Op de dag dat Steve Jobs stierf, kreeg mijn vader een I-pad. Met de I-pad opende de digitale wereld zich definitief voor hem. De I-pad is makkelijk te bedienen. De letters op het toetsenbord zitten dicht bij elkaar, dan heb je ze sneller gevonden.
'Waarom zitten die dingen niet gewoon op alfabetische volgorde,' heb ik hem vroeger heel vaak horen zeggen. Met zijn vinger cirkelend boven het toetsenbord op zoek naar de e, en de f die dan weer heel ergens anders staat. Op deze manier kostte het overbrengen van zijn groet te veel tijd, dus mailde hij nooit.
Tegenwoordig ontvang ik mail van hem: 'Hallo Elke, ik zie vanaf mijn I-pad dat je man al heel lang in het café zit op het Kadijksplein. Groet je vader.'
'Dag vader,' schreef ik terug, 'ik ben blij dat jij zijn routes nu ook bijhoudt. Als-ie die navigatiefunctie een keer uitzet, weten wij genoeg. Groet je dochter.'
Waarop mijn moeder tijdens het skypen zegt: 'En jij dan? Waarom kunnen wij op papa's I-pad niet zien waar jij overal naartoe gaat?'
maandag 17 oktober 2011
donderdag 13 oktober 2011
Last mensen
Dus ik schrijf het liefst over mensen die mij lastig vallen/tot last zijn/mij storen. Dit zat ik te bedenken in de tram. Daarna kwam ik erop dat welbeschouwd iedereen mij stoorde. Al van jongs af aan. En nog voor de tram het centraal station bereikte, was de hele wereld een grote stoorzender geworden. Ik moet wel een heel erge misantroop zijn, mijmerde ik. Dat zou je niet zeggen als je mij zo zag zitten. Maar waarin stoort iedereen mij zo? Waar ben ik dan zo mee bezig dat ik steeds het gevoel heb lastig gevallen te worden? Ik moest het antwoord schuldig blijven. Daarbij komt dat de jaren waarin ik werkelijk niet werd lastiggevallen, niet mijn gelukkigste waren. De kinderwagen probeerde ik de tram uit te rijden. Dat ging niet.
Als anderen mij niet tot last zijn, ben ik mezelf tot last, concludeerde ik. Zo houd ik altijd wat te schrijven. De tramdeuren waren al aan het dichtgaan. Toen sjouwde ik tenslotte de hele wagen er maar uit.
Even later liep ik met Deetje in de wagen in de stortregen, door de Nieuwendijkstraat. De rolluiken van de winkels zaten nog dicht, behalve die van de Hema. Zeiknat kwamen we de Hema in.
'Poep,' had Deetje al een paar keer gezegd, 'poep.' En als Deetje poep zegt, bedoelt ze ook poep. De toilet was boven. Ik probeerde de wagen de roltrap op te duwen. Deetje gilde toen ze naar achter kwam te vallen in haar wagen. Maar ik kon het ding net tegenhouden. Nat van het zweet en de regen was ik.
'Ik heb maar 20 cent in plaats van 30 cent,' zei ik tegen de toiletjuffrouw, 'mag ik haar toch verschonen?'
'Als je zelf niet gaat plassen,' zei de toiletjuffrouw. 'Verschonen vind ik goed, plassen niet. Als je wil plassen moet je toch echt beneden gaan pinnen.'
'Ik plas niet.'
In het invalidetoilet was ik steeds bang dat de juffrouw dacht dat ik stiekem aan het plassen was, dus vertelde ik mijn handelingen hardop aan Deetje (eigenlijk aan de juffrouw achter de deur). Het luier verwisselen duurde namelijk vrij lang omdat Deetje geen zin had. Die werd nogal gestoord door mij; in haar zijn. Terwijl ze zich dadelijk met een schone luier om veel fijner zou voelen. Maar dat wist ik, dat wist zij niet.
Als anderen mij niet tot last zijn, ben ik mezelf tot last, concludeerde ik. Zo houd ik altijd wat te schrijven. De tramdeuren waren al aan het dichtgaan. Toen sjouwde ik tenslotte de hele wagen er maar uit.
Even later liep ik met Deetje in de wagen in de stortregen, door de Nieuwendijkstraat. De rolluiken van de winkels zaten nog dicht, behalve die van de Hema. Zeiknat kwamen we de Hema in.
'Poep,' had Deetje al een paar keer gezegd, 'poep.' En als Deetje poep zegt, bedoelt ze ook poep. De toilet was boven. Ik probeerde de wagen de roltrap op te duwen. Deetje gilde toen ze naar achter kwam te vallen in haar wagen. Maar ik kon het ding net tegenhouden. Nat van het zweet en de regen was ik.
'Ik heb maar 20 cent in plaats van 30 cent,' zei ik tegen de toiletjuffrouw, 'mag ik haar toch verschonen?'
'Als je zelf niet gaat plassen,' zei de toiletjuffrouw. 'Verschonen vind ik goed, plassen niet. Als je wil plassen moet je toch echt beneden gaan pinnen.'
'Ik plas niet.'
In het invalidetoilet was ik steeds bang dat de juffrouw dacht dat ik stiekem aan het plassen was, dus vertelde ik mijn handelingen hardop aan Deetje (eigenlijk aan de juffrouw achter de deur). Het luier verwisselen duurde namelijk vrij lang omdat Deetje geen zin had. Die werd nogal gestoord door mij; in haar zijn. Terwijl ze zich dadelijk met een schone luier om veel fijner zou voelen. Maar dat wist ik, dat wist zij niet.
woensdag 12 oktober 2011
Live in de uitzending
Een Torpedomagazine filmpje over toen ik een keer live in een uitzending was en probeerde het hikken tegen te gaan.
dinsdag 11 oktober 2011
Luie schrijver
Ik heb niets meegemaakt vandaag en als ik iets heb meegemaakt schrijf ik daar toch niet over. Hoe curieus. Ik ben nog niet buiten geweest. Mijn haar valt met bossen uit op het toetsenbord. Jawel, ik ben vanmorgen met de kleine naar de crèche gewandeld. Daar heb ik haar achtergelaten. Ik voel nog hoe ze zich aan me vastklemde.
'Je bent heel vaak de deur uit', zei man gisteren, 'daar schrijf je nooit over. Maar wel over bovenbuurvrouwen en schoonmakers. Je bent een luie schrijver.'
Ik heb regelmatig lol als ik aan het werk ben aan boek drie. Ook regelmatig denk ik: Hier ligt Elke G. Na twee boeken heeft ze nooit meer iets af gekregen.
Het gekke is dat ik als ik over de toekomst denk, ik altijd in grafschriften denk. Zo gek is dat ook weer niet.
'Je bent heel vaak de deur uit', zei man gisteren, 'daar schrijf je nooit over. Maar wel over bovenbuurvrouwen en schoonmakers. Je bent een luie schrijver.'
Ik heb regelmatig lol als ik aan het werk ben aan boek drie. Ook regelmatig denk ik: Hier ligt Elke G. Na twee boeken heeft ze nooit meer iets af gekregen.
Het gekke is dat ik als ik over de toekomst denk, ik altijd in grafschriften denk. Zo gek is dat ook weer niet.
maandag 10 oktober 2011
Schoonmaakpolitie
'O. Sorry, ik heb nog niet opgeruimd,' zeg ik, 'jullie zijn een uur eerder.'
'Mijn hoofd draait rond,' zegt Fabio.
Lag ik net nog languit op de vloer de krant te lezen, het volgende moment staat er een erg lang en breed Braziliaans echtpaar van een jaar of zestig voor mijn neus. Op sokken. Ze knikken naar me en kijken inspecterend rond. Een Braziliaanse bouwvakker en zijn vrouw is de vervanging die Fabio uiteindelijk voor ons heeft weten te regelen. Ze kunnen alleen Portugees spreken en verstaan. Fabio en ik steken schriel af bij die twee.
'Wat kwamen jullie ook alweer doen?' vraag ik Fabio.
'We komen eten en drinken. We hebben honger! roept hij. 'Nee, ik laat ze even zien waar alles staat.'
Achter Fabio's rug wijst de vrouw met haar vinger naar haar voorhoofd. Ze glimlacht haar gouden voortand bloot. De man schudt meewarig zijn hoofd, en wijst ook naar zijn voorhoofd. Het is alsof hij zijn ouders heeft meegenomen. Fabio laat het huis aan zijn moeder zien en ik blijf met zijn vader beneden achter. Ik durf hem niet aan te kijken.
'Een zestigjarige bouwvakker? Maar heeft hij wel verstand van schoonmaken dan?' had ik al een paar keer aan Fabio gevraagd.
'Mijn hoofd draait rond,' zegt Fabio.
Lag ik net nog languit op de vloer de krant te lezen, het volgende moment staat er een erg lang en breed Braziliaans echtpaar van een jaar of zestig voor mijn neus. Op sokken. Ze knikken naar me en kijken inspecterend rond. Een Braziliaanse bouwvakker en zijn vrouw is de vervanging die Fabio uiteindelijk voor ons heeft weten te regelen. Ze kunnen alleen Portugees spreken en verstaan. Fabio en ik steken schriel af bij die twee.
'Wat kwamen jullie ook alweer doen?' vraag ik Fabio.
'We komen eten en drinken. We hebben honger! roept hij. 'Nee, ik laat ze even zien waar alles staat.'
Achter Fabio's rug wijst de vrouw met haar vinger naar haar voorhoofd. Ze glimlacht haar gouden voortand bloot. De man schudt meewarig zijn hoofd, en wijst ook naar zijn voorhoofd. Het is alsof hij zijn ouders heeft meegenomen. Fabio laat het huis aan zijn moeder zien en ik blijf met zijn vader beneden achter. Ik durf hem niet aan te kijken.
'Een zestigjarige bouwvakker? Maar heeft hij wel verstand van schoonmaken dan?' had ik al een paar keer aan Fabio gevraagd.
vrijdag 7 oktober 2011
Het heerst echt
's Nachts had ze drie keer overgegeven maar ze wilde 's morgens met alle geweld naar school.
'Alleen als je wat eet,' zei ik. Ze pakte een rijstwafel en besmeerde die traag met pindakaas.
De eerste keer had ze in haar slaap overgegeven en daar in liggen rollen. Ze had blijkbaar veel gegeten die avond. Ik keek of de brokjes, die ik 's nachts niet weg kreeg, nu wel uit haar lange haren waren. Ik rook eraan. Hevige, misselijkmakende shampoo geur. Maar dat was omdat ik de haren vannacht wel drie keer achter elkaar waste en heel veel shampoo gebruikte. Meer shampoo haalt de klonterige stukjes niet weg. Ze had yoghurt met muesly gegeten als toetje.
'Je moet wel een beetje opschieten,' zei ik.
Ze nam een hapje van haar rijstwafel.
'Je moet er wel een beetje zin in hebben,' zei ik.
Dat had ze, zei ze.
Om kwart over twaalf zag ik haar al op het kale schoolplein staan. Haar blonde haren waaiden voor haar gezicht. Ze was smal en lang in haar zwarte legging met zwart t-shirt. Haar spijkerjasje was open. Ze had haar armen en benen tegen elkaar aangedrukt. Zodra ze me zag, begon ze te huilen. Ze stond er al heel lang en ik kwam maar niet.
'Hoe voelde je je vandaag?' vroeg ik toen ze achterop de fiets zat.
'Alleen,' zei ze.
'Alleen als je wat eet,' zei ik. Ze pakte een rijstwafel en besmeerde die traag met pindakaas.
De eerste keer had ze in haar slaap overgegeven en daar in liggen rollen. Ze had blijkbaar veel gegeten die avond. Ik keek of de brokjes, die ik 's nachts niet weg kreeg, nu wel uit haar lange haren waren. Ik rook eraan. Hevige, misselijkmakende shampoo geur. Maar dat was omdat ik de haren vannacht wel drie keer achter elkaar waste en heel veel shampoo gebruikte. Meer shampoo haalt de klonterige stukjes niet weg. Ze had yoghurt met muesly gegeten als toetje.
'Je moet wel een beetje opschieten,' zei ik.
Ze nam een hapje van haar rijstwafel.
'Je moet er wel een beetje zin in hebben,' zei ik.
Dat had ze, zei ze.
Om kwart over twaalf zag ik haar al op het kale schoolplein staan. Haar blonde haren waaiden voor haar gezicht. Ze was smal en lang in haar zwarte legging met zwart t-shirt. Haar spijkerjasje was open. Ze had haar armen en benen tegen elkaar aangedrukt. Zodra ze me zag, begon ze te huilen. Ze stond er al heel lang en ik kwam maar niet.
'Hoe voelde je je vandaag?' vroeg ik toen ze achterop de fiets zat.
'Alleen,' zei ze.
dinsdag 4 oktober 2011
Het heerst
Met Deetje aan mijn hand loop ik van de crèche terug naar huis. Onderweg kom ik de buurman tegen die ziek was vandaag.
'Ben je nog ziek?'
'Het gaat alweer beter.'
'Wat had je?
Hij legt uit wat hij had.
'Nou! Maar goed dat het geen buikgriep was,' zeg ik, 'dat heerst ook.'
Ik weet helemaal niet of dat heerst. Een vriendin van mij mailde dat ze 's nachts gekotst had.
'Nee, het was géén buikgriep,' zegt de buurman.
Thuis is man aan het koken. Ik ga met Jeetje een doos beplakken die ze morgen mee naar school moet nemen. Een ontbijtdoos. Voor bij het voorleesontbijt.
Deetje zit op de bank Bumba te kijken en kotst dan alles onder. Ik zet haar in bad. Als ze weer schoon is, kotst ze weer alles onder. Daarna nog een paar keer. Elke keer als ze net schoon is. Totdat ze als een vaatdoek in mijn armen hangt.
'Ze heeft teveel appeltjes gegeten op de crèche,' zegt man.
'Zo begint hersenvliesontsteking ook,' zeg ik, 'wist je dat? Met kotsen kan het beginnen. Ik heb dat in mijn verhaal geschreven. En dan gebeurt het ook echt. Zul je zien.'
'Stel je niet aan,' zegt man.
'Ben je nog ziek?'
'Het gaat alweer beter.'
'Wat had je?
Hij legt uit wat hij had.
'Nou! Maar goed dat het geen buikgriep was,' zeg ik, 'dat heerst ook.'
Ik weet helemaal niet of dat heerst. Een vriendin van mij mailde dat ze 's nachts gekotst had.
'Nee, het was géén buikgriep,' zegt de buurman.
Thuis is man aan het koken. Ik ga met Jeetje een doos beplakken die ze morgen mee naar school moet nemen. Een ontbijtdoos. Voor bij het voorleesontbijt.
Deetje zit op de bank Bumba te kijken en kotst dan alles onder. Ik zet haar in bad. Als ze weer schoon is, kotst ze weer alles onder. Daarna nog een paar keer. Elke keer als ze net schoon is. Totdat ze als een vaatdoek in mijn armen hangt.
'Ze heeft teveel appeltjes gegeten op de crèche,' zegt man.
'Zo begint hersenvliesontsteking ook,' zeg ik, 'wist je dat? Met kotsen kan het beginnen. Ik heb dat in mijn verhaal geschreven. En dan gebeurt het ook echt. Zul je zien.'
'Stel je niet aan,' zegt man.
Abonneren op:
Posts (Atom)