maandag 18 juli 2011

Verrassing

Op onze zoveelste trouwdag zaten we met vrienden in een restaurant. Stel tegenover stel. We hadden het verrassingsmenu gekozen. Eerst ging het over scheidingen, dat we nu zo'n beetje in de fase terechtgekomen waren dat men ging scheiden. Toen kwam de midlifecrisis kort aan bod, direct gevolgd door het fenomeen parenclubs. Dat er meer mensen naar die clubs gingen dan je zou denken. We kenden allemaal wel iemand. Of dan tenminste vrienden van vrienden. Maar er rustte toch nog een taboe op.
'Dat is voor als je op je vrouw bent uitgekeken, maar je wil niet naar de hoeren,' zei man luid.
'Nou zeg,' zei ik, 'doe niet zo ontzettend boertig.' Terwijl ik in mijn entrecote prikte, keek ik kort naar onze vrienden. Ze gaven geen sjoege.
'Het is niet zoveel gedoe als een minnares,' ging man door, 'en goedkoper dan een hoer.'
'Heb je er weleens aan gedacht dat het ook iets met een relatie maken kan hebben?' zei ik, 'dat een stel op een gegeven moment behoefte heeft aan meer uitdaging?'
'O, je hoeft het niet met anderen te doen hoor! Je kunt ook gewoon je eigen partner nemen,' wisten onze vrienden ons ook nog te vertellen.
'O ja!' lachte man, 'dan kijk je rondom je heen en zie je allemaal hele lelijke wijven. Dan zeg je tegen je eigen vrouw: 'nou dan neem ik jou maar.'
Ik keek naar de plas bloed op mijn bord. Dat kreeg je van verrassingsmenu's.

vrijdag 15 juli 2011

Snap je dat?

Fabio moet binnenkort tegen zijn zin voor drie maanden naar zijn thuisland. Wat hij daar precies gaat doen, wordt mij niet duidelijk, maar hij heeft voor vervanging gezorgd. Daar zat ik behoorlijk mee. Moet ik zelf op zoek naar een nieuwe schoonmaker of niet? Ik durfde er niet over te beginnen, omdat het nogal cru klonk. Alsof ik alleen maar bezig was met het schoonhouden van mijn eigen benepen huisje terwijl er mensen zijn die er heel anders voorstaan. Gelukkig begint hij er zelf over. De vervangster is zesentwintig en al een half jaar in Nederland. Ze heeft in Brazilië een man en een kind.
'Ze probeert haar man nu ook hier te krijgen,' zegt Fabio.
'En haar kind natuurlijk,' knik ik enthousiast.
'Nee, die niet,' zegt Fabio.
'Die niet? Moet het kind alleen achterblijven?'
'Bij oma,' zegt hij.
'Vind je dat normaal of zo?'
'Ze willen geld bij elkaar sparen om daar een huis te bouwen.'
'Dat kan jaren duren.'
'Als ze daar blijven, komen ze nooit verder, Elkie.'
'O, maar dat kind dan? Dat is straks achttien en dan komen zijn ouders ook eens aankakken met hun klotehuisje. Ik snap dat niet.'
'Jouw overburen hebben een televisie in hun badkamer!' zegt Fabio, 'snap je dat? Dan merk je niet eens dat je in bad zit. En maar tv kijken. En maar tv kijken. En het water is allang koud geworden.'

donderdag 14 juli 2011

De grote buik van Fabio

De schoonmaker wordt gebeld. Het is een vriend die vanavond bij hem wilde komen eten maar nul op rekest krijgt.
'Ik hou niet van eten, Elkie. Ik vind het onzin,' zegt Fabio als hij klaar is met telefoneren.
'Waarom?'
'Je eet het op, en de volgende dag ligt het in de wc,' zegt hij, 'dat vind ik nutteloos.'
'O, nou, maar.'
'En ik wil dun worden!' zegt hij ferm. 'Hoe kom jij eigenlijk zo dun? Jij bent moeder van twee kinderen.'
'Maar jij bènt toch dun, Fabio?'
'Ik heb een hele grote buik.'
Er staat een kleine, uiterst tengere man in de keuken. De grote buik is nergens te zien. Zelfs een lichte bolling van zijn t-shirt, is met mijn blote oog niet waar te nemen. De analyse is al gemaakt. Er schieten mij ineens wel erg veel gesprekken met hem te binnen over eten, vetzucht en zijn aperte afkeer van de dichtslibbende mens. Hij heeft al heel vaak gevraagd naar mijn voedingspatroon Ook heb ik hem nog nooit iets in zijn mond zien stoppen. Clear.
'Eh?' zeg ik, 'Jij hebt denk ik anorexia nervosa.'
'Wat?'
'Dat is een ziekte. Je dènkt dat je dik bent, maar je bent het helemaal niet. Je ziet in de spiegel iets anders, dan er is. Dat heb jij.'
'Dat heb ik niet,' zegt Fabio, 'ik heb een grote buik.'
Daar laten we het bij voor vandaag. Misschien ontgaat mij iets. Ik wil niet zover gaan dat de schoonmaker nu voor mij zijn t-shirt omhoog moet doen. Dan zal hij zijn kerstpakket, volgestouwd met bonbons - dat eten 'ze' anders nooit - ook wel weggegooid hebben, denk ik meteen.

dinsdag 12 juli 2011

Stappen overslaan

Vanmorgen om kwart voor zeven besloot ik het bed uit te gaan om mijn dagelijkse rondje van 3 kilometer te rennen. Nog in bed zag ik mezelf al gaan in mijn rode korte broek. Het deed me goed. In gedachten vloog ik over het asfalt, was ik in een wip weer thuis. Met een geweldig humeur en rode wangen begon ik het ontbijt voor de hele familie klaar te maken, kopje koffie erbij.
Maar eenmaal op het asfalt waren mijn benen erg zwaar, alsof die nog sliepen. Het lichaam was log. De stront liet zich maar moeilijk uit de ogen verwijderen. Ik besefte: ook een klein rondje, is een rondje. Echt elke meter moet gerend worden. Je kunt niet een paar stappen overslaan. Het blijft zwoegen.
Zo ook met schrijven. In gedachten heb ik al bijna twee boeken geschreven. Ik weet waar ze over gaan. Hoef het alleen nog maar op te schrijven. Een paar maandjes en af is het. Kopje koffie erbij en op naar het volgende idee.
Maar echt elke letter moet opgeschreven worden.

maandag 11 juli 2011

Anekdote overstijgend

Nieuwe opnames van Torpedomagazine stukjes in de Rode Hoed. Ik kwam er om elf uur in de ochtend. Maar goed ook, anders had ik nog de hele dag geschaafd aan mijn stukjes.
Na de opnames, eet ik, - in het illustere gezelschap van A.L Snijders, Joubert Pignon, Tommy Wieringa, Carel Helder & dochter, cameraman Hens en assistente Miep, broodjes ham.
Het was goed gegaan, dus een broodje ging er wel in.
De handdruk van de heer Snijders voel ik, allang weer thuis, nog steeds. Ik was er niet op beducht. Zoals ook bij lezing van het eerste tekstje mijn stem nog te zacht had geklonken. Die moest harder. Het is de instelling van krachtige handdrukken en luide stemmen. Daar moet ik af en toe aan herinnerd worden.
Ik denk nu aan wat we daar bespraken over het schrijven van korte stukjes en hoe ingewikkeld dat feitelijk is, of kan zijn. Omdat het de anekdote moet overstijgen. Ik wil het eigenlijk niet zo serieus nemen. Anders moet ik met dit weblog stoppen. Daar neigt het soms naar.

zaterdag 9 juli 2011

De structuur is helder

'Wanneer schrijf jij nou eens een keer een kinderboek?' zegt Jeetje. 'Ik wil dat jij een kinderboek schrijft!'
Aha. Hier gebeurt iets. Moeder wordt uitgedaagd. Je hoeft bij moeder niet al te hard aan te dringen, of ze heeft deze uitdaging aangenomen. Zeker als haar dochter erom vraagt. Het arme kind wil een fatsoenlijk boek.
'En dan gaan we naar de winkel om jouw boek te kopen,' gaat Jeetje door.
'Nou, als ik dat boek al helemaal geschreven heb, ga ik het natuurlijk niet kopen,' zegt moeder, 'maar waar moet het eigenlijk over gaan?'
'Over een gelukkig en tevreden meisje,' zegt Jeetje meteen.
'O,' zegt moeder teleurgesteld. 'Een gelukkig en tevreden meisje.'
'Ja, een gelukkig en tevreden meisje,' zegt Jeetje.
'Maar,' zegt moeder. 'Wat moet ik daarmee?'
'En op een dag komt ze erachter dat ze kan vliegen,' zegt Jeetje.
'Aha!' Moeder veert op. Vliegen betekent neerstorten, denkt ze. 'En waar wil dat gelukkige meisje dan naartoe vliegen?'
'Naar de hemel,' zegt Jeetje.
'Nou, nou, nou.' Moeder schudt haar hoofd. De hemel is haar te pathetisch en te symbolisch.
'Ze wil naar de hemel, de sterren en de maan vliegen,' zegt Jeetje, 'Wat is daar mis mee?'
'Dan moet er onderweg natuurlijk iets gebeuren,' zegt moeder. 'Een hemelmonster of zo.'
'Ja, hèhè!' Jeetje zucht diep. 'Dat is nou juist het héle boek, dat zijn de hoofdstukken die jij op moet schrijven. Ze kan vliegen. Ze gaat naar het heelal! En onderweg gebeuren er dingen. Misschien een hemelmonster, ik weet niet wat. Als het op het eind maar goed komt. Dan is het meisje weer thuis bij haar papa en haar mama.'
'Maar wàt moet er dan gebeuren onderweg?'
'Ja, eh, jij gaat het boek schrijven. Niet ik,' zegt Jeetje. 'Doei.'

vrijdag 8 juli 2011

Daar zijn geen woorden voor

We staan met de hele familie voor onze gesloten deur. Het regent.
'Geef mij dat deuropenmaakding eens,' zeg ik.
Man kijkt mij aan.
'Wat is er? Geef nou!'
'Het is ernstig dat je het zelf niet eens meer hoort,' zegt hij, 'deuropenmaakding. Het is toch ook veel omslachtiger dan sleutel?'

Een schrijver met woordvindingsproblemen. Hier zit er één.
Het vreemde is dat de woordvindingsproblemen zich nauwelijks voordoen als ik schrijf. Ja, soms moet ik zoiets googelen: 'ding waar je op kunt zitten.' Of: 'het geeft licht.'
Maar bij het schrijven komen de woorden meestal uit een reservoir diep in mij, daar waar ik in het dagelijkse leven niet bij kan.
Daarom heeft het voor mij iets mystieks.