We kunnen er dan wel grapjes over maken, maar diep van binnen wil ik een hippie zijn. Op vakantie zag ik haar - de vrouw die ik zou willen zijn - door de zee lopen, gebruind, nergens een randje vet, want de hippie eet geen vlees en geen snoep, ze droeg zo'n rare wijde pofbroek, hemdje, hond aan haar zijde, leren bandjes om haar armen, meer niet. Ze bewoog zich vrij. Ze was vrij. Ze trok zich niets aan van ons, wij die daar zaten. Geen geld hebben en toch overal komen. Ik weet niet hoe ze dat doen. Als ik het concept verder uit ga diepen, stuit ik al gauw op de problemen van het hippie-bestaan. Misschien is 'hippie' ook niet de juiste benaming. Ik weet niet hoe ik ze moet noemen. Je ziet er nu ook wel veel in de stad. Maar die vieze hippies bedoel ik niet.
We doen vaak een beetje lacherig over de hippie. Het is niks voor ons. Wij zijn zo niet. Maar er is iets dat me aantrekt in hun zijn. Ooit in bioscoop Kriterion was er een nomadische jongeman die dwars door me heen keek. Hij vroeg in het Engels ga je met mij mee of niet? Ik deed het niet natuurlijk. Het sloeg nergens op. Vreemde hippies die vragen of je met hen meegaat. Dat is vragen om ellende. Allemaal escapisten, die lui.
woensdag 15 augustus 2012
maandag 13 augustus 2012
Lia
We liepen voor het eerst weer door Amsterdam, Jeetje (7) en ik. Zij was goddelijk mooi met haar witte t-shirtje, lange bruine benen onder een te kort geworden rokje en ze sleepte het pluchen hondje Lia met zich mee aan een touwtje. We waren tevergeefs op zoek geweest naar de kinderboekwinkel op de Nieuwezijdsvoorburgwal en namen nu de snelste route naar de boekwinkel in de Haarlemmerstraat. Ergens achter het Spui liepen we toen ik zag dat Jeetje oogcontact had met een hoer. Een moment daarna keken ook de vrouw en ik elkaar aan. Een split-second. We glimlachten.
'Ze zwaaide naar mij,' zei Jeetje toen we doorliepen. 'Maar waarom stond ze daar nou zo in haar bikini? Ze deed zo.'
Jeetje zwaaide met haar billen en knipperde met haar ogen en tuitte haar mond.
'Dat was een prostituee,' zei ik.
'Een wat?'
'Een pros-ti-tuee.'
'Waarom staat ze daar?'
'Dat is haar beroep. Ze verkoopt haar lichaam.'
Jeetje keek me aan. Niet-begrijpend. Ik kan net niet in dat hoofdje kijken, maar ik zie gewoon dat er razendsnel gedacht wordt. Ze nam ook geen genoegen met mijn abstracte uitleg.
'Mannen willen kusjes van haar en daar moeten ze voor betalen.' Zoiets zei ik.
Op dat moment kijken we een souterrain in waar een vrouw in bikini zich net over een bed buigt om het op te maken of af te halen.
'Hier heb je er wéér één!'
'Ja.'
'Het lijkt me toch niet zo'n leuk beroep,' zegt ze even later.
'Dat is het ook niet,' zeg ik, 'die vrouwen kunnen vaak niet anders. En ze moeten toch geld verdienen.'
'Ik zag net ook al een heleboel blote mannen op posters,' zegt ze en trekt het witte hondje achter zich aan. Lia is inmiddels helemaal smerig geworden van onderen. Een bruin buikje, bruine pootjes.
'Ze zwaaide naar mij,' zei Jeetje toen we doorliepen. 'Maar waarom stond ze daar nou zo in haar bikini? Ze deed zo.'
Jeetje zwaaide met haar billen en knipperde met haar ogen en tuitte haar mond.
'Dat was een prostituee,' zei ik.
'Een wat?'
'Een pros-ti-tuee.'
'Waarom staat ze daar?'
'Dat is haar beroep. Ze verkoopt haar lichaam.'
Jeetje keek me aan. Niet-begrijpend. Ik kan net niet in dat hoofdje kijken, maar ik zie gewoon dat er razendsnel gedacht wordt. Ze nam ook geen genoegen met mijn abstracte uitleg.
'Mannen willen kusjes van haar en daar moeten ze voor betalen.' Zoiets zei ik.
Op dat moment kijken we een souterrain in waar een vrouw in bikini zich net over een bed buigt om het op te maken of af te halen.
'Hier heb je er wéér één!'
'Ja.'
'Het lijkt me toch niet zo'n leuk beroep,' zegt ze even later.
'Dat is het ook niet,' zeg ik, 'die vrouwen kunnen vaak niet anders. En ze moeten toch geld verdienen.'
'Ik zag net ook al een heleboel blote mannen op posters,' zegt ze en trekt het witte hondje achter zich aan. Lia is inmiddels helemaal smerig geworden van onderen. Een bruin buikje, bruine pootjes.
woensdag 18 juli 2012
Oud en jong
Nog voor ik het café van de Beurs van Berlage binnen was, kwam hij al op me af lopen en nam me mee naar het tafeltje waar hij zat, met zijn dochter van zestien en haar vriendin. Met hen was hij tien dagen in Amsterdam. Voor het laatst had ik hem gezien in Townsville, Australië, negentien of twintig jaar geleden. Als deelnemers van Interplay, het Young Playwrights Festival in Queensland. Hij was de Tsjech. En Esther en ik waren uitverkoren om met onze eenakters Nederland te vertegenwoordigen. We vlogen allebei voor het eerst toen. We waren negentien of misschien wel twintig. Ik denk dat de Tsjech ook voor het eerst vloog. De Tsjech en ik herkenden elkaar aan de andere kant van de wereld meteen in onze afkeer voor zo'n beetje alles wat daar gebeurde. En er gebeurde veel, we hadden een vol programma. Het was geweldig goed geregeld allemaal. Wij waren maatjes in het niet willen meedoen. Dat dat vooral voortkwam uit angst en ander ongemak, wisten we toen nog in het geheel niet. Nee, wij haatten groepen, groepsprocessen en opgelegde gezelligheid. Zoals echte schrijvers dat doen. Mijn verbazing over dat hij geen pinpas had, is me altijd heel erg bijgebleven. De cultuurshock. Er bestonden echt mensen zonder pinpas. En vandaag was ik weer verbaasd dat hij geen smartphone uit zijn zak haalde om de weg te vinden. Hij was nog echt met kaarten aan het kloten. We hadden in de loop van de jaren nauwelijks tot geen contact gehouden. Eens in de zes jaar kreeg ik een eenregelig berichtje. En ik stuurde dan zoiets terug.
Dus hier zaten we nu.
We waren de enigen op het terras onder het afdak, het regende maar hij moest roken. In Praag is er geen rookverbod in cafés. Hij gaf zijn bokkige dochter en haar vriendin 5 euro en zij verdwenen even de stad in. Gebogen door de regen zag ik ze gaan.
Hij excuseerde zich ineens voor een grapje dat hij twintig jaar geleden maakte en dat geen leuk grapje was. Dat grapje herinnerde ik mij goed. Hij vroeg ook waar in Amsterdam het te doen was voor jonge mensen. Dat wist ik niet precies. Ik wist alleen plekken voor oude mensen.
Dus hier zaten we nu.
We waren de enigen op het terras onder het afdak, het regende maar hij moest roken. In Praag is er geen rookverbod in cafés. Hij gaf zijn bokkige dochter en haar vriendin 5 euro en zij verdwenen even de stad in. Gebogen door de regen zag ik ze gaan.
Hij excuseerde zich ineens voor een grapje dat hij twintig jaar geleden maakte en dat geen leuk grapje was. Dat grapje herinnerde ik mij goed. Hij vroeg ook waar in Amsterdam het te doen was voor jonge mensen. Dat wist ik niet precies. Ik wist alleen plekken voor oude mensen.
dinsdag 17 juli 2012
Lethargie
Het zijn de dagen voor de vakantie en ik kan me nergens toe zetten. Als ik eenmaal een besluit genomen heb, hou ik me er niet aan. Geen kledingstuk lijkt bij me te passen deze dagen.
Op zondag en op maandag ben ik in de Bijenkorf geweest, trok daar dezelfde broek aan en legde die weer terug.
Ik had me deze dagen heel anders voorgesteld.
Ik probeer in te pakken. Wat mee kan, moet ingepakt worden, maar veel kan er niet mee in het vliegtuig. Een tent, een slaapzak, een matje en dat maal vier.
Het zijn de dagen dat ik niet schrijf en wel achter de computer zit, het document open en toch maar weer sluit. Zoveel tijd is er niet.
Ik zie mij zitten hier met mijn joggingpak aan, het haar in een staartje. Er is dus wel degelijk het plan om te rennen. Er zijn ook wel plannen. Maar waarschijnlijk doe ik dit pak dadelijk weer uit zonder te hebben gerend. Vanwege het weer.
Buiten is het zo donker dat het lijkt alsof de avond alweer invalt, terwijl het nog maar elf uur is en de dag nog alles in zich zou moeten hebben.
De nachten voor de vakantie breng ik half wakend door.
Op zondag en op maandag ben ik in de Bijenkorf geweest, trok daar dezelfde broek aan en legde die weer terug.
Ik had me deze dagen heel anders voorgesteld.
Ik probeer in te pakken. Wat mee kan, moet ingepakt worden, maar veel kan er niet mee in het vliegtuig. Een tent, een slaapzak, een matje en dat maal vier.
Het zijn de dagen dat ik niet schrijf en wel achter de computer zit, het document open en toch maar weer sluit. Zoveel tijd is er niet.
Ik zie mij zitten hier met mijn joggingpak aan, het haar in een staartje. Er is dus wel degelijk het plan om te rennen. Er zijn ook wel plannen. Maar waarschijnlijk doe ik dit pak dadelijk weer uit zonder te hebben gerend. Vanwege het weer.
Buiten is het zo donker dat het lijkt alsof de avond alweer invalt, terwijl het nog maar elf uur is en de dag nog alles in zich zou moeten hebben.
De nachten voor de vakantie breng ik half wakend door.
vrijdag 13 juli 2012
Ik citeer
In de Gids lees ik het essay van Yves Petry over Lezen & Schrijven.
Hij schrijft o.a:...'de grote literaire auteurs hadden en hebben geen biologie nodig om hun verzinsels te rechtvaardigen. Onverschrokken komen ze op voor de waarheid en het bestaansrecht van hun personages met geen ander wapen in handen dan de hypnotische vermogens van de taal. Als je daar niet vatbaar voor bent, dan laten ze je verder met rust. Ben je er wel vatbaar voor, dan raak je in trance. Ze benevelen je, deze magiërs, maar ze bedriegen je niet. Ze spiegelen je immers geen werkelijkheid voor die buiten hun woorden zou bestaan. Ze schorten alleen je behoefte op aan een andere werkelijkheid dan die van hun woorden.'
Dat wou ik ook zeggen.
Ik herinner me nu A.L Snijders in een radioprogramma vertellend over zijn goede hand van citeren. Hij gebruikte vaak citaten van anderen, zei hij, omdat iemand het al eens zo goed onder woorden had gebracht.
Ook flitst er een televisiefragment met Gerrit Komrij voorbij: 'al die onzin die je bij elkaar verzint en dat ze je nog gelóven ook, dat is het mooiste.'
Maar hij zei het beter.
Hij schrijft o.a:...'de grote literaire auteurs hadden en hebben geen biologie nodig om hun verzinsels te rechtvaardigen. Onverschrokken komen ze op voor de waarheid en het bestaansrecht van hun personages met geen ander wapen in handen dan de hypnotische vermogens van de taal. Als je daar niet vatbaar voor bent, dan laten ze je verder met rust. Ben je er wel vatbaar voor, dan raak je in trance. Ze benevelen je, deze magiërs, maar ze bedriegen je niet. Ze spiegelen je immers geen werkelijkheid voor die buiten hun woorden zou bestaan. Ze schorten alleen je behoefte op aan een andere werkelijkheid dan die van hun woorden.'
Dat wou ik ook zeggen.
Ik herinner me nu A.L Snijders in een radioprogramma vertellend over zijn goede hand van citeren. Hij gebruikte vaak citaten van anderen, zei hij, omdat iemand het al eens zo goed onder woorden had gebracht.
Ook flitst er een televisiefragment met Gerrit Komrij voorbij: 'al die onzin die je bij elkaar verzint en dat ze je nog gelóven ook, dat is het mooiste.'
Maar hij zei het beter.
woensdag 11 juli 2012
Geloven
Mijn schoonmoeder was op bezoek en zag mij met bril beneden komen.
'Ik heb lenzen besteld,' zei ik snel.
'Ik vind die bril je wel staan hoor,' zei ze.
'Ja?'
'Ja, het maakt je interessant.'
'Waarom maakt haar dat interessant?' Jeetje keek me onderzoekend aan.
'Het maakt slim,' zei mijn schoonmoeder.
'O, dan hou ik 'm op,' zei ik.
'Hoezo maakt het slim?' vroeg Jeetje. 'Het zijn glazen met iets er omheen en dat staat op je neus.'
Ik leg uit hoe het zit met brillen en dat er vroeger geloofd werd dat dat iets met intelligentie te maken had.
Ik was 's ochtends in de Beurs van Berlage. Dat is een geweldig cafe geworden. Ik zat er met een collega koffie te drinken. Ik had het erover wat ik wilde. Ik wil mensen meenemen - het liefst dat ze door mijn tekst meegesleurd worden alsof het een wildwaterbaan is - in de wereld die ik verzin, en die wereld moeten ze dan ook geloven, ook als het niet kan, dat vind ik nu juist het leukste om te proberen. Dit is nogal wiedes. Wie wil er iets ongeloofwaardigs verkopen?
Toen ik thuiskwam stond er een nieuw tentje in de woonkamer. Lichtgewicht. We gaan binnenkort drie weken lang kamperen in Italië. Dat hebben we voor het laatst gedaan toen Jeetje 1 jaar was. Ook in Italië. Het was toen hard aanpoten voor ons. Man en ik waren vroeger fervent kampeerders, maar zijn er daarna direct mee gestopt. Omdat we er niets aan vonden met een kind, omdat vakantie toch ook vakantie moest zijn.
Nu, 6 jaar later, gaan we het weer doen, nemen we zelfs 2 kinderen mee en is de tent de helft kleiner. Verder gaan we het veel soberder doen - geen stoeltje, tafeltje kleedje, niets wat het kamperen veraangenaamd, één pan, één pitje om op te koken - omdat we in het vliegtuig nauwelijks spullen mee kunnen nemen. Het lijkt me deze keer wel wat. Dat moet je geloven.
'Ik heb lenzen besteld,' zei ik snel.
'Ik vind die bril je wel staan hoor,' zei ze.
'Ja?'
'Ja, het maakt je interessant.'
'Waarom maakt haar dat interessant?' Jeetje keek me onderzoekend aan.
'Het maakt slim,' zei mijn schoonmoeder.
'O, dan hou ik 'm op,' zei ik.
'Hoezo maakt het slim?' vroeg Jeetje. 'Het zijn glazen met iets er omheen en dat staat op je neus.'
Ik leg uit hoe het zit met brillen en dat er vroeger geloofd werd dat dat iets met intelligentie te maken had.
Ik was 's ochtends in de Beurs van Berlage. Dat is een geweldig cafe geworden. Ik zat er met een collega koffie te drinken. Ik had het erover wat ik wilde. Ik wil mensen meenemen - het liefst dat ze door mijn tekst meegesleurd worden alsof het een wildwaterbaan is - in de wereld die ik verzin, en die wereld moeten ze dan ook geloven, ook als het niet kan, dat vind ik nu juist het leukste om te proberen. Dit is nogal wiedes. Wie wil er iets ongeloofwaardigs verkopen?
Toen ik thuiskwam stond er een nieuw tentje in de woonkamer. Lichtgewicht. We gaan binnenkort drie weken lang kamperen in Italië. Dat hebben we voor het laatst gedaan toen Jeetje 1 jaar was. Ook in Italië. Het was toen hard aanpoten voor ons. Man en ik waren vroeger fervent kampeerders, maar zijn er daarna direct mee gestopt. Omdat we er niets aan vonden met een kind, omdat vakantie toch ook vakantie moest zijn.
Nu, 6 jaar later, gaan we het weer doen, nemen we zelfs 2 kinderen mee en is de tent de helft kleiner. Verder gaan we het veel soberder doen - geen stoeltje, tafeltje kleedje, niets wat het kamperen veraangenaamd, één pan, één pitje om op te koken - omdat we in het vliegtuig nauwelijks spullen mee kunnen nemen. Het lijkt me deze keer wel wat. Dat moet je geloven.
dinsdag 10 juli 2012
De tijd van het afronden
Het is de tijd van het afronden. Jeetje haalde haar C-diploma. De wekenlijkse zwemlessen zijn voor een jaar of drie/vier jaar voorbij. De voortgangsgesprekken zijn geweest. Er moeten nu alleen nog hapjes gemaakt worden voor de schoolborrel. En de schoolpicknick. Dat zijn de leuke dingen. De boezemvriend van Deetje (2) heeft zijn biezen zelfs al gepakt. 'Max mág niet op vakantie,' huilde Deetje gisteravond in haar bed.
'Maar Max komt ook weer terug,' zei ik. 'Echt waar. Hij-komt-terug.'
'O,' zei ze, draaide zich om en ging slapen. Gesprek afgerond.
Man rondt zijn laatste klus af, hij moet alleen de BTW nog doen. Dat zijn de minder leuke dingen. En ik voer gesprekken met mijn agent en vanmiddag met mijn redacteur over het boek. Ik ben een eind. Ik wacht met smart op de afronding. Eigenlijk kan ik niet rusten tot het zover is. Eigenlijk mag ik niet weg. Maar ik weet best dat het zelfs beter is het te laten rusten en dan straks - na de vakantie - die laatste slag te maken.
Op de één of andere manier verkondig ik al heel lang overal dat het bijna af is. Ik doe dat om mezelf op te jagen. Misschien moest ik daar maar eens mee stoppen.
'Maar Max komt ook weer terug,' zei ik. 'Echt waar. Hij-komt-terug.'
'O,' zei ze, draaide zich om en ging slapen. Gesprek afgerond.
Man rondt zijn laatste klus af, hij moet alleen de BTW nog doen. Dat zijn de minder leuke dingen. En ik voer gesprekken met mijn agent en vanmiddag met mijn redacteur over het boek. Ik ben een eind. Ik wacht met smart op de afronding. Eigenlijk kan ik niet rusten tot het zover is. Eigenlijk mag ik niet weg. Maar ik weet best dat het zelfs beter is het te laten rusten en dan straks - na de vakantie - die laatste slag te maken.
Op de één of andere manier verkondig ik al heel lang overal dat het bijna af is. Ik doe dat om mezelf op te jagen. Misschien moest ik daar maar eens mee stoppen.
Abonneren op:
Posts (Atom)