vrijdag 20 januari 2012

Gat

Ik heb vandaag mijn boek - in wording - ingeleverd bij mijn redacteur en mijn agent. Het moest maar eens gebeuren. Het is goed erachter te komen wat we aan elkaar hebben. Het was rond een uur of drie. Daarna bracht ik Jeetje naar turnen, die om half drie haar tweede voortand verloren had. Ze heeft nu een heel ander gezicht door dat gat. Door het raam keek ik naar dertien turnende meisje van een jaar of zes. Ze doen daar alle dingen die ik vroeger het meest haatte bij gym. Ringen, touwen, rekstok, bok. Het begon al bij de aanloop. Ik bleef maar twijfelen of ik mijn linker- of mijn rechtervoet het eerste moest voorzetten. Wat was mijn beste beentje? Daar ga je al. Ik ben niet helemaal links en niet helemaal rechts. Ik schrijf links, knippen moet rechts en schoppen ook. Ik hoorde Claudia de Breij op tv zeggen dat ze vroeger een rode knikker was in een bak met vierentwintig blauwe knikkers. Ik las iets over Claire Castillon in de krant. En ik dacht: o ja! Die bestaat ook nog. Ik was dol op haar verhalen in de bundel Insect. Gisternacht de ontknoping van The Killing gezien. Die verslaving is afgelopen. Het vuur brandt weer. Maar ik ben te moe om erbij te zitten.

donderdag 19 januari 2012

Van de vlam en het vuurtje

Ik gooide de stapel papier net naast de kachel. Er brandde een lekker vuurtje. Maar in mijn blinde woede dacht ik weer wel: ik gooi het ernaast, zonde als ik het straks opnieuw uit moet printen.

Ik had een gesprek over schrijven en zij zei dat het haar uiteindelijk om het leven ging en niet om de literatuur. De literatuur was een middel om meer over het leven te weten te komen. Om het te kunnen verklaren. Ik moest daar even over nadenken. Maar kon daar tenslotte mee instemmen. Al moet het goed opgeschreven zijn.

Ik luisterde naar een podcast van de Avonden waarin een jonge schrijfster vertelde over haar werk en waarom ze juist dit boek geschreven had. Ze zei dat het haar in eerste instantie niet om de betekenis van woorden ging, maar om de klank. Ook hoorde ik haar vertellen dat ze bewust nergens keuzes had gemaakt. Het meeste was in het midden gelaten. De personages bestonden misschien niet eens. Het was aan de lezer. Ik bewonderde haar heel erg om de trefzekerheid waarmee ze sprak, de zelfverzekerdheid, ze wist het echt prachtig te zeggen. Het sloeg alleen nergens op.

Ik luisterde ook naar een podcast waarin een oudere dichter voorlas en over zijn werk vertelde. Hij zei gewoon: dit gedicht heb ik geschreven omdat ik me zo schuldig voelde omdat ik mijn moeder haast nooit bezoek. Ik geloofde hem. En wat hij voorlas was geweldig. Ik kende hem nog niet. Ik ga hem nu lezen.

dinsdag 17 januari 2012

De zaak

Het wereldnieuws vaart aan ons voorbij. Avond aan avond zodra wij de kinderen in bed gestopt hebben, gaan we naar zolder, we installeren ons op de bank met een fles port binnen handbereik of wodka en houden ons alleen nog bezig met de Zaak. Alleen voor belangrijk nieuws van buiten wordt het beeld even stilgezet, - gisteren kregen we bijvoorbeeld een app dat er aan de overkant een jongen geboren is - maar daarna moeten we verder, want we weten nog steeds niet wie het heeft gedaan. Ik verheug me overdag al op het recherchewerk. Vanavond weer: The Killing. Het liefst kijken we drie of vier afleveringen per keer. Het zijn er bij elkaar twintig. We zitten nu op twaalf. De serie zit goed in elkaar en niemand is te vertrouwen. Net het echte leven. Maar het echte leven, als wij 's nachts de trappen afdalen, valt mij steeds vies tegen. Het koude bed. De stapel was. Het gezicht in de spiegel dat in niets op dat van rechercheur Sarah Lund lijkt. Behalve dat we allebei bruin haar hebben.

zaterdag 14 januari 2012

Alleen

Ik had precies één uur om alleen te zijn. Het uur voordat man en Jeetje terugkwamen van zwemles en Deetje wakker zou worden, dat uur bracht ik door op de wc. Daar las ik een mijn mail waarin iemand me schreef dat het zo fantastisch was om helemaal alleen in een huisje te zitten. Dat kon ik me heel goed voorstellen. Helemaal alleen in een toilethokje was al zo heerlijk.
Ik heb de gewoonte van man overgenomen om op het toilet rustig te mailen, twitteren of te facebooken. Op een dag dacht ik; wat blijft die man eigenlijk altijd lang wèg. Hij moet wel heel harde drollen hebben. Toen ontdekte ik het. Nu doe ik het ook als de kinderen druk zijn en dat zijn ze eigenlijk altijd. Omdat ze levendig zijn en constant bezig. Om beurten zitten man en ik daar. Maar zelfs als er niemand thuis is, houd ik die gewoonte.
In de wc viel mijn oog op de cover van de Groene over vrouwen met humor en macht en dat die combinatie moeilijk was. Ik dacht: wat gek, ik ben toch een heel humoristische machtige vrouw. Ook dacht ik: ik moet nu maar eens een keer in therapie. De zaterdageditie van NRC en Volkskrant lagen naast me, de kranten moesten binnen dat ene uur gelezen worden, ik wilde de column afmaken die ik voor de Brug schrijf en nog aan m'n boek schrijven (maar dat wil ik altijd of altijd niet), vakantie Suriname opzoeken op internet, terwijl ik eigenlijk naar Brazilië wil om schoonmaker Fabio te gaan zoeken. Toen werd er 'mama?' gezegd. 'Waar ben je?'

woensdag 11 januari 2012

Vanzelf stil

Ik hing deze avond boven de overlijdensadvertenties, terwijl boven de dreumes de spenen uit haar bed wierp, brullend als een kleine leeuwin, en mij dus eigenlijk beval om de trap op te rennen en haar weer in mijn armen naar beneden te dragen, ze klonk steeds agressiever maar ik bleef de krant lezen, zeker omdat daar gisteren in had gestaan dat de Nederlandse kinderen de meest verwende krengen op aarde waren, omdat ze niet gestuurd werden, omdat ze alles kregen wat ze wilden, daarom liet ik haar nu brullen tot ze vanzelf stil zou worden, en las de advertentie voor de vrouw die de strijd tegen kanker verloren had, voor de neuroloog die heel veel betekend had voor zijn team, ik las de namen van alle nabestaanden, vrienden, familie en werd weer eens volledig - maar dan ook totaal - gegrepen door de angst om dood te gaan, de angst dat mensen die ik ken doodgaan en de wetenschap dat dat die dag dichterbij komt, de dag dat ik vanzelf stil val, de dag dat we stilvallen en ik vond alle mensen ongelooflijk dapper omdat we niet dag in dag uit qat kauwen om het maar niet te hoeven beseffen, tot het ineens stil werd daarboven.

dinsdag 10 januari 2012

Lente

Beste mensen,

De lente is begonnen. Merken jullie dat ook? De vogeltjes fluiten, ik wil naar buiten, naar buiten en heb m'n zomerschoentjes vast aangetrokken. Ik heb heel veel zin om over het strand te rennen, omdat, toen ik vanmorgen wakker werd, met het openen van het gordijn, de lente dus eindelijk aangebroken bleek te zijn. Helemaal onverwacht was er kleur. Er was beweging. Er was overal licht. De titel van een heel goed boek kwam op in mijn hoofd.
Ik weet niet of jullie dat ook hebben maar het komt mij meer dan goed uit dat we nu zo'n lange lente tegemoet gaan, een lange eindeloze lente, want in de lente werk ik beter. In de lente is alles ook werkelijk beter.

Lentegroet, Elke.

maandag 9 januari 2012

In de hoek

Ik was bij Sunday in the Village. Schrijvers kwamen voordragen, muzikanten erbij. Altijd interessant. Het was in een kleinere kroeg dan ik verwacht had. De voordrachten waren goed, maar door de pauze van vijf minuten die er tussen elk optreden zat, kwam je er nooit echt in. Het werd er steeds voller en voller. Ik zat in een hoek en kwam daar niet meer gemakkelijk uit. Op een gegeven moment was ik de enige die zich nog samen met het hevig zoenende stel in die hoek bevond. En dat is afzien. Letterlijk. Ik kreeg nekpijn van het naar links kijken. Ik heb de achterkant van de bar heel goed bekeken. Vlak voor mijn neus stond een halve gare te dansen. Daar keek ik ook af en toe naar, maar niet te lang. Hij verkeerde ergens heel diep in zichzelf en daar moest ie liever blijven. Hij zou wild kunnen worden, dacht ik. Het zou kunnen dat hij hier dadelijk de hele boel neer maait. Maar hij zou ook heel goed op de stoel naast mij terecht kunnen komen. Hoeveel halve garen er in mijn leven niet 'per ongeluk' op de stoel naast mij terechtgekomen zijn? Ik ben ook bang geweest dat hij achterover zou vallen, recht bij mij op schoot. Dus focuste ik mij weer op het tappen van de biertjes die ik niet lust.