donderdag 10 november 2011

Scènes van een anderhalf-jarige

Bij het consultatiebureau wordt ze getest op haar taalvaardigheden en op andere dingen die een anderhalf-jarige behoort te weten. Op alle vragen van de vriendelijke mevrouw, schudt ze zwijgend haar hoofd. Nee schudt ze. Nee, nee.

Elke ochtend rond zessen wordt er geroepen vanuit haar slaapkamer. Een aanhoudend: Mama! Papa!
We horen onze voornamen voorbijkomen, de naam van het zusje. En als er dan nog niemand reageert, roept ze: Pijn! Pijn! Daarna steeds harder: Auw! Auw! Auw! Pijn! Auw!

'Zou ze echt pijn hebben?' vraag ik.
'Nee, ze doet maar alsof.'
'Misschien zit ze met haar voet tussen de spijlen.'
'Nee joh.'
'Ze begint nu toch wel heel erg hard te roepen. Vind je niet?'

En dan komt haar laatste troef: Poep! Poep! Poehoep!'
En dan gaan we toch maar kijken. Voor het overal zit.

dinsdag 8 november 2011

Het concert

'Ben je depressief?' vroeg hij mij.
'Nee,' zei ik. Maar als ik hier nog lang ben wel, dacht ik.
'Ze zegt dat dit het laatste liedjes is,' zei hij.
'Maar dat is het niet,' zei ik. 'Dat zegt ze wel, maar dat klopt nooit.'
Gebrand Bakker en ik zaten op een radiator op het balkon in Paradiso, en keken tegen ruggen aan. Ritmisch bewegende ruggen. We keken naar hoe de mensen opgingen in het concert van Gillian Welch. We keken naar het samenzijn. De eenheid. De verbinding.
Dat wat Jan van Mersbergen - waarschijnlijk - bedoelt met zijn boek over carnaval. Jan stond beneden in de zaal samen met Esther Gerritsen, Robert Haasnoot, Rashid Novaire en een jongeman van Mojo. Daar hadden wij net ook bijgestaan. Tot ik, hangend aan de mouw van Gerbrand, uit de zaal ontsnapte. Nu waren ze verdwenen in een zee van hoofden. Eén groot hoofd dat meedeinde.
'Ik voel me zo'n hork,' zei ik.
'Waarom?' zei hij, 'Wij zijn niet gek. Die mensen zijn gek. Iedereen weet dat een massa hartstikke gevaarlijk is. En toch verzamelen mensen zich steeds.'
Het moet een schitterend concert geweest zijn. Gillian was in topvorm. Ik lees gelukzalige tweets van andere bezoekers. Maar ik heb dat niet meegemaakt. Met al die mensen om me heen kan de muziek niet in mijn buurt komen. Iedereen wordt euforisch en ik denk: hoe lang nog? En waarom trekt ze haar neus steeds zo op als ze zingt. Er stinkt hier iemand naar poep. Waarschijnlijk ben ik dat zelf. Ik moet stokstijf blijven staan anders raak ik lichamen. Nee, ik moet een beetje mee foeperen. Zo doen ze dat.
Dat maakt me het meest ellendig. Ik wil wel, maar ik kan niet. Het is ook niet zo dat ik niet van Gillian Welch hou, ik beluisterde haar liedjes regelmatig.
Maar nu hoef ik haar voorlopig niet te horen. Alsjeblieft niet.

maandag 7 november 2011

Reclameblog

Halverwege de maand november doe ik een mini-tourneetje. Ik kijk er naar uit. Hier alvast de agenda:

21 november: Een lezing in de bibliotheek in Gennep.

24 november: Voordracht in de Melkweg in Amsterdam.

26 november: Jan van Mersbergen en ik hebben allebei een kort verhaal geschreven bij dezelfde filmbeelden. Die verhalen lezen we voor op het Short story cinemal op het Wintertuinfestival in Nijmegen.

donderdag 3 november 2011

Evenwicht

Ik heb bewondering voor mensen die schrijven en leven kunnen combineren. Die snel kunnen schakelen. Ik kan dat niet altijd goed. Op maandag moet ik er in komen, op dinsdag is dat gelukt, - en dan voeder, verzorg en heb ik ook nog interesse in mijn gezin - maar op woensdag heb ik de kinderen, geef ik 's avonds vier uur les en ben ik in zo'n andere toestand terechtgekomen dat ik op donderdag weer van voren af aan kan beginnen, en op vrijdag is de week om 15.00 u weer afgelopen. In het weekend is er zwemles. Literaire avondjes zijn makkelijker te combineren. Behalve dat het dan laat wordt. Het is alsof je dan in die wereld kunt blijven hangen, je hoeft 'm alleen nog maar over te brengen.
Deze stukjes zijn misschien overgangsstukjes?
Voortdurend heb ik het gevoel dat ik mijn personage als een slappe pop, of eigenlijk voor dood, laat liggen als ik van deze plek wegga. Voortdurend het gevoel onderbroken te worden. Ik sta op van mijn stoel, de wereld zakt in elkaar en ik ben bang dat het voorgoed is.
Soms is het, vermoedelijk, goed om een paar weken achter elkaar op de hei te zitten met je werkje, soms moet je juist heel veel leven er naast. Of alleen maar leven. Wie zal het zeggen.

dinsdag 1 november 2011

Ik mis Fabio

's Ochtends staan er twee vrouwen voor de deur. Eén ervan is de vijftigjarige Ana, die sinds vorige week bij ons schoonmaakt. De andere blijkt de overbuurvrouw. Zij fungeert als tolk voor Ana.
'Ana gaat morgen twee maanden naar Brazilië, is het goed als haar vriend alleen komt schoonmaken?' vraagt de overbuurvrouw.
'Problemo?' zegt Ana. 'No problemo?'
'Mmm,' zeg ik. 'Hij is eigenlijk bouwvakker en...'
'Maar dat was Fabio eigenlijk ook,' zegt de overbuurvrouw.
'Fabio!' roep ik uit. 'Ja, Fabio. Maar met Fabio was alles anders. Fabio was gewoon heel erg goed.'
'Fabio werkt al tien jaar voor mij,' zegt de overbuurvrouw. 'Met tussenpozen.'
'Hij komt toch terug?'
'Dat kan héél lang duren. Er heeft weleens een jaar tussen gezeten,' zegt ze, 'eens in de zoveel tijd krijgt hij het op zijn heupen moet je weten, en dan vertrekt hij.' De overbuurvrouw voegt daar vertrouwelijk aan toe: 'Het is natuurlijk ook een behoorlijk uitzichtloos bestaan, hè?'
'Hoezo dàt dan?'
'No problemo!' concludeert Ana.

maandag 31 oktober 2011

Naar de overkant van de brug

Ik heb Naar de overkant van de nacht bijna uit, het van Mersbergen net sluit zich langzaam om mij. Stratenmakers, een stuk of vijftien, ren ik tegemoet. Met van die oranje pekskes aan. Ze hebben hun armen allemaal wijd open, klaar om me op te vangen.
Vrachtwagens, knipperlampen, gevarendriehoeken, ik moet over die dijk waar de wegbedekking vanaf is. Ik moet naar de brug. Een teer vrouwtje op sportschoenen, rode kop met zweet. Ik ben definitief een van Mersbergen personage geworden, in een van Mersbergen universum. Met een sportpekske.
'Ik hoef niet te rennen, ik heb die weg al vijf keer op en neer gelopen!'
'Dat is handig,' zeg ik.
Hij knikt. Hij hijgt. Zijn oranje hesje zit strak om zijn buik. Zijn kop gebruind en van leer. Eeltige handen. Nee, poten. Ik zie de potten bier erin vastgeklemd. Veel bakken gyros gaan daarin, met de hele handel erop. Ik zie hem pissen. Ik zie ze allemaal pissen.
Door het laatste groepje stratenmakers wandel ik. Ze leunen tegen de vrachtwagen die de weg blokkeert. Armen op elkaars schouders. Ze vieren binnenkort allemaal weer Vastelaovend. Allemaal Gymnasium af.
'Goedemorgen juffrouw!' zeg één van hen.
'Ik vraag me af of dat wel een juffrouw is,' hoor ik een ander nog zeggen. Voor ik naar de overkant van de brug loop.

zaterdag 29 oktober 2011

Mijn laksheid

Ik heb veel zin om te zuipen, te roken en om ver weg te gaan. Maar ik zit aan de keukentafel, drink een kopje kruidenthee - eigenlijk is het nog kokend water - en bekijk de thuistest voor een uitstrijkje. Die is mij toegestuurd door het Radboud ziekenhuis te Nijmegen omdat ik gedurende de jaren tot een moeilijk te bereiken doelgroep ben gaan behoren.
'Hoeveel kost dit de maatschappij wel niet?' zegt man.
Misschien mag ik van mijn geloof geen uitstrijkje laten doen bij een arts. Misschien heb ik last van grote schaamte vanwege een traumatische gebeurtenis in het verleden. Ze weten het niet. Ze doen er werkelijk alles aan om mij tòch getest te krijgen op baarmoederhalskanker. Ze voegen geadresseerde enveloppen bij. Er is geen retourporto. Mijn naam staat al op het potje getypt waarin het schraapsel moet.
'Bij één op de drie vrouwen worden onrustige cellen geconstateerd,' leest man voor. 'Als je er op tijd bij bent is het goed te behandelen.'
Het ergste is dat het bij mij gewoon luiigheid is. Domheid. Kop in het zand steken. Dit gedrag zit in de familie. Mijn opa hompelde al rond met binnenbanden van fietsen om zijn opgezwollen voeten gedraaid. Niet lang daarna was hij ook dood. In mijn familie hebben er weinig hun tanden nog.
'Mijn vrienden weten niet dat ik zo laks ben,' zei ik zachtjes.
'Mensen zijn gek,' zei man. 'Steve Jobs deed er ook niks aan. Een jaar later wilde hij zich wel laten opereren, maar toen was het al overal uitgezaaid. Terwijl dat toch een slimme man was.'