vrijdag 15 juni 2012

Ze leefden gewoon.

Omdat het barstte van de slakken in onze tuin had man er een paar in het vuur gegooid. Toen Jeetje het hoorde, barstte ze meteen in huilen uit.
'Hoe kun je dat nou dóén, papa? Hoe kun je?'
'Ze aten al onze plantjes op,' zei hij.
'Ik heb er gisteren nog één gered!' huilde ze. 'De buren lachten me ook al uit. Ze zeiden dat ik een vies kind was omdat ik er eentje opraapte. Maar dat ís toch niet vies?'
'Nee hoor,' zei man.
'Maar waarom moesten ze dood van jou, papa. Waaróm?'
'Mijn pompoenplantjes,' zei hij zacht. Man sloeg zijn ogen neer.
'Daar kunnen ze toch niks aan doen?' riep Jeetje uit. 'Dat wéten zij toch niet. Ze lééfden toch gewoon.'
'Dat is wel waar ja,' fluisterde man.
Man keek heel schuldig. Hij herkende het gevoel van zijn dochter maar al te goed. Ze had het van geen vreemden. Hij was er eigenlijk ook de persoon niet naar om beesten te vermoorden. En toch was het er in de loop der jaren ergens ingeslopen, het geweld.

donderdag 14 juni 2012

De teamgeest

Ik hoorde ook van een lagere schoolmeester van 57 jaar die alles altijd in zijn eentje deed. Hij stond al vijfendertig jaar voor groep acht en werkte elke minuut. Hij nam nooit pauze met de andere docenten dus viel hij buiten het team. 's Ochtends voor de anderen kwamen was hij al op school, en 's avonds als de anderen allang weg waren, vertrok hij pas weer. Na elke vrije week zagen ze hem als een verdroogd bloempje terugkomen. In de grote vakantie hadden meerdere mensen hem rondjes rond de school zien fietsen. Hij keek bepaald niet uit naar zijn naderende pensioen. Maar waar hij vroeger pas aan het eind van het schooljaar moe werd, vertoonde hij tegenwoordig begin februari al uitputtingsverschijnselen. Zijn groep acht haalde al vijfendertig jaar lang de beste citoscores.

woensdag 13 juni 2012

Rugzakjuf

Ik hoorde vandaag van een lagere schooljuf die zo'n extreme vorm van obesitas had dat ze nauwelijks door de deuropening paste. Ze konden haar voor groep 1 en 2 niet gebruiken omdat ze niet kon bukken om een kind te tillen. Daarnaast had de juf niet alleen dyslexie maar ook nog eens dyscalculie. Dus waren groep 3,4,5,6,7 en 8 voor haar ondoenlijk. De bekkeninstabiliteit die ze sinds de geboorte van haar zoon - zestien jaar geleden - had, maakte haar leven niet makkelijker. De schoolleiding zei van haar af te willen, maar wist niet hoe. Ze was al jaren in vaste dienst, maar zou - door de krimp van de school - voor het eerst een heel eigen klas moeten gaan draaien. Hierdoor waren haar problemen nu pas echt goed aan het licht gekomen. Ik had het te doen met de dikke juf die niet goed kon schrijven en rekenen, noch zich verroeren. Ik wist zeker dat ze ergens heel goed in moest zijn.

dinsdag 12 juni 2012

Espresso

Aan het eind van de middag loop ik naar beneden om een espresso te maken om me nu eindelijk te kunnen concentreren. Het is de dag na mijn verjaardag. Ik ben een beetje brak. Ook schommelde ik deze dag iets te vaak tussen hoop en vrees. Ik heb iets te veel lagere schoolmensen op Facebook getroffen, hun levens bekeken, hun kinderen, hun vrienden. Vrienden schreven me dat ze maniakaal aan het schrijven zijn, dat ze op hun tandvlees lopen, en dat ze bang zijn voor een hartaanval als hun boek af is. Maar dat dat niet geeft. Als het boek maar af is. Ik hoop ineens dat het puur toeval is dat ik 'Never ending story' nu al een keer of zes achter elkaar opgezet heb. Het lievelingsliedje van mij als twaalfjarige. 'Dream your dream and what you see will beheheeeheheeheheee.'
Terwijl ik de espresso opdrink, lees ik het interview met Jonah Leher in de VPROgids: 'Creativiteit is niet één ding. Soms, als je vastloopt, en je op zoek bent naar een aha-moment, dan moet je een hete douche nemen of een lange wandeling maken. En soms is het nodig dat je doorzet, dat je je vastbijt en niet opgeeft, dat is het moment dat je een espresso drinkt. Succesvolle creatieve mensen weten wanneer ze moeten dagdromen, wanneer ze niks moeten doen om ideeën te laten ontstaan en wanneer ze zich moeten concentreren. Over het algemeen kun je zeggen dat concentratie wordt overschat als het om creativiteit gaat.'
Dit laatste stelt mij sowieso gerust.

maandag 11 juni 2012

Op hakken

Rond half één 's nachts stapten man en ik uit op station Boxmeer. In de laatste trein naar Venlo zaten mensen met uitgelopen vlaggetjes op hun wangen. Middelbare mannen met zilvergrijs haar, oranje hoedjes en dubbele tongen maakten grapjes met langbenige meisjes. De meisjes lachten naar hen. Dat vond ik lief van ze. Dat zouden de meisjes in Amsterdam nooit doen. We hadden in Nijmegen gegeten met vrienden en gedacht dat er in Boxmeer wel een taxi naar Heijen te regelen was. Er stond hier en daar een vader met draaiende motor te wachten op zijn tienerdochter. Meer auto's waren er niet. De meeste mensen pakten hun fietsen en verdwenen in de nacht. Al gauw was het weer doodstil in Boxmeer alsof er nooit een trein gearriveerd was. Het was dik elf kilometer naar Heijen en ik had schoenen met hakken. Gelukkig was café Piek open. Aan de bar hing een stel oranje mensen en toen we binnenkwamen viel de hele kroeg stil.
'Een taxi?' zei de oranje eigenaar. 'Ik weet ook niet of die zo laat nog te krijgen zijn.'
'Het is kwart voor één,' zei ik.
Hij belde een taxibedrijf. Om 2 uur 's nachts zou er op z'n vroegst een taxi bij café Piek kunnen zijn. Ergens wist ik dit al vanaf het moment dat we in Nijmegen instapten. Vroeger zou ik mijn ouders wakker gebeld hebben. 'Kom je ons halen? We hebben de bus gemist.' Maar dat kon nu echt niet meer. Dus wandelden we en vertelde ik man de dingen van vroeger toen ik hier fietste. We kwamen langs een ziekenhuis dat er vroeger niet stond. Het eerstvolgende dorp was Beugen, - half verwachte ik de discobus voor discotheek First Choice te treffen, maar er was geen discobus meer en geen First Choice - er was café het Posthuis waar 'Nederland, O Nederland, wij zijn de kampioen' gedraaid werd. De ramen sprongen er haast uit. De mensen huilden het liedje mee. We liepen langs graanvelden en andere velden. Af en toe fietste er een groepje jongeren voorbij op weg naar Gennep, Ottersum of Heijen. Volgens mij hoorde ik iemand de naam van mijn nichtje zeggen. Maar de fietsers waren al gauw niet meer te zien en wij liepen verder. Het was aardedonker. Er was nergens straatverlichting. 'Dat is te duur,' zei man. 'Dat zijn de bezuinigingen.' We kwamen een platgereden hond tegen. Een bouvier. Toen we de Maas over waren, waren we eindelijk aan de goede kant van het water. Maar toen was het nog wel een dik half uur lopen.

vrijdag 8 juni 2012

Kauwgom

Tijdens de laatste les van dit seizoen slikte ik kauwgom door die al half uit elkaar was gevallen in mijn mond. Ik wist niet waar ik er anders mee heen moest. Onder het oog van de cursisten kon ik de losse stukjes kauwgom niet uit m'n mond peuteren. Ik dacht ook dat het geen kwaad kon. Het was maar één Freedent gommetje. Toen we na afloop nog wat dronken met z'n allen merkte ik ineens dat de kauwgom op - of eigenlijk in - mijn longen was blijven plakken. Ik wist niet dat dat kon, maar het kon dus. Ik voelde de kauwgom zitten. Ik voelde ook dat ik nog maar een piepklein gaatje over had om door te ademen. Dus ademde ik overdreven diep in en uit, in en uit. In en uit. Het zweet brak me uit terwijl ik in mijn muntthee roerde. Het kleine kauwgommetje dat ik erin gestopt had, was heel groot geworden. Het leek te groeien. Het benam me de adem. De Baskische cursiste had het met de Fries over minderheidstalen en het verzet tegen de verdwijning ervan. Ik dronk de thee te heet om de kauwgom weg te schroeien. Ik nam een lepeltje honnig. Wegglijden dan. Maar het hielp niets. De kauwgom zat muurvast. Het verdwijnt vanzelf wel een keer, dacht ik om mezelf gerust te stellen. Toen kwam het in mij op dat het twintig jaar duurde voor een uitgespuugde kauwgom uit de natuur verdween. Twintig jaar! Ik begon weer zwaar te ademen. Maar veel zuurstof kreeg ik niet binnen. De komende twintig jaar zou het alles zijn. Glimlachend zei ik de cursisten gedag.

dinsdag 5 juni 2012

Saamhorig

We trekken door het buitengebied van IJburg. Het is oppassen geblazen niet op de hakken van de ander te gaan staan. Omdat het hier zo plat is, kun je mijlenver kijken. Daarachter kruipt de lange bonte rups mensen al over de Nesciobrug. De avondvierdaagse is begonnen.
'Jij haalt hier zeker inspiratie vandaan voor je column?' zegt een moeder.
'Weet jij iets meer van die seksfeestjes dan?'
'Nee,' zegt ze, 'ik ben misschien heel burgerlijk.'
'O nou, ik ook hoor,' zeg ik snel. 'Ik hoor die geruchten steeds.'
De geruchten heeft zij ook gehoord, zegt ze. Van alle kanten wordt er gefluisterd over de IJburgse sleutelfeesten. Maar zij weet verder niet wie daaraan meedoen. Ze wil het ook liever niet weten.
'Alles komt terug van de jaren zeventig, hè?' zegt ze. 'Ook de feestjes. Zeker nu het crisis is. De mensen zoeken saamhorigheid.'
Ik bekijk de vaders en moeders op hun gymschoenen. Met een klein rugzakje. Een stuk riet tussen de tanden. We zien er verdacht saamhorig uit.