De enige die hier rent ben ik. In de verte staat een man te pissen in de avondzon. Of wat staat hij daar te doen in de berm. Hij wacht op iets of iemand die voorbijkomt.
Dus ik sla linksaf met de saxofonen in mijn oren. In een flits zie ik daar ook een man in het struikgewas staan, zich rekkend. 'Jij wou toch zo graag weten waar hier die seksfeestjes gehouden werden. Nou? Nou?' Hij grijnst naar me. Hij is verkleed als sporter. Overdressed. Ik haal de dopjes uit mijn oren, telkens achterom kijkend ren ik verder. Mijn bonzend hart hoor ik nu. Het ademen. Na een tijdje, iets meer in de bewoonde wereld, merk ik dat ik steeds 'niet bang zijn' zeg tegen de babykonijntjes die van me schrikken. 'Niet bang zijn,' zeg ik. Met de moederstem die ons allemaal geruststelt.
donderdag 28 juni 2012
woensdag 27 juni 2012
Moederstemmetje
Veel te laat haalde ik mijn blik van de computer, rende zonder op of omkijken het huis uit, struikelend over de kinderen, op de stoep krioelde het er werkelijk van, knipperend met mijn ogen tegen het zonlicht zat ik op de fiets, haalde eerst de ene van de opvang en toen de andere van de crèche, parkeerde ze rond zessen heelhuids bij de rest op de stoep, missie geslaagd zou je denken. Maar in plaats van rustig op de bank in het zonnetje te gaan zitten, zette ik een berg groentes op het vuur, rende ik constant heen en weer tussen binnen en buiten, tussen braadpan en tweejarige, alsof de dood me op de hielen zat, - de kleine kon namelijk niet onbewaakt op de stoep blijven, ook haar even bij mij binnen opsluiten terwijl het buiten te doen was, mislukte jammerlijk - en de hele groenteberg brandde uiteindelijk aan, de vegetarische kip zou even later ook aanbranden, de kinderen uit de pan vliegen, de moeder zou overkoken, maar dat was toen nog helemaal niet aan de orde.
In de huizen roerden de ouders in pruttelende pannen.
'Je mag nog héél even spelen, Binkie. We gaan zó eten. Ik denk dat àlle kindjes zó gaan eten,' hoorde ik een vrouw zeggen met zo'n typisch moederstemmetje. Ze glimlachte naar me, ik glimlachte terug. Het moeders-onder-elkaar-lachje. Behalve die van mij, dacht ik. Ik voelde daar al hoe mijn typische moederstemmetje me langzaam aan het verlaten was, en ik dacht: ik word net zo als het mens in het boek wat ik schrijf, nog ging ik er niet bij zitten.
In de huizen roerden de ouders in pruttelende pannen.
'Je mag nog héél even spelen, Binkie. We gaan zó eten. Ik denk dat àlle kindjes zó gaan eten,' hoorde ik een vrouw zeggen met zo'n typisch moederstemmetje. Ze glimlachte naar me, ik glimlachte terug. Het moeders-onder-elkaar-lachje. Behalve die van mij, dacht ik. Ik voelde daar al hoe mijn typische moederstemmetje me langzaam aan het verlaten was, en ik dacht: ik word net zo als het mens in het boek wat ik schrijf, nog ging ik er niet bij zitten.
zondag 24 juni 2012
Duizelingwekkend genot
Ik kwam mijn vorige redacteur tegen tijdens het hardlopen. Nou ja hardlopen, ik was aan het slenteren en niet veel van plan. De zon scheen. Ik luisterde naar een voordracht van Thomas Rosenboom in Voetlicht. Het speelde in de jaren '70, twee jongens kwamen van de middelbare school en ze hadden het plan om iets heel anders te gaan doen dan de rest. Namelijk in de Bijstand gaan. Dan had je tenminste nog tijd over om er iets naast te doen. Ik vond dat grappig. Ik weet niet hoe het verder ging want toen kwam hij er aan gerend. Hij had er al wat kilometers op zitten, maar was - zo te zien - nog lang niet moe. Dus ik moest wel.
Wij hollen. In een voor mij net iets te optimistisch tempo. En bijkletsen tegelijk. Mijn antwoorden werden allengs korter en bondiger.
'En met schrijven?' vroeg hij.
'Ja ook, bijna inleveren.'
'Wanneer?'
'Ja, vlgnd wk.'
'Je kijkt erbij alsof je er zelf van schrikt.'
'Ja.' Ik probeerde intussen mijn hijg-neigingen te onderdrukken.
'Ik lees je wanhopige blogs natuurlijk.'
'Wnhpg? Ik prbr er juist geen wnhp in te stppn.'
'Wanhoop!' zei hij. 'Over opgesloten zitten hier en alles.'
Ik hijgde luid en duidelijk nu. Als een paard.
'Stille wanhoop,' ging hij door,'dat is nog véél erger.'
Dat was waar. Stille wanhoop was het ergst. Maar zonder stille hoop, geen stille wanhoop. En andersom. Ik zag best vaak stil wanhopigen. Ik rekende mezelf er niet toe. Maar ik begreep wel waarom ik dat idee wekte. Zoals men mij vaak bij de groep stille wateren schaarde. Klopte ook al geen zak van.
'Ik mt r af,' zei ik.
Mijn vorige redacteur holde kwiek rechtdoor, het Diemerpak uit. Ik sloeg linksaf en zette het meteen op een wandelen.
In het radioprogramma was Hafid Bouazza aangeschoven. Hij sprak over het diepe duizelingwekkende bedwelmende genot van het schrijven. En dat hij dat op de lezer over wilde brengen. Het was allemaal maar hoe je het bracht.
Wij hollen. In een voor mij net iets te optimistisch tempo. En bijkletsen tegelijk. Mijn antwoorden werden allengs korter en bondiger.
'En met schrijven?' vroeg hij.
'Ja ook, bijna inleveren.'
'Wanneer?'
'Ja, vlgnd wk.'
'Je kijkt erbij alsof je er zelf van schrikt.'
'Ja.' Ik probeerde intussen mijn hijg-neigingen te onderdrukken.
'Ik lees je wanhopige blogs natuurlijk.'
'Wnhpg? Ik prbr er juist geen wnhp in te stppn.'
'Wanhoop!' zei hij. 'Over opgesloten zitten hier en alles.'
Ik hijgde luid en duidelijk nu. Als een paard.
'Stille wanhoop,' ging hij door,'dat is nog véél erger.'
Dat was waar. Stille wanhoop was het ergst. Maar zonder stille hoop, geen stille wanhoop. En andersom. Ik zag best vaak stil wanhopigen. Ik rekende mezelf er niet toe. Maar ik begreep wel waarom ik dat idee wekte. Zoals men mij vaak bij de groep stille wateren schaarde. Klopte ook al geen zak van.
'Ik mt r af,' zei ik.
Mijn vorige redacteur holde kwiek rechtdoor, het Diemerpak uit. Ik sloeg linksaf en zette het meteen op een wandelen.
In het radioprogramma was Hafid Bouazza aangeschoven. Hij sprak over het diepe duizelingwekkende bedwelmende genot van het schrijven. En dat hij dat op de lezer over wilde brengen. Het was allemaal maar hoe je het bracht.
donderdag 21 juni 2012
Het is een gepuzzel
Elke ochtend voor het ontbijt maakt Deetje (2) tegenwoordig graag legpuzzels. Alle puzzels die we in huis hebben, worden uit de kast gehaald. En als ze de puzzels af heeft, begint ze opnieuw. Ook als ze niet puzzelt, zie ik haar de hele tijd puzzelen. Ze puzzelt haar wereldbeeld bij elkaar. Van Toby, - de Jack Russel van opa en oma - weet ze nu bijvoorbeeld dat die pootjes heeft en geen benen.
'Mama heeft benen, papa heeft benen, Jeetje heeft benen, oma heeft benen,' zei ze. Toby bleek dus plotseling pootjes te hebben. Ze keek mij aan, hield haar hoofd scheef, aarzelde, maar vroeg het toen toch: 'Heeft opa ook pootjes?'
Deze ochtend somt ze op wie er allemaal naar het werk gaat.
'Mama gaat werken, papa gaat werken, oma gaat werken, Toby gaat niet werken?' Ze kijkt mij aan of ze het goed heeft.
'Nee, Toby gaat niet werken,' zeg ik.
'Toby gaat óók niet zwemmen,' zegt ze blij.
'Jawel,' verbetert Jeetje (7) haar, 'Toby zwemt wel in de Maas. Maar hij gaat niet in het zwembad.'
'O, Toby zwemt wèl' zegt Deetje snel.
'In de Maas,' zegt Jeetje.
'In de Maas,' herhaalt Deetje.
'Mama heeft benen, papa heeft benen, Jeetje heeft benen, oma heeft benen,' zei ze. Toby bleek dus plotseling pootjes te hebben. Ze keek mij aan, hield haar hoofd scheef, aarzelde, maar vroeg het toen toch: 'Heeft opa ook pootjes?'
Deze ochtend somt ze op wie er allemaal naar het werk gaat.
'Mama gaat werken, papa gaat werken, oma gaat werken, Toby gaat niet werken?' Ze kijkt mij aan of ze het goed heeft.
'Nee, Toby gaat niet werken,' zeg ik.
'Toby gaat óók niet zwemmen,' zegt ze blij.
'Jawel,' verbetert Jeetje (7) haar, 'Toby zwemt wel in de Maas. Maar hij gaat niet in het zwembad.'
'O, Toby zwemt wèl' zegt Deetje snel.
'In de Maas,' zegt Jeetje.
'In de Maas,' herhaalt Deetje.
woensdag 20 juni 2012
eten
Het is me al vaker opgevallen dat ik op sommige momenten de hele tijd moet eten als ik schrijf. Zoals nu. Ik eet zelfs het oude brood dat voor de vogels bedoeld was, ik eet hele repen chocolade, eigenlijk alles wat ik in huis kan vinden gaat zo het mondje in. Alsof ik niet kan schrijven zonder malende kaken. Dat is ook echt zo. Ik kan het niet zonder me vol te proppen. Het eten geeft een zekere rust. Ik vind het wel jammer want ik kreeg al een slappe reet van al het zitten. Ik hou me maar vast aan de dagen dat ik vergeet te eten. Dat is namelijk ook een fase in het schrijfproces. Ik hoop dat die fase binnenkort weer eens aanbreekt.
Nog meer hoop ik op de fase dat alles voorbij is. En dan bedoel ik niet de dood.
Nog meer hoop ik op de fase dat alles voorbij is. En dan bedoel ik niet de dood.
dinsdag 19 juni 2012
Open mond
De mondhygiëniste praatte aan één stuk door. Ik kon niets terugzeggen.
Ze had wel meer schrijvers in haar stoel gehad. Verwarde mensen waren dat toch. Alsof ze in een totaal andere wereld leefden. Fragiel. Dromerig. Ze hadden een huid van porselein. Ze had mijn column gelezen in de Brug inderdaad. Ze zou 'm vanaf nu vaker lezen. Ze zei dat de columns van Aaf de laatste tijd steeds mutseriger werden en dat mensen die IJburg afkeurden, zwart-witgeesten waren. Hokjesdenkers. Ze waren er meestal nog nooit geweest. De mondhygiëniste trok zich er niets van aan wat anderen dachten. En trouwens niet iederéén kon op de gracht wonen, of wel soms? Zij was inmiddels al zo ver dat ze, zelfs als ze de loterij won, niet meer op de gracht zou willen wonen. Ze zou een vrije kavel kopen op het Rieteiland. Lekker rustig, fris, kabbelend water voor je deur. Intussen poerde ze met zo'n ijzeren haak in mijn totaal ontstoken bek. Als het zo doorging - als ik die borstel altijd recht op mijn tand blééf zetten in plaats van op mijn tandvlees - zouden mijn tanden los gaan zitten en er één voor één uitvallen. De bacteriën hadden zich er al onder gewurmd. Er was nauwelijks nog een weg terug. En die verstandskiezen kon ik ook maar beter alle vier laten trekken als ik ze toch niet poetste.
Ze had wel meer schrijvers in haar stoel gehad. Verwarde mensen waren dat toch. Alsof ze in een totaal andere wereld leefden. Fragiel. Dromerig. Ze hadden een huid van porselein. Ze had mijn column gelezen in de Brug inderdaad. Ze zou 'm vanaf nu vaker lezen. Ze zei dat de columns van Aaf de laatste tijd steeds mutseriger werden en dat mensen die IJburg afkeurden, zwart-witgeesten waren. Hokjesdenkers. Ze waren er meestal nog nooit geweest. De mondhygiëniste trok zich er niets van aan wat anderen dachten. En trouwens niet iederéén kon op de gracht wonen, of wel soms? Zij was inmiddels al zo ver dat ze, zelfs als ze de loterij won, niet meer op de gracht zou willen wonen. Ze zou een vrije kavel kopen op het Rieteiland. Lekker rustig, fris, kabbelend water voor je deur. Intussen poerde ze met zo'n ijzeren haak in mijn totaal ontstoken bek. Als het zo doorging - als ik die borstel altijd recht op mijn tand blééf zetten in plaats van op mijn tandvlees - zouden mijn tanden los gaan zitten en er één voor één uitvallen. De bacteriën hadden zich er al onder gewurmd. Er was nauwelijks nog een weg terug. En die verstandskiezen kon ik ook maar beter alle vier laten trekken als ik ze toch niet poetste.
maandag 18 juni 2012
Tussentijd
De finalisten van de schrijfwedstrijd (uit elke provincie ééntje) waren tussen de zeventien en vierentwintig jaar oud. Op zaterdagochtend kwam ik ze een workshop geven in Rotterdam als aftrap van het Write Now weekend dat de volgende dag zou eindigen met één winnaar. Ik zat voor de groep, bekeek ze allemaal - kon ik zien wie de winnaar was? kon ik het horen aan de teksten die ze gingen schrijven? nee - en concludeerde dat ik ouder was. Dat concludeerde ik niet eens. Van het ene op het andere moment bleek dat zo te zijn. Ik weet niet wanneer het precies gebeurd is. Maar het transformatieproces had zich voltrokken. Waar ik vroeger de zenuwen kreeg van zulke groepen jonge mensen en dacht dat ik ze niets te melden had, had ik nu een zekere afstand en er was overzicht. Misschien was het eerder inzicht.
Een meisje was bezig met afstuderen op de toneelschool en kende mijn naam van een toneelstuk dat ze op haar opleiding gespeeld hadden.
Ik moest even tellen en hoorde mezelf toen zeggen dat het dertien jaar geleden was dat ik dat stuk voor het eerst en voor het laatst gezien had. Dertien jaar! Veertien jaar geleden had ik het dus geschreven. Ik weet nog precies hoe ik me voelde toen ik dat stuk schreef, waar ik zat en hoe de wolken eruit zagen die voorbij dreven.
Wat wil ik nou met dit stukje zeggen? Dat het me verbaasde dat ik onlangs nog zo was als die jongeren daar en nu ineens niet meer. Ik kon me de tussentijd niet herinneren. Alsof die er nooit was geweest.
Een meisje was bezig met afstuderen op de toneelschool en kende mijn naam van een toneelstuk dat ze op haar opleiding gespeeld hadden.
Ik moest even tellen en hoorde mezelf toen zeggen dat het dertien jaar geleden was dat ik dat stuk voor het eerst en voor het laatst gezien had. Dertien jaar! Veertien jaar geleden had ik het dus geschreven. Ik weet nog precies hoe ik me voelde toen ik dat stuk schreef, waar ik zat en hoe de wolken eruit zagen die voorbij dreven.
Wat wil ik nou met dit stukje zeggen? Dat het me verbaasde dat ik onlangs nog zo was als die jongeren daar en nu ineens niet meer. Ik kon me de tussentijd niet herinneren. Alsof die er nooit was geweest.
Abonneren op:
Posts (Atom)