vrijdag 29 juli 2011

Agota Kristof

Kut, Agota Kristof is dood. Ik was haar een beetje vergeten. Ik had ook allang niets nieuws meer van haar gelezen, maar ik gebruik haar boek 'Het dikke schrift' nog altijd in mijn les.
Ik lees bij elke cursus weer het hoofdstuk 'Onze lessen' voor en dan zeg ik: 'zo moet het.'
De cursisten stribbelen altijd tegen.
'Waarom moet het zo?'
'Zo gaan we het vandaag doen.'
'Ik schrijf heel anders.'
'Probeer het maar eens.'
'Maar ik hou veel van mooie, poëtische taal.'
'Dat doe je thuis dan maar. Dit is een les. Je moet doen wat ik zeg.'

Een fragment uit het hoofdstuk:
'Om te zien of het 'goed' is of niet 'goed' hebben wij een heel eenvoudige regel: het opstel moet waar zijn. Wij moeten opschrijven wat er is, wat wij horen, wat wij doen. Bijvoorbeeld, het is verboden te schrijven: 'Grootmoeder lijkt op een heks,' wat wel mag is schrijven: 'De mensen noemen Grootmoeder de Heks.'
Het is verboden te schrijven: 'De Kleine Stad is mooi,' want de Kleine Stad kan mooi zijn in onze ogen en lelijk in die van iemand anders. En als wij schrijven: 'De ordonnans is aardig,' is dat geen waarheid, want de ordonnans kan in staat zijn tot gemeenheiden waar wij niet van weten. Wij schrijven dus gewoon: 'De ordonnans geeft ons dekens.'
Wij schrijven: wij eten veel noten. 'En niet: 'Wij houden van noten', want 'houden van' is geen duidelijk woord, het is niet precies en objectief genoeg. 'Van noten houden en 'van onze Moeder houden,' dat kan niet hetzelfde betekenen...'
(...) Woorden die een gevoel aanduiden zijn heel vaag, het is beter het gebruik ervan te vermijden en zich te houden aan de beschrijving van de dingen, van de mensen en van zichzelf, dat wil zeggen aan de getrouwe beschrijving van de feiten.

Mijn scriptie heb ik deels over haar trilogie: Het dikke schrift, Het bewijs en De derde leugen geschreven. Dat is alweer vijftien jaar geleden. Ik weet er nu weinig meer van. Maar ik vind dat iedereen die trilogie moet lezen.
'Moet?'
'Ja. Moet. Of dan tenminste Het dikke schrift.

dinsdag 26 juli 2011

Die nacht kon ze niet slapen

Eén maandag uit het leven van Jeetje (6)

Over de hongersnood in Afrika. Jeetje zit met een vol bord rijst met groenten voor haar neus.
'De mensen zijn zo dun, je ziet hun skelet door hun vel heen schemeren.'
'Maar waarom gaan ze daar dan dood van de honger?' vraagt Jeetje.
'Het is er zo extreem droog gebleven dat alle oogst is mislukt en daarom hebben ze niets te eten. Of heel weinig. Een handje rijst per dag.'
'Maar goed dat het hier vaak regent.'
'Ja, wij wonen in een heel rijk land.' Ik besluit corruptie even buiten beschouwing te laten.
'Dan moeten moeten die mensen maar snel allemaal naar Nederland komen.'
'Ja en dàt mag niet.'
'Waarom niet?'
'Ze passen niet allemaal in ons land.'
'Ik ga pannen met eten daar naartoe brengen,' zegt Jeetje. 'Eh...' Ze zoekt naar een goeie oplossing voor de hongersnood.
'Onze regering geeft wel geld aan die landen, hè, om te helpen. Maar niet genoeg. Ook weer niet zo heel veel.'
'Wij moeten zelf ook geld overhouden,' zegt Jeetje. Ze neemt plotseling grote happen.
'Ik wil niet dat je mijn skelet ziet,' zegt ze. 'Ik ben ook dun.'

Over de dood Amy Winehouse.
'Was ze oud dan of ziek?'
'Nee.'
'Dan is ze zeker doodgemaakt?'
'Nee.'
'Hoe kan het dan dat ze dood is gegaan?'
'Ze dronk zoveel wijn dat ze doodging. Ze at niet, ze dronk wijn. Ze bleef maar wijntjes drinken en kon niet stoppen. Daaraan is ze gestorven.'
'O, dan heeft ze niet goed naar zichzelf geluisterd.'

Ze bezocht Naturalis in Leiden en was thuisgekomen met de dvd Walking With Beasts waarin de levenswijze van uitgestorven diersoorten getoond wordt. Er vloeit nogal wat bloed in die serie. De groten maken de kleinen af.
'Toen waren er nog geen mensen en geen huizen op de aarde,' zegt man opgewekt. 'En misschien zal het over een hele poos wel weer zo zijn. Dan zijn wij mensen weer verdwenen.'
'Verdwenen,' vraagt Jeetje. 'Wanneer?'
'Wij zijn eigenlijk nog maar heel kort hier.' zegt man. 'Wij mensen bestaan nog niet zo lang.'
'Ik ben er toch al best lang?' zegt Jeetje tegen mij. 'En jij nog veel langer, en er zijn voor ons al mensen doodgegaan. En daarvoor ook. En daarvoor.'

'Noorwegen? Wat is er dan precies in Noorwegen gebeurd?'
'O, niks.'

zaterdag 23 juli 2011

Aandacht

Ik wilde hier iets schrijven over het grote nieuws dat schrijver Dautzenberg uit Tilburg-Noord lid is geworden van pedofielenvereniging Martijn. Uit piëteit, vanwege zijn sterk ontwikkelde gevoel voor rechtvaardigheid; omdat iedere andersdenkende in dit land tegenwoordig verguisd wordt. Lees hier .
Ik kon de krant van vorige week niet vinden waarin het interview met een ander lid van die club stond. Ik herinnerde me van het artikel alleen nog de uitspraak: 'Ouders denken dat kinderen van hen zijn, maar ze zijn van iedereen.' Misschien is dat ook wel genoeg.
Wat een dappere schrijver, hè. Om zomaar lid te worden van een pedofielenvereniging. 'Want in onze 'fantasie' mag alles.' En dat is ook zo. Maar het is geen fantasievereniging. De meeste mensen die daar lid van zijn, zijn ook geen schrijvers. Het gaat hen niet om de fantasie.
Het weerloze kind is een onverwoestbaar icoon voor de politiek om kiezers te mobiliseren. Ook voor schrijvers, blijkbaar.
Wat ik wilde schrijven was: wat een aanstellerige, aandachttrekkerige actie. Alsof er niets beters te doen is.

donderdag 21 juli 2011

Verwend volk

Nadat ik het schrijven een beetje zat was, fietste ik naar de stad voor de uitverkoop kinderkleren bij Petit Bateau. Op de terugweg was er een verschrikkelijke wolkbreuk die anderhalf uur zou gaan duren. Maar dat wist ik toen nog niet, ik dacht aan zo'n bui die na vijf minuten weer over is. Dus wachtte ik in een portiekje. Normaal doe ik dat nooit, maar deze keer dacht ik: laat ik verstandig zijn, waarom natregenen? ook dacht ik aan mijn papieren tas met kleding. Een uur later was de regenval alleen maar heviger geworden, het portiekje voller.
'Dit stond al in de bijbel,' zei een mede-schuiler.
'O ja?'
'Dit is de zondvloed,' zei hij dramatisch. 'De zondvloed.'
Thuis heb ik het water van de zondvloed uit mijn schoenen gegoten, terwijl ik een douche nam werden mijn biologische kipkluifjes opgewarmd. 's Avonds las ik in NRC over de hongersnood en zag de foto van een moeder die haar uitgemergelde kleuter voedde. Man was bij de AH ijs aan het halen en drop.

dinsdag 19 juli 2011

Sex appeal

Toen we tijdens het dessert voor elkaar de outfits bedachten, - het surfpak, de verpleegstersschort, een latex pakje - die we onder onze decente mantels zouden dragen, op weg naar de parenclub, kwamen we bij mij uit. Waar was ik nou precies het type voor?
Tot die tijd was het lachen, gieren, brullen geweest. Maar nu viel het stil. Ze keken mij alledrie aan.
'Heidi misschien?' opperde ik.
'Welnee! Heidi is blond en struis.'
Heidi werd afgedaan. Gefronste wenkbrauwen zag ik. Nadenkende blikken.
'Tja,' werd er gezegd.
Ik werd grondig bestudeerd, maar verder dan 'tja' ging het niet. Het lukte zelfs niet mij te visualiseren in een pikant pakje. Moet je nagaan.
'Een masker?' werd er ten slotte geopperd. 'Jij moet gemaskerd.'
'Iets dat hooggesloten is in ieder geval.' Daar was men het over eens.
'Een burka?'
Tijdens de koffie werd het bananenrokje genoemd. Maar dat was meer omdat het zielig voor mij was, dan dat ik er echt het type voor was.

maandag 18 juli 2011

Verrassing

Op onze zoveelste trouwdag zaten we met vrienden in een restaurant. Stel tegenover stel. We hadden het verrassingsmenu gekozen. Eerst ging het over scheidingen, dat we nu zo'n beetje in de fase terechtgekomen waren dat men ging scheiden. Toen kwam de midlifecrisis kort aan bod, direct gevolgd door het fenomeen parenclubs. Dat er meer mensen naar die clubs gingen dan je zou denken. We kenden allemaal wel iemand. Of dan tenminste vrienden van vrienden. Maar er rustte toch nog een taboe op.
'Dat is voor als je op je vrouw bent uitgekeken, maar je wil niet naar de hoeren,' zei man luid.
'Nou zeg,' zei ik, 'doe niet zo ontzettend boertig.' Terwijl ik in mijn entrecote prikte, keek ik kort naar onze vrienden. Ze gaven geen sjoege.
'Het is niet zoveel gedoe als een minnares,' ging man door, 'en goedkoper dan een hoer.'
'Heb je er weleens aan gedacht dat het ook iets met een relatie maken kan hebben?' zei ik, 'dat een stel op een gegeven moment behoefte heeft aan meer uitdaging?'
'O, je hoeft het niet met anderen te doen hoor! Je kunt ook gewoon je eigen partner nemen,' wisten onze vrienden ons ook nog te vertellen.
'O ja!' lachte man, 'dan kijk je rondom je heen en zie je allemaal hele lelijke wijven. Dan zeg je tegen je eigen vrouw: 'nou dan neem ik jou maar.'
Ik keek naar de plas bloed op mijn bord. Dat kreeg je van verrassingsmenu's.

vrijdag 15 juli 2011

Snap je dat?

Fabio moet binnenkort tegen zijn zin voor drie maanden naar zijn thuisland. Wat hij daar precies gaat doen, wordt mij niet duidelijk, maar hij heeft voor vervanging gezorgd. Daar zat ik behoorlijk mee. Moet ik zelf op zoek naar een nieuwe schoonmaker of niet? Ik durfde er niet over te beginnen, omdat het nogal cru klonk. Alsof ik alleen maar bezig was met het schoonhouden van mijn eigen benepen huisje terwijl er mensen zijn die er heel anders voorstaan. Gelukkig begint hij er zelf over. De vervangster is zesentwintig en al een half jaar in Nederland. Ze heeft in Brazilië een man en een kind.
'Ze probeert haar man nu ook hier te krijgen,' zegt Fabio.
'En haar kind natuurlijk,' knik ik enthousiast.
'Nee, die niet,' zegt Fabio.
'Die niet? Moet het kind alleen achterblijven?'
'Bij oma,' zegt hij.
'Vind je dat normaal of zo?'
'Ze willen geld bij elkaar sparen om daar een huis te bouwen.'
'Dat kan jaren duren.'
'Als ze daar blijven, komen ze nooit verder, Elkie.'
'O, maar dat kind dan? Dat is straks achttien en dan komen zijn ouders ook eens aankakken met hun klotehuisje. Ik snap dat niet.'
'Jouw overburen hebben een televisie in hun badkamer!' zegt Fabio, 'snap je dat? Dan merk je niet eens dat je in bad zit. En maar tv kijken. En maar tv kijken. En het water is allang koud geworden.'