donderdag 21 juni 2012

Het is een gepuzzel

Elke ochtend voor het ontbijt maakt Deetje (2) tegenwoordig graag legpuzzels. Alle puzzels die we in huis hebben, worden uit de kast gehaald. En als ze de puzzels af heeft, begint ze opnieuw. Ook als ze niet puzzelt, zie ik haar de hele tijd puzzelen. Ze puzzelt haar wereldbeeld bij elkaar. Van Toby, - de Jack Russel van opa en oma - weet ze nu bijvoorbeeld dat die pootjes heeft en geen benen.
'Mama heeft benen, papa heeft benen, Jeetje heeft benen, oma heeft benen,' zei ze. Toby bleek dus plotseling pootjes te hebben. Ze keek mij aan, hield haar hoofd scheef, aarzelde, maar vroeg het toen toch: 'Heeft opa ook pootjes?'
Deze ochtend somt ze op wie er allemaal naar het werk gaat.
'Mama gaat werken, papa gaat werken, oma gaat werken, Toby gaat niet werken?' Ze kijkt mij aan of ze het goed heeft.
'Nee, Toby gaat niet werken,' zeg ik.
'Toby gaat óók niet zwemmen,' zegt ze blij.
'Jawel,' verbetert Jeetje (7) haar, 'Toby zwemt wel in de Maas. Maar hij gaat niet in het zwembad.'
'O, Toby zwemt wèl' zegt Deetje snel.
'In de Maas,' zegt Jeetje.
'In de Maas,' herhaalt Deetje.

woensdag 20 juni 2012

eten

Het is me al vaker opgevallen dat ik op sommige momenten de hele tijd moet eten als ik schrijf. Zoals nu. Ik eet zelfs het oude brood dat voor de vogels bedoeld was, ik eet hele repen chocolade, eigenlijk alles wat ik in huis kan vinden gaat zo het mondje in. Alsof ik niet kan schrijven zonder malende kaken. Dat is ook echt zo. Ik kan het niet zonder me vol te proppen. Het eten geeft een zekere rust. Ik vind het wel jammer want ik kreeg al een slappe reet van al het zitten. Ik hou me maar vast aan de dagen dat ik vergeet te eten. Dat is namelijk ook een fase in het schrijfproces. Ik hoop dat die fase binnenkort weer eens aanbreekt.
Nog meer hoop ik op de fase dat alles voorbij is. En dan bedoel ik niet de dood.

dinsdag 19 juni 2012

Open mond

De mondhygiëniste praatte aan één stuk door. Ik kon niets terugzeggen.
Ze had wel meer schrijvers in haar stoel gehad. Verwarde mensen waren dat toch. Alsof ze in een totaal andere wereld leefden. Fragiel. Dromerig. Ze hadden een huid van porselein. Ze had mijn column gelezen in de Brug inderdaad. Ze zou 'm vanaf nu vaker lezen. Ze zei dat de columns van Aaf de laatste tijd steeds mutseriger werden en dat mensen die IJburg afkeurden, zwart-witgeesten waren. Hokjesdenkers. Ze waren er meestal nog nooit geweest. De mondhygiëniste trok zich er niets van aan wat anderen dachten. En trouwens niet iederéén kon op de gracht wonen, of wel soms? Zij was inmiddels al zo ver dat ze, zelfs als ze de loterij won, niet meer op de gracht zou willen wonen. Ze zou een vrije kavel kopen op het Rieteiland. Lekker rustig, fris, kabbelend water voor je deur. Intussen poerde ze met zo'n ijzeren haak in mijn totaal ontstoken bek. Als het zo doorging - als ik die borstel altijd recht op mijn tand blééf zetten in plaats van op mijn tandvlees - zouden mijn tanden los gaan zitten en er één voor één uitvallen. De bacteriën hadden zich er al onder gewurmd. Er was nauwelijks nog een weg terug. En die verstandskiezen kon ik ook maar beter alle vier laten trekken als ik ze toch niet poetste.

maandag 18 juni 2012

Tussentijd

De finalisten van de schrijfwedstrijd (uit elke provincie ééntje) waren tussen de zeventien en vierentwintig jaar oud. Op zaterdagochtend kwam ik ze een workshop geven in Rotterdam als aftrap van het Write Now weekend dat de volgende dag zou eindigen met één winnaar. Ik zat voor de groep, bekeek ze allemaal - kon ik zien wie de winnaar was? kon ik het horen aan de teksten die ze gingen schrijven? nee - en concludeerde dat ik ouder was. Dat concludeerde ik niet eens. Van het ene op het andere moment bleek dat zo te zijn. Ik weet niet wanneer het precies gebeurd is. Maar het transformatieproces had zich voltrokken. Waar ik vroeger de zenuwen kreeg van zulke groepen jonge mensen en dacht dat ik ze niets te melden had, had ik nu een zekere afstand en er was overzicht. Misschien was het eerder inzicht.
Een meisje was bezig met afstuderen op de toneelschool en kende mijn naam van een toneelstuk dat ze op haar opleiding gespeeld hadden.
Ik moest even tellen en hoorde mezelf toen zeggen dat het dertien jaar geleden was dat ik dat stuk voor het eerst en voor het laatst gezien had. Dertien jaar! Veertien jaar geleden had ik het dus geschreven. Ik weet nog precies hoe ik me voelde toen ik dat stuk schreef, waar ik zat en hoe de wolken eruit zagen die voorbij dreven.
Wat wil ik nou met dit stukje zeggen? Dat het me verbaasde dat ik onlangs nog zo was als die jongeren daar en nu ineens niet meer. Ik kon me de tussentijd niet herinneren. Alsof die er nooit was geweest.

vrijdag 15 juni 2012

Ze leefden gewoon.

Omdat het barstte van de slakken in onze tuin had man er een paar in het vuur gegooid. Toen Jeetje het hoorde, barstte ze meteen in huilen uit.
'Hoe kun je dat nou dóén, papa? Hoe kun je?'
'Ze aten al onze plantjes op,' zei hij.
'Ik heb er gisteren nog één gered!' huilde ze. 'De buren lachten me ook al uit. Ze zeiden dat ik een vies kind was omdat ik er eentje opraapte. Maar dat ís toch niet vies?'
'Nee hoor,' zei man.
'Maar waarom moesten ze dood van jou, papa. Waaróm?'
'Mijn pompoenplantjes,' zei hij zacht. Man sloeg zijn ogen neer.
'Daar kunnen ze toch niks aan doen?' riep Jeetje uit. 'Dat wéten zij toch niet. Ze lééfden toch gewoon.'
'Dat is wel waar ja,' fluisterde man.
Man keek heel schuldig. Hij herkende het gevoel van zijn dochter maar al te goed. Ze had het van geen vreemden. Hij was er eigenlijk ook de persoon niet naar om beesten te vermoorden. En toch was het er in de loop der jaren ergens ingeslopen, het geweld.

donderdag 14 juni 2012

De teamgeest

Ik hoorde ook van een lagere schoolmeester van 57 jaar die alles altijd in zijn eentje deed. Hij stond al vijfendertig jaar voor groep acht en werkte elke minuut. Hij nam nooit pauze met de andere docenten dus viel hij buiten het team. 's Ochtends voor de anderen kwamen was hij al op school, en 's avonds als de anderen allang weg waren, vertrok hij pas weer. Na elke vrije week zagen ze hem als een verdroogd bloempje terugkomen. In de grote vakantie hadden meerdere mensen hem rondjes rond de school zien fietsen. Hij keek bepaald niet uit naar zijn naderende pensioen. Maar waar hij vroeger pas aan het eind van het schooljaar moe werd, vertoonde hij tegenwoordig begin februari al uitputtingsverschijnselen. Zijn groep acht haalde al vijfendertig jaar lang de beste citoscores.

woensdag 13 juni 2012

Rugzakjuf

Ik hoorde vandaag van een lagere schooljuf die zo'n extreme vorm van obesitas had dat ze nauwelijks door de deuropening paste. Ze konden haar voor groep 1 en 2 niet gebruiken omdat ze niet kon bukken om een kind te tillen. Daarnaast had de juf niet alleen dyslexie maar ook nog eens dyscalculie. Dus waren groep 3,4,5,6,7 en 8 voor haar ondoenlijk. De bekkeninstabiliteit die ze sinds de geboorte van haar zoon - zestien jaar geleden - had, maakte haar leven niet makkelijker. De schoolleiding zei van haar af te willen, maar wist niet hoe. Ze was al jaren in vaste dienst, maar zou - door de krimp van de school - voor het eerst een heel eigen klas moeten gaan draaien. Hierdoor waren haar problemen nu pas echt goed aan het licht gekomen. Ik had het te doen met de dikke juf die niet goed kon schrijven en rekenen, noch zich verroeren. Ik wist zeker dat ze ergens heel goed in moest zijn.