Ik kom net terug van het kippen voeren. Kom ik bij het hok, is er één dood. Ze ligt met haar pootjes omhoog en ik zie het rauwe vlees. Het ziet er inderdaad uit als kipfilet. Je zou het zo kunnen braden. De andere kip kakelt veel meer dan anders. Ze drentelt rond haar dode metgezellin. Je moet weten, ik heb veel met deze kippen gepraat. En heb ze vanmorgen, vanuit mijn bed, nog allebei horen kakelen.
Ik hoop niet dat ik de kippenziekte hier heb gebracht.
Zou het kunnen dat ze een hartaanval kreeg? Maar hoe kan ze dan open liggen? Er kan geen zwijn, vos of ander beest bij in het hok.
Haar metgezellin zal haar toch niet opengepikt hebben? Dan zou ik mijn ideeën over vriendschap moeten bijstellen. Wat denk jij? Is de kippenwereld een hele andere dan de onze?
Ik heb haar trouwens gewoon laten liggen.
maandag 23 januari 2012
vrijdag 20 januari 2012
Gat
Ik heb vandaag mijn boek - in wording - ingeleverd bij mijn redacteur en mijn agent. Het moest maar eens gebeuren. Het is goed erachter te komen wat we aan elkaar hebben. Het was rond een uur of drie. Daarna bracht ik Jeetje naar turnen, die om half drie haar tweede voortand verloren had. Ze heeft nu een heel ander gezicht door dat gat. Door het raam keek ik naar dertien turnende meisje van een jaar of zes. Ze doen daar alle dingen die ik vroeger het meest haatte bij gym. Ringen, touwen, rekstok, bok. Het begon al bij de aanloop. Ik bleef maar twijfelen of ik mijn linker- of mijn rechtervoet het eerste moest voorzetten. Wat was mijn beste beentje? Daar ga je al. Ik ben niet helemaal links en niet helemaal rechts. Ik schrijf links, knippen moet rechts en schoppen ook. Ik hoorde Claudia de Breij op tv zeggen dat ze vroeger een rode knikker was in een bak met vierentwintig blauwe knikkers. Ik las iets over Claire Castillon in de krant. En ik dacht: o ja! Die bestaat ook nog. Ik was dol op haar verhalen in de bundel Insect. Gisternacht de ontknoping van The Killing gezien. Die verslaving is afgelopen. Het vuur brandt weer. Maar ik ben te moe om erbij te zitten.
donderdag 19 januari 2012
Van de vlam en het vuurtje
Ik gooide de stapel papier net naast de kachel. Er brandde een lekker vuurtje. Maar in mijn blinde woede dacht ik weer wel: ik gooi het ernaast, zonde als ik het straks opnieuw uit moet printen.
Ik had een gesprek over schrijven en zij zei dat het haar uiteindelijk om het leven ging en niet om de literatuur. De literatuur was een middel om meer over het leven te weten te komen. Om het te kunnen verklaren. Ik moest daar even over nadenken. Maar kon daar tenslotte mee instemmen. Al moet het goed opgeschreven zijn.
Ik luisterde naar een podcast van de Avonden waarin een jonge schrijfster vertelde over haar werk en waarom ze juist dit boek geschreven had. Ze zei dat het haar in eerste instantie niet om de betekenis van woorden ging, maar om de klank. Ook hoorde ik haar vertellen dat ze bewust nergens keuzes had gemaakt. Het meeste was in het midden gelaten. De personages bestonden misschien niet eens. Het was aan de lezer. Ik bewonderde haar heel erg om de trefzekerheid waarmee ze sprak, de zelfverzekerdheid, ze wist het echt prachtig te zeggen. Het sloeg alleen nergens op.
Ik luisterde ook naar een podcast waarin een oudere dichter voorlas en over zijn werk vertelde. Hij zei gewoon: dit gedicht heb ik geschreven omdat ik me zo schuldig voelde omdat ik mijn moeder haast nooit bezoek. Ik geloofde hem. En wat hij voorlas was geweldig. Ik kende hem nog niet. Ik ga hem nu lezen.
Ik had een gesprek over schrijven en zij zei dat het haar uiteindelijk om het leven ging en niet om de literatuur. De literatuur was een middel om meer over het leven te weten te komen. Om het te kunnen verklaren. Ik moest daar even over nadenken. Maar kon daar tenslotte mee instemmen. Al moet het goed opgeschreven zijn.
Ik luisterde naar een podcast van de Avonden waarin een jonge schrijfster vertelde over haar werk en waarom ze juist dit boek geschreven had. Ze zei dat het haar in eerste instantie niet om de betekenis van woorden ging, maar om de klank. Ook hoorde ik haar vertellen dat ze bewust nergens keuzes had gemaakt. Het meeste was in het midden gelaten. De personages bestonden misschien niet eens. Het was aan de lezer. Ik bewonderde haar heel erg om de trefzekerheid waarmee ze sprak, de zelfverzekerdheid, ze wist het echt prachtig te zeggen. Het sloeg alleen nergens op.
Ik luisterde ook naar een podcast waarin een oudere dichter voorlas en over zijn werk vertelde. Hij zei gewoon: dit gedicht heb ik geschreven omdat ik me zo schuldig voelde omdat ik mijn moeder haast nooit bezoek. Ik geloofde hem. En wat hij voorlas was geweldig. Ik kende hem nog niet. Ik ga hem nu lezen.
dinsdag 17 januari 2012
De zaak
Het wereldnieuws vaart aan ons voorbij. Avond aan avond zodra wij de kinderen in bed gestopt hebben, gaan we naar zolder, we installeren ons op de bank met een fles port binnen handbereik of wodka en houden ons alleen nog bezig met de Zaak. Alleen voor belangrijk nieuws van buiten wordt het beeld even stilgezet, - gisteren kregen we bijvoorbeeld een app dat er aan de overkant een jongen geboren is - maar daarna moeten we verder, want we weten nog steeds niet wie het heeft gedaan. Ik verheug me overdag al op het recherchewerk. Vanavond weer: The Killing. Het liefst kijken we drie of vier afleveringen per keer. Het zijn er bij elkaar twintig. We zitten nu op twaalf. De serie zit goed in elkaar en niemand is te vertrouwen. Net het echte leven. Maar het echte leven, als wij 's nachts de trappen afdalen, valt mij steeds vies tegen. Het koude bed. De stapel was. Het gezicht in de spiegel dat in niets op dat van rechercheur Sarah Lund lijkt. Behalve dat we allebei bruin haar hebben.
zaterdag 14 januari 2012
Alleen
Ik had precies één uur om alleen te zijn. Het uur voordat man en Jeetje terugkwamen van zwemles en Deetje wakker zou worden, dat uur bracht ik door op de wc. Daar las ik een mijn mail waarin iemand me schreef dat het zo fantastisch was om helemaal alleen in een huisje te zitten. Dat kon ik me heel goed voorstellen. Helemaal alleen in een toilethokje was al zo heerlijk.
Ik heb de gewoonte van man overgenomen om op het toilet rustig te mailen, twitteren of te facebooken. Op een dag dacht ik; wat blijft die man eigenlijk altijd lang wèg. Hij moet wel heel harde drollen hebben. Toen ontdekte ik het. Nu doe ik het ook als de kinderen druk zijn en dat zijn ze eigenlijk altijd. Omdat ze levendig zijn en constant bezig. Om beurten zitten man en ik daar. Maar zelfs als er niemand thuis is, houd ik die gewoonte.
In de wc viel mijn oog op de cover van de Groene over vrouwen met humor en macht en dat die combinatie moeilijk was. Ik dacht: wat gek, ik ben toch een heel humoristische machtige vrouw. Ook dacht ik: ik moet nu maar eens een keer in therapie. De zaterdageditie van NRC en Volkskrant lagen naast me, de kranten moesten binnen dat ene uur gelezen worden, ik wilde de column afmaken die ik voor de Brug schrijf en nog aan m'n boek schrijven (maar dat wil ik altijd of altijd niet), vakantie Suriname opzoeken op internet, terwijl ik eigenlijk naar Brazilië wil om schoonmaker Fabio te gaan zoeken. Toen werd er 'mama?' gezegd. 'Waar ben je?'
Ik heb de gewoonte van man overgenomen om op het toilet rustig te mailen, twitteren of te facebooken. Op een dag dacht ik; wat blijft die man eigenlijk altijd lang wèg. Hij moet wel heel harde drollen hebben. Toen ontdekte ik het. Nu doe ik het ook als de kinderen druk zijn en dat zijn ze eigenlijk altijd. Omdat ze levendig zijn en constant bezig. Om beurten zitten man en ik daar. Maar zelfs als er niemand thuis is, houd ik die gewoonte.
In de wc viel mijn oog op de cover van de Groene over vrouwen met humor en macht en dat die combinatie moeilijk was. Ik dacht: wat gek, ik ben toch een heel humoristische machtige vrouw. Ook dacht ik: ik moet nu maar eens een keer in therapie. De zaterdageditie van NRC en Volkskrant lagen naast me, de kranten moesten binnen dat ene uur gelezen worden, ik wilde de column afmaken die ik voor de Brug schrijf en nog aan m'n boek schrijven (maar dat wil ik altijd of altijd niet), vakantie Suriname opzoeken op internet, terwijl ik eigenlijk naar Brazilië wil om schoonmaker Fabio te gaan zoeken. Toen werd er 'mama?' gezegd. 'Waar ben je?'
woensdag 11 januari 2012
Vanzelf stil
Ik hing deze avond boven de overlijdensadvertenties, terwijl boven de dreumes de spenen uit haar bed wierp, brullend als een kleine leeuwin, en mij dus eigenlijk beval om de trap op te rennen en haar weer in mijn armen naar beneden te dragen, ze klonk steeds agressiever maar ik bleef de krant lezen, zeker omdat daar gisteren in had gestaan dat de Nederlandse kinderen de meest verwende krengen op aarde waren, omdat ze niet gestuurd werden, omdat ze alles kregen wat ze wilden, daarom liet ik haar nu brullen tot ze vanzelf stil zou worden, en las de advertentie voor de vrouw die de strijd tegen kanker verloren had, voor de neuroloog die heel veel betekend had voor zijn team, ik las de namen van alle nabestaanden, vrienden, familie en werd weer eens volledig - maar dan ook totaal - gegrepen door de angst om dood te gaan, de angst dat mensen die ik ken doodgaan en de wetenschap dat dat die dag dichterbij komt, de dag dat ik vanzelf stil val, de dag dat we stilvallen en ik vond alle mensen ongelooflijk dapper omdat we niet dag in dag uit qat kauwen om het maar niet te hoeven beseffen, tot het ineens stil werd daarboven.
dinsdag 10 januari 2012
Lente
Beste mensen,
De lente is begonnen. Merken jullie dat ook? De vogeltjes fluiten, ik wil naar buiten, naar buiten en heb m'n zomerschoentjes vast aangetrokken. Ik heb heel veel zin om over het strand te rennen, omdat, toen ik vanmorgen wakker werd, met het openen van het gordijn, de lente dus eindelijk aangebroken bleek te zijn. Helemaal onverwacht was er kleur. Er was beweging. Er was overal licht. De titel van een heel goed boek kwam op in mijn hoofd.
Ik weet niet of jullie dat ook hebben maar het komt mij meer dan goed uit dat we nu zo'n lange lente tegemoet gaan, een lange eindeloze lente, want in de lente werk ik beter. In de lente is alles ook werkelijk beter.
Lentegroet, Elke.
De lente is begonnen. Merken jullie dat ook? De vogeltjes fluiten, ik wil naar buiten, naar buiten en heb m'n zomerschoentjes vast aangetrokken. Ik heb heel veel zin om over het strand te rennen, omdat, toen ik vanmorgen wakker werd, met het openen van het gordijn, de lente dus eindelijk aangebroken bleek te zijn. Helemaal onverwacht was er kleur. Er was beweging. Er was overal licht. De titel van een heel goed boek kwam op in mijn hoofd.
Ik weet niet of jullie dat ook hebben maar het komt mij meer dan goed uit dat we nu zo'n lange lente tegemoet gaan, een lange eindeloze lente, want in de lente werk ik beter. In de lente is alles ook werkelijk beter.
Lentegroet, Elke.
Abonneren op:
Posts (Atom)