind het zo dapper van jullie,' zegt de moeder, 'dat jullie de organisatie van het feest op je nemen. Wat een werk moet dat zijn.' De zoon staat me verwachtingsvol aan te kijken.
'Mooie ballon,' zeg ik, 'knap.'
'Het is niet niks, zo'n eindfeest. Ik zou er niet aan moeten denken. Maar jullie zijn natuurlijk de klassenouders.'
'Klassenvader,' zeg ik. 'Mijn man is klassenvader. Hij organiseert alle festiviteiten. Ik ben zijn assistente. Ik neem de tekeningen in ontvangst.' Ik doe mijn lieftallige glimlach.
'Ik heb morgen speciaal vrij genomen om 14.00 uur.' De moeder glimlacht ook.
'Morgen. Het is morgen toch niet?'
'Jawel, het is morgen,' zegt ze stellig.
'Het moesten trouwens twee tekeningen zijn,' zeg ik zacht. 'Eentje voor de juf en eentje voor de meester.'
'O, dan gaan we naar huis om er nog eentje te maken.' Ze wenkt de zoon.
'Het is volgens mij morgen niet hoor,' zeg ik nog eens.
Maar de moeder en de zoon zijn al weg.

Binnen leest man de krant.
'Ze vinden het allemaal heel dapper en fantastisch dat wij dit al-le-emaal doen,' roep ik. 'Maar we doen helemaal niks! We zijn er helemaal niet mee bezig. Wat moeten we eigenlijk doen? Ze zeggen dat het morgen al is. Iederéén heeft vrij genomen voor dit geweldige feest.'
'Ik koop twee flessen rosé en ranja.' Man slaat een bladzijde van de krant om.
'Maar als ze allemaal vrij genomen hebben, komen er 60 ouders en 30 kinderen,' roep ik.
'Er zit niet meer geld in de pot,' zegt hij.'De ouders betalen niet én ze kunnen niet lezen. Al die tekeningen zijn niet goed. Ik ga ze teruggeven, en dan moet het opnieuw.'
'Maar het is mórgen al.'
'We hebben nu een insect, een boot, een huis, een hijskraan en een luchtballon,' zegt man. 'Dat was de opdracht niet.'

dinsdag 5 juli 2011

En toen wist ik het

Ik was aan het joggen en vroeg me af waarom de konijnen er 's middags niet zijn en 's ochtends en 's avonds met zovelen. Met z'n honderden. Overdrijven mag dan mijn stijlfiguur zijn, maar dit is de absolute waarheid. Er zitten in het Diemerpark honderden bruine, en een tiental zwarte, konijnen gebroederlijk op veldjes bijeen. Mannen, vrouwen, kinderen. Als ik 's ochtends of 's avonds voorbijren, verzet geen konijn een poot.
Ik scheer rakelings langs ze heen, maar het zal de konijnenwereld een rotzorg zijn. Ze zijn met meer, natuurlijk.
Vandaag was het anders. Heel sporadisch zag ik er eentje die, al was ik nog heel ver weg, meteen weer het struikgewas indook. 's Middags is het natuurlijk te warm voor de konijnen, met al die zon, dacht ik. 's Middags zijn de konijnen banger, dacht ik, door al die zon. Het zijn natuurlijk alleen de gekke, schuwe beestjes die dan naar buiten gaan. 's Middags houdt de rest van het konijnenuniversum siësta.
Totdat er plotseling een vos voor mij de weg opschoot.

maandag 4 juli 2011

Op bezoek in Noord

In de Tolhuistuin was een literair festival over verhalen van Amsterdam-Noord. Daar ging ik op de zondagnamiddag naartoe. Ik ging zitten bij collega's en luisterde. Het was een sympathiek festival. Goede verhalen. Ik vond het ook zo leuk omdat ik er in m'n eentje heen kon gaan en voordat ik op de verkeerde pont kon stappen al collega's trof. Zo gingen we samen over het water. Dat heb ik anders nooit. Die vanzelfsprekendheid. Het gevoel van aansluiting.
De middag eindigde met een uitnodiging bij een schrijfster in IJmuiden en ook ik heb mensen uitgenodigd naar IJburg af te reizen. Het stuk land zonder geschiedenis. De leegte is voelbaar. Daar waar wij uiteindelijk tòch besloten te gaan wonen in plaats van in Amsterdam-Noord. En gisteren had ik daar een beetje spijt van.
Het bruiste in Noord.
Ik herinnerde me ook onze fietstochten door Noord. Hoe we voor een geweldig oud schoolgebouw stonden - misschien mijn droomhuis - dat ik had gevonden op Funda. Zoiets vind je alleen in Noord. Maar op de hoek van de straat was een seksshop. De kinderen zouden hier nooit buiten spelen. Er heerste een ander soort leegte. Het bleek geen 'goede' buurt in Noord. De ene straat was er wel 'goed' volgens mensen die het konden weten, maar de straat erachter kon weer helemaal 'fout' zijn.

vrijdag 1 juli 2011

Over omvang en hondjes afmaken

Er komt iemand met een grote omvang voor in het boek.
'Om-vang,' zegt Jeetje (6)
En daar begint het gesprek.
'Kijk, je hebt iemand met een grote omvang en iemand met een kleine omvang.' Ik zie mijzelf op de bedrand zitten mijn handen maken een wijde cirkel rond mijn middel. 'Gro-te omvang.'
'Maar hoezo om-vang?' vraagt Jeetje.
'Nou, het gaat er om hoe iemand omvangen is. Gewoon de omvang dus. Eromheen. Hoe vangt hij of zij om. Snap je?'
Jeetje kijkt mij aan. Ik ben gewoon moe.

De cliffhanger van dit hoofdstuk gaat over Kruimeltjes hond die afgemaakt wordt als hij niet binnen 3 dagen door zijn baas opgehaald zal worden. De tweede betekenis van 'afmaken' heb ik een week geleden al uitgelegd.
'Nu worden honden niet meer zomaar doodgemaakt, hè?' zegt ze als ik met de deurklink al in mijn handen sta.
'Nee, hoor,' zeg ik. 'Zeker niet.'
'Nooit?'
'Nee, nou ja, ze maken weleens een hond af. Maar alleen als hij ziek is en toch al dood zou gaan. Dan verlossen ze de hond uit zijn lijden. Dat is alleen maar heel erg fijn voor hem. Dat-ie dan geen pijn meer voelt.'
'Ja, ja,' zegt Jeetje. 'Maar dat doen ze niet als ze hem nog beter kunnen maken?'
'Nee, alleen als hij zo ziek is dat het geen zin meer heeft.'
'Ook pasgeboren hondjes.'
'Het zijn meestal hele oude honden die zo ziek zijn,' zeg ik nonchalant.
'Je wordt natuurlijk niet metéén ziek, hè. Als je geboren bent.'
'Nee, hoor.'
'Maar Tanja had een baby in haar buik,' zegt Jeetje. 'En Tanja ging dood en de baby ook.'
'Tanja?' Hoe kan mijn vermoeide geheugen een overleden moeder en ongeboren kind vergeten zijn? 'Tanja?' zeg ik nog eens.
'Het nijlpaard,' zegt Jeetje.
'Ah. Tanja het Nijlpaard. Uit Artis?'
'Ook de baby van Tanja ging dood,' zegt Jeetje.
'Goed,' zeg ik. 'We zijn hier van het woord afmaken aan het afdrijven. Volgens mij was dat nijlpaard al stokoud. Maar het zijn allemaal dingen die kunnen gebeuren. Welterusten.'