woensdag 21 september 2011

Nog vier dingen...

Er kwamen twee UVA studentes binnen om te vragen of ik gelukkig was op de plek waar ik woonde. Ze wilden daar een half uur voor uittrekken.
'Wat leuk dat jullie daar onderzoek naar doen.'
'We doen verder niets met de uitkomst van het onderzoek.'
'O nee.
'We moeten dit onderzoek doen voor de opleiding.' Ze zetten de bandrecorder aan en staken van wal.
'Waarvan wordt u gelukkig?'
'Wat bedoelen jullie?'
'Nou, wat u nodig hebt om gelukkig te kunnen zijn.'
'Wat ik nódig heb...'
'Wat heeft u allemaal nodig om geluk te kunnen ervaren. Vijf dingen.'
'VIJF?'
Het bleef een hele tijd stil.
'Misschien heeft u er nooit zo over nagedacht?' opperden de studentes voorzichtig.
'Als de kinderen ergens gelukkig zijn, ben ik het ook,' zei ik. 'Daar gaat het toch om.'
De bandrecorder liep. De studentes schreven mijn antwoord op. Daarna keken ze me weer aan.
'Goed, jullie overvallen me een beetje met deze vraag,' zei ik.

dinsdag 20 september 2011

Vlak voordat je fantastisch bent

Je moet dingen spelen waarvoor je je eigenlijk schaamt; domme, rare dingen, totdat je ineens iets doet wat je niet had verwacht. Want zo werkt het: vlak voordat je fantastisch bent, ben je hopeloos slecht.
Dit las ik net in een interview met Tom Barman in NRC van zaterdag. Vervang spelen voor schrijven.
Dit ga ik volgende week doceren. Ik denk dat het les 1 wordt.

maandag 19 september 2011

Toewijding

Ik printte vanmiddag ineens een a-vier uit waar zeven keer het woord 'toewijding' opstond. Dat vel papier ligt hier nu op mijn bureau. Het staat er zo lekker simpel.
Het enige wat mij te doen staat. Mij onderwerpen aan de materie. Mij overgeven. Mij er aan toewijden.

Het schrijven van een roman vereist meer toewijding dan het schrijven van verhalen. Je toewijden aan het idee, de personages, het verhaal. Ook wel gelijk aan ergens helemaal in geloven.
Dus typte ik 'toewijding' in vette kapitalen en printte ik het uit. Opdat ik het de komende tijd niet zou vergeten.

vrijdag 16 september 2011

Tik

In onze buurt, op de route van school naar huis, zie ik de rode auto geparkeerd staan. Zoals gewoonlijk heb ik de garagestickers onder alle nummerborden gescand.
Mijn hart maakt een sprongetje. De rode auto komt uit een garage in Groesbeek. Groesbeek!
Ik kom helemaal niet uit Groesbeek, de grootste boeren kwamen uit Groesbeek, maar Heijen ligt er niet ver vandaan. Ik woon nu al langer hier dan dat ik daar ooit gewoond heb, toch kijk ik naar de auto's.
In de straat waar we eerst woonden, stond altijd een auto van garage Cup uit Heijen. Dat was helemaal een vertrouwd gevoel. Misschien waren de auto en ik daar wel ooit tegelijk. Waar we nu wonen, staan alleen maar Hollandse auto's.
Ik doe dit trouwens ook bij fietsen. Overal in Amsterdam ben ik al fietsen van fietsenmaker Koenders uit Heijen tegengekomen. Ze zagen er allemaal nog goed uit.

donderdag 15 september 2011

Ik besta

Fabio gaat terug naar zijn moederland. Voor drie maanden. Of voor altijd. Dat wordt me niet duidelijk.
'Mag ik een foto van jou maken?' vraagt hij.
'Waarom?'
'Ter herinnering.'
'Kom je niet meer terug dan?'
'Jawel, maar het is het bewijs dat ik hier gewerkt heb. De mensen geloven me niet. Ze geloven me nooit.'
'Dan geef je ze toch gewoon mijn telefoonnummer?'
'Dat kan ook.' Stilte. 'Wil je dan van mij een foto maken?' Hij pakt zijn fototoestel.
Ik fotografeer Fabio in een poetsende houding. Het moet drie keer over voor ik hem scherp heb.
'Alles is moeilijk als je niet bestaat, Elkie,' zegt hij.
'Je bestaat wel, hè,' zeg ik. 'Daar heb je nu een foto van.'
Hij knikt. Hij kent dat soort grapjes nu ondertussen wel. 'Mag ik nou ook een foto van jou maken?' vraagt hij.
Even later sta ik voor de camera van Fabio, en wacht tot hij eindelijk klikt. Klik. Flits.
Ik word geflitst.

woensdag 14 september 2011

Dit moet nog anders!

Kijkt u vandaag naar het filmpje: Doucheputje.
Bij een foto in mijn dagboek, van mijzelf als vijftienjarige, staan allemaal pijlen. Met punten van verbetering. De titel die ik boven de foto geschreven heb, luidt: Dit moet nog anders!
Het ziet zwart van de pijlen naar alle delen van mijn lichaam.
Vernietigende kritiek, heel detaillistisch ook, zorgvuldig door mijzelf genoteerd. Dat doen pubers. Zo zijn ze.
Toch heb ik bij zo'n filmpje steeds de neiging hetzelfde te doen. Om een kijkwijzer te maken met verbeterpunten.

dinsdag 13 september 2011

Protest

Deetje (bijna anderhalf) wil niet meelopen naar de crèche, dus draag ik haar. Ze knijpt me hard in mijn nek terwijl ik loop. De glijbaan in de hal vindt ze altijd geweldig. Vandaag ook. Al juicht ze er niet bij. Al glijdt ze er niet vanaf. Vandaag gaat ze achterstevoren de trap op. Rechtopstaand. Achteruitlopend. Ze blijft mij daarbij recht aankijken.
'Je moet je omdraaien, Deetje,' zeg ik. 'Je kunt vallen zo.'
Ze geeft geen krimp, loopt de trap af en gaat dan weer achteruit omhoog. (x 100)

Als ik wegga, ligt ze voor dood - met haar armen en benen gespreid - op de vloer. En kijkt mijn kant op.
Het boekje over de dierentuinbeesten dat ik haar voor wilde lezen, heeft ze een paar keer uit mijn handen geslagen, voordat ze het tenslotte zelf de ruimte in slingert. Ze laat zichzelf achterover op de grond vallen. Zo blijft ze liggen. Tot ze uiteindelijk één been optrekt, en haar ene schoen begint uit te trekken, dan haar andere schoen en haar sokken. Haar donkere wenkbrauwen gefronst, een pruillip.
'Hier zien we een typische boze peuter,' zegt de leidster. 'Dat is normaal.'
Ik zie ook die blik in haar oogjes. Word ik nu nog niet begrepen? zeggen die. Het is mij best duidelijk: ze heeft geen zin vandaag. Maar ze moet van mij. Ik laat haar gewoon achter.