Terwijl Maxima in de grachten zwom, zwommen mijn ex-overbuurvrouw en ik in het IJmeer om een rondje Steigereiland te maken. Een stel meerkoeten zwom mee.
Het was 4,2 kilometer. Dus het leek ons te doen. De avond ervoor was er een straatfeest waar ik mijn voornemen besproken had. Er werd ietwat lacherig op gereageerd omdat we ongeoefende zwemmers zijn, maar ook werden we serieus gewaarschuwd voor onderkoeling en de mogelijke gevolgen daarvan. Je merkt er niets van, je wordt steeds slomer en dan ineens zink je. 'Het is als die kikker in een pan met kokend water,' zei iemand.
'Je moet zo'n rubberen shorty aandoen.'
Het was zonnig weer gisteren. Het zou wel meevallen met de onderkoeling. We doken de steiger af vlak bij mijn huis en zwommen kwebbelend langs de nieuwbouwhuizen terwijl de kou ons lichaam introk. Toen de brug naar Haveneiland in zicht was, merkte ik dat ik lichtjes aan het klappertanden was. We hadden nog gevoel in onze tenen en vingers. Dus door zwommen we, langs dikke rietranden.
Er was geen steiger meer in het vooruitzicht waar we even op konden warmen.
'We kunnen altijd even op de brugpijlers klimmen,' zei mijn ex-overbuurvrouw.
'Daar onder is schaduw.'
Onder de brug waren vooral zwarte olievlekken, stekelige planten tussen onze benen, met onze handen probeerden we de gifgroene wolkjes van ons af te duwen, we raakten er allebei gewond aan onze grote teen. Boven ons hoofd reed tram zesentwintig.
maandag 10 september 2012
vrijdag 7 september 2012
Plaats
Nadat ik aan de telefoon tegen mijn moeder geklaagd had dat het bij ons zo moeilijk was om aan tafel iets te zeggen zonder dat de kinderen er dwars doorheen praatten, dat ik eigenlijk nauwelijks overwicht had, adviseerde zij mij een nieuwe tafelschikking te maken.
'Let je nog wel op hoe jullie zitten,' zei ze.
Ik lette daar niet op.
'Jullie zitten in de verkeerde volgorde,' zei ze.
Ik deed wat mijn moeder zei en veranderde de plaatsen. Sindsdien is het rustig aan tafel. Harmonieus. We praten om de beurt.
Toen heb ik toch maar toegegeven aan mijn onbestemde verlangen om op de zolder te gaan werken. Daar zit ik nu, met de verzamelde sprookjes van Andersen onder mijn laptop.
'Let je nog wel op hoe jullie zitten,' zei ze.
Ik lette daar niet op.
'Jullie zitten in de verkeerde volgorde,' zei ze.
Ik deed wat mijn moeder zei en veranderde de plaatsen. Sindsdien is het rustig aan tafel. Harmonieus. We praten om de beurt.
Toen heb ik toch maar toegegeven aan mijn onbestemde verlangen om op de zolder te gaan werken. Daar zit ik nu, met de verzamelde sprookjes van Andersen onder mijn laptop.
woensdag 5 september 2012
De weg 2
Toen de bel ging dacht ik dat het mijn online bestelde schoenen waren, maar het was een man met een bril en lieve lach. Hij kwam me de weg wijzen. Zijn gezicht had erg veel overeenkomsten met het gezicht van mensen met het syndroom van Down. Daar moest hij vroeger mee gepest zijn.
'De laatste tijd willen veel mensen me de weg wijzen,' zei ik. 'Op de camping ontmoette ik ze. De kapper begon er ook al over.'
'Dat is misschien een teken.'
'Ik dacht al dat je dat ging zeggen.'
'Gelooft u dat de bijbel het boek van de mensen is?' De man ging er meteen vol in.
'Ik vind de bijbel slecht leesbaar,' zei ik, 'dat zei ik ook al tegen de kapper. Het verhaal is ook nogal ongeloofwaardig. Grotesk eigenlijk.'
De man pakte een mini handbijbel erbij en las mij een hartverwarmend stukje voor. Ik dacht nog: dit moet ik onthouden. Het ging er in elk geval over dat ik veilig was, gewaardeerd werd en helemaal niets meer hoefde te vrezen. Daar is niets mis mee.
'Gods koninkrijk zal op aarde regeren,' zei de man enthousiast. 'Dan is er geen armoede meer, geen oorlog, geen ellende. Dan is alles goed. Dan hebben we helemaal geen andere slechte regering meer nodig.'
'O, regeert God ons nu niet dan? Doet hij helemaal niks?'
'Gods koninkrijk is nu nog in de hemel.' Hij wees naar boven. 'Het zal pas op aarde komen als wij de bijbel goed lezen en ernaar handelen.' Hij keek me aan alsof het mijn schuld was dat het nog niet zover was.
Na een tijdje zei ik: 'Het heeft echt geen zin meneer, dit gesprek met mij. Ik vind het zielig voor je. Ik word niet gelovig.'
'Dat hoeft niet. Ik vind het alleen al fijn te merken dat u nadenkt.'
'Ik zou het fijn vinden als jij dat nou ook eens deed.'
Hij lachte aarzelend.
Op dat moment kwam man aanfietsen met een groot pak luiers voor op zijn fiets, een enorme tas aan het stuur en een peuter achterop.
'De boodschappen!' riep mijn verlosser. 'Hier zijn de boodschappen.'
'Hier is al iemand met de boodschap!' zei ik. 'Maar gewoon boodschappen zijn wel praktisch, vind je ook niet meneer?'
'De laatste tijd willen veel mensen me de weg wijzen,' zei ik. 'Op de camping ontmoette ik ze. De kapper begon er ook al over.'
'Dat is misschien een teken.'
'Ik dacht al dat je dat ging zeggen.'
'Gelooft u dat de bijbel het boek van de mensen is?' De man ging er meteen vol in.
'Ik vind de bijbel slecht leesbaar,' zei ik, 'dat zei ik ook al tegen de kapper. Het verhaal is ook nogal ongeloofwaardig. Grotesk eigenlijk.'
De man pakte een mini handbijbel erbij en las mij een hartverwarmend stukje voor. Ik dacht nog: dit moet ik onthouden. Het ging er in elk geval over dat ik veilig was, gewaardeerd werd en helemaal niets meer hoefde te vrezen. Daar is niets mis mee.
'Gods koninkrijk zal op aarde regeren,' zei de man enthousiast. 'Dan is er geen armoede meer, geen oorlog, geen ellende. Dan is alles goed. Dan hebben we helemaal geen andere slechte regering meer nodig.'
'O, regeert God ons nu niet dan? Doet hij helemaal niks?'
'Gods koninkrijk is nu nog in de hemel.' Hij wees naar boven. 'Het zal pas op aarde komen als wij de bijbel goed lezen en ernaar handelen.' Hij keek me aan alsof het mijn schuld was dat het nog niet zover was.
Na een tijdje zei ik: 'Het heeft echt geen zin meneer, dit gesprek met mij. Ik vind het zielig voor je. Ik word niet gelovig.'
'Dat hoeft niet. Ik vind het alleen al fijn te merken dat u nadenkt.'
'Ik zou het fijn vinden als jij dat nou ook eens deed.'
Hij lachte aarzelend.
Op dat moment kwam man aanfietsen met een groot pak luiers voor op zijn fiets, een enorme tas aan het stuur en een peuter achterop.
'De boodschappen!' riep mijn verlosser. 'Hier zijn de boodschappen.'
'Hier is al iemand met de boodschap!' zei ik. 'Maar gewoon boodschappen zijn wel praktisch, vind je ook niet meneer?'
dinsdag 4 september 2012
Feiten checken
'Mama, mamaaaa!' hoor ik Deetje boven roepen. Ik heb geen zin. Maar als ik hier geen gehoor aan geef, wordt het erger. Dus loopt moeder de trap op.
'Ik ben twee!' schreeuwt ze als ik naast haar bed sta. 'Ik ben twee jaar.'
'Dat weet ik ook wel.'
'Mijn naam is Deetje Lou Helena.'
'Ja?'
'Jij heet Elke. Jij bent mijn mama.'
Ik knik. Het meisje in haar trappelzak kijkt me aan.
'Mama moet werken,' zegt ze. 'Papa moet werken. Deetje gaat naar de creche, naar Max en Logan. Maxi is twee en Logan is twee. Jeetje gaat naar school. Jeetje is zeven jaar. Ik ga ook naar school als ik vier ben, maar ik ben nu geen vier.'
'Nee, jij bent twee.'
'Ja, ik ben twee.' Ze pakt haar speen erbij, draait zich op haar zij. Ze weet geloof ik genoeg voor vanavond. Ik kan vertrekken.
'Ik ben twee!' schreeuwt ze als ik naast haar bed sta. 'Ik ben twee jaar.'
'Dat weet ik ook wel.'
'Mijn naam is Deetje Lou Helena.'
'Ja?'
'Jij heet Elke. Jij bent mijn mama.'
Ik knik. Het meisje in haar trappelzak kijkt me aan.
'Mama moet werken,' zegt ze. 'Papa moet werken. Deetje gaat naar de creche, naar Max en Logan. Maxi is twee en Logan is twee. Jeetje gaat naar school. Jeetje is zeven jaar. Ik ga ook naar school als ik vier ben, maar ik ben nu geen vier.'
'Nee, jij bent twee.'
'Ja, ik ben twee.' Ze pakt haar speen erbij, draait zich op haar zij. Ze weet geloof ik genoeg voor vanavond. Ik kan vertrekken.
maandag 3 september 2012
De mensen bezocht
Op zondagochtend hebben we mensen bezocht die een nieuwe trampoline in de tuin hadden. Uit alle macht probeerden de kinderen boven het veiligheidsnet uit te springen. Maar dat lukte niet. Omdat ik mij tegen de vrouw uitgelaten had over het einde van de grote vakantie en de daarmee samenhangende gruwelijke luizenplaag en hoe moeilijk het is om die beesten uit te roeien, mailt ze mij vandaag steeds over een vermeende vreemde jeuk.
In de middag gingen we naar mensen die net geretourneerd waren van vijf weken Amerika en Canada. Maar juist op het moment dat wij aanbelden, ontdekten ze dat hun op afstand bestuurbare levensgrote haai uit New York was weggevlogen. Dit zorgde voor oproer. Terwijl zij op zoek gingen naar de ontsnapte haai, zaten wij doodkalm in hun heerlijke tuinstoelen met brede armleuningen.
'Daar kun je glazen opzetten,' zei man.
'Ja, zei ik. 'Dan hoeven we de glazen niet steeds op de grond te zetten. Zodat we er bij het opstaan over struikelen.'
'Niet steeds dat gedoe van het glas opvegen,' zei man.
In de verte zagen we de man des huizes over de daken lopen. Achter ons hoorden we de vrouw telefoneren over de verdwijning van de haai. De kinderen waren zo snel mogelijk met z'n vieren naar boven vertrokken om het niet mee te hoeven maken.
Diezelfde dag nog, ergens tussendoor, zagen we ook de overburen terug.
'Ik heb wel een luie geest gekregen,' zei de buurman, 'ik was in Frankrijk constant alles kwijt.'
'Als-ie zijn sleutels net zelf had weggelegd, vroeg-ie twee minuten later waar ze waren,' zei de buurvrouw.
Hieruit kan ik concluderen dat mijn geest aartslui is. Wie het presteert om in het Torpedotheater, het allerkleinste theater van Nederland, na afloop van de voorstelling als een dolle op zoek te gaan naar haar onbeduidende zwarte jasje, daarbij de hele tent mee laat zoeken en er een uur later pas achterkomt dat ze 'm in haar handtas gepropt heeft, heeft een onmiskenbaar luie geest.
Aansluitend hierop: Ik zou vanavond een proefles yoga nemen, maar man heeft net op dat tijdstip een bankstoffeerder geregeld die onze bank komt ophalen. De kleur van de bank is een beslissing die je samen neemt, vind ik. Volgende week pak ik mijn luie geest aan.
In de middag gingen we naar mensen die net geretourneerd waren van vijf weken Amerika en Canada. Maar juist op het moment dat wij aanbelden, ontdekten ze dat hun op afstand bestuurbare levensgrote haai uit New York was weggevlogen. Dit zorgde voor oproer. Terwijl zij op zoek gingen naar de ontsnapte haai, zaten wij doodkalm in hun heerlijke tuinstoelen met brede armleuningen.
'Daar kun je glazen opzetten,' zei man.
'Ja, zei ik. 'Dan hoeven we de glazen niet steeds op de grond te zetten. Zodat we er bij het opstaan over struikelen.'
'Niet steeds dat gedoe van het glas opvegen,' zei man.
In de verte zagen we de man des huizes over de daken lopen. Achter ons hoorden we de vrouw telefoneren over de verdwijning van de haai. De kinderen waren zo snel mogelijk met z'n vieren naar boven vertrokken om het niet mee te hoeven maken.
Diezelfde dag nog, ergens tussendoor, zagen we ook de overburen terug.
'Ik heb wel een luie geest gekregen,' zei de buurman, 'ik was in Frankrijk constant alles kwijt.'
'Als-ie zijn sleutels net zelf had weggelegd, vroeg-ie twee minuten later waar ze waren,' zei de buurvrouw.
Hieruit kan ik concluderen dat mijn geest aartslui is. Wie het presteert om in het Torpedotheater, het allerkleinste theater van Nederland, na afloop van de voorstelling als een dolle op zoek te gaan naar haar onbeduidende zwarte jasje, daarbij de hele tent mee laat zoeken en er een uur later pas achterkomt dat ze 'm in haar handtas gepropt heeft, heeft een onmiskenbaar luie geest.
Aansluitend hierop: Ik zou vanavond een proefles yoga nemen, maar man heeft net op dat tijdstip een bankstoffeerder geregeld die onze bank komt ophalen. De kleur van de bank is een beslissing die je samen neemt, vind ik. Volgende week pak ik mijn luie geest aan.
zaterdag 1 september 2012
De weg
We waren alleen in de zaak toen de kapper plotseling over God begon. Ik lag achterover met mijn hoofd in de bak en hij was bezig mijn haar nat te maken. Ik schrok ervan.
'Ik hoor hem overal,' zei de kapper.
'Nu ook?'
'Ja,' zei hij. 'Nu hoor ik hem ook.'
Natuurlijk hoorde ik niets bijzonders.
Ik schrok denk ik omdat ik God totaal niet verwacht had. Onlangs was mij juist ter oren gekomen dat ik voor mijn onderzoek naar de seksfeesten op IJburg bij deze hippe kapsalon moest zijn. Hier schenen ze meer te weten. Bijna alles. Er werd gefluisterd over filmpjes en fotoboeken die onder de toonbank lagen. Maar dat God daar ook bij lag, had ik nooit gedacht. God en seksfeestjes kan ik in mijn hoofd sowieso niet goed met elkaar verenigen. Waarschijnlijk is dat mijn rigide denkwijze. Misschien gaat dat juist heel goed samen.
De kapper bevoelde mijn schedel op weke plekjes terwijl hij sprak.
'Er is maar één weg,' zei hij. 'En als je die niet bewandelt, gaat het mis.'
Dat mocht duidelijk zijn. Gelukkig hadden zijn ouders hem die ene weg vroeger al meteen getoond.De mijne hadden me niets laten zien. Voor mij was alles mogelijk.
'Ik lees de Bijbel elke dag.' Hij waste mijn haar grondig.'Dan is God nog dichter bij me.'
'Wat goed! Ik vind de bijbel altijd ingewikkeld.'
'Ik lees een makkelijke bijbel,' zei hij en spoelde mijn haar uit. Hij drapeerde een handdoek om mijn hoofd en glimlachte naar me. Hij wist meer. Hij wist alles.
'Ik hoor hem overal,' zei de kapper.
'Nu ook?'
'Ja,' zei hij. 'Nu hoor ik hem ook.'
Natuurlijk hoorde ik niets bijzonders.
Ik schrok denk ik omdat ik God totaal niet verwacht had. Onlangs was mij juist ter oren gekomen dat ik voor mijn onderzoek naar de seksfeesten op IJburg bij deze hippe kapsalon moest zijn. Hier schenen ze meer te weten. Bijna alles. Er werd gefluisterd over filmpjes en fotoboeken die onder de toonbank lagen. Maar dat God daar ook bij lag, had ik nooit gedacht. God en seksfeestjes kan ik in mijn hoofd sowieso niet goed met elkaar verenigen. Waarschijnlijk is dat mijn rigide denkwijze. Misschien gaat dat juist heel goed samen.
De kapper bevoelde mijn schedel op weke plekjes terwijl hij sprak.
'Er is maar één weg,' zei hij. 'En als je die niet bewandelt, gaat het mis.'
Dat mocht duidelijk zijn. Gelukkig hadden zijn ouders hem die ene weg vroeger al meteen getoond.De mijne hadden me niets laten zien. Voor mij was alles mogelijk.
'Ik lees de Bijbel elke dag.' Hij waste mijn haar grondig.'Dan is God nog dichter bij me.'
'Wat goed! Ik vind de bijbel altijd ingewikkeld.'
'Ik lees een makkelijke bijbel,' zei hij en spoelde mijn haar uit. Hij drapeerde een handdoek om mijn hoofd en glimlachte naar me. Hij wist meer. Hij wist alles.
donderdag 30 augustus 2012
In tijden van twijfel
In tijden van twijfel komt er altijd een telefoongesprek omhoog dat ik als 21-jarige had met de broer van Mark. Ik weet zijn naam niet meer. Hij sprak heel erg zacht, bijna mompelend. In mijn herinnering belden we lang. Ik weet niet meer hoe we ertoe kwamen. We hebben elkaar maar één keer gebeld. We zagen elkaar nooit, we waren ook geen vrienden of iets dergelijks. Eens per jaar kwam ik hem tegen bij een voetbalwedstrijd op de gekraakte boerderij in Culemborg. We begroetten elkaar dan hoogstens.
In die tijd was ik net verhuisd van Culemborg naar Amsterdam omdat je daar naartoe moest gaan als je werk wilde krijgen in de kunstsector. Maar met de kunsten had hij niks te maken. Hij studeerde iets onbegrijpelijks. Iets biochemisch. De broer van Mark woonde al jaren in de stad. Misschien was dat de reden van ons telefoongesprek? Er waren verder weinig mensen die ik daar kende. In elk geval weet ik nog dat hij ineens zei: 'Het is goed om te twijfelen. Mensen die twijfelen zijn beter dan mensen die nooit twijfelen.'
Mijn wereldbeeld kantelde even. Op die manier had ik het werkelijk nog nooit bekeken.
In die tijd was ik net verhuisd van Culemborg naar Amsterdam omdat je daar naartoe moest gaan als je werk wilde krijgen in de kunstsector. Maar met de kunsten had hij niks te maken. Hij studeerde iets onbegrijpelijks. Iets biochemisch. De broer van Mark woonde al jaren in de stad. Misschien was dat de reden van ons telefoongesprek? Er waren verder weinig mensen die ik daar kende. In elk geval weet ik nog dat hij ineens zei: 'Het is goed om te twijfelen. Mensen die twijfelen zijn beter dan mensen die nooit twijfelen.'
Mijn wereldbeeld kantelde even. Op die manier had ik het werkelijk nog nooit bekeken.
Abonneren op:
Posts (Atom)