donderdag 5 januari 2012

De groep

Ze kwam binnen en ging liggen. Ze liet zich niet achterover vallen. Ze zei er ook niets bij. Nee, ze werd slap als een vaatdoek en zeeg neer. Uitdrukkingloos. Daar lag ze in het midden van de ruimte, op haar buik met haar armen en benen gespreid. In haar zwart-wit geruite rokje. Haar rode regenlaarsjes. Haar ene wang op het linoleum. Open ogen. Ook toen haar vrienden zich allemaal om haar heen verzameld hadden, verroerde ze zich niet.
In een kring stonden ze te kijken, met auto's in hun hand, poppen, puzzels.
'Deetje slaapt,' zei de een na een tijdje.
'Ja, Deetje slaapt,' constateerde de ander.
'Deetje slaapt?' zei er weer eentje.
'Deetje is moe?' opperde iemand toen.
'Deetje is moe!' bevestigde haar beste vriend uiteindelijk. Hij gaf ook het sein dat de draad weer opgepakt kon worden. Ze gingen ieder hun weg, met de auto's, poppen en de puzzels.
Niemand vond het vreemd dat Deetje meteen op de grond ging liggen slapen.
Eens in de zoveel tijd kwamen ze wel terug om naar haar te kijken. Alsof dat de afspraak was.
Totdat haar beste vriend vaststelde: 'Kijk! Deetje is wakker!'
Deetje stond op, pakte een boekje en klom op de bank. De anderen volgden haar.

woensdag 4 januari 2012

Poep eten

Ik zag vandaag de gorilla poepen en de shit meteen opeten, hij stak zijn vinger er diep in en maar aflikken. Alsof het goddelijk was. Hij smulde ervan.
Ik gaf mijn kinderen een droge cracker, nam er zelf ook een, al etend bekeken we de etende gorilla achter glas. En hij bekeek ons. We stonden er vrij lang. Het pak crackers ging op. Ik dacht aan de overeenkomsten tussen mens en aap. Misschien was poep best lekker om te eten. Het was ons waarschijnlijk gewoon afgeleerd. Het idee stond ons tegen. Meer niet.

Even later verschoonde ik de kleine.
'Poep stinkt,' zei ze.
Het was de eerste keer van haar leven dat ze over stank begon. Maar dat heeft weinig met die poep etende gorilla te maken. Ik was er gewoon trots op dat ze dat zei, terwijl ze nog zo jong is.

dinsdag 3 januari 2012

Hier en Nu

We zaten boven bij de houtkachel en spraken over het befaamde Hier en Nu. Daar waar het allemaal schijnt te gebeuren. Buiten loeide de wind.
'Wanneer ben jij eigenlijk helemaal in het hier en nu?' werd mij gevraagd.
'Als ik aan het bevallen ben,' zei ik. Het is nu toch alweer dik anderhalf jaar geleden dat ik in dat Hier en Nu geweest ben. Met m'n hele hebben en houwen en m'n gedachten erbij. En ik zal er hoogstwaarschijnlijk nooit meer terechtkomen. Een treurig vooruitzicht.
'Wat ben je dan altijd aan het doen?'
'Ik weet het niet,' zei ik, 'ik kan daar gewoon niet helemaal komen.'
'Ben je dan steeds dingen aan het denken.'
'Nee, niet bewust of zo.' We spraken verder over de afwezigheid. Over hoe het is om met iemand te zijn die behoorlijk veel moeite heeft met aanwezig zijn. Over dat de meeste mensen het Hier En Nu niet echt kennen, en of het geen overschat begrip is. Zodra ik kon praten, nam ik een fantasievriendje en was ik weg. Maar waarvan. Sterven zal ook wel een bezigheid zijn die in het Hier en Nu plaatsvindt. Maar dat was het dan ook meteen. We schonken een portje in en droomden allebei even weg.
'Mamaaa! Papaaa! Waar zijn jullie?' werd er toen van beneden geroepen.

maandag 2 januari 2012

Ik zoek iets

Sinds het 2012 is, ben ik op zoek naar voornemens of juist geen voornemens. Ik zoek iets. Ik loop de trappen op en af door ons huis. We hebben nogal wat trappen voor Amsterdamse begrippen. Dat kan als je op IJburg woont. De kamers waar ik in terechtkom zijn leeg. Alles opgeruimd. In de mijne staat een computerscherm. Daar ga ik zitten. Daar hoor ik te zitten, zeker. Er liggen papieren op tafel met paperclips eraan. Krantenknipsels. Hema mapjes met Hold that thought erop. Ik wil ze allemaal niet inkijken. Ik heb vanmorgen meteen mijn renpakje aangetrokken om mijzelf ervan te verzekeren dat ik ook echt ga rennen vandaag. Ik heb dus wel een voornemen.
Het liefst had ik het hele huis weer vol mensen. Tot de nok toe gevuld. Dan hoefde ik tenminste niet te zoeken. Het is een opmerkelijk verlangen van mij die normaliter nogal graag alleen is.

zondag 1 januari 2012

Alsnog ingewijd

Ons huis werd in 2011 alsnog ingewijd. Op de valreep. We wonen er nu anderhalf jaar maar gisteren voelde het ineens alsof het huis eindelijk zijn bestemming kreeg. Om negen uur 's avond lagen er elf kinderen boven te slapen. En dan stond er nog een zolderetage leeg. Het was geen proppen. Geen moeilijkheid. Geen gezeik. Zelfs toen er eentje kotste, ging dat geruisloos.
Toen iemand me ergens op de avond vroeg wat de drie mooiste momenten van 2011 waren en ik niets wist, eigenlijk kon ik alleen maar denken 2011 is achter de rug en nu 2012 nog, was daar het beeld van die elf slapende kindjes overal in mijn huis. Het mooiste moment van 2011. Het voelde alsof alles toch nog goed kwam. Al was er helemaal niets wat niet goed was.

vrijdag 30 december 2011

Verhaal Donkere dagen

Vanavond kun je mijn verhaal Dood is dood beluisteren in het radioprogramma de Avonden van de VPRO plus interview!

Ook nog het filmpje Ossegalzeep op Torpedo magazine.

zondag 25 december 2011

Piet is weg

'Klaasje! Klaasje! roept Deetje (1,5) bij het zien van de kerstmannen die overal op de deuren hangen en tegen de ramen zijn geplakt.
'Piet is weg!' zegt ze er achteraan.
Dan gaat ze stilstaan, haalt haar schouders op, steekt haar handen in de lucht, rolt met haar ogen en zegt het nog eens: 'Piet is weg!'
'Ja,' zeg ik, 'Piet is weg.'
'Klaasje!' Ze wijst naar de zoveelste kerstman.
'Ja, Klaasje is er nog.'
'Piet is weg.'
'Ja, die is weg.'
Ook deze dag begonnen we gewoon met Sinterklaas kapoentje en Sinterklaasje bonne, bonne, bonne.